De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Oecumene op laag pitje

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Oecumene op laag pitje

10 minuten leestijd

Onder de titel, die boven dit artikel staat, werd verslag gegeven door het Hervormd Persbureau over een bezinningsdag, die op 12 september in Driebergen gehouden werd vanwege de Raad van Kerken, naar aanleiding van de door de Raad gehouden Tweede Kerkenconferentie, waaraan in de onderscheiden gemeenten ongeveer veertigduizend mensen hebben deelgenomen. 'Er is wel heel wat oecumenisme maar weinig oecumene', zegt het verslag. De mensen zijn veel oecumenischer dan 25 jaar geleden, maar er gebeurt nauwelijks iets.
Wanneer in het kader van de Raad van Kerken over oecumene wordt gesproken dan hebben we te denken aan de in de raad samenwerkende kerken, t.w. De Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken, de Oud Katholieke Kerk, de Rooms Katholieke Kerk, de Evangelisch Lutherse Kerk, de Remonstrantse Broederschap, de Doopsgezinde Broederschap, de Evangelische Broedergemeente en het Genootschap der Vrienden, waarbij als gastleden nog genoemd moeten worden het Leger des Heils en de Nederlandse Protestanten Bond.
Van déze oecumene moet kennelijk worden gezegd, dat ze op een laag pitje staat. Prof. dr. H. Berkhof heeft erover opgemerkt – zo meldt het verslag – dat het de kerkenconferentie onvoldoende gelukt is de scheidsmuren tussen de kerken aan te tasten en de verharding van standpunten in de oecumene te doorbreken.

Samen op Weg
Intussen is er één samengaan dat gestaag voortgaat. 'Samen op Weg', het samengaan van de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken, krijgt steeds frequenter de aandacht van gezamenlijke hervormde en gereformeerde synodes. Ongeveer 400 gemeenten werken op één of andere wijze samen, waarbij in 100 gevallen van 'nauwe' samenwerking gesproken kan worden. Zo vindt deze week opnieuw een gezamenlijke synodevergadering plaats. Daarover zullen we de volgende week verslag geven. Nu wil ik onder ogen zien de vraag hoe het dan feitelijk met Samen op Weg staat in het licht van die opmerking over de oecumene, die op een laag pitje staat.


Op de persconferentie, die vanwege de moderamina van beide synodes kortgeleden gehouden werd, kwam enerzijds naar voren, dat er een voorhoede is van actief-betrokkenen, die de samenwerking tussen de beide kerken zeer stimuleren, terwijl anderzijds ook tot uitdrukking kwam dat samengaan en samenwerken ook vaak een kwestie is van verlegenheid. Daar waar de gemeenten van beide kerken elk voor zich onvoldoende meer functioneren als het gaat om de kerkelijke meelevendheid – genoemd werden b.v. de grote steden – vindt men elkaar in een gezamenlijke aanpak. Anderzijds zijn er de nieuwbouw situaties, waar men gemakkelijker tot samenwerking komt. De mensen daar hebben minder traditionele bindingen en zoeken elkaar gemakkelijker dan in gevestigde gemeenten.
Verder wordt in de rapportering van Samen op Weg opgemerkt, dat in plaatsen waar de meerderheid van een hervormde gemeente tot de Gereformeerde Bond behoort, er vrijwel geen vormen van samenwerking tussen hervormden en gereformeerden bestaat.

Roeping?
'Naar welke vorm van kerk zijn gaan we op weg', zo vraagt ds. B. J. Aalbers, secretaris van de Raad van Deputaten Samen op Weg. Hij merkt op, dat de eigenlijke antwoorden daarop nog moeten komen. 'Er breekt een fase aan, waarin men gaat ontdekken dat het een vervolg geven aan een enthousiast begin, moeilijker is dan men dacht.' En op de genoemde persconferentie merkte de Amsterdamse gereformeerde ds. Wouters op, dat de moeilijkste periode voor Samen op Weg nog komen moet. Ik denk dat dat reëel is. Want in de voorhoede mag men elkaar gevonden hebben, de vraag is hoe het zal gaan. in de vele gevestigde gemeenten, waar de samenwerking tussen hervormden en gereformeerden helemaal niet of vrijwel niet op gang kan komen.
We staan hier voor de vraag of het samengaan binnen de kerken als een wezenlijke roeping wordt ervaren.


