De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

6 minuten leestijd

Theodorus van der Groe: De rechtvaardiging door het geloof, De Vuurtoren, Urk, 184 blz. Geb. ƒ 19,90.
Dit boek is de uitgave van een onlangs opnieuw gevonden manuscript van Van der Groe, waarin hij Comrie, Holtius en Brahé bestrijdt. Het is, zoals de bewerker van het munuscript, de heer J. A. de Ruiter, zegt, meer een dogmatisch-polemisch geschrift dan een stichtelijk traktaat. Wie studie wil maken van de dogmatische geschillen in de 18e eeuw zal de uitgave van dit werk zeker welkom zijn. Men leert er in elk geval uit dat de 'oudvaders' waarlijk niet zo één zijn geweest als soms, op een afstand van een paar eeuwen, weleens lijkt. De kwesties waren soms splinterig, spreken ons niet erg meer aan, maar de historicus zoekt naar de diepere achtergronden, en die zijn er. Voorzover Van der Groe is opgekomen tegen de scholastieke behandeling van de leer der rechtvaardiging en vooral tegen het hanteren van het schema hebbelijk en dadelijk geloof (habitus-actus fidei-schema) van Comrie, die daarin geheel bevangen was, vallen wij hem bij. Maar anderzijds constateren wij bij Van der Groe zelf een niet minder ernstig bevangen zitten in 'het voorbereidende werk'. Van der Groe heeft, nog meer dan anderen, de aanklagende functie van de wet verzelfstandigd. Van der Groe en Comrie waren hard in hun oordeel over elkaar en soms ook over anderen. Van der Groe nam Groenewegens bekering niet over. Holtius werd door velen gehouden voor een onbekeerde letterknecht, en méér namen zijn te noemen. Wat zij allen beter voor ogen hadden moeten hebben is, dat Gods weg niet enerlei is. Zij hielden elk hun eigen weg voor de enig juiste; dat is de diepste grond van de verschillen die er waren. Zij gingen meer van 'de weg' uit dan van Hem die dé Weg is. De heer De Ruiter heeft het boek voorzien van een heel lang naschrift. Daarin maakt hij enkele goede opmerkingen, slaat hij af en toe een reformatorische toon aan, en toch: het geheel van zijn betoog is het toch niet! Hij trekt veel te grove lijnen door de kerkgeschiedenis heen, die bepaald niet historisch verantwoord zijn. Hij spant Luther en Calvijn voor de kar van Van der Groe en daar passen zij niet. Hij verheerlijkt Van der Groe, zelfs in die mate dat hij hem steeds ds. Van der Groe noemt, terwijl hij Comrie bijna doorlopend gewoon Comrie noemt. Hij meent dat Van der Groe van alle scholastiek vrij is geweest, welnu dit boek zelf kan de lezer het tegenovergestelde leren. Comrie is zwart en Van der Groe is wit bij de heer De Ruiter, behoudens dat aan het eind van zijn verhaal nog een paar goede woorden voor de jonge Comrie er op over kunnen schieten. Maar zo liggen de zaken niet. Ik meen dat wij van beiden wat kunnen leren en dat wij beiden ook kritisch mogen beoordelen. Zijzelf hebben de reformatoren hooggeacht en zich op de reformatoren beroepen. Het zou de moeite waard zijn als eens door een bekwame hand een studie zou worden geschreven waarin de rechtvaardigingsleer van Comrie én van Van der Groe gelegd werd naast die van Luther en Calvijn. Dit boek van Van der Groe zou dan zeker in dat onderzoek betrokken moeten worden. Studieliefhebbers die met onderscheid kunnen lezen, willen wij het graag aanbevelen. De prijs behoeft geen bezwaar te zijn.
K. Exalto

