De betekenis van ‘de vaderen’ in de Bijbel en voor ons (3)
Besluit en konklusies
Ik kan me voorstellen dat men zich na het in de vorige artikelen gestelde afvraagt: Is dan voor de vaderen het woord 'gezag' nog wel op zijn plaats? Ik meen van wel. Op de berg der verheerlijking vertegenwoordigen Mozes en Elia de Schriften van het Oude Testament, en Gods heerlijkheid kenmerkt ook hén, zoals die over Mozes gelaat lag toen hij van de berg Sinaï afkwam. Maar het is een duidelijk ondergeschikt gezag, een afgeleid gezag, een gezag dat onderworpen is aan en afhankelijk van het gezag van God en Zijn Woord. Zoals de engelen met alle heerlijkheid, die hen in mensenogen stempelt tot Gods dienaars, toch uiteindelijk met hun hele bestaan staan of vallen bij het Woord, waar zij engelen (boodschappers) van zijn, zo is het ook met het gezag der vaderen gesteld. Op die manier – en nu kom ik tot enige konsekwenties die dit voor onze eigen geloofsinstelling heeft – is elke belijdenis aan het Woord Gods onderworpen, en is elke traditie, ook elke leertraditie, aan het gezag van Gods Woord onderworpen. Velen onder ons denken, dat zo'n stelling inhoudt dat de Schriften tegen de belijdenis en de leer worden uitgespeeld. Zo bedoel ik het niet. Maar laat me het dan anders trachten te formuleren. Ook in de Schrift wordt herhaaldelijk van de leer gesproken, en dan is het zondermeer duidelijk dat daar niets gestolds of negatiefs of alleen maar de dode neerslag van een levend gebeuren mee bedoeld is. Integendeel, hier en daar benadert de uitdrukking de omschrijving van de inhoud van het Evangelie, ja van het hele Woord van God. Maar dan is de leer ook niet neerslag van Gods Woord, doch een omschrijving van Gods eigen aktiviteit door Zijn Geest, in de vorm van de opperste Wijsheid, die roept, of anderszins.
Juist waar de leer niet meer dat bewegelijke en levende heeft van Gods eigen onderwijs, en niet meer de vraag van het gezag en de kritiek van Gods Woord over onze leringen aan de orde gesteld wordt, daar worden de vaderen zalig en heilig verklaard en de vaders en de meesters verheerlijkt ten koste van de eer van God de Vader en Christus de Meester (Matth. 23 : 8-10). En daar vinden we Hem tegenover ons zoals Bileam dat ondervond.
Historisch-praktisch
Dit brengt mij tot twee overwegingen. De eerste is historisch, de tweede praktisch van aard. In de geschiedenis van Christus' kerk heeft altijd het bewustzijn van bovengenoemde zaken geleefd, is het althans telkens en telkens weer doorgebroken. Ik noem drie voorbeelden. Op grond van de Schriften van het Oude Testament en op grond van het geloof en het geleid-worden door de Heilige Geest heeft het vroege christendom afgewezen wat in apokriefe evangeliën en andere geschriften, onder gezaghebbende apostolische namen uitgegeven, begon te circuleren in sommige gemeenten1). Ongetwijfeld heeft men zich met dit verzet hier en daar het ongenoegen op de hals gehaald van mensen, die nu eenmaal dit stuk traditie hadden geaccepteerd en het zelfs benutten in de eredienst. Toch liet de Kerk zich er niet door afschrikken. Integendeel, zij beriep zich in de meeste gevallen op de 'overlevering' van Christus en de apostelen (vgl. 1 Kor. 11 : 23) om die andere 'overlevering' uit het kerkelijke leven te doen verdwijnen. Terwijl het toch nog geruime tijd zou duren voordat de kanon van het Nieuwe Testament definitief was 'vastgelegd', wist men al heel zeker wat tot de apostolische leer en de 'traditie' van Christus behoorde en wat niet!
