Zal het eeuwfeest van de Doleantie nog worden gevierd?
De bijeenkomst van de hervormde en gereformeerde synodes – waarvan we geen verslag, maar een impressie geven – betekende een duidelijke versnelling voor Samen op Weg, het streven naar éénwording van beide kerken. Er was zelfs een moment, dat alle remmen los leken te gaan toen diaken Jansen (Heemstede) een uitspraak wilde, dat er geen enkele reden is om samengaan van beide kerken te verhinderen, gezien het feit dat uit de stukken van 'de deskundigen' nergens ook maar enig verschil in kerkopvatting (ecclesiologie) of in het belijden aan de dag getreden was. Dat ging ds. B. J. Aalbers, secretaris van de Raad van Deputaten Samen op Weg, nu net iets te ver. Die vreugde moest hen nu maar bespaard worden, men had toch al 'lol' genoeg om Samen op Weg. Kennelijk voelde hij, dat het zo gladjes toch nog niet lag. Maar toen het op stemmen aankwam gingen toch dertig leden van de gezamenlijke synode met het voorstel Jansen mee, hoewel dit aantal niet voldoende was om een meerderheid te behalen. Desalniettemin was de stemming op deze gemeenschappelijke synode van dien aard en werden de voorstellen om met hernieuwde kracht Samen op Weg te bevorderen in de komende jaren – tot 1982, als opnieuw een gezamenlijke zitting gehouden zal worden – met dusdanig grote eenstemmigheid aangenomen, dat de vraag gewettigd is of in 1986 het eeuwfeest van de Doleantie nog zal worden gevierd. Zullen dan misschien de beide kerken inderdaad zijn samengevoegd tot één nieuwe 'evangelische' kerk?
Witte plekken
Intussen kreeg wel veel aandacht, in de stukken en in de bespreking, dat er nog grote 'witte plekken' zijn, waar samenwerking en samengaan van beide kerken niet kan.
Daarbij viel herhaaldelijk de naam van de Gereformeerde Bond. Er kwam terzake een voorstel om een pastorale brief te zenden aan die gemeenten, waar nog geen samenwerking is, met een opwekking het gesprek tussen hervormden en gereformeerden ep gang te brengen. Eén keer viel daarbij de naam van de Gereformeerde Bond, waarop een synodelid aanvulde: dan ook de vrijzinnige gemeenten. Terecht kwam hiertegen verzet. Het gaat immers niet aan om de kerk zo officieel op te splitsen in diverse soorten gemeenten, hoe dan ook de realiteit van de gescheidenheid der richtingen zijn mag. Het werd dan ook uiteindelijk een brief, die uitgaan zal naar álle gemeenten; een brief ter bemoediging en opwekking voor samenspreken en samengaan.
Veel aandacht heeft intussen getrokken wat ter synode is gezegd door vertegenwoordigers, die tot de Gereformeerde Bond behoren. Dat de dagbladen uit afzonderlijke stemmen die klonken of uit de kroniek, die het Gereformeerd Weekblad (Huizen) over Samen op Weg gaf, tot conclusies kwamen als 'De Gereformeerde Bond doet mee' of 'Gereformeerde Bond zegt' “ja” tegen Samen op Weg' is uiteraard nogal voorbarig en een versimpeling van de feitelijke situatie. Maar feit is dat op de synode in verscheidenheid gesproken is. Aan het slot van de synodezitting heeft dr. L. G. Zwanenburg uit Huizen, na gezegd te hebben te behoren tot de Gereformeerde Bond en komend uit een gemeente waar zo goed als geen samenwerking tussen hervormden en gereformeerden is, opgemerkt, dat hij ooit geprest is om in de commissie van rapport over Samen op Weg te stappen, maar dat hij, al bezig zijnde, onder de indruk was gekomen van 'de stem des Heeren' in dit alles. Dat had overwicht op zijn 'gemoed en hart' gekregen. Er is vanuit de Schrift gesproken. De Belijdenis is op tafel gekomen. De prediking, met name aangaande de rechtvaardiging van de goddeloze, is aangeroerd. Dat alles maakt ootmoedig. Anderen hebben ons – dat is de Gereformeerde Bond, (v. d. G.) – iets te zeggen. En wij zijn niet voor niets Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk. Daar zit een erfenis in, die grote waarde heeft voor het geheel, zoals we hier samen zijn, aldus dr. Zwanenburg. Samen op Weg geeft spanning, zelfs overspanning, maar het is opdracht, zo besloot hij. Zijn betoog oogstte vervolgens een krachtig applaus.
