Uit de pers
Naar aanleiding van een enquête
Het weekblad De Tijd publiceerde., in het nummer van 12 oktober de resultaten van een door de KRO en De Tijd opgezet onderzoek naar godsdienst en kerkelijkheid. De resultaten blijken in zekere zin een voortzetting te zien te geven van een enquête uit 1966. O.a. afnemende erkenning van de Bijbel als Gods Woord, afnemen van het geloof aangaande het leven na dit leven, verminderde belangstelling voor de kerk, een toenemend aantal van hen die geen prijs stellen op christelijk onderwijs. Daarnaast valt te bespeuren een toenemende afstand tussen godsdienstigheid en kerkelijkheid. De redacteuren Bronkhorst en Oostveen omschrijven het als volgt: Een toenemend aantal ongelovige kerkelijken en gelovige buitenkerkelijken. Nu zeggen enquête-uitslagen niet alles. Maar duidelijk blijkt dat enerzijds de ontkerstening onder ons volk zich doorzet, en anderzijds dat velen zoeken en tasten naar zingeving in hun leven. Er is bij velen nog wel religieus besef aanwezig, ook als men zich buitenkerkelijk noemt. Aan de uitslagen zijn een aantal commentaren toegevoegd. O.a. van de geref. synodepraeses, ds. A. C. Hofland die een krisis signaleert met betrekking tot de kerk als instituut. Hij noemt het verschijnsel van de onzekerheid als probleem, opgeroepen door de kritische benadering van de Bijbel. Een andere cominentator is dr. Herman Wiersinga. Hij schrijft:
'Ik ben blij dat de meeste mensen tegenwoordig een duidelijk verschil zien tussen gelovigheid en kerkelijkheid. Het geloof wordt niet meer aan de kerkgang gemeten'.
Dr. Herman Wiersinga (52), gereformeerd studentenpastor in Leiden, vindt een belangrijke conclusie uit de enquête, dat 91 procent van de mensen tot het inzicht is gekomen 'dat je een gelovig mens kan zijn zonder ooit naar de kerk te gaan'. Wiersinga is 'gelukkig met de geconstateerde grensvervaging tussen gelovig zijn en kerkelijk zijn. Geloof is immers niet eenvoudig meetbaar zoals het ook niet simpel te verdelen valt in orthodox en vrijzinnig. Zo is het ook opmerkelijk in dit opinie-onderzoek dat steeds minder mensen zich volstrekt wensen te conformeren aan alle voorschriften van hun kerk. Kennelijk is er geen algemene godsdienstige verrechtsing in Nederland, zoals sommigen ten onrechte opmaken uit de bloei van de Evangelische Omroep, de sterke positie van de Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk de kritiek op Kuitert en mijzelf bij de gereformeerden, en het geluid van bisschop Gijsen bij de katholieken'.
'De gelovigheid van de Nederlander is in een heilzaam seculariserings- en humaniseringsproces. Dit onderzoek bevestigt mijn opvatting dat de gelovigheid in Nederland minder dan ooit kan worden gerubriceerd, omdat het geloof beweeglijker is geworden. Het is niet meer zo duidelijk op een orthodoxe noemer te brengen. Het ondergaat een toenemende subjectivering en er is in dat geloof een sterke anti-institutionele tendens. De polarisatie die je binnen de kerken-als-instituten nog constateert, is niet meer dan een achterhoedegevecht. De meeste mensen die getuigen gelovig te zijn, houden zich met dat gevecht niet bezig en kunnen zich er moeilijk voor interesseren'.
Vacuüm
'Wel moeten we oppassen dat er geen vacuüm wordt geschapen in ons geloofsdenken, in ons geloofsgedrag en in onze geloofsviering. We moeten naar alternatieven zoeken voor ons handelen als gelovigen en voor de traditionele kerkelijke structuren. De zwakheid van links is dat er nog geen alternatieve hechte structuren worden gevormd. De stroomversnelling van de jaren zestig heeft in de jaren zeventig nog geen vaste bedding gekregen'. (De Leidse oecumenische studentenekklesia, een basisgemeente waarin Wiersinga samenwerkt met hervormde en katholieke pastores, is een poging tot zo'n nieuwe structuur te komen waarin christenen van verschillende herkomst elkaar kunnen herkennen).
In de enquête wordt vastgesteld dat nog 34 procent regelmatig naar de kerk gaat. Wiersinga zegt daarover: 'Als we over kerkgang praten is het niet zo belangrijk hoe vaak men gaat, maar veel meer wáár men dan naartoe gaat. Het is heel iets anders of je in Leiden naar een traditionele mis gaat in de Lodewijkskerk, of naar een oecumenische dienst van de studentenekklesia in de Hooglandse kerk. Een andere oriëntatie'.
Uit dit onderzoek kun je opmaken dat de gereformeerden geloviger, kerkelijker en hechter verbonden zijn dan hervormden en zeker dan katholieken. Hoe komt dat?
