Geloof en religiositeit
Het weekblad 'De Tijd', vanaf 1845 rooms-katholiek dagblad, sinds vijf jaar echter rooms-katholiek weekblad, dat – ik citeer de directeur – 'zijn katholieke afkomst niet verloochent en dat een forum-functie wil vervullen voor katholieken, binnen en buiten de kerk, reformatorische christenen en anders-denkenden', heeft de uitslag van een 'nationaal onderzoek' gepubliceerd over de vraag 'opnieuw: God in Nederland', een onzes inziens misplaatste aanduiding voor de vraag hoe het met het geloof in Nederland is gesteld. Ik ga in dit artikel niet op dit onderzoek, dat een vervolg wil zijn op een Margriet-onderzoek van tien jaar geleden, als zodanig in. Ds. C. Snoei, directeur van onze Bond voor Inwendige Zending start vandaag met het eerste van een aantal artikelen, waarin hij op de verontrustende daling van de cijfers inzake kerkelijke meelevendheid, geloof in God e.d. (in tien jaar tijds) ingaat en hij ook de evangelisatorische aspecten, die hieraan zitten, aanroert. Mij gaat het er nu om één aspect naar voren te halen. Wordt bij onderzoeken als deze het woord 'geloof' niet al te vlotjes gebruikt? Is elke vorm van kerkelijkheid of religiositeit zo maar geloof? Of zit hier toch in de aanduidingen iets mis?
Rooms-Katholiek
Ik denk aan de Rooms-Katholieke Kerk. Is daar niet altijd sprake geweest van een collectief geloof, van de kerk, die het voor de mensen geloofde, van de opsluiting van het 'geloof' in de sacramentele handelingen van de kerk? Was daar niet immer sprake van geloof zónder de persoonlijke toeëigening des heils door de Heilige Geest, die de Geest ook der levendmaking is? De vraag is of dit geloof mag héten. Het oude rooms-katholieke geloof was meer kerkelijkheid dan bijbels geloven. Dan is het geen wonder dat, in een tijd als de onze, met zijn gezagsverlies aan alle kanten en waarin het kerkelijk gezag óók wegvalt, opeens het 'geloof' van de leden in snel tempo afneemt. De daling van de cijfers in rooms-katholieke kring spreekt namelijk boekdelen. Wat zal een geloof, dat niet bepaald is door de in-werking van de Heilige Geest, standhouden als de golven van modern levensgevoel, met ontworteling van bepaalde instituties, waaronder óók de kerk, over de mensen heenslaan? Ik weet niet of dr. P. H. Vrijhof, lektor in de godsdienstsociologie aan de Rijksuniversiteit te Utrecht hetzelfde bedoelt, als wij zijn uitspraak in Hervormd Nederland overnemen: 'daartoe komt het thans aan op de uittocht van het christelijk geloof uit de algemene religie'. Wat mij betreft zou ik dan zeggen: de uittocht dan uit een algemene religie, waarbij de kerk voor de mensen gelooft en kerkelijkheid (als bij Rome) hetzelfde is als gelovig zijn, naar een hoogst persoonlijk geloof, dat zich gevoed weet door Woord en Geest.
Protestant
Toch is het lang niet zeker, om niet te zeggen dat het zeker onjuist is, te stellen dat het in brede protestantse kring anders ligt. Ik ga voorbij aan liturgische bewegingen, die, aan Rome gelijk, het geloof opbergen in de gezamenlijke liturgische vieringen, waarbij ook het persoonlijk deel krijgen aan het heil ontbreekt.
Ik denk namelijk ook (vooral) aan kerkelijke kringen, waar het behoren tot de kerk ook voldoende is om gelovig te heten. Ik beperk me maar tot de eigen (hervormde) kerk. Een kerkelijke doop is voldoende om kerkelijk, en in enquêtes dan gelovig te heten; en een kerkelijke begrafenis is de afronding van een leven, waarin de verkondiging, de bijbel verder niet functioneerde. Het hervormd ingeschreven staan, als belijdend lid, dooplid, of geboortelid behoeft immers geen geloof te betekenen! Ook hier geldt dat, als de persoonlijke toeëigening des heils ontbreekt, datgene wat geloof genoemd wordt, maar niet méér is dan kerkelijkheid (méér of minder), het niet uithoudt in het stormgetij van de secularisatie. Ik stel het hier voor hervormd-kerkelijke kring maar het geldt in het algemeen voor het protestantisme, dat niet meer weet – met de Heidelbergse Catechismus – dat een wáár geloof een 'zeker weten' en een 'vast vertrouwen' is, dat mij al mijn zonden om de verdienste van Christus vergeven zijn.