Met name de gereformeerde ds. Wouters, lid van de Raad van Deputaten Samen op Weg, toonde zich verheugd over dit geluid uit de kring van de Gereformeerde Bond, waarbij hij intussen de vrijzinnigen in één adem noemde. 'In het hart van het evangelie moeten we elkaar herkennen', zei hij.
Van twee andere sprekers uit de kring van de Gereformeerde Bond hebben we de volledige tekst. Die laten we hier terwille van een volledige juiste voorlichting letterlijk volgen.
J. Haeck
Allereerst de toespraak van ouderling J. Haeck uit Hoevelaken:
'Het Samen op Weg gaan van onze kerken zal zich vooral moeten kenmerken door het: Laat ons samen wederkeren tot de Heere.
Door de problematiek van onze tijd, onze na-christelijke tijd, kan de verleiding ons te sterk worden te streven naar een vereniging uit armoede, uit uitzichdoosheid, een vereniging om uit een geestelijke impasse te komen waar we met elkaar in terecht zijn gekomen.
Dat moge ons vooral ootmoedig doen zijn ten aanzien van een schuld uit het verleden, waaraan geen van ons, kerkelijk en individueel, zich kan onttrekken. Het is goed dat die toon ook in de stukken hier en daar doorklinkt. Een toon waarin tot uiting komt, dat hij ons, links en rechts, georganiseerd in modaliteiten of ongeorganiseerd, de beschaamdheid van aangezicht is. Want ten aanzien van de geweldige vragen van de jeugd, van de arbeidersbeweging, van de intellectuelen, van de grote stad, van de kernbewapening, van de verloedering van de cultuurpatronen in onze Westerse wereld staat geen van ons onschuldig, noch de vrijzinnigheid, noch de Ger. Bond, noch iets dat daar tussen zit.
En mogelijk heeft het gevaar van de ontworsteling, dat we aan den lijve ondervinden, allerlei shibbolets en sibbolets mede in de hand gewerkt.
Shibbolets die in de verschillende sectoren van de kerk anders liggen, b.v. de progressiviteit en de maatschappelijke geëngeerdheid, een vorm van materialistische bijbelbenadering e.d. Maar ook shibbolets van liturgie en vormgeving van de eredienst enz.
En zou het kunnen zijn dat allerlei shibbolets te verklaren zijn uit de angst om vast te houden, wat ons eigenlijk al ontglipt is – of dat het loslaten van traditionele verworvenheden zelf een shibbolet zijn geworden. Zo hebben we over en weer veelal de neiging gehad, en hebben we die nog, om elkaar de zwarte piet toe te spelen, waarbij de ander zingevingen, en bedoelingen in de mond gelegd werden, waarin we ons over en weer niet herkenden en herkennen.
Verleden jaar is op onze synode gepleit – voor een beeldenstorm, om de voorstellingen die we van elkaar hebben af te breken en zo door te stoten naar een wezenlijke ontmoeting van elkaar waarin we ons voor God en elkaar verootmoedigen. Dat pleidooi wil ik graag hier onderstrepen.
Gezien de aangrijpende situatie van onze wereld, van ons volk en van onze kerken, is daartoe niet alleen alle reden toe, maar is het ook de hoogste tijd.
We moeten ten aanzien van elkaar, niet alleen de waarheid belijden, maar ook de waarheid doen, zelfs wanneer het ons veel kost en pijn doet. Daarmee staat of valt de kerk. En de wereld heeft het recht te beoordelen of wij christenen zijn, en of de Vader Zijn Zoon gezonden heeft, naar de waarneembaarheid van deze liefde, die christenen tot elkaar hebben. Me dunkt dat het er in de toekomst om zal gaan of de kerk weer een bijbelse gemeenschap zal zijn. We zijn aan elkaar en aan de wereld niet alleen het Woord schuldig, maar ook het nieuwe leven. Daartoe hebben we fijngevoeligheid van de Heilige Geest nodig omdat wat er aan nood is, ook nood die we onszelf aandoen te onderkennen, en vanuit een verborgen omgang met God in de vreze des Heren bijbels zakelijk te staan in deze wereld. Dan kunnen we niet volstaan naar een abstracte verwijzing naar de zonde, maar zijn we vanuit de liefde van Christus gedrongen Zijn genadige heerschappij te proclameren. En voor beide, zowel het onderkennen van de nood en de schuld, als voor de proclamatie, hebben we alle heiligen nodig. Daarvan geloven we de gemeenschap, en dat is nog wat anders dan die gemeenschap te ervaren of te gevoelen.
