Synodale Handreiking over kernwapens
In maart 1979 besprak de Hervormde synode een nieuwe schets over het bezit en het gebruik van kernwapens. Na een indringende synodale discussie werd besloten dat de schets zou worden uitgewerkt – gegeven de discussie in de synode – en o.a. van een duidelijker theologische onderbouw zou worden voorzien. De uitgewerkte schets is nu bij Boekencentrum in een 132 pagina's tellend boekje verschenen, met de bedoeling het te doen bespreken in de gemeenten, waarna het geheel – met de reacties uit de gemeenten – opnieuw in de synode aan de orde komt om te komen tot een nieuw kernwapenrapport. De Handreiking zoals deze er nu ligt trekt nog geen conclusies, maar laat vragen, die op een conclusie uitlopen moeten, open tegen de achtergrond van de geschetste situatie. Hieronder volgt een samenvatting van de Handreiking, zoals die door de opstellers ervan is opgesteld. We geven deze volledig door, zodat de lezers weten waarom het gaat. In de komende tijd komen we ongetwijfeld op de problematiek zelf, die van het grootste belang is en vele kanten heeft, nader terug. Nu volstaan we daarom met een weergave zonder commentaar.
Het nieuwe geschrift van de synode over de kernbewapening is een discussiestuk. Een nieuw standpunt van de synode, na het kernwapenrapport van 1962, kan er nog niet aan worden ontleend. Pas in 1980 zal de synode tot een nieuw standpunt proberen te komen. Het voornaamste verschil met het rapport van 1962 is dat het de vraag stelt of het neen tegen de kernwapens dat in 1962 al ondubbelzinnig klonk tegen het gebruik ervan nu even ondubbelzinnig moet worden uitgesproken ten aanzien van het dreigen met die wapens en dus het bezit ervan.
In het volgende bekijken we de grote lijnen van het discussiestuk wat nader. Naast de inleiding zijn er tien hoofdstukken, plus een bijlage.
Inleiding
Christus heeft de overheden en machten ontwapend en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd (Col. 2 : 15). Dat is de hoopvolle aanhef van het rapport. Greep op het probleem van de kernbewapening zal de gemeente pas krijgen als zij leeft vanuit dit besef. In de periode '33-'45 is de blik gescherpt voor het herkennen van goddeloze machten. Sinds Auschwitz en Hiroshima weten we wat mensen kunnen doen en durven doen. Dat is geen verleden tijd: al sinds meer dan dertig jaar is het dreigen met massavemietiging de basis van onze veiligheid.
De samenleving, waarvan de gemeente volop deel uitmaakt, lijkt zich daar blijvend bij te hebben neergelegd. Aan de toekomst en aan het verleden zijn we verplicht om nu, zeventien jaar na het neen van het kernwapenrapport in 1962, de balans op te maken. Het discussiestuk wil de gemeente helpen de eigen wetmatigheden van het kemwapengebeuren op te sporen. De vraag is: wat kan daarop het antwoord zijn van de gemeente, die de werkelijkheid van Gods Koninkrijk wil belijden?
1. Politiek en pastoraat
Kernwapens vormen allereerst een politiek probleem. Maar in de kerken wordt verschillend gedacht over de verhouding tussen politiek en pastoraat. Kerkelijke uitspraken verschillen nogal. Toch heeft elke predikant en priester in de oorlogsjaren kunnen ervaren dat er omstandigheden zijn, waarin het pastoraat politiek relevant moet zijn, wil het ook pastoraal relevant zijn.
De nota geeft in korte lijnen aan hoe aan dat besef in verschillende kerkgenootschappen op verschillende wijze gestalte wordt gegeven.
Dan wordt de vraag gesteld, hoe in een nieuw gesprek over de kernwapens de spanning tussen politiek en pastoraat zo vruchtbaar mogelijk kan zijn. Is bijvoorbeeld destijds met het 'neen' van 1962 wel voldoende verder gewerkt in de gehele kerk, en niet alleen in de geestelijke verzorging in de krijgsmacht? In de gemeente hebben allen speciale pastorale aandacht nodig. En het is van groot belang dat de gemeente niet op de politieke werkelijkheid die in het rapport wordt getekend reageert met angst. Het gaat om de bestemming die God aan Zijn schepping heeft gegeven. Daarom moet de kerk steeds weer kritisch staan tegenover alle machtsstrijd en zelfbehoud.
