De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De betekenis van ‘de vaderen’ in de Bijbel en voor ons

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De betekenis van ‘de vaderen’ in de Bijbel en voor ons

7 minuten leestijd

Inleiding
In het voorjaar vroeg een jeugdvereniging ergens in den lande me, een korte lezing te houden op de sluitingsavond van het seizoen. Die avond zou in het teken staan van het vertrouwen van de vaderen op God. Er werd mij als tekst opgegeven Psalm 22 vs. 5: 'Op U hebben onze vaderen vertrouwd; zij hebben vertrouwd, en Gij hebt hen uitgeholpen'. Mijn gedachten gingen, eerlijk gezegd, een wat andere kant uit. Hoe vaak beroept men zich in het kerkelijk spraakgebruik niet op de vaderen! Het geloof der vaderen, en de zeden der vaderen, kerkvaders en oudvaders. En ook in het maatschappelijke en politieke zijn uitdrukkingen bekend als: de vader des vaderlands, en de vroede vaderen, en van vader op zoon. Het begon me te intrigeren, hoe de 'vaderen' aan zulk gezag kwamen en hoe ze tot zulk een adelstand verheven waren. Het onderzoek moest zich, dat was duidelijk, beperken tot voornamelijk Bijbelse gegevens, terwijl ook enig materiaal uit de joodse godsdienstige wereld dienst zou kunnen doen. De neerslag van die bezinning wrl ik in enkele artikelen verwerken, als een handreiking aan anderen die zich misschien ook weleens afvragen: Hoe zit het toch met het gezag der vaderen?


Een joodse tekst
en het Nieuwe Testament
Het joodse geschrift Pirke' Abbat (Spreuken der vaderen) maakt deel uit van de kleine traktaten in de Babylonische talmoed, de officiële joodse leerverzameling, die op het einde van de 5e eeuw van onze jaartelling is afgesloten. De Spreuken der vaderen bedoelen de zedekundige waarheden te verzamelen, die de vaderen onder woorden hebben gebracht bij en naar aanleiding van de Tora, de Wet, de vijf Boeken van Mozes. Die Tora moet 'verworven' worden, zoals het laatste hoofdstuk van dit geschrift het stelt. En daar komen wel achtenveertig dingen bij kijken, zoals: studie, luisteren met het oor (want de Tora wordt hardop gelezen!), gearticuleerde uitspraak met de lippen, begrijpen met het hart, gezag, eerbied, deemoed, vreugde, reinheid, verkeer met de wijzen enz. De 'vaderen' willen daarbij helpen. Wie zijn zij? Het begin van het geschrift zegt: 'Mozes heeft de Leer van Sinaï ontvangen en hij heeft haar overgeleverd aan Jozua. Jozua gaf haar over aan de oudsten, de oudsten aan de profeten en de profeten hebben haar overgeleverd aan de mannen der Grote Vergadering'. Met die laatste instantie worden de 120 geleerden bedoeld, die door Ezra en Nehemia zouden zijn bijeengeroepen om het joodse, gemeenschapsleven te ordenen (vgl. Ezra 10 en Nehemia 8-10) *). Zij vertegenwoordigen de synagoge in en na de ballingschap, en tegelijk vormen zij de band met latere tijden. Anders gezegd: zij vormen de schakel in de keten die er loopt van de vaderen in de Schriften naar het heden. Voor de jood vormen de vaderen dus een doorlopende lijn, en juist door hun functie is er geen sprake van een breuk tussen de Schrift en de op de Schrift volgende traditie(s).
Opvallend is nu, dat deze grote vergadering, die in de bovenaangehaalde tekst de laatste schakel vormt in de traditie van 'de leer van Sinaï', in het Nieuwe Testament sterk anti-christelijke tendensen vertoont, terwijl ook de Heere Jezus en de apostelen hun gezag terzake van die leer betwisten en zich eraan onttrekken. Zowel hun Wetsinterpretatie – en dat is toch het grote aandeel in hun overlevering van de Leer – als de gerechtigheid van Schriftgeleerden en Farizeeën zijn voor God beneden de maat en daarom verwerpelijk. Hierin hebben wij hun betekenis niet te zoeken. En hoewel het met de 'vaderen' in de Bijbel wel anders gesteld is, dan met degenen die na de Woordopenbaring de Leer overleveren, kunnen we tóch wel vermoeden dat ook in de Schriften de vaderen niet een normatieve instantie vormen bij de Wetsoverdracht. Wat ons nu echter meer interesseert, is de vraag: Hoe functioneren de 'vaderen' dan wél in de Schriften?

