De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het gebod der liefde

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het gebod der liefde

Medemenselijkheid

9 minuten leestijd

Wat is liefde?

Wanneer we nadenken over medemenselijkheid stuiten we op het aspect van de liefde; immers het mens-zijn met de anderen voltrekt zich in de sfeer van de liefde. Nu is het woord 'liefde' een veelzinnig woord. Zoals zovele woorden heeft het in onze tijd te lijden van de woordontwaarding. Wat soms liefde genoemd wordt, is in feite menigmaal een uitleven van eigen driften en begeerten. Menigmaal wordt het begrip eenzijdig in de sexuele sfeer getrokken. Wat bedoelen we met dit veelgebruikte woord? Heeft het altijd dezelfde betekenis? We gebruiken het ter aanduiding van de huwelijksrelatie, alsook voor de kerkelijke verhoudingen.
En als we bedenken dat er sprake is van een gebod tot liefhebben, rijst de vraag: Kan liefde geboden worden? Is de liefde naar haar diepste wezen niet vrijwilligheid, spontaneïteit, een emotionele ontlading kortom iets instinctiefs dat zich niet laat vangen in geboden en regels? Toch spreken we over de christelijke liefde als over een gebod: Gij zult liefhebben…

Drie Griekse woorden
Om de inhoud van het bijbelse begrip 'liefde' op het spoor te komen moeten we ons een kleine uitweiding veroorloven. De Griekse taal en denkwereld kent n.l. drie woorden voor liefde:
a: filia: de bloedverwantschap, de vriendschap, de ordening van een samenleving waarin goede verhoudingen heersen. In de Griekse vertaling van het Oude Testament neemt het een ondergeschikte plaats in en wordt het nooit gebezigd ter aanduiding van het liefhebben van God.
b: eros: liefde als driftmatig verlangen naar geluk en zelfbevrediging. Vaak is dit woord sexueel gekleurd. In de eros wordt het voorwerp van de liefde gezocht om de waarde die het vertegenwoordigt. Op formule gebracht zou men kunnen zeggen: Ik heb je lief omdat je zo bent. Vooral bij Plato speelt dit begrip een rol. De mens bevindt zich, aldus Plato, als gevangene in het lagere, het zinnelijke. Hij zoekt bevrijding en streeft naar wat hoger is. Hij is op zoek naar het geluk., Eros-liefde wil bevredigd worden. In de eros word ik aangetrokken en streef ik spontaan omhoog naar iets waarvan ik geluk en bevrediging verwacht. Vandaar dat deze eros-liefde iets instinctiefs is, iets dat niet voorgeschreven of geboden behoeft te worden. Eros kan ontaarden in egoïsme. Let wel: Kan. Op zich is de eros niet zondig. Wel moet de eros zich laten regelen, laten leiden door de Agape. Dat is het woord dat we in de Griekse taal tegenkomen:
c: agape: de liefdevolle overgave, de voorkeur voor de ander. Agape zou je kunnen omschrijven als 'gevende liefde'.
Nu is het opvallend dat dit woord in Griekenland weinig gebruikt wordt. Ds. Pop aan wiens overzicht in Bijbelse woorden en hun geheim (blz. 386v) ik het een en ander ontleende, schrijft: De agapè stond in het vergeten hoekje, waar weinig mensen kwamen.
Maar nu is het curieuze dat de vertalers van het Oude Testament in het Grieks dit woord uit zijn vergeten hoekje gehaald hebben en het bij voorkeur gebruikten voor de vertaling van al die plaatsen waar sprake is van Gods liefde voor zijn volk en de liefde van mensen jegens de Heere.