Een ander historisch voorbeeld is de kritische instelling van het overgrote deel van de Reformatie t.o.v. wie wel en wie niet tot de 'vaderen' van het christendom gerekend konden worden. Juist na het concilie van Trente, waar het hopeloze gebleken was van een huis en een 'traditie' die tegen zichzelf verdeeld is (bijv. het augustinisme tegenover het jezuïetisme en ander theologische stromingen), heeft de Reformatie zich kritisch t.o.v. het begrip 'vaderen' en vooral hun verhouding tot het Nieuwe Testament en het vroege christendom opgesteld. Calvijn schreef in 1547 zijn Handelingen van de synode(!) van Trente met tegengif, waarin hij spottend sprak over de Neptunische vaders, dit n.a.v. Neptunus' drietand en het woord 'drie' in de latijnse benaming voor Trente (Tridentinum). De oorzaak van Calvijns spot is echter dat Trente op het punt van de verhouding tussen Schrift en tradities en de afwijzing van de rechtvaardiging door het geloof enz. zo Schandelijk tegen de wáre christelijke overlevering inging. En wat was bijna vijfentwintig jaren tevoren Zwingli niet radikaal geweest, toen hij zei dat het waar is, dat, zovaak een concilie in de Geest van God bijeen is, hét niet dwalen kan. ‘Maar dan erkent het ook alleen Gods Woord en dan roept het niet: Concilie, concilie!, doch: God, God zegt dit of dat.' En op een andere plaats zegt hij: 'Wanneer we nu bij de vaderen een andere leer vinden, die tegen de leer van Christus indruist, en jij houdt je aan de vaderen, dan móet wel volgen dat jij niet in de Kerk van Gód bent, maar in de Kerk der váderen. Maar lees in jullie eigen kanoniek recht, hoe alleen de Heilige Schrift onvoorwaardelijk geloofd moet worden.' En dan zegt hij ook nog dat deze uitleg van een van zijn stellingen zijn boek wel een ongunstig onthaal zal bezorgen – want wie waagde het rond 1520 'de vaderen' aan te tasten? – maar dat hij haar daarom nog niet terugneemt.
Kerkrecht en geloof
Een laatste historische illustratie van wat ik bedoel, is de uitspraak van de Leipziger rechtsgeleerde uit de vorige en het begin van deze eeuw, Rudolph Sohm, die behalve dat hij zich uitvoerig met het kerkrecht heeft beziggehouden, ook diepgaande studie van de kerkgeschiedenis gemaakt heeft. Hij kwam tot de slotsom dat, waar het kerkrecht in botsing kwam met het geloof der gemeente, het laatste voorrang heeft boven het eerste. Ik weet wel, dat hij op de duur het kerkrecht zelfs in strijd achtte met het wezen van de Kerk, doch beperk me nu tot zijn visie op de verhouding van kerkrecht en geloof, omdat die m.i. illustratief is. Wanneer we 'kerkrecht' opvatten als het inbegrip van allerlei tradities en bepalingen, die dreigen een eigen leven te gaan leven, is het dan zo vreemd dat Sohm zijn visie zo formuleerde? Wat heeft onze eigen Kerk niet een strijd gevoerd om van een onbijbels recht los te komen, nog afgezien van de vraag of het huidige de flexibiliteit vertoont, welke door het gezag van Gods Woord in leer en leven vereist wordt!
Waarheid en gewoonte
Mijn tweede overweging wil praktisch zijn. Tertullianus heeft eens geschreven dat Christus Zichzelf wel de Waarheid, maar nergens de gewoonte heeft genoemd. Nu is 'gewoonte' een ander woord dan traditie, althans in zijn tijd, omdat in het laatste nog altijd iets van de apostolische overlevering gehoord werd, vooral waar het om zaken ging, die de inhoud van het geloof raakten. Toch is zijn uitspraak illustratief om ons te doen verstaan, hoever wij vaak met onze 'tradities' van de levende stem afstaan, die het Woord door de Geest is. Wat kan niet allemaal via 'het gezag der vaderen' de Kerk insluipen, wat niets met de leer die naar de godzaligheid is, heeft uit te staan, maar wat klakkeloos aanvaard en voor zoete koek geslikt wordt, ómdat het niet onder de tucht en het gezag van Gods Woord is doorgegaan doch in de meest letterlijke zin 'van elders is ingekomen'. Wij hebben de vaderen nodig in het Woord en als schriftuurlijke en schriftuurlijk te verifiëren voorbeelden van wat het is om in God te geloven, op Hem te vertrouwen en te hopen, wanneer de nood dringt en wij in het stof des doods dreigen gelegd te worden. En overigens hebben wij niet alleen geen vaderen nódig, maar wijzen wij hen én hun 'gezag' af als een vreemd gezag. Een gezag dat ons te kwader uur onttrekt aan het absolute gezag van die Ene Die onze Vader dient te zijn. Wie dat vreemde gezag afwijst en zich onder Gods gezag stelt, betoont zich een christen. Een die weet van de rechtvaardiging van de goddeloze en, om met Luther te spreken, van het staan voor Gods aangezicht.
C. A. Tukker, Noordhorn
1) Zie voorbeelden in mijn Van God en Zijn Kerk, dl. I, blz. 53-57.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1979
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1979
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's