We staan hier enerzijds voor de schuld van de kerkelijke verdeeldheid en het bijbelse gegeven van de eenheid van het Lichaam Van Christus. Bij de bekende tekst uit Johannes 17 'opdat zij allen één zijn' tekent Calvijn aan: 'want dit is de ondergang van het menselijk geslacht, dat het van God vervreemd en ook onderling verdeeld en verstrooid is.' Hij vervolgt dan met te zeggen: 'daartegenover bestaat dus de herstelling hierin, als het tot één lichaam in de rechte zin samengroeit, gelijk Paulus (Ef. 4 : 3-16) hierin de volmaking der kerk stelt, als de gelovigen onder elkaar door één Geest samenhangen en zegt dat hiertoe apostelen, profeten, evangelisten en herders gegeven zijn, opdat zij het Lichaam van Christus zouden opbouwen en herstellen totdat het komt tot de enigheid des geloofs.'
De roeping tot eenheid ligt er vanuit Johannes 17 overduidelijk. Maar – en dat is de andere kant – Calvijn spreekt wèl over het samengroeien 'in de rechte zin' en herstel tot 'de enigheid des geloofs'. De vraag is of het zó als een roeping leeft in de gemeente. Het valt op, dat nogal eens in de stukken van Samen op Weg over fusie van de kerken wordt gesproken. Dat doet wat bedrijfsmatig aan. De vraag is echter of de eenwording lééft in de gemeenten. En dan mag de vraag gesteld worden wat de oorzaak ervan is, dat er zóveel gemeenten zijn waar nauwelijks van samenwerking sprake is, waar de roeping kennelijk helemaal niet leeft. Dat werpt ons ook op de vraag hoe in deze plaats van de Gereformeerde Bond zal zijn in het samengaan van beide kerken. Want dat is de harde kern – aldus de stukken – waarop het samengaan van beide kerken in de toekomst ook vast zal zitten.

Bezinning
We kunnen inderdaad niet anders dan constateren dat, als het over de hervormd gereformeerde gemeenten gaat, de oecumene in engere zin, d.w.z. naar de kant van de gereformeerden, óók op een laag pitje staat, zoals het op de kerkenconferentie voor de oecumene in brédere zin werd geconstateerd. Is er dan in het geheel geen confessionele verbondenheid (meer) tussen de hervormd-gereformeerden en de gereformeerden? Dat zou ik niet graag durven beweren. Als we denken aan een leidinggevend orgaan als het Centraal Weekblad, dat in de Gereformeerde Kerken in grote oplaag verschijnt, dan moet gezegd, dat we daarin nogal eens leidinggevende artikelen aantreffen, die ook in hervormd-gereformeerde kring met instemming begroet zullen worden. Heel fijntjes werd op de al eerder genoemde persconferentie gevraagd welk orgaan nu in die gemeenten, waar hervormden en gereformeerden zo nauw samenwerken, vooral gelezen werd: het Centraal Weekblad of Hervormd Nederland. Tussen deze organen is namelijk nauwelijks enige verwantschap te constateren. En wij voor ons hebben er geen moeite mee uit te spreken dichter bij de inhoud van het Centraal Weekblad in doorsnee te staan dan, bij het blad dat Hervormd in de naam draagt en intussen zodanig 'oecumenisch opinieweekblad' wil zijn, dat er van enige verwantschap met de gereformeerde confessie geen sprake meer is.
In de kerkelijke bezinning in Samen op Weg zijn er daarom bepaald óók herkenningspunten tussen hervormd-gereformeerden en gereformeerden, al weten we dat de moderne theologie daar z'n duizenden verslagenen heeft en de Gereformeerde Kerken grosso modo de binding aan de belijdenis goeddeels hebben losgelaten; daarover ook niet meer tot eenheid en overeenstemming kunnen komen. De vraag van ds. Aalbers naar welke kerk het toegaat is daarom wel een zeer dringende. Gaan we toe naar een zogeheten evangelische kerk, waarin de band aan de confessie nog méér verslapt is of zal uit de bezinning, die aan de gang is, er toch iets nieuws kunnen voortkomen, in de traditie van de reformatie waarin we willen staan. We hebben wat dit laatste betreft onze grote zorg, al mogen we niet uitsluiten, dat, door alles heen, de Heilige Geest kan heenbreken in een waarachtige vernieuwing van het kerkelijk leven. We zullen in de doordenking van de vragen die op ons afkomen ook als Hervormd Gereformeerden niet aan de kant mogen en kunnen staan. Daarbij hebben we te beseffen dat ook dáár, waar de binding aan de belijdenis met de mond geprezen wordt metterdaad een niet functioneren van wat in de belijdenis voorhanden is reëel kan zijn. Dat dringt ook altijd tot ootmoed als kritisch positie genomen wordt naar dat deel van de kerken, dat inhoudelijk met de confessie moeite heeft gekregen, zoniet deze vaarwel heeft gezegd.

