De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Belijdenis der Hugenoten (11)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Belijdenis der Hugenoten (11)

De Confessie Gallicana

8 minuten leestijd

In nummer 39 van de Waarheidsvriend hebben wii van de artikelenserie 'Confessio Gallicana' nr. 12 geplaatst. Dit had moeten zijn nummer 11. Onze verontschuldigingen voor de gemaakte vergissing. Alsnog nu dan nummer 11 van de genoemde artikelenserie.Drukkerij Embede

Art. 23 Wij geloven dat alle voorbeelden der Wet hun einde gevonden hebben in de komst van Jezus Christus. Maar al zijn de ceremoniën niet meer in gebruik, hun substantie en waarheid zijn niettemin gebleven, te weten in de Persoon van Hem in wie zij geheel vervuld zijn. En verder moeten wij ons de Wet en de Profeten ten nutte maken, zowel door ons leven ernaar te regelen als om ons te bevestigen in de beloften van het Evangelie.

De figuren
De eredienst van Oud-Israël was rijk aan ceremoniën. Een boek als Leviticus, maar ook andere boeken van Mozes, bieden tientallen aanwijzingen daarvoor.
Dit alles is nu opgehouden, zegt de Gallicana. Met Christus' komst hebben deze 'voorbeelden' (figuren) hun einde –, eigenlijk staat er: hun doel bereikt.
Ook deze belijdenis was in de 16e eeuw zeer actueel, en is het in feite nog. Ten aanzien van Rome, dat een nieuwe ceremoniëndienst had ingesteld, een omvangrijke liturgie. Met priesters en offers incluis. Op zijn oudtestamentisch. De Reformatie brak daarmee. De komst van Christus in het vlees had voor de reformatoren zulk een gewicht dat zij onmogelijk nog konden doen alsof alles nog gebeuren moest. Het is gebeurd!
Nog altijd is het van belang dat men in de reformatorische kerken blijft staan op een sobere liturgie. Dat behoeft geen slordigheid te betekenen, maar betekent vvel dat wij niet met elk nieuw liturgisch snufje kunnen meegaan. Kort na de laatste wereldoorlog was er de Liturgische Beweging; er zijn nog resten van over. Zij betekende een gevaar voor het gereformeerde belijden.
Maar dit geloofsartikel is ook actueel ten aanzien van hen die ons weer willen terugbrengen in het joodse diensthuis. Wij zijn geen joden maar christenen. Christenen behoeven joden niet te imiteren. Wij mogen op eigen benen staan. Waar men niet meer tenvolle, in geloofszekerheid, op Christus staat, gaat men andere steunsels zoeken, en grijpt men – want dat kan in een bepaalde tijd modern zijn – onder andere naar joodse instellingen.
Heeft dan het Oude Testament afgedaan? Jodendom en Oude Testament zijn niet identiek. In Christus is niets verloren gegaan. De ceremoniën onder oud-Israël hadden een 'substantie', een 'waarheid', en die is niet alleen onder het nieuwe verbond behouden maar zelfs verviild. De christen leest het Oude Testament vanuit Christus. En dat is legitiem. En daarom kan hij ook de Psalmen zingen en zingt hij liever de oude berijming dan de nieuwe, want in de 'nieuwe berijming' ging dat 'vanuit Christus' voor een groot deel verloren. Men ziet hoe actueel dit geloofsartikel kan zijn.

Een wet om naar te leven
Wet en Profeten bieden ons ook een leefregel. Ook daarom hebben beide niet afgedaan. Een gereformeerd christen houdt ook van het Oude Testament. Men verwijt hem soms dat hij te oudtestamentisch is, maar dan ziet men over het hoofd dat hij, zoals wij al constateerden, het Oude Testament leest vanuit Christus; en toch ook dat Oude Testament laat staan, ja, in Christus, volkomen ernstig neemt.
En dan is er nog een mat van Wet en Profeten. Zij sterken ons in de beloften van het Evangelie. Vanuit Christus zien wij hoe waarachtig de beloften Gods zijn, als wij ze lezen tegen de achtergrond van het licht der ceremoniën en profetieën van het goude Testament. Zo lezen wij het Oude Testament vanuit het Nieuwe en tegelijk het Nieuwe vanuit het Oude. Als één Woord Gods. Dat is het eigene van het christelijk geloof. De jood doet dit niet. Daarom is een christen anders dan een jood.

Art. 24 Wij geloven, aangezien Jezus Christus ons tot een enige Voorspreker gegeven is en Hijzelf ons beveelt alleen in zijn naam tot de Vader te gaan, en het ons zelfs niet eens geoorloofd is te bidden op een andere wijze dan God ons in zijn Woord heeft geoenbaard –, dat alles wat de mensen hebben uitgedacht omtrent een tussenbeide treden van de heiligen die gestorven zijn, niet anders is dan een misbruik en een bedriegerij van satan, om de mensen af te brengen van de rechte wijze van bidden. Wij verwerpen ook alle andere middelen die de mensen te baat nemen om zich tegenover God te rechtvaardigen, waarme zij het offer van Christus' lijden en sterven ontluisteren. Tenslotte, wij houden het vagevuur voor een menselijke inbeelding, gevormd in dezelfde werkplaats als de monniksgeloften, het huwelijksverbod, de waarneming der feestdagen, de oorbiecht, de aflaat en alle andere dergelijke dingen, waardoor men meent de genade en het heil te verdienen. Deze dingen verwerpen wij niet alleen vanwege de valse mening van hun verdienstelijkheid, die daarmee verbonden is, maar ook omdat het menselijke vondsten zijn die een juk op het geweten leggen.