Wat zegt de Bijbel?
1. In de Bijbel is het lichamelijk vaderschap een gebod en tegelijk een geschenk (Gen. 1 : 28 en Ps. 127 : 3). De vader heeft in godsdienstig, pedagogisch en economisch opzicht een gezaghebbende functie als hoofd van gezin en familie (Gen. 12 : 1). Hij is 'priester' (Gen. 8 : 20), hoewel m.i. alleen in zeer bijzondere omstandigheden en niet in concurrentie met de officiële priesters. En hij is leermeester (Deut. 32 : 7) en opvoeder (Spr. 23 : 22), hoewel ook weer niet in tegenstelling tot de oudsten, profeten en later de leidinggevende figuren in de synagoge.
2. De overleden voorvader functioneert niet alleen als de vroegere, eventueel oudst bekende bloedverwant, ook niet zozeer als de gezaghebbende instantie in allerlei levensvragen, maar veel meer als een voorbeeld, van geloof. En hier komt de tekst ter sprake, die de bovenbedoelde jeugdvereniging mij opgaf, Psalm 22 : 5: 'Op U hebben onze vaderen vertrouwd . . . ', alsmede Jes. 51 : 2: 'Aanschouwt Abraham, uw vader . . . '. Abraham is (vs. 1) voorbeeld van één die door God geroepen, gezegend en vermenigvuldigd is: zó zal de HEERE Sion troosten (vs. 3). Het gaat niet om Abraham, maar om de Gód van Abraham, op Wie de vaderen hebben vertrouwd. Even duidelijk als de omschrijving dat de vaderen voorbeelden van geloof zijn, spreken die teksten welke de vaderen aanwijzen als dragers en doorgevers van Gods beloften aangaande het verbond (Joz. 24 en Hand. 7).
3. Het ligt in de lijn der verwachting, dat het begrip 'vader' hoe langer hoe meer ook een niet-letterlijke betekenis krijgt. Zo wordt in het Oude Testament, maar ook in het Nieuwe, en daar heel duidelijk o.g.v. geestelijke verwantschap (b.v. Rom. 4) Abraham 'onze vader' genoemd, niet alleen door jodenchristenen, maar, ook in het verband van christenen die uit de heidenen afkomstig zijn. Juist het feit dat de vaderen voorbeelden van geloof zijn, onderstreept dit.
4. ‘Vader’ wordt dan ook als titel gebruikt voor het aanspreken van een profeet of koning en voor het aanspreken van een rabbi door een leerling in de Tofa. De Heere Jezus distantieert Zich van dit laatste gebruik in de Bergrede en ook in Matt. 23 : 9: 'Eén is uw Vader'. En dat betekent: 'Gij zult niemand uw vader noemen op de aarde'. Grosheide merkt in zijn commentaar op Mattheüs met een verwijzing naar de genoemde Pirke' Abbot op, dat 'vader' bij de Joden een erenaam voor leraren was, en dat Jezus bedoelt dat men naar die eretitel niet mocht staan. Mij dunkt dat het verband (vs. 7-10) dat van rabbi, vader en meester spreekt, inderdaad wijst in de richting van nog levende mensen die zo genoemd worden, en niet van de vaderen in het verleden.

Verder is uit het verband duidelijk dat het om twee bewegingen gaat: mensen laten zich rabbi, vader en meester noemen, en andere mensen géven hun die titel. De Heere Jezus heeft kennelijk niet bedoeld dat er geen rabbi's of vaders mochten zijn op aarde, maar dat dat toekennen van deze titels vermeden diende te worden, waardoor Christus als Meester en God als Vader in diskrediet zouden worden gebracht. M.a.w. de traditie van de 'vaderen' liep gevaar, in botsing te komen met de God, op Wie de vaderen hebben vertrouwd.
5. Ook in de christelijke gemeente leefde de vadertitel om daardoor een geestelijke relatie tot uitdrukking te brengen. Paulus noemt zich de vader van de door zijn apostelschap tot geloof gebrachte christenen (1 Cor. 4 : 14 e.v., Filémon 10, Gal. 4 : 19, Tit. 1 : 4) en oudere lidmaten in de gemeenten heten vader, vanwege hun aandeel in de verbreiding en overlevering van het geloof (1 Joh. 2 : 13 e.v., 2 Petr. 3 : 4).

C. A. Tukker, Noordhorn

*) K. Schubert, Die Religion des nachbiblischen Judentums, Freiburg/Wenen 1955, S. 5-6.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De betekenis van ‘de vaderen’ in de Bijbel en voor ons

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's