Landbouw en milieu
Bijgaand artikel van de heer B. Baijense uit Tholen is opnieuw een reactie op het artikel van dr. I. Boot over de biologisch-dynamische landbouwmethode, waarop ook de heer C. v. d. Louw uit Assen reageerde, in een artikel dat we twee weken geleden plaatsten. De suggestie aan het eind van dit artikel, t. w. om een kleine commissie te vormen, die zich eens over de vragen, die hier liggen, buigt, zou zeker opvolging verdienen. De drie scribenten, die tot heden hun geluid lieten horen, zouden wellicht de hoofden eens bij elkaar kunnen steken. De zaak waarom het gaat is van het grootste belang.De redactie
Als ik het goed begrijp is er in dit blad een discussie aan het ontstaan over bovengenoemd onderwerp. Het begint met een simpel pleidooi om geen gif meer te gebruiken in onze voeding, een predikant geeft vervolgens een goede uiteenzetting over alternatieve landbouwmethoden en, hoewel het er niet bijstond, ik neem aan dat ik vanuit de landbouw zelf ook mijn steentje mag bijdragen. Mijn beroep is wel geen agrariër maar ik ben bedrijfsvoorlichter bij het Ministerie van Landbouw en Visserij.
Algemeen
Ieder mens en ieder bedrijf doet mee aan de milieuvervuiling. Ook de landbouw doet er aan mee. Anderzijds wordt de landbouw ook zelf bedreigd door milieuvervuiling door anderen. Oppervlakte en grondwater worden sterk vervuild en vooral tuinders moeten vaak hoge investeringen doen om die te zuiveren. Ook schadelijke stoffen vanuit de lucht kunnen planten en dieren vervuilen en beschadigen. Zo vindt b.v. beschadiging plaats aan tuinbouwgewassen in het Westland door stoffen uit het Europoortgebied.
Vrij vaak hoort men tegenwoordig stellen, dat de boeren en tuinders er op uit zijn de argeloze consument te vergiftigen. Het zou helemaal niet nodig zijn bestrijdingsmiddelen en kunstmeststoffen te gebruiken en het is alleen maar eigenwijsheid van de agrariër dat hij dat wél doet.
Zo eenvoudig liggen de zaken echter niet. De boer heeft echt wel oog voor het milieu, maar in het algemeen is het (nog) niet mogelijk om van deze stoffen af te stappen en dan economisch een bedrijf te exploiteren. Het doel van zijn bedrijf is immers om voor hem en zijn gezin een inkomen te verwerven.
Enkele feiten
Jaarlijks gaan veel voedingsmiddelen verloren door plantenziekten. De Duitse deskundige Cramer heeft enkele jaren geleden eens uitgerekend wat de oogstverliezen zijn door plantenziekten. Deze waren kwantitatief voor een aantal gewassen als volgt:
rogge 18%
tarwe 33%
rijst 89%
fruit 32%
groenten 39%
wijnbouw 54%
aardappelen 48%
koffie 81%
In Azië, Afrika en Zuid-Amerika zijn deze percentages het hoogst en dit zijn juist de gebieden waar het meeste honger wordt geleden. In de Verenigde Staten en West-Europa zijn de percentages het laagst. Deze totale oogstverliezen worden geschat op 300 miljard gulden. Het ontbreken van bestrijdingsmiddelen kan misoogsten tot gevolg hebben; denk maar aan de sprinkhanenplagen in Afrika en Azië, die voor vele mensen honger betekenen.
In ons land was dat vroeger ook het geval. In 1847 verscheen er in Nederland een boekje, getiteld 'De groten nood des hongers in en bij den Bommellerwaard', van ds. C. Hooijer, predikant te Zaltbommel. Hierin staat dat door het mislukken van de aardappeloogst in 1845 en 1846 honderden mensen de dood vonden en dat in genoemd gebied 3000 mensen leefden van de bedeling. Het is ook bekend dat in die jaren door dezelfde aardappelziekte (Phytophthora infestans) in Ierland 1 miljoen mensen stierven en er 500.000 gingen emigreren.
Boer en wet
Boer en tuinder zijn bij het gebruik van bestrijdingsmiddelen gebonden aan talloze wetten en voorschriften. Om er enkele te noemen: De Bestrijdingsmiddelenwet 1962 en de Plantenziektenwet 1951. Bestrijdingsmiddelen mogen slechts gebruikt worden als ze zijn toegelaten voor een bepaald gewas. Over de toelating beslist de Commissie voor Fytofarmacie. Dit gebeurt na uitvoerig onderzoek, waarbij ook instanties als: keuringsdienst voor waren, inspectie voor de volksgezondheid, plantenziektenkundige dienst, arbeidsinspectie e. a. worden betrokken.
