De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Herontdekking van de genade

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Herontdekking van de genade

De Reformatie

9 minuten leestijd

Bij de datum, waarop dit nummer verschijnt – 1 november – tekenen de agenda's aan: 'allerheiligen'. Het is een 'verzamelfeest van alle heiligen' in de Rooms-Katholieke Kerk, ingesteld door paus Bonifatius, in 1609 ter ere van alle martelaren. Enkele jaren later ontdekken de reformatoren, uit de Schriften, de rechtvaardiging, niet van heiligen, al gebruikt de Schrift deze benaming in bepaald verband óók, maar van goddelozen. De data 31 oktober en 1 november staan in bepaald opzicht tegenover elkaar als de genade en de werken. De Reformatie betekende de bevrijdende herontdekking van de genade.

Luther
Over de Romeinenbrief, waarin het geloof in God, die de goddeloze rechtvaardigt, zo krachtig wordt beleden, zegt Luther:

‘Het kenmerkende wezen van deze brief is te verwoesten en te ontwortelen en te verderven alle wijsheid en gerechtigheid van het vlees, hoe groot ze ook in de ogen van mensen en ook van onszelf zijn mogen, hoezeer ze ook uit het hart voortkomen en in oprechtheid bestaan; en de zonde aan te duiden hoezeer ze ook niet aanwezig is of niet aanwezig schijnt te zijn.'


De bevrijdende ontdekking voor Luther was dat God niet zijn genade bewijst aan mensen die zich deze hebben wáárdig gemaakt door hun activiteiten, hun werken en ervaringen, maar dat God genade bewijst aan ónwaardigen, aan goddelozen. God zet een mens altijd op een plaats, die tegengesteld is aan de plaats die hij zichzelf toekent: goddelozen worden behouden, rechtvaardigen, zij die zichzelf rechtvaardig, waardig of goed achten worden leeg heengezonden.

Calvijn
Het was bij Calvijn al niet anders. Als hij dacht aan de toekomstige dag van de Opstanding – zo zegt hij ergens – dan was dat voor hem iets onheilspellends. Dat was hem bijgebracht door de kerk, die wél verkondigde dat God zijn barmhartigheid aan de mensen wilde bewijzen, maar dan onder die beperking, dat dit alleen zou gebeuren aan hen die zich die barmhartigheid waardig getoond zouden hebben. Alleen hij zou door God in genade aangenomen worden, die God door zijn werken gunstig zou weten te stemmen. Maar zegt hij dan, naar aanleiding van Romeinen 5 : 4: 'de gerechtigheid wordt ons toegerekend zonder de werken. Aan hem, die gelooft in Hem, die goddelozen rechtvaardigt, wordt zijn geloof tot rechtvaardigheid gerekend'.


Het is merkwaardig – of misschien juist ook wel niet – dat in de loop van de tijd zovelen bij de Romeinenbrief terecht zijn gekomen om te ontdekken wat genade is. De kerk en de Joodse synagoge gingen uiteen op wat in de Romeinenbrief beleden wordt: maar nu is de rechtvaardigheid van God geopenbaard 'zonder de wet', maar 'door het geloof van Jezus Christus'. Allen missen de heerlijkheid Gods maar worden om-niet, gratis, gerechtvaardigd uit genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is.


Ik denk aan Kohlbrugge, die dat ook weer ging zien. Werp uw heiligingskrukken maar weg', zegt hij. 'U komt er de berg Sion niet mee op. Ruk die lompen af, waarmee gij uw wonden bedekt houdt en toon u aan Hem, die heilig en rechtvaardig is, zóals ge zijt. Laat al het uwe los, hier aan zichzelf te wanhopen is zaligheid. Want hem toch wordt zijn geloof tot gerechtigheid gerekend, die niet wérkt, maar in Hem gelooft die de goddeloze rechtvaardigt. Hoort gij wat de Schrift zegt: Die niet diegenen die in de liefde staan, niet heiligen, rechtvaardigen en vromen, neen, neen, maar die de goddeloze rechtvaardigt. Uw bloed en uw gerechtigheid, Die zijn mijn bruidskleed, anders geen. Daarin zal 'k voor Gods troon bestaan, als aarde en heem'len mij ontgaan.'

Sola gratia
Het luistert hier scherp. Groen van Prinsterer heeft eens gezegd, dat er buiten de leer van de om-niet verleende genade, die Jezus Christus belijdt als een waarachtig God en waarachtig mens en Zijn dood aanvaardt als een volkomen verzoening voor al onze zonde, geen gereformeerde kerk, zelfs geen christelijke kerk is. Buiten deze leer geen kerk! Dat is een hele uitspraak, maar daar ligt het toch.
In het Sola gratia, het alléén de genade ligt de bevrijdende ontdekking van de Reformatie. Het is een ergerniswekkend woord voor allen die naast wat God doet zelf ook nog iets willen doen. Bij de Augsburgse confessie lees ik; 'Wanneer dit exclusieve woordje sola bij velen zo slecht aankomt en zo slecht bevalt, dan moeten zij op vele plaatsen in de brieven van Paulus ook een heleboel woorden schrappen, b.v. de woorden: uit genade; niet uit de werken; het is Gods gave; opdat niemand roeme. Want dat zijn ook wel heel erg exclusieve woorden'.

