De loop van het Evangelie
'En als hij dit gezegd had, gingen de Joden weg, veel twisting hebbende onder elkaar. En Paulus bleef twee gehele jaren in zijn eigen gehuurde woning; en ontving allen, die tot hem kwamen.Hand. 28 : 29, 30
Paulus is bezig, de Joden te Rome het