Enige vragen over het huwelijksformulier (4)
Pastorale overwegingen
Het huwelijk is ook ter afbeelding
In verband met een vraag over de uitdrukking 'de man is het hoofd der vrouw', mag ik er op wijzen dat de man van Godswege wel een eervolle plaats heeft ontvangen, maar ook een geweldige opdracht. Als in het formulier het huwelijk heen wijst naar Christus, dan weet u ook vanuit de Schrift hoe vaak het huwelijk dient ter uitbeelding van die zo innige verhouding van God en Zijn volk. De profeten hebben het nogal eens gebruikt, ook om de trouweloosheid van Israël te schetsen tegenover de Heere, denk aan Hosea! En in het Nieuwe Testament is het huwelijk uit liefde en in de vreze Gods gesloten als het ware transparant. Daar doorheen straalt het geheimenis van Christus en Zijn gemeente. Neen, de bruidegom is geen despoot, hij regeert niet om te regeren, maar in wijsheid en in liefde. Modern is de opvatting: voor de man is het huwelijk, de liefde een episode, voor de vrouw een levensbeslissing. Maar het formulier spreekt andere, bijbelse taal. De liefde geeft ook aan de vrouw de eer. Waardering van haar zorg, toegewijde liefde, draagt het leven. De vrouw is niet mindere mede-erfgename van Gods genade in Christus dan de man, die de Heere vreest. Verbittering en veronachtzaming bedreigt niet slechts de harmonie in huwelijk en gezin, maar verstoort ook zelfs het gebed. Dat leven is zo teer, daar kan niets tussen. In dat verband is het terecht er op te wijzen, dat de bruidegom ook 'priester in zijn huis' moet zijn. Hardop voorgaan in het gebed, het lezen van de Schrift verhindert middellijkerwijze vaak veel kwaad.
De waardering van het aardse leven
Hoog wordt in het formulier ook geacht de uitoefening van de arbeid. Heeft de man te zorgen voor het onderhoud van zijn gezin, het werk wordt zelfs 'een goddelijk beroep' geheten. Laten we ons wachten voor overdreven geestelijkheid. U kent wel het verhaal dat een bezoeker, die God vreesde, bij een echtpaar op bezoek kwam. De vrouw kwam het bezoek eigenlijk ongelegen, en haar man zei ietwat bits tegen zijn vriend: 'Ja, mijn vrouw is nog altijd maar een Martha'. De vrouw zei niets, schoof bij het gezelschap, en menig uur verstreek tot de maag van het gezinshoofd zich liet gelden. 'Vrouw is het nog geen tijd voor het eten, heb je dan helemaal niets klaar?' Voordat de vrouw zich nog verdedigen kon, zei de bezoeker: 'Vriend, heb je nu geleerd, dat een Maria niet zonder een Martha kan?' Maar goed, de arbeid is ook in het huwelijk een taak, die de Heere stelt. Overigens: ook een zegen als we mogen werken! Niet alleen, dat we gezond mogen zijn, ook dat we werk mogen hebben. Als we toch zien op de velen, die zonder werk zijn, wat hebben wij dan voor rechten? Maar de Heere, Die de allereerste Werkgever is, wil ook in deze nood gevraagd zijn om raad en uitkomst. Intussen is werken, hard werken, ook een stuk dienst aan God en de naaste. Met God en met ere wordt zelfs dan het huwelijk en gezin onderhouden, al blijven soms moeiten niet uit en tegenslagen niet verre. 'In het zweet des aanschijns' is ook een stuk, dat aan de arbeid verbonden is.
Geen ijdele zelfzucht
Het ontga ons niet, dat er ook gesproken wordt over mededeelzaamheid jegens de nooddruftige, dat is degene, die het nodige derft, behoeftig is. Nog altijd leven we, zeker in vergelijking met grote delen van de wereld, in welvaart. Echter, daar gaat het niet om. Heel wat jongeren zien heen door het materialisme en de consumptie-maatschappij, zonder echter dat alles te doorzien in het licht der Schrift. Zij vervallen in andere verslaving. Maar het maakt inderdaad het leven zo arm door alles voor zichzelf te hebben en te houden. Veel dieper ligt het welzijn. En ten diepste leven Gods kinderen van Gods welbehagen in Christus door Zijn Geest. Maar dat leven zoekt zichzelf n, iet. Het is er op bedacht en ernaar begerig om met wat God toebetrouwde Hem te dienen en anderen te helpen in stoffelijke en geestelijke nood. Naarmate we het beter kregen, is de tevredenheid niet toegenomen onder de mensen. Zeker ook in de armoede zit het niet. Agur bad om voor beide, rijkdom en armoede, bewaard te worden. Maar tijden van welvaart kunnen ook tijden van grote armoede zijn. 'Toen Jeschurun vet werd, sloeg hij achteruit…' Is de Heere in dat alles, wordt Hij ontmoet? Niettemin, het maakt je innerlijk rijk en blij als je voor een ander wat mag zijn, ook met wat de Heere als loon op de arbeid geeft.
W. Chr. Hovius, Apeldoorn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's