2. Wat zijn kernwapens?
Kernwapens onderscheiden zich van de wapens die we daarvoor kenden (de zgn. conventionele wapens) allereerst door de enorme schaalvergroting in explosieve kracht. Het tweede is de radio-actieve straling, die ze veroorzaken en die nog generaties kan doorwerken.
Het bekende onderscheid tussen 'strategische' en 'tactische' kernwapens zegt weinig over 'groot' of 'klein', maar betreft eerder het gebruik van de wapens. 'Tactisch' wil zeggen: bedoeld voor gebruik op het slagveld. 'Strategisch' wil zeggen: bedoeld voor bevolkingscentra, industriegebieden, enz. Van de kernwapens wordt steeds gezegd dat zij nodig zijn, juist opdat ze niet gebruikt hoeven worden. Maar dat houdt tegelijk in dat alle landen die deel hebben aan het afschrikkingssysteem door middel van atoomwapens, in principe bereid zijn tot gebruik. Zij zijn óók bereid om als eerste die wapens in te zetten.
3. Ontwikkelingen na 1962 (1)
In dit hoofdstuk worden de wapenontwikkelingen sinds het verschijnen van het vorige synoderapport bekeken. 1962 was ook het jaar van de Cuba-crisis . De snelheid bij het afvuren is sindsdien sterk toegenomen, zodat de waarschuwingstijd bij een kernaanval nu minder dan een half uur is. Ook is de richtprecisie sterk verbeterd. En er kunnen nu meerdere kernkoppen met één raket afgeschoten worden, die dan weer elk op een eigen doel kunnen worden afgesteld. De voorraden kernwapens zijn daardoor enorm uitgebreid. Er zijn zeer precieze zelf vliegende bommen ontwikkeld, die zó laag vliegen dat ze de vijandelijke radar ontgaan. Er zijn speciale stralingswapens (neutronenbom) ontwikkeld. Er dreigt een wapen-race in de ruimte. Er dreigt een nieuwe ronde in de kernwapenwedloop in Europa. De technologische ontwikkelingen schuiven steeds meer de menselijke beoordeling naar de rand: computers maken de dienst uit. Beide supermachten worden opgejaagd door de snelle technologische ontwikkelingen. Met twee kolommetjes jaartallen wordt aangegeven dat bijna steeds de V.S. voorop liep bij de nieuwe wapenontwikkelingen.
De argumentatie: 'Anders zijn de Russen het eerst.'
4. Ontwikkelingen na 1962 (2)
Wat op het gebied van wapenbeheersing valt te beschrijven komt hier op neer: ondanks een 6000-tal officiële besprekingen is er vrijwel niets bereikt. In veertien punten worden de voornaamste besprekingen nagelopen. Van de SALT-besprekingen wordt aangetoond dat zij nauwelijks een rem zijn op de verdere groei van de kernbewapening. Van het Non-Proliferatie Verdrag van 1970, dat beoogde het aantal kemwapenstaten tot de vijf van toen te beperken, wordt aangegeven hoe de remmende werking ervan nu slijt, mede vanwege de snelle verspreiding van de kerntechnologie voor vreedzaam gebruik.
Waarom is er zo weinig bereikt op het gebied van de wapenbeheersing? Onder andere doordat de besprekingen zelf deel zijn van de krachtmeting tussen oost en west en doordat de politieke beoordeling van de ontwikkelingen sterk wordt bepaald door de militair-technologische kijk erop.
Ook op het terrein van de strategie vallen zorgwekkende ontwikkelingen te melden. De oude strategie van massale vergelding richtte wapens in de eerste plaats op stedelijke bevolkingscentra. Kernwapens waren eigenlijk onbruikbaar, ze dienden alleen ter afschrikking. In de jaren '70 is overgeschakeld naar een strategie die de wapens in de eerste plaats richt op militaire doelen. Dat lijkt menselijker, maar het maakt tevens het gebruik van die wapens waarschijnlijker en brengt dus ook de mogelijkheid van totale wederzijdse vernietiging dichterbij.