De gemeente
Intussen staan we voor het duidelijke gegeven, dat op het plaatselijke vlak tussen hervormd-gereformeerden en gereformeerden er nauwelijks samenwerking is. En dan staan we toch kennelijk voor de (wederzijdse) herkenbaarheid als het om de prediking gaat. Het is een duidelijk gegeven, dat de samenwerking tussen hervormden en gereformeerden in hervormd-gereformeerde gemeenten meer plaats vindt met die hervormden, die tot de buitengewone wijkgemeenten behoren dan met de oorspronkelijke plaatselijke gemeente. Is dat alléén een kwestie van liturgische inkleding in de kerkdiensten, of speelt hier de prediking een doorslaggevende rol? Me dunkt het laatste. We zullen overigens niet mogen ontveinzen, dat door de jaren heen, ook in de tijd dat de Gereformeerde Kerken nog de binding aan de belijdenis kenden en terzake zelfs tucht oefenden, er toch ook grote verschillen waren in de prediking bij de Gereformeerden en de Hervormd Gereformeerden, verschillen, die terug te leiden waren tot bijvoorbeeld het punt van de veronderstelde wedergeboorte, de bevinding in de prediking en verder een zeker cultuuroptimisme, dat altijd de kerkelijke gereformeerden heeft gekenmerkt. Maar de afstand in de prediking is de laatste jaren alleen nog maar groter geworden, doordat de theologie zoals die de laatste tientallen jaren vanuit de Vrije Universiteit de gemeente is ingedragen uiteraard grote consequenties heeft gehad voor de prediking. En daarom zal Samen op Weg met dit moeilijke gegeven te maken krijgen dat, waar het samengaan landelijk, op synodaal niveau méér en méér gestalte krijgt, er een harde kern blijft van gemeenten waar het plaatselijk niet kan, zoals het nu tussen hervormden onderling al niet kan. Dat is de trieste werkelijkheid van het gemeentelijk leven. We liggen vaak ver uiteen, ten spijt het bijbelse gegeven 'opdat zij allen één zijn'. En bij al te menselijke constructies in het kader van Samen op Weg zou wel eens kunnen blijken, dat gemeenteleden dan in de toekomst hun eigen weg zullen gaan.

Van twee zijden
Wat hier intussen voor ons als hervormd-gereformeerden, in het geheel van het samengaan met anderen nog een complicerende factor is, is dat in toenemende mate evangelische groepen, die het woord evangelisch gans anders laden dan bedoeld is in de toevoeging evangelisch voor een toekomstige verenigde kerk, zich op onze weg plaatsen. De pas opgerichte Evangelische Alliantie is er een bewijs van. Andere samenwerkingsverbanden zouden te noemen zijn. Men denke aan de Evangelische Omroep en de Evangelische Hogeschool. We stippen dat hier slechts aan. Maar ook dan gaat het om de kwestie van de confessie, die in allerlei kringen, die evangelisch heten en die toch voluit Schriftgetrouw willen zijn, niet relevant wordt geacht of soms ook wordt bestreden.


We komen met onze nadruk op de belijdenis als spreekregel van de kerk op een weg, waarop we van twee zijden gedrongen worden! Enerzijds Samen op Weg, anderzijds de evangelische kringen. Of dit niet twee kanten zijn, die op een bepaald moment onverzoenlijk zijn, zal de toekomst leren. Bij alles mogen we intussen weten, dat het de Heilige Geest is die de kerk, liever die de gemeente, waar toch het hart van de kerk ligt, voortleidt. Al moet wel immer door de gemeente om de leiding van de Geest gebeden worden, want het gaat wel, om nog eens met Calvijn te spreken, om het samengroeien 'in de rechte zin' en om 'de enigheid van het ware geloof'.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Oecumene op laag pitje

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's