Gereformeerd
Ik kom tot de binnenste cirkel: de gereformeerde, zeg de calvinistische. Er is een buitenste cirkel: de algemeen christelijke, waartoe dan ook de Rooms-Katholieke Kerk behoort. Een middelste cirkel, waarbinnen zich de protestanten ophouden; en een binnenste cirkel, die het gereformeerde kerkelijke leven omvat. Hoe is het daar?
Het kan zijn dat daar sprake is van trouwe kerkelijkheid, van gedoopt zijn, belijdenis hebben gedaan, ten avondmaal gaan, en dus… Geloven zonder te kennen de worsteling óm het geloof en ín het geloof. Geloof zonder bekommernis om eigen schuld en om het verkrijgen van de genade. Geloof, dat objectief van aard is, dat ook niet opkomt uit de verslageriheid, de verbrokenheid om eigen ellende en dán ook uit de verwondering óm de genade Gods. Geloof dat wel triumfen kent maar niet weet van het opgehaald zijn uit de 'diepten van ellenden', waaruit ook geroepen is.
Ik werd getroffen door efen artikel terzake van de hand van ds. T. Poot te Nieuw Loosdrecht in het blad Kerkinformatie, uitgaande van de Gereformeerde Kerken. Deze krant bevat een gastenrubirek, waarin 'anderen' hun visie mogen geven op de Gereformeerde Kerken en de gereformeerden. Ds. Poot gaat dan in op wat hij kenmerkend acht voor het geestelijk leven bij de gereformeerden.
Ik moet hem vooraf wel recht doen door te zeggen, dat hij schrijft over 'Samen op Weg' en daarbij aangeeft, dat hij het met ds. A. A. Spijkerboer eens is, dat de Gereformeerde Bond zijn eigen organisatie moet ontmantelen om 'alleen met het Woord en de belijdenis temidden van het hervormde rapaille te gaan staan'; dat hij destijds tot één van de achttien (gereformeerde en hervormde predikanten) behoorde, die vonden dat gescheidenheid van hervormden en gereformeerden niet langer geduld kon worden; dat 'de Gereformeerde Bond' hem 'zeer kwalijk nam' dát hij in die achttien zat (inderdaad heeft ds. G. Boer zich daar toen met name tegen verzet – v. d. G.); maar dat hij vindt dat Samen op Weg moet, omdat hervormden en gereformeerden niet alleen 'van dezelfde christelijke familie, maar 'ook van dezelfde gereformeerde tak' zijn.
Ik laat–- en passant, vóór ik hem instemmend citeer – weten, dat ik hier met de Nieuw-Loosdrechtse pastor verschil, zoals hij óók zegt met mij te verschillen t.a.v. een verhaal, dat ik-zelf over Samen op Weg' ooit in Kerkinformatie ten beste gaf.
Maar mijn héle hart heeft hij als hij ingaat op wat hij tégen de gereformeerden, heeft. Ik citeer nu letterlijk:
‘Om maar met mijn diepste bezwaar te beginnen: ze heeft mij te weinig 'verstand van kermen'. U begrijpt die tale Kanaáns hopelijk nog. Het is een uitdrukking van het bevindelijke volk, dat wij in de hervormde kerk gelukkig nog hebben. Ze bedoelen ermee: je ellendigheid-voor-God recht en grondig kennen en doorleven. Dat mis ik al te veel in de kerkelijk-gereformeerde prediking en vroomheid.