De bijbel over Gods liefde
De bron van de ware medemenselijkheid is de liefde van God. In het Oude Testament is vele malen sprake van Gods liefhebben. Die voorkeur voor het werkwoord is typerend. Gods liefde is een gebeuren, een daad. Die liefde is verkiezende liefde, zondaars liefde. Gods liefde voor zijn volk is nooit te beredeneren van de mens uit. Gods liefhebben is verkiezend liefhebben. Vooral in het boek Deuteronomium komt dit evangelie van het wonder van Gods liefde ter sprake. Hoever die liefde gaat lezen we bij de profeten. De Heere heeft een ontrouw Verbondsvolk lief (Hos. 3 : 1, 11 : 8, 9, Ezech. 16 : 1vv). Zijn liefde is ook vasthoudende liefde. In het Nieuwe Testament lezen wij hoe deze liefde van God geopenbaard is in de zending van Gods Zoon (Matth. 21 : 37, Joh. 3 : 16). Evenals in het Oude Testament is die liefdedaad van God onbegrijpelijk. Zij is immers liefde voor zondaren. De apostel Paulus predikt deze liefde in haar overwinnende heerlijkheid, als de vaste grond voor de heilszekerheid (Rom. 8 : 31, 32). Gods liefde in Christus Jezus, onze Heere is gevende, offerende liefde. Alleen in en door de gekruisigde en opgestane Christus valt ons die liefde ten deel.

De echo der liefde
Gods liefde roept ook wederliefde op. De liefde die de Heere van Zijn kinderen vraagt is antwoord, echo op de liefde van God. Hij heeft ons eerst liefgehad. Wij zijn verschuldigd de ander lief te hebben, op grond van deze alles te boven gaande liefdedaad. Wie die liefde van God kent, kan niet anders dan wederliefde bewijzen. Vooral in 1 Joh. 4 : 7-19 komt dat zo duidelijk naar voren. Daarom is het te zwak gesteld om te zeggen: God verwacht wederliefde van ons. We mogen veeleer zeggen: God Wekt ook wederliefde. Zijn liefde wordt door de Geest in onze harten uitgestort en zo kan de wederliefde niet uitblijven (Rom. 5 : 5).
Op een bijzondere wijze wordt dit weergegeven in Johannes 13 : 34, 35 (vgl. ook Joh. 15 : 9vv). Daar lezen wij: Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkander liefhebt. Het woordje 'gelijk' wijst op een vergelijking. Jezus' liefde, waarmee Hij de Zijnen liefheeft tot in de slavendood van het kruis is voorbeeld, model van de liefde die zich zelf niet zoekt, die de Heere van ons vraagt. Denkt u maar aan het verhaal van de voetwassing, waarin de liefdedienst van Christus getoond wordt en tegelijk met zoveel woorden gezegd wordt: Ik heb u een voorbeeld nagelaten….
Maar Jezus' liefde is meer dan een voorbeeld. Het woord 'gelijk' in Joh. 13 : 34 en 15 : 12 betekent ook 'omdat'. Het geeft ook de grond aan. De liefde die christenen elkander bewijzen mogen vindt zijn grond en fundament in de offerdaad van de Here Christus, Zijn kruisdood voor onze zonden. Daarin moeten we ankeren met ons leven zullen we waarlijk liefhebben naar de hoge stijl van het Evangelie. Niet op die goedkope wijze waarop wij vaak liefhebben. Maar op die dure, onbaatzuchtige manier waarop de Schrift daarvan spreekt.

