Enige vragen rond het huwelijksformulier
Pastorale overwegingen
Een zeer Oudtestamentische visie?
In 'Ons Kerkboek' maakt ds. H. H. Barger een schertsende opmerking, als hij schrijft over de plaats van de vrouw tegenover de man in het huwelijk. Dan merkt hij op 'de kerkelijk getrouwde man kan gerust zijn'. Hij bedoelt, dat bij de opgesomde verplichtingen van de bruid vooral de taak der gehoorzaamheid zwaar benadrukt wordt. Dat men dit dwaasheid acht in kringen, waar de emancipatie als leus wordt aangeheven, en dit resoluut als een stuk slavernij van de hand wijst, is u wel duidelijk. Toch zegt men in kerkelijke kringen ook wel, dat deze omschrijving minder gelukkig is en bepaald voortvloeit uit een te overdreven Oudtestamentische kijk op huwelijk en gezin. De voorbeelden, die in het formulier worden bijgebracht, dat Adam eerst is geschapen en dat Sara onderworpen was aan Abraham, zijn beide inderdaad uit het Oude Testament.
Blijkbaar vinden sommigen dat bij voorbaat al verdacht en niet krachtig genoeg. In het Oude Testament, zegt men, had de vrouw vrijwel niets te zeggen, was zij een stuk bezit vaak van de man. Men kan met deze visie in de kerk en de wereld van vandaag niet meer terecht.
Het heeft zin
Toch moeten we ons er niet zo gemakkelijk van af maken. In de eerste plaats dienen we te bedenken, dat ook het Oude Testament Gods Woord is en niet maar als 'verouderd en streng' kan worden terzijde gelegd. Gaan we de geciteerde Schriftuitspraken na, dan blijkt de eerste een samengevatte onderwijzing te zijn uit de tijd van vlak voor en onmiddellijk na de zondeval. Adam is eerst geschapen. Na de val werd de plaats van de vrouw duidelijk anders en is haar positie 'onder heerschappij' bepaald. Dat is geen menselijke visie, maar Goddelijke openbaring. De tweede plaats is gekozen uit wat de Schrift ons zegt over Sara, ten opzichte van Abraham, als een goddelijke ordinantie ter navolging. Hoewel in ander verband sprekend, heeft ook Paulus de scheppingsordening, dat God Adam eerst schiep, ter sprake gebracht, in de verhoudingen in het gemeenteleven. Overigens is dan dit voorbeeld in ons formulier nog 'weggelopen' uit de eerste Petrusbrief. Het ware wellicht ook wel zo goed geweest, als met name ook naar Efeze 5 duidelijk was verwezen, waar 'de huiselijke plichten' ook van de vrouw tegenover de man in een andere toonzetting en context staan, met name betrokken op Christus, Die op de bruiloft te Kana het eerste wonder deed.
Niettemin, de passage is van betekenis. Enerzijds brengt de moderne emancipatie-gedachte de vrouw helaas tot een nieuwe vorm van slavernij. Opvallend is hoeveel een vrouw dan wel 'moet'. Alle leven in en buiten het huwelijk zonder het door de Heere Zelf gegeven kader ontaardt in dictatuur of slavernij. En hoeveel ellende kwam er al voort uit onbijbels en niet gerechtvaardigd verzet. De formulieren zijn niet Gods Woord en moeten op dwaze wijze ook niet zo worden beschouwd. Toch moeten we bedenken uit welke tijd ze stamden, toen het werkelijk niet over kleinigheden ging, maar om de waarheid der Schrift met opofferingen van leven, goed en bloed.
Een voorbeeldige taak
Nuchter en praktisch wordt over de plaats van de gehuwde vrouw gesproken, als het gaat om de hulp tegenover de man, haar grote taak in de huishouding, haar voorbeeldige houding in gedrag en kleding tot eerbaarheid. Dat alles als 'een wandelpad'. Het leven naar de geboden Gods is geen slenterpartij met dodelijke verveling; is geen renbaan, waarin we niet mee kunnen en hijgend, buiten adem erbij neervallen, maar een wandel. Daar ligt een stuk genieting in opgesloten. De Heere is zo wijs en zo goed in Zijn ordeningen. Wat brengen wij een bederf en verwarring als we onze opvattingen laten gelden. En het zal niet kunnen worden volgehouden, dat naar de Schrift de gehuwde vrouw dan toch maar diep te beklagen is. Zij is integendeel een predikster 'zonder woord', zonder verkondiging in ambtelijke zin, maar een getuige in een verscheurde wereld van de deugden Gods en de genade in Christus door de Heilige Geest.
De ceremonie
Nadat voor de man en de vrouw is uiteengezet wat naar het Woord de plaats en de taak van man en vrouw zijn, volgt de eigenlijk liturgische handeling. Daarover kwam ook een vraag, en wel deze, of de vragen in de kerk niet overbodig zijn? Men beloofde elkaar toch al op het gemeentehuis trouw, en moet dat nu nog eens in de kerk overgedaan worden? Daarover graag dan de volgende keer.
W. Chr. Hovius, Apeldoorn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's