De wapen-technologische ontwikkelingen naar het 'bruikbaar' maken van kernwapens gaan dus hand in hand met strategische ontwikkelingen die kernwapens zien als wapens waarmee je inderdaad moet kunnen vechten. En kernwapens worden zo ook politiek 'bruikbaarder' gemaakt.
Tenslotte wordt in dit hoofdstuk aandacht besteed aan de afzonderlijke NATO-strategie van het 'aangepaste antwoord'. Het gaat er daarbij om elke aanval op een zo laag mogelijk geweldsniveau te beantwoorden. Maar het is zeer de vraag of die theorie ook in de praktijk toegepast kan worden. Dit hoofdstuk eindigt met de opmerking dat de huidige situatie in zoverre van die van het rapport van 1962 verschilt, dat alles waar toen voor werd gewaarschuwd nu realiteit is of hard op weg is dat te worden.
5. De macht van het afschrikkingssysteem
Is het dankzij de kernwapens al meer dan dertig jaar vrede? Inderdaad is sinds 1945 geen nieuwe wereldoorlog ontstaan. Maar dat is een schrale troost voor de meer dan vijftien miljoen doden, die intussen gevallen zijn in zo'n honderd vijf tig nationale en regionale oorlogen.
In dit hoofdstuk wordt uitvoerig de heerschappij van het afschrikkingssysteem aangegeven op het gebied van technologie en het economische leven. Ook enkele andere terreinen worden beschreven: ethiek, politiek, psychologie en logica.
De eerste conclusie is dat de greep die het afschrikkingssysteem op ons leven heeft veel verder gaat dan de meeste mensen zich bewust zijn. De tweede conclusie is dat dit systeem, dat angst voedt en teert op angst, slechts overwonnen kan worden door te bouwen aan gemeenschappen van vreesloosheid.
6. Wie is de vijand?
Zijn de Russen de vijand? Maar gezien van de andere kant van het ijzeren gordijn zijn wij voor veel mensen de vijand. Gezien de wapenontwikkelingen zouden we ons af kunnen vragen of eigenlijk niet die bewapening zelf de grootste bedreiging en daarmee vijand nummer één is. Ondanks allerlei vorderingen in de oost-west verhoudingen op economisch, politiek en cultureel gebied, gaat de bewapening keihard door.
Aan het kruis van Golgotha is de wortel van de vijandschap uitgerukt. Als wij ondanks Gods verzoenend handelen toch blijven leven in een systeem, dat de vijandschap bestendigt, is er iets grondig mis.
Er worden enkele factoren genoemd die om nieuwe doordenking vragen om het 'vijand-denken' aan te tasten:
– het aanscherpen van het historisch besef in oost en west;
– de noodzaak van een nuchterder beeldvorming van militaire en ideologische dreiging die van het Warschau-pact uitgaat;
– het inzien dat de angst als het grondpatroon van het menselijk samenleven haaks staat op het bijbels getuigenis.
7. Ethiek en kernwapens
Het kernwapentijdperk heeft onder niet-pacifisten tot drie ethische houdingen geleid.
De eerste laat zich omschrijven als de 'leer van de rechtvaardige kernoorlog'. Het gebruik van kernwapens is toegestaan, maar wel binnen bepaalde perken (men mag bijvoorbeeld niet massaal woongebieden vernietigen).
De tweede houding is die van de volstrekte afwijzing; wel aangeduid als 'atoom-pacifisme'.
De derde houding is dat kernwapens nooit mogen worden gebruikt, maar in de huidige situatie kan de afschrikwekkende functie van hun bezit voorlopig niet worden gemist. Daarbij is dan natuurlijk wel de vraag hoelang die dubbelzinnigheid mag worden volgehouden en wat er aan gedaan wordt om een uitweg te zoeken uit deze noodsituatie. Deze tijdelijke periode wordt verstaan als een periode van Gods geduld, ons geschonken om tot een ander veiligheidssysteem te komen.