Het gebod der liefde
In dit geven van liefde, in dit betoon van liefdedaden gaat het om de gehoorzaamheid van het geloof. Geen afgedwongen gehoorzaamheid, maar een uitng van dankbaarheid voor Gods onverdiende genade. Zo komt in het geloofsleven het gebod tot liefhebben in evangelisch licht te staan.
Het is geen kwestie van neiging zonder meer. Ons hart mag er niet in ontbreken. Dat zeker niet. Maar daarom vraagt de Heere, ja eist Hij dat we Hem liefhebben met geheel ons hart en geheel onze ziel.
Wij moeten dus liefde en gehoorzaamheid niet tegen elkaar uitspelen of tegenover elkaar stellen. Mij trof een woord van de Deense denker Kierkegaard: Slechts de plicht om lief te hebben beschermt de liefde voor eeuwig tegen elke verandering, maakt ze eeuwig vrij in zalige onafhankelijkheid, verzekert haar geluk voor eeuwig tegen alle vertwijfeling. En Prof. Brillenburg Wurth, in wiens boek Het christelijk leven ik dit citaat aantrof (blz. 243) zegt terecht dat hoe meer wij in vrijwillige gehoorzaamheid de Heere liefhebben, hoe hoger juist het gehalte van onze liefde zal zijn. Juist in deze gehoorzame dienst der liefde gaan we weer beantwoorden aan de bedoelingen van onze Schepper. Vanuit die liefde tot God krijgen we ook de ander in het vizier. De relatie tot God laat zich immers niet losdenken van die van de medemens, zagen we al eerder.
Liefde en gebod. Wij zagen dat waar Gods Geest werkt en plaats maakt voor Christus' liefde, daar schrijft Hij Gods geboden op de tafel van ons hart. Daar gaan we ontdekken dat de liefde de vervulling van de wet is.
Het is niet overbodig om dit aspect te beklemtonen. Er wordt immers nogal eens gesuggereerd dat een christen met konkrete wetten van God niet meer te maken zou hebben. Dat zou immers maar leiden tot wetticisme. Alles zou aankomen op de naastenliefde. Nu is het ongetwijfeld waar, dat als de liefde niet het leidend beginselvan ons handelen is, we licht vervallentot wetticisme. We zien dat levensgroot bij Jezus' tijdgenoten, de leiders van het Joodse volk: wet zonder liefde. En dat gevaar blijft steeds acuut.
Maar dat is nog wat anders dan dat de liefde het enige beginsel zou zijn. Wie bijvoorbeeld poneert dat christenen op het punt van huwelijk en huwelijkstrouw met konkrete geboden niets te maken zouden hebben, omdat het enige beginsel de naastenliefde is, miskent de zegen en de goedheid van Gods geboden.
Paulus confronteerde de gemeenten van zijn dagen regelmatig met zeer konkrete geboden en aanwijzingen, en hij beroept zich menigmaal op de geschreven wet (vgl. Rom. 13 : 8vv, 1 Cor. 14). De liefde is wel de vervulling, maar niet de vervanging van de wet.

Ik hoop in enkele volgende artikelen op een aantal aspecten van de naastenliefde dieper in te gaan. Het onderwerp is veelomvattend en de moeite waard. Moeten we niet eerlijk toegeven dat onder ons de aandacht wel eens eenzijdig gericht is op het geloof, en dat er vaak weinig aandacht is voor de liefde. En toch blijkt deze van groot gewicht te zijn. 'Al ware het dat ik… en ik had de liefde niet' – de inzet van 1 Corinthe 13 – moge voor ons allen een signaal zijn.
Van liefde leven, n.l. van Gods liefde, loopt uit op liefde geven. Zij geeft kleur en warmte aan dat woord 'medemenselijkheid'.
Immers zoals Gods liefde Zijn inzet voor zondaren betekent, zo is de christelijke liefde te herkennen aan de inzet voor de zwakken, de zondaren, de armen. Zoals Gods liefde zich richt op de totale mens, ziel een lichaam en eeuwigheidskarakter heeft, zo hebben we in hulpverlenig en liefdedienst ons te richten op het totale mens-zijn en dienen we ons bewust te zijn van de eeuwigheid.
En tenslotte mogen we niet verwaarlozen dat de liefde die we elkaar mogen bewijzen, positief gericht is. Terwijl in allerlei moraalsystemen gezegd en gehandeld wordt volgens het principe: Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet, vinden we in Mattheus 7 : 12 de gulden regel voor het ware medemeselijke handelen in een positieve uitspraak: Alles wat gij wilt dat u de mensen doen, doet gij hun ook alzo.

A. N., Ede

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het gebod der liefde

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's