'Gereformeerden zijn consequenter en radicaler dan hervormden en katholieken, en zij hebben altijd een meer omlijnd en daardoor bewust persoonlijk geloof gehad. Als je gereformeerd bent moet je het goed zijn, of je moet er helemaal mee breken. De gereformeerden hebben bij hun ontstaan in de vorige eeuw een historische keus gemaakt, en hun emancipatie ging gepaard met een sterke kadervorming. Het is een vrijwilligerskerk, tegenover de volkskerk van de hervormden'.
Zal bij de gereformeerden dan niet gebeuren wat we bij hervormden en katholieken al zo snel zien gebeuren: een afname van traditionele kerkelijke gelovigheid?
'Bij gereformeerden is hetzelfde proces gaande, zo durf ik te zeggen uit mijn ervaring in de gereformeerde studentenwereld. Zoals de studenten aan de katholieke universiteit van Nijmegen zijn veranderd, zo zijn ook de gereformeerde studenten aan de Vrije Universiteit van Amsterdam anders geworden. Afnemende belangstelling voor de kerk als instituut, maar wel intersse in religieuze vragen. Een interesse die samenhangt met een behoefte aan echtheid, aan zelfontplooiing, aan zelfbeleving. Het zoeken naar de eigen identiteit.'
Het is m.i. een raadsel hoe een gereformeerd predikant kan spreken van een heilzaam seculariseringsproces en humaniseringsproces ten aanzien van de gelovigheid, en dan ook blij kan zijn met het verschil tussen gelovigheid en kerkgang. Zeker, geloven is niet hetzelfde als naar-de-kerk-gaan. Maar wie Jezus Christus leert kennen, krijgt ook zijn gemeente lief en zal ook de ontmoeting met Hem rondom Woord en Sacrament niet kunnen missen. Ik vrees dat bij Wiersinga geloof wordt tot een brok religieuze ervaring, die in een praxis tot uiting komt. Wanneer Wiersinga aan het slot spreekt over een behoefte aan echtheid, zelfontplooiing, zelfbeleving, dan wordt me niet helemaal duidelijk of dit een constatering is of een instemmend spreken. Ik neig er toe het laatste aan te nemen.
In elk geval, met het vage woord 'echtheid, zelfontplooiing' die een humanist ook kan gebruiken is zo bitter weinig gezegd als het gaat om de inhoud van het christelijk geloof.
Echtheid is voor velen het laatste kriterium. Als het maar echt is, watje dan gelooft doet er niet toe.
Ik meen dat de Schrift het geloof altijd weer betrekt op de geloofsinhoud. Daarom kan ik met de beste wil van de wereld niet spreken van een heilzaam seculariserings en humaniseringsproces, zoals deze Leidse studentenpastor. Integendeel!
Ik schrijf dit betrekkelijk kort voor de 31e oktober. Herdenking van de Reformatie. Als de enquête een ding duidelijk maakt dan is het de noodzaak van een grondige Hervorming: Terug naar het Woord! Gods getuigenis, dat eeuwig zeker is. Terug naar Jezus Christus, de Redder van zondaren.
En hervorming begint dicht bij huis. Hervorming van de gemeenten tot wat ze naar de Schrift moeten zijn: Een hut om in te schuilen, een huisgezin, in broederlijke liefde verenigd door de band aan Jezus Christus, de Heer van Zijn gemeente.
Christen-jongeren in Rusland
Onlangs vervulde ds. Georgi Vins, een van de leiders van de niet-geregistreerde baptisten in Rusland, en onlangs vrijgelaten en uitgewezen naar Amerika, een spreekbeurt in Rotterdam. Zijn dochter Natasja vergezelde hem. Een tweetal redaktieleden van het blad Daniel had een gesprek met haar. Onder meer kwam het jeugdwerk in Rusland ter sprake:
Christelijk jeugdwerk is in Rusland verboden. De regering weet wel dat de vorming die daarvan uitgaat belangrijk is voor de toekomst voor de kerk. We hebben Natasja verteld dat wij verenigingen hebben voor de verschillende leeftijdsgroepen. Is dat in Rusland ook zo?
Wij hebben ook verschillende groepen waarbij we rekening houden met de leeftijd. Veel jeugdwerkleiders en -leidsters komen echter in de gevangenis…
Ook onder de initiatief-baptistenjongeren blijken er te zijn met weinig belangstelling. Zo vertelt Natasja van haar broer Peter die nu in Amerika studeert, dat hij geen christen is, maar een dissident was. Hij gelooft wel in God, maar is geen lid van de kerk. Hij is gevangen genomen omdat hij dissident was en omdat hij tot het gezin van ds. Vins behoorde…
Er zijn jongeren die uit gewoonte naar de kerk gaan, maar die hun leven niet aan God geven. Maar er zijn ook anderen. In onze gemeente zijn ongeveer 200 jongeren, maar ze zijn niet allemaal hetzelfde. Twee uur voor de kerkdienst komen in onze gemeente zo'n tien á twaalf jongeren bij elkaar voor gebed en bijbelstudie. Ze spreken dan ook over de dingen uit het dagelijks leven en over wat God gedaan heeft in hun leven. Ze bidden dan ook voor elkaar.