Het hoofdstuk geeft van alle drie houdingen voorbeelden en eindigt met enkele vragen. Kan nog langer worden vastgehouden aan de bewuste dubbelzinnigheid of moet nu een andere weg worden ingeslagen?
Wat kunnen 'gewone mensen' doen? Is in het tijdperk van de totale oorlog het totale pacifisme een nieuwe uitdaging?
8. Neen tegen de waanzin
In 1945 waren er drie atoomwapens, nu zijn er minstens veertigduizend. En elke dag komen er bij. Vele deskundigen zeggen dat een kernoorlog in deze eeuw onvermijdelijk is. Niet om politieke redenen, maar doordat het door mensen opgebouwde systeem niet langer door mensen gecontroleerd kan worden. Dat het sinds 1945 'goed' gegaan is biedt geen enkele waarborg voor de toekomst. Dit hoofdstuk somt een aantal redenen op waarom de situatie steeds gevaarlijker wordt. Bovendien, naarmate de bewapeningswedloop langer duurt neemt de gewenning eraan toe, en worden bedrijfsleven, wetenschap en politiek er meer op toegesneden. Toch wordt algemeen erkend dat we in waanzin verzeild zijn geraakt. 'Door de tegenstander meer te kunnen vernietigen wordt men zelf niet meer verdedigbaar'. Maar de redelijkheid verliest het van de mythe, de waarheid verliest het van de leugen.
Massavernietiging en verdelging als algemeen aanvaarde beginselen; wie hierover tracht na te denken vanuit de bijbelse getuigenis gaat het duizelen. Toch is er meestal weinig verschil tussen kerkelijke uitspraken en die van politici, diplomaten en strategen. Het hervormde kernwapenrapport van 1962 was een uitzondering, maar het onderscheid daarin tussen het radicale neen tegen het gebruik van kernwapens en het niet op dezelfde wijze uitgesproken neen tegen het bezit heeft het neen afgezwakt. Daarvan moet nu de consequentie worden getrokken, en daarmee is de vraag gesteld of de kerk nu niet ook duidelijk nee moet zeggen tegen het bezit van kernwapens.
9. Alternatieven?
Het afschrikkingssysteem zegt zelf: er is geen alternatief. Dit hoofdstuk kan ook geen ondubbelzinnig antwoord geven. Eerst wordt ingegaan op de verhouding tussen kerk en overheid. De overheid is dienares Gods, maar er zijn grenzen aan de gehoorzaamheid aan de overheid. Het hervormde kernwapenrapport van 1962 omschreef zo'n grens. Aan een oorlog met kernwapenen mogen christenen nooit meedoen. Maar wat zijn de alternatieven voor het huidige systeem van veiligheid-door-afschrikking?
Drie benaderingen worden onderscheiden:
a. opvattingen die een heel andere veiligheidsopvatting willen bieden (voorbeeld: sociale verdediging);
b. voorstellen die een uitbraak uit het afschrikkingssysteem beogen (voorbeeld: de IKV-campagne);
c. voorstellen die de gevaren van het huidige afschrikkingssysteem willen verminderen (voorbeeld: het streven van de regering naar gelijkwaardigheid tussen oost en west op het gebied van de conventionele wapens).
Zijn dat werkelijk alternatieven? Hoe reëel zijn ze? Elk alternatief houdt risico's in. Maar de huidige weg biedt geen uitzicht.
10. Uitzichtloosheid en hoop
Hoop is niet te ontlenen aan de feitelijke ontwikkelingen. Hoop is alleen te vinden in de opstanding van Christus. Het geloof.in de Ene Heer maakt het ons mogelijk om de feitelijke uitzichtloosheid te aanvaarden als het laatste woord.
Het kernwapenvraagstuk stelt ons oog in oog met 'de laatste dingen'. De mens kan zelf een einde maken aan de geschiedenis. De keuze in het aangezicht van dit mogelijke einde is dezelfde als aan het begin van Gods geschiedenis met Zijn volk: kies het leven, door de Heer uw God lief te hebben (zie Deut. 30 : 19, 20).
Bijlage
De bijlage geeft een overzicht van de ontwikkelingen sinds 1945 in het denken over oorlog en vrede in de Hervormde Kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's