Ieder gebruik van een middel is gebonden aan een bepaalde concentratie. Voor ieder middel bestaat een veiligheidstermijn, dat is de minimum bepaalde termijn tussen toepassing en oogst. Verder is van alle gewassen bepaald, welke hoeveelheden spuitresidu er bij aflevering nog op het product mogen zitten. Deze residu-tolerantie wordt uitgedrukt in ppm (delen per miljoen). Deze is voor een aantal middelen 0 en voor minder giftige middelen b.v. 1 of 5.
Om een voorbeeld te noemen: voor sla is de residu-tolerantie voor een weinig giftig middel – zoals thiram – 3, d.w.z., dat op een vrachtautocombinatie met 2000 dozen sla hoogstens 30 gram van dit middel mag voorkomen; dat is een eetlepel vol.
Op de bedrijven, veilingen, in de winkels en aan de grens wordt regelmatig gecontroleerd. Het gebeurt uiterst zelden dat iemand 'gepakt' wordt.
Dr. Hartsuiker (van de plantenkundige dienst) schrijft in AO 546: 'Gelukkig kan men thans zeggen dat er nog geen geval bekend is waarbij met zekerheid kon worden geconstateerd, dat iemand vergiftigd is door resten van bestrijdingsmiddelen in het voedsel.'
Verder dient vermeld te worden dat een aantal middelen verboden is óf verboden is voor bepaalde gewassen (DDT, aldrin, systox, kwikmiddelen).
Wat gebeurt er?
Er gebeurt in de land- en tuinbouw veel om het gebruik van bestrijdingsmiddelen te beperken. Vooral de laatste 10 jaar is hier veel aan gedaan,
a. Van vrijwel alle gewassen tracht men rassen te winnen die resistent (onvatbaar) zijn voor bepaalde ziekten. Eén uit de talrijke voorbeelden is resistentie tegen aardappelmoeheid.
b. Biologische bestrijding komt meer naar voren. Hierbij bestrijden we de ziekte met zijn natuurlijke vijand. Een van de vele voorbeelden: de biologische bestrijding van de kasspintmijt met een roofmijt in kas-teelten.
c. Teeltmaatregelen en teeltmethoden die ziekten tegengaan. B.v. het zo gunstig mogelijk afstemmen van de groeifactoren op elkaar.
d. Bestrijdingsmethoden die geen gevaar opleveren, b.v. stomen van de grond en andere temperatuurmaatregelen.
Er zouden nog veel meer methoden te noemen zijn.
Nog enkele aspecten
Er zijn voorbeelden te noemen dat het ontbreken van bestrijdingsmiddelen juist voedselvergiftiging tot gevolg heeft. Denk aan de schimmel moederkoren. In het brood gebakken veroorzaakt dit ernstige zenuwstoringen. Verder is het bekend dat schimmelgiften bij aardnoten en mais kankerverwekkend zijn.
Enkele weken geleden las ik in een vakblad het volgende: 'het is weer eens vastgesteld dat biologisch-dynamische producten echt niet meer vitaminen, mineralen of aminozuren bevatten dan de producten die wij normaal telen.' Dit stelt dr. Riethus, hoofd van het instituut voor groententeelt aan de Universiteit in Berlijn.
Persoonlijk valt het me vaak op, dat de alternatieve bedrijven economisch gezien vaak geen volwaardige bedrijven zijn. Ze zijn in het bezit van iemand met belangrijke neveninkomsten of draaien met arbeidskrachten, die weinig of niets kosten.
Rentmeester zijn
Meerdere mensen hebben gezocht naar antwoorden uit de Bijbel op dit vraagstuk. Dr. M. Basilea Schlink o.a. heeft er een boekje over geschreven getiteld 'Milieubedreiging leven of dood'. Ook de bekende dr. F. A. Schaeffer heeft het bekeken in zijn boek 'Milieuvervuiling en de dood van de mens'.
Eerstgenoemde stelt: plantenziekten zijn een straf van God en we mogen daar niets tegen doen, we moeten ons dan bekeren en boete doen. Deze gedachte spreekt mij wel aan, maar moeten we dan niet vele zaken gaan veranderen? Hoe moet het dan met ons vast salaris en traktement? Met onze sociale voorzieningen? Bovendien: we leven niet meer in een christelijke maatschappij. Is die er trouwens wel eens ergens geweest?
Tenslotte
Bijna heb ik deze bijdrage af en 'De Waarheidsvriend' komt door de brievenbus met daarin de bijdrage van de heer C. v. d. Louw. Op een aantal dingen die hij noemt hoef ik niet in te gaan. Ik ben het trouwens helemaal met hem eens.
Het zou misschien goed zijn als een kleine commissie eens studie ging maken over dit probleem, een commissie bestaande b.v. uit een predikant, een landbouwkundige, een bioloog, een tuinder en een boer. Natuurlijk wel mensen die vanuit Gods woord naar antwoorden willen zoeken.
B. Baijense, Tholen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's