Naar mijn oordeel is het tot grote schade van de gereformeerde kerken dat Kohlbrugge bij u zo weinig bekend en bemind is. Daardoor hebt u niet zo grondig geleerd een nul te schrijven door al het onze, ook door onze christelijkheid. U kunt zoveel, u wilt zoveel, u hebt zoveel, u bent zoveel in uw gereformeerde deugden. U zegt zo vlot Vader tegen de hoge, heilige God. U kunt altijd zo bidden. U hebt het zo vaak over blijdschap. Uw zonden zijn u altijd vergeven. U gaat, blijkens uw rouwadvertenties, ook allemaal naar de hemel… Maar ik kom u zo weinig tegen in de gestalte van de tollenaar, die man met een hart door schuldbesef getroffen en verslagen, die man die niets bij zichzelf maar alles bij zijn God heeft. U belijdt met ons uw reinigmaking en zaligheid geheel en al buiten uzelf te hebben in Christus Jezus, maar beleeft en doorleeft u dat nog?
U voelt wel: dit is geen bezwaar tegen u, maar verdriet en zorg over u. Zorg heb ik ook over de manier waarop u 'bij de tijd' wilt zijn, in uw theologie en levensstijl. Ik leer, als stijve hervormde, graag van u dat wij geen christenen kunnen zijn op een 17de-eeuws eilandje in de 20ste-eeuwse zee. Maar loopt u niet gevaar dat u zo onder de indruk en onder de bekoring berit van deze tegenwoordige wereld dat u niet meer bent bij wat wezenlijk is voor gereformeerd geloven en leven?'
Ik denk, dat we hier toch aan de diepste noties van het geloof raken, aan de bevindelijke noties. Geloof en bevinding zijn niet identiek. Dan zou namelijk het geloof ín de mens zélf met zijn ervaringen steken. Maar het geloof is wél bevindelijk van aard. God werkt door de Geest het geloof; door de verbrokenheid, de verslagenheid heen. De gelovige weet dan ook van het: 'Heere waarom staat Gij van verre'; hij weet met Job te klagen op de puinhopen; hij weet van uitlandigheid; van de tranen, die in Gods fles vergaand en bewaard zijn. Zó weet de gelovige van het 'de profundis', uit de diepten. En dan, zó is geloof iets anders dan religiositeit of louter kerkelijkheid.
De Gereformeerde Gezindte
Wanneer ds. Poot deze noties de gereformeerden voorhoudt, dan houden we ze onszelf óók voor in de spiegel. Want stél dat 'Samen op Weg' doorgaat – en dat gáát door – en stél, dat op kerkeraadsniveau gesprekken gaan plaats vinden (en die gáán plaats vinden), zal er dan inderdaad sprake zijn van een gééstelijk gesprek? Zal dan onder 'ons' de geestelijke spankracht gevonden worden om te spreken vanuit een door de Geest gewerkte overtuiging, te spreken zó, dat de ander jaloers wordt gemaakt? Want als dat jaloers-makende er niet is, dan hebben we niets anders dan de ander. Dan mag de één (zeg de gereformeerde) automatisme, verbondsautomatisme hebben maar wij hebben formalisme; We letten dan (slechts) op uiterlijkheden en beoordelen dááraan de ander. Zullen we de echte spankracht van de Geest hebben om te kunnen spreken uit 'de landstreek der Jordaan' én uit de verwondering van Paulus, na zijn ervaring 'ik ellendig mens, wie zal mij verlossen?', t.w. 'ik dank God door Jezus Christus'?
Geloof is iets anders dan religiositeit. Geloof is echter wel verbonden met religie; religie, die verankerd is in het onwankelbaar belijden van de kerk der eeuwen. Stáán in die religie betekent intussen ook vastheid. We onderkennen nl. wel een onderstroom in het gereformeerd protestantisme, die objectief blijft steken in het hebben van 'het verstand van kermen' en die aan de verwonderde uitroep van Paulus niet toekomt.
De bijbelse realiteit van het geloof ligt daartussen in: schroom vanwege eigen zonde en schuld en vrijmoedigheid vanwege de levendmakende genade door de Geest'in Christus.
Zo ligt het in het belijden der kerk. Een 'zeker weten' en een 'vast vertrouwen', maar wél dat mijn zónden om Christus' wil vergeven zijn.
De enquête 'opnieuw: God in Nederland' geeft ons allen – hoe de opzet ervan ook moge zijn geweest – voldoende denkwerk. Voor Rooms-Katholieken, voor protestanten, voor gereformeerden en voor Gereformeerde Bonders. En wie roeme, die roeme in de Heere.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's