Prof. dr. K. Schilder: Christus en cultuur, T. Wever, Franeker, 1978, 144 blz. Geb ƒ 24,50.
Dit boek is een van de meest bekende van Schilder. Wij hebben hier voor ons de vijfde druk en dat zegt wel wat. Prof. dr. J. Douma heeft de oorspronkelijke uitgave hier en daar wat bekort, en de tekst wat leesbaarder gemaakt, zonder evenwel tekort te doen aan wat Schilder, ruim 30 jaar geleden, bedoelde en beweerde. Bovendien heeft Douma het boek van 'noten' voorzien, wat de verstaanbaarheid niet weinig bevordert. Allen die Schilder willen lezen kunnen misschien het best met dit boek beginnen. Zij vinden hier Schilder ten voeten uit, maar in een betrekkelijk klein bestek. Dat wil intussen niet zeggen dat het boek gemakkelijk leesbaar is. Schilder had zo zijn eigen stijl, ik mag wel zeggen: een eigenzinnige stijl. In zijn soort was hij een taal-virtuoos. Maar de vele wendingen en tussenzinnen, in de overigens toch al lange zinnen maken het lezen tot een vermoeiende bezigheid. Het strakke betoog ontbreekt; het geheel is nogal flitsend en springerig. Men vraagt zich wel eens af, en wat wil hij nu eigenlijk. Wie daarmee zit en een antwoord begeert kan terecht in de dissertatie van de bewerker: J. Douma, Algemene genade, Goes 1966, hoofdstuk II. Uitgangspunt bij de behandeling van het cultuurvraagstuk is voor Schilder Jezus Christus, zijn unieke ambt. Vanuit de ambtsgedachte – de mens ontving een cultuur-mandaat – construeert hij een christelijke cultuur. Kuypers leer van de gemene gratie wijst Schilder af. Schilder heeft wat deze visie betreft radikale tegenspraak ontmoet bij Noordmans en bij Van Ruler. Dit zijn mijnerzijds maar een paar losse opmerkingen. In een ander verband hopen wij op Schilders beschouwingen nog eens terug te komen.
K. Exalto

C. H. Spurgeon: Macht bij God, Schetsen van leerredenen Oude Testament; en: Jezus' roepstem. Schetsen van leerredenen Nieuwe Testament. Uitgave De Groot, Goudriaan 1978, 2 banden, tezamen 850 blz. ƒ 55,–.
Deze boeken met hun meer dan 250 preekschetsen uit het Oude en Nieuwe Testament geven allereerst een indruk van hoe Spurgeon zelf gepreekt heeft. Het moet een belevenis geweest zijn voor zijn tijdgenoten om deze machtige prediker zelf te horen. Wij moeten het thans doen met zijn schetsen, maar zelfs die verraden nog de macht van zijn woord. Vervolgens, al degenen die het Woord hebben te verkondigen, of soms ook voor meditaties hebben te zorgen, kunnen veel profijt van deze twee boeken hebben. Soms kan men er een gedachte of citaat uit overnemen, of de gedachten worden gestuwd in een richting die men eerst zelf niet zag. Men zal wellicht niet altijd al Spurgeons exegetische inzichten kunnen delen, maar intussen toch wel veel van hem kunnen leren. Tenslotte, dit boek is niet alleen voor theologen, ook voor gemeenteleden. Spurgeon was een zeer praktisch man. Alles was bij hem gericht op het leven des geloofs, in de meest brede zin van het woord. Als ik deze schetsen moest kwalificeren zou ik ze dan ook schriftuurlijk-praktisch willen noemen. Het spreekt haast wel vanzelf dat wij ze gaarne ter lezing en bestudering aanbevelen. De heer De Groot gaf de boeken keurig uit in een paar stevige banden.
K. Exalto

E. F. H. Wolf: Alphabetische lijst van onderwerpen en denkbeelden der Psalm-verzen, De Vuurtoren, Urk 1978. Geb. ƒ 13,90.
Hoe vaak gebeurt het niet dat ons een woord of een regel uit de (oude) Psalmberijming te binnenschiet en dat wij dat woord of die regel toch niet kijnnen thuisbrengen. Hoe vaak gebeurt het niet dat wij een passende psalm zoeken en hem niet kunnen vinden. In al deze gevallen voorziet dit boekje. Het is een herdruk van een negentiende-eeuwse uitgave. In 111 bladzijden wordt heel wat geboden. Een handig boekje. Men kan er veel profijt van hebben.
K. Exalto

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's