In de geseculariseerde situatie, waarin kenmerkend is dat God dood is, althans de Afwezige is, is de neiging groot om onze eenheid van leven en denken te zpeken in allerlei groepsmatige verbanden, ook misschien omdat we in ons kerkelijk leven met een geweldig gevoel van onmacht zitten. In die groepsmatige verbanden functioneert de eenheid. Dat is op zichzelf niet verkeerd maar het is geen antwoord op de vragen van deze tijd. Het gevolg is vaak een polarisatie in de leer, waarin de eenheid wordt beleefd, maar een secularisatie van het leven. Dan wel een secularisatie van de leer en een polarisatie van het leven.
Het ene kenmerkt zich door een dogmatische gedrevenheid en intolerantie en het ander door een ethische gedrevenheid en tolerantie.
Zou het kunnen zijn dat we met de vragen waar we samen voor staan, met de vraag ook van het samen op weg zijn/gaan, niet zo goed uit de voeten kunnen, terughoudend zijn, omdat we met de kerk niet zo goed weg weten, en haar individualistisch beleven, als een optelsom van individuen, of consumptief, als plaats waar we geestelijk gevoed worden en te weinig als Lichaam van Christus, als vermalen graankorrels en saamgeperste druiven. En in het vermalen worden en het saamgeperst worden ligt pijn. Dat we de Kerk niet meer zien als een plaats waar de structuren principieel getransformeerd worden. Is dat ook niet een van de redenen dat zovelen de kerk verlaten?
Waar we ook in de kerk zitten, we geven anderen zovaak de indruk dat ons hele programma van organisatie te herleiden valt tot op ons eigen initiatief. Hiermee wil ik natuurlijk niet de geweldige vragen die er liggen tussen onze kerken, en in elke kerk individueel, bagatelliseren. We zitten met een geweldig modaliteits-probleem, beiden, al of niet gestructureerd, en leden we er maar meer aan. Maar het is dunkt me wel nodig om samen te erkennen dat we niet alleen in een ecclesiologische impasse of confessionele zitten maar in een geestelijke. Ik denk aan het woord van de profeet in dit verband. De vaders hebben onrijpe druiven gegeten en de tanden der kinderen zijn stomp geworden.
En niet allen nu, maar ook in het verleden was er een kritische relatie en distantie tussen de Gereformeerde Bond en de Gereformeerde Kerken. Het is niet juist om te zeggen dat die afstand pas de laatste jaren onstaan is, al is die afstand door allerlei ontwikkelingen wel vergroot.
Zowel in de Hervormde Kerk als in de Ger. Kerken heeft zich een proces van afglijding en vervreemding voorgedaan van het Gereformeerde leven en van de Gereformeerde belijdenis. De verleiding bestaat om in dit verband uitvoerig te citeren uit het boekje van prof. Berkhof: 'De crisis der M.O.', maar het gevaar bestaat daarbij uit dit tuighuis allerlei citaten uit het verband te rukken waar hijzelf voor waarschuwt.
Daarom is wel begrijpelijk dat Samen op Weg bij velen uit de rechterflank negatief te boek staat! En het zou van geestelijke fijngevoeligheid getuigen hiervoor begrip op te brengen en de vragen en de bezwaren samen dan te nemen en te doordenken. Isolementsposities zouden doorbroken kunnen worden. Maar ondanks die afwijkingen, waaraan we samen schuldig staan, mogen we tegen Samen op Weg geen neen zeggen. Dat doen we ook niet tegen en in de eigen Herv. Kerk.
Het zou een testcase kunnen zijn voor onze werkelijke verbondenheid en liefde t.a.v. de Herv. Kerk als we neen zeggen tegen de Ger. Kerk. Me dunkt dat we hier een roeping mogen ontdekken om naar het gesprek met elkaar te verlangen, meer en anders dan tot nu toe.
Daarbij zal de Schrift gezaghebbend centraal zijn, en vandaar uit ook de Belijdenis der Kerk. Die mag niet gedevalueerd worden tot een tijdgebonden: historisch document, als model waarbij allerlei hedendaagse theologieën evenzeer een legitieme plaats hebben.
Dat bedoelt geen confessionalisme, geen star en statisch-formele verabsolutering en hantering van de confessie, maar een – in gemeenschap met alle heiligen – actueel verwoorden in deze tijd.
Daarbij zullen we elkaar geen bindingen opleggen die uitgaan boven wat de Schrift gebiedt.
In de concentratie op de reformatorische geschriften geeft de confessie een grote speelruimte aan de concretisering van het reformatorisch geloof niet alleen op sociaal-ethisch vlak, maar ook in de kerk, in de eredienst in de pneumatologische gestalten van de heilservaring.