Van de genade vervallen
De Schrift leert ons intussen in Galaten 5 : 4, dat het bij de Galaten zo was, dat Christus hen ijdel was geworden, die 'door de wet' gerechtaardigd wilden worden. 'Gij zijt van de genade vervallen', zegt Paulus daarover heel scherp. Daarbij tekent Calvijn het volgende aan:

'De zin is: Indien gij enig deel der rechtvaardigheid zoekt in de werken der wet, komt Christus u niet toe, gij zijt van de genade vervreemd. Want hun mening was niet zo grof, dat zij geloofden, dat zij door de onderhouding der wet alleen gerechtvaardigd werden, maar zij vermengden Christus met de wet anders zou hen Paulus tevergeefs met deze dreigingen verschrikken, als hij zegt: Wat doet gij? Gij maakt Christus u onnut, gij maakt zijn genade teniet. Zo zien wij dan, dat zelfs niet het allerminste deel der rechtvaardigheid in de wet kan wórden, zonder Christus en zijn genade te verwerpen.'


Het gevaar dat genade niet meer als louter genade wordt beleefd en verkondigd is door de eeuwen heen aanwezig geweest. Wij mensen bewerken graag zelf mede het heil. Was het bij Rome genade én de werken, het is bij veel moderne theologen genade (als daarover nog gesproken wordt) én sociále werken. En opnieuw dreigen we onder de wet door te gaan, daarmee van de genade vervallende. En nergens is dat gevaarlijker mogelijkheid dan waar de rechtvaardiging van de goddeloze als de grote 'vooronderstelling' wordt gezien, maar niet meer wordt beleefd en verkondigd. Maar in elke tijd hebben mensen het nodig van de genade te hóren en van de genade te léven. Daarom kan de prediking van Christus, die de gerechtigheid en gehoorzaamheid van de goddelijke wet volkomen heeft vervuld, als grond van de rechtvaardiging van de goddeloze, niet en nooit worden gemist.

Het scherp van de snede
Maar de waarheid gaat intussen over het scherp van een scheermes. Men kan de reformatorische belijdenis t.a.v. genade 'vrijzinnig' ontkrachten, men kan het op 'roomse' wijze doen, men kan het stilzwijgend, vooronderstellingsgewijs doen, men kan het ook gereformeerd doen, althans onder die vlag.

Alles wat we meer willen hebben dan de Schrift, dan de genade, dan Christus en dan het geloof is teveel. Wie van vrome werken leven wil, wie aan de genade toch 'voorwaarden' ín de mens verbindt, wie bij de klare taal van de Schrift toch gevoegd wil zien welke uitspraken van welke vrome dienaar des woords of welke gewoonten dan ook, wie het geloof toch gegrond wil zien in de mens zelf die is er naast. Goddelozen worden zalig. Maar dan ook: worden zálig. De prediking van de Reformatie is geen misschientje. De genade werd niet omkranst met vele voorwaarden. De Heilige Geest is uitgestort en niet met mate. De Heilige Geest neemt het uit Christus en verkondigt het ons. Wat de rijkdom, het bevrijdende van de reformatorische prediking uitmaakt is, dat het prediking is van God uit naar de mens toe. De grote daden van God mogen worden uitgezegd, onvoorwaardelijk en onverkort. Dat God mensen, die alleen maar zonde zijn en zonde willen en zonde doen in genade aanneemt. De beloften van het evangelie worden uitgezegd, onvoorwaardelijk en onverkort.
Wie verder tornt aan de bedreiging van God over de zonde en aan de toezegging van God van de genade, doet tekort aan de reformatorische ontdekking. En ook dat gevaar is steeds aanwezig; dat we of ter ener of ter andere zijde ontsporen. Wij zijn vleselijk, verkocht onder de zonde zegt Paulus, en zijn daarom altijd bezig op een vleselijke wijze, op een wijze die bij ons verdorven verstand past, met het Woord om te gaan, hetzij door de bedreiging niet ernstig te nemen, hetzij door de belofte niet ernstig te nemen.
Paulus verbindt die beide elementen. Laten we de genade vasthouden zegt hij, want onze God is een verterend vuur. Zo vindt men het ook telkens terug in Calvijns geschriften. Enerzijds daagt hij de gemeente altijd weer voor het gericht van God. Anderzijds wist hij, dat de troon van God niet alleen een troon van gericht maar ook een troon van genade is, om Christus' wil. Daarom Straalde altijd weer in de prediking van de Reformatoren door, dat God een verterend vuur is, maar dat dit vuur juist ook Hem verteerd heeft, die in onze plaats ging staan. En op Wie wij dan ook, door de genade, alleen maar veilig kunnen bouwen als op een vaste rots van behoud.
Ik denk hier aan een prachtig beeld, dat de bekeerde Hindoe-monnik Sadhoe Soendar Sing gebruikte. Hij vertelde van een groep mensen, die hij in spanning zag kijken naar een boom die in brand stond. Bovenin de takken hing een vogelnest met jonge vogels en de moedervogel fladderde angstig om het nest totdat het vuur de jongen dreigde te verteren.

Op dat moment ging de moeder op het nest zitten, met de vleugels over de jongen. Toen de boom uitgebrand was en het verkoolde nest met de verkoolde vogel eruit werd gehaald bleken de jongen levend onder de vleugels van de moeder vandaan te, komen. Zo verteerde het vuur Christus, in de plaats van anderen.

Danken en bidden
Zo kon Luther al? volgt om de genade danken en bidden

'Almachtige God,
U heeft ons uw Zoon gegeven:
dit geschenk moge ons overeind houden.

Wij vallen en struikelen vaak
met gedachten, woorden en werken;
dat bederft voor ons de vreugde,
die we in dit geschenk zouden moeten hebben.

Daarom, ook als we dagelijks zondigen,
lui en ondankbaar zijn,
blijf tóch onze God,
wees vriendelijk en toegenegen,
opdat we behouden worden
in de vrede en vreugde
van de Heilige Geest.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1979

De Waarheidsvriend | 18 Pagina's

Herontdekking van de genade

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1979

De Waarheidsvriend | 18 Pagina's