Het rechte gebed
Dit geloofsartikel spreekt eigenlijk genoeg voor zichzelf. Het keert zich tegen allerlei roomse misbruiken. Om te beginnen de aanroeping der heiligen, waardoor van de heiligen naast Christus onze voorsprekers worden gemaakt. Er is echter maar 'een' Voorspreker. Zijn eer en majesteit mogen niet worden verduisterd. Het rechte gebed steunt alleen op Hem.
Ook in ons bidden zijn wij aan het Woord gebonden. Geen andere wijze van bidden kan God behagen dan die Hij in zijn Woord geopenbaard en bevolen heeft.

Verdienstelijkheid
Achter al de roomse praktijken die hier gewraakt worden schuilt de idee van de verdienstelijkheid der werken. Zij is de zenuw van de roomse religie.
De reformatoren hebben de monniksgeloften etc., niet alleen maar verworpen vanwege de zelfrechtvaardiging die er in gezocht wordt. Zij sneden niet slechts wat takken weg, maar roeiden de boom zelf uit.

Menselijke vondsten
Het ging de reformatoren ook om de christelijke vrijheid. De gewetens lagen onder het juk der werken. Maar Christus maakt vrij. Aan deze christelijke vrijheid is veel gelegen. Ook heden nog.
De gevallen mens heeft een sterke neiging tot het wettische. 's Mensen natuurlijke religie is altijd wettisch van aard. Elke religie buiten de ons in het Woord Gods geopenbaarde loopt over van menselijke vondsten.

Art. 25 Daar wij allen door het Evangelie ons in Jezus Christus verheugen kunnen, geloven wij dat de orde der kerk, die op zijn gezag is ingesteld, heilig en onschendbaar moet zijn. Er kan derhalve van het bestaan van een kerk geen sprake zijn als er geen herders zijn die het leerambt uitoefenen, die men eer moet bewijzen en die men eerbiedig moet aanhoren, nl. wanneer zij langs ordelijke weg geroepen zijn en hun ambt getrouw vervullen. Niet dat God aan hen als ondergeschikte middelen gebonden zou zijn, maar omdat het Hem behaagt ons door deze teugels te regeren. Daarom verwerpen wij alle geestdrijvers die, als het aan hen lag, het predikambt en de bediening van Woord en sacrament teniet zouden doen.

De orde der kerk
De gereformeerden waren gesteld op een ordelijk kerkelijk leven. Zij lieten ook in de kerk, evenmin als in het geestelijke leven, geen menselijke willekeur toe. Dit artikel noemt de orde der kerk zelfs heilig en onschendbaar. Men mag er niet aankomen. Zij is niet van óns maar van Gód. God zelf heeft bepaald dat er ambten zullen zijn en dat Woord en Sacrament zullen worden bediend. Daar mag men niets aan veranderen.
Dat heeft niets te maken met conservatisme, het heeft alles te maken met de geloofsgehoorzaamheid die wij God en zijn Woord schuldig zijn. Men zou dat ook in onze dagen moeten bedenken, nu van 'links' en van 'rechts' er vaak de hand mee wordt gelicht.

Geen geestdrijvers
De dweperij heeft altijd de kerk als listige vijand beloerd. Zij doet zich zo mooi voor. Een mooiere en verleidelijker vermomming dan die van de 'Geest' is niet denkbaar. Wie zou niet voor de Geest opzij willen gaan? De Geest, de Geest! roept men. Ook in allerlei kringen heden. En dan worden onwillekeurig degenen die aan het Woord en aan de Confessie trouw blijven de dode letterknechten, confessionalisten, enz.
Thomas Münzer schold Luther uit voor enkel 'vlees', en inderdaad ook voor een letterknecht. Luther heeft zich er toch niet door van zijn stuk laten brengen. Waar het Woord is, daar is de Geest! Niet geruchtmakend, meermalen staat er in de oude gereformeerde belijdenissen dat Hij in het 'verborgen' werkt. Maar daar wérkt Hij dan ook. Hij, en dus niet wij. Met ons enthousiasme. Menselijk enthousiasme kan oplopen tot windkracht 16 maar vallen er dan werkelijk huizen van eigengerechtigheid om? Waar in werkelijkheid de Geest werkt, vallen – in het verborgen – mensen geheel ondersteboven, zo zelfs dat zij geen grond onder de voeten meer overhouden, want álles gaat eraan; en daar zet de Geest ze, geheel nieuw, op Christus, de Rots der eeuwen. En dat alles door het Woord. En door het sacrament. De doop en het avondmaal. Die oude kinderdoop, zo gesmaad, wordt een teken en zegel van Gods onwrikbare belofte, mij al gegeven voordat er door mij een 'keuze' kon worden gedaan, of ik in een groot koor met daverende stem, en de nodige muziek, kon kenbaar maken dat ik de grote beslissing genomen heb.

En dan het avondmaal. Die stille maaltijd. Waaraan mijn ziel gevoed wordt met het brood des levens. Ja toch, er moet een kerk zijn, en er moeten de ambten zijn en er moet ook een orde der kerk zijn.

K. Exalto

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Belijdenis der Hugenoten (11)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's