Anderen komen alleen maar naar de kerkdienst, niet omdat ze bang zijn, maar omdat ze geen interesse hebben. Dat is erg slecht voor de kerk.
Je zou zeggen dat als jeugdwerk door de kerk bijna niet mogelijk is, er altijd nog de christelijke opvoeding in het gezin is. Maar ook dat blijkt heel moeilijk te zijn, vertelt Natasja.
Als de kinderen naar school gaan zegt de onderwijzer dat ze lid moeten worden van de kommunistische jeugdorganisatie. De kinderen van de gelovigen zeggen dan dat ze geen lid worden omdat ze God niet willen verloochenen. Zo komen de onderwijzers er achter dat de ouders thuis leren dat er, wel een God is en dat ze bidden en in de Bijbel lezen. Dit wordt dan gerapporteerd en dan kunnen de kinderen weggehaald worden uit de gezinnen. Zo willen ze er dan voor zorgen dat de kinderen niet meer bidden. Het moeten goede kommunisten worden. Daarom is het zo moeilijk de kinderen een godsdienstige opvoeding te geven.
Als je kinderen leert dat ze om een nieuw hart moeten vragen, dan moet je ze aan de andere kant ook zeggen dat ze dan misschien niet kunnen doorleren en uitgelachen en geslagen worden…
Eén van de belangrijkste taken van de kerk, ook van de vervolgde kerk, is evangelisatie. Hoe wordt er door de initiatief-gemeenten geëvangeliseerd? Vooral de jongeren blijken veel te evangeliseren. Ze doen dit op verschillende manieren en terreinen. Natasja vertelt ook hierover iets.
Er is veel belangstelling voor het evangelie en voor God onder de studenten. Ze willen er graag over diskussiëren. We geven hen christelijke lektuur. Voordat we ondergronds gedrukte Bijbels hadden, gaven we een boekje waarin teksten aangehaald worden, waarin staat hoe je een christen wordt. Dat was goede lektuur om te geven. Later gaven we hen een klein boekje met het Johannesevangelie.
Veel van onze jongeren werken in bars, trolleybussen, treinen en metro's. Als ze bijvoorbeeld in een bar zitten, beginnen ze in een Bijbel te lezen. De andere mensen zien dan dat het een bijzonder boek is en komen naar ze toe en vragen iets voor te lezen. De jonge gelovigen beginnen dan te spreken. Dat is een goede manier om belangstelling te wekken. We delen dan ook kaarten uit waarop het adres van onze gemeente en de plaats van samenkomst staat… Soms beginnen onze jongeren spontaan een geestelijk lied te zingen als ze in de trein zitten. Ook dan worden de mensen nieuwsgierig en beginnen vragen te stellen. Ze kunnen dan van de Bijbel vertellen en de ongelovigen oproepen om in God te gaan geloven.
Soms gaan ze in gebed voor een dorp waar geen christenen zijn. En dan gaan een stuk of zes jongeren naar dat dorp om de mensen van God te vertellen. Veel mensen blijken belangstelling te hebben en sommigen worden christen.
Natasja haalt dan een foto tevoorschijn van Peter Peters. Hij werd op achttienjarige leeftijd gearresteerd omdat hij jeugdleider was. Hij kreeg vijf jaar gevangenisstraf en vijf jaar verbanning. Zelfs in die ballingschap stichtte hij een gemeente van zo'n twintig leden. Meteen toen hij vrijgelaten werd, begon hij weer te evangeliseren. Hij heeft tegen Natasja gezegd dat als hij het land zou uitgezet worden, hij dan zou proberen om illegaal weer terug te keren.
Ondanks alles zijn de christenen niet tegen de regering. Ze willen alleen vrijheid en daar bidden ze veel om.
Natasja ziet zelfs positieve kanten aan de vervolging.
Er wordt in ons land veel gebeden voor vrijheid. We maken moeilijke tijden mee, maar die worden wel in rijke mate gezegend. Het is goed voor hen die niet gelovig zijn… Het is onmogelijk voor ons om in de gevangenis te evangeliseren, maar zodra we gevangen genomen worden kan dat wel. Het kan dan gebeuren dat een gelovige komt in een gemeenschap van wel duizend ongelovigen. Dat kan dan aanleiding zijn voor een gesprek. God gebruikt deze weg van onze broeders en zusters in gevangenschap, maar het is voor hen wel hard en moeilijk…
Dit gesprek spreekt voor zichzelf. Een getuigenis dat we gaarne aan u doorgeven. Christus werkt door, ondanks ijzeren gordijnen, atheïstische overheden, vervolging en verdrukking. Aan het slot van het gesprek wees Natasja Vins op het belang van de voorbede. Daarnaast blijken kaarten meestal aan te komen. De gewoonte om groeten te sturen naar christenen achter het IJzeren Gordijn moge daarmee nog eens bijzonder onder onze aandacht komen. Een kaart is een teken van verbondenheid, een teken van de gemeenschap in Christus, Die ons samenbindt ondanks grote afstanden. Het lijkt een simpel gebaar. Voor de christenen daar toch een veelzeggend gebaar.
A. N., Ede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1979
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1979
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's