De zorg om de ferk zal dunkt me aan het eind van de 20e eeuw enerzijds zijn de zorg voor de geïnstitueerde kerk die de van God gegeven normen, bijbels-confessioneel in enigheid van het ware geloof, hoog houdt en daarvoor staat. Anderzijds de ruimte die er is, geestelijk vult naar de gelegenheid van de tijd, met spirituele vindingrijkheid, waarbij we historische verworvenheden en tradities niet mogen verheffen tot de hoogte van de ordinantiën Gods.
Ik hoop en bid van harte dat God het ons geeft elkaar zo te ontmoeten, nu en steeds vaker en intensiever in de toekomst, opdat we een wakende en een getuigende gemeente mogen zijn.
Mede gezien recente publikaties is er verwachting en perspectief om elkaar te gaan ontmoeten, daar waar het tot nu toe niet gebeurde. Wijlen ds. G. Boer zei in 1962: Vanuit deze verbondenheid en schuld in het verleden (en in het heden) heeft geen van onze kerkeraden een samenspreking te weigeren. Een ander schreef dezer dagen: Wil de doelstelling van de Ger. Bond functioneren dan kunnen we niet aan samen op weg voorbij, hoe moeilijk een gesprek ook zijn zal.
In dit verband stel ik u voor een pastorale brief te doen uit gaan aan die kerkeraden van die gemeenten waar Samen op Weg niet of nauwelijks leeft en daarin op hen een dringend beroep te doen om in de komende tijd tenminste regelmatig gesprekken te voeren met elkaar.
Over b.v. twee jaar zou dan hierover kunnen worden gerapporteerd. En mogelijk zou via deze gesprekken het modaliteitsgesprek in de eigen kerk een nieuwe injectie krijgen.'
Ds. D. J. Droogers
Vervolgens de tekst van de toespraak van ds. P. J. Droogers uit Bodegraven:
'Indien de blinde de blinde leidt, dan zullen zij beiden in de gracht vallen'.
Dit is een uitspraak van een gemeentelid. Ik heb hem er op gewezen dat je toch zo niet mag spreken over de beide kerken. In de Heid. Catechismus wordt verwoord – op grond van de Heilige Schrift – dat de Zone Gods uit het ganse menselijke geslacht Zich een gemeente vergadert, beschermt en onderhoudt.
Wel zijn onze kerken ten prooi aan bijziendheid en een grote verwarring. Een enkel voorbeeld: bij een van de besprekingen op onze synode bleek dat er geen overeenstemming is over de Christologie. Een ander voorbeeld: over de verzoening bestaan in beide kerken grote onenigheid.
De vrees is toch niet overdreven, dat – waar 'samen op weg' zou uitlopen op een integratie van de beide kerken – er een schaalvergroting van de verwarring der geesten zou ontstaan, die niet tot eer van God is. (Naar de mens gesproken).
We mogen echter bidden dat de Heere – bij wijze van een wonder – in dit proces ons schenkt de duidelijkheid en de klaarheid van Zijn Woord en de belijdenis der vaderen.
Ouderling Haeck heeft terecht opgemerkt, dat wij moeten erkennen en belijden dat er bij ons allen beschaamdheid der aangezichten moet zijn. Inderdaad, wij zijn niet beter dan onze vaderen. Zijn betoog moet ik onderstrepen wat het idealisme er van betreft. Ik denk echter dat hij de practische bezwaren onderschat. Sprekend over de 'witte plekken' op de kaart van het 'samen op weg' en met name de positie en de plaats van de G.B. hierin, wil ik toch trachten van binnenuit enkele aanvullende opmerkingen te maken over de oorzaken hiervan.
Begrijpt u me goed, niet uit hoogmoed en een verstarde houding, maar juist ook volgend de vraag van dr. De Knijff om eerlijke, opbouwende vragen.
Er is vanuit de G.B. een grote vrees over het verschil in spiritualiteit, het beleven van het geloof. Dat is ook zo in onze eigen kerk. Als het er inderdaad om gaat om te beleven dat men een zondaar is voor God en de genade van Hem in Christus, dan heeft men ook vaak in de eigen kerk de bedroevende ervaring dat men totaal niet begrepen wordt. Dat is ook zo met de andere kerk. Deze week sprak ik met een Hervormde collega die bezoek kreeg van een nieuwe Gereformeerde predikant. Toen hij over deze dingen sprak, zei de Gereformeerde collega: 'Ik begrijp niet waar je het over hebt'. Het omgekeerde (Ger./Herv.) kan natuurlijk ook gebeuren. Dan is daar de kwestie van de belijdenisgeschriften. Zeker, het zijn menselijke geschriften. Toch is m.i. daarin verwoord, in 'dankbare gemeenschap met de H. Schrift, wat men in de Schrift heeft gevonden. Hoe dankbaar moeten wij b.v. niet zijn voor de Heidelbergse Catechismus, die bevindelijk schriftuurlijk spreekt.
Begrijpt u mij goed, het gaat dan niet over het 'eigen gelijk', In het diepst van mijn ziel ervaar ik ook de belijdenisgeschriften als 'een pand' dat ons is toevertrouwd. Kan het dan anders – als je deze dingen zó ervaart – dat het relativerend spreken over deze belijdenis je pijn doet, je in het hart raakt?
In deze toon zal zeker de brief – die voorgesteld wordt uit te gaan – gesteld moeten zijn.
Nog een practisch punt van moelijkheden. Veel G.B. gemeenten zien in het land vooral ook deelgemeenten 'Samen op Weg' gaan. Dat schept wantrouwen en vervreemding.
Als de Heere het zo leidt, dat de integratie een feit zal worden, dan zal de roeping van de G.B. zijn daar te getuigen van wat ons is geschonken, uit vrije genade.
Zorg is er wel en grote zorg.
Ik bid dat de Heere ons (G.B.) moge behoeden voor een dood orthodoxisme, voor een eenzijdige houding van 'met een boekje in een hoekje'. De vermaning komt ook tot ons: 'Leert van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart'.
Maar wat de Heere ons geschonken heeft, kan en mag niet opgegeven worden. Dan gaat het niet om 'zelfbehoud' of 'partijpolitiek' maar om de ervaring in ons eigen leven 'hoe heerlijk de Heere de ellendigen helpt'.
We volstaan hier met de weergave van deze stukken, zoals die ter synode aan de orde kwamen. Ongetwijfeld zullen deze dingen onder ons als hervormd-gereformeerden om diepgaande bezinning vragen. Want – zoals gezegd – de trein gaat in versneld tempo en kennelijk onomkeerbaar verder. Ter afronding nu nog drie punten.
In de eerste plaats – en daarmee herhaal ik wat ik vorige week al schreef – zal, elk synodaal idealisme ten spijt, blijken dat er een, in aantal niet geringe, harde kern van gemeenten overblijft, waar Samen op Weg vanwege de prediking niet zal blijken te kunnen. Dan mag en zal een synodale brief best gesprekken op kerkeraadsniveau tot stand brengen maar verder komt het niet, zoals het nu tussen deelgemeenten en autochthone hervormd-gereformeerde gemeenten niet gaat. Dit te zeggen is geen fatalisme maar realisme. Het is niet gering welke verschuivingen de laatste tientallen jaren in de Gereformeerde Kerken in theologie en prediking hebben plaats gevonden.
In de tweede plaats dringt de vraag naar welke kerk het toegaat. In de stukken valt herhaaldelijk de uitdrukking 'plurale kerk'. Dit om aan te geven, dat er in de nieuwe kerk verscheidenheid van inzichten zal (mogen) zijn.
Zal die plurale kerk – zo vragen we – gekenmerkt zijn door die bijbelse verscheidenheid, die we ook onder de apostelen, maar dan op het ene fundament van apostelen en profeten, aantreffen? Zal hierbij de belijdenis voluit tot haar recht komen?
In de derde plaats wijs ik – ten besluite – op een uitspraak van dr. Van Drimmelen, die stelde, dat in de stukken in de aanduiding van de kerk vermeden is de protestantse benaming van 'openbaring van het lichaam van Christus' of ook 'algemeen christelijke kerk' maar dat voor de oud-christelijke benaming Sancta Catholica Ecclesia (heilige katholieke kerk) gekozen is. 'In de twintigste eeuw moeten we terug naar de oorspronkelijke aanduiding.' Hoewel wij tegen deze notie als zodanig moeilijk bezwaar kunnen hebben klonk op de achtergrond toch duidelijk door de gedachte van de bredere oecumene. Na Samen op Weg liggen andere, bredere perspectieven. Ligt het zo al niet in de Raad van Kerken, waarin ook Rome participeert?
We hebben intussen nodig het vurige gebed om de leiding van de Heilige Geest die in alle Waarheid leidt. Deze synode was gekenmerkt door enthousiasme en voortvarendheid. Wij sluiten niet uit dat de Geest door alles heen kan werken. Maar enthousiasme op zich behoeft daarvan nog geen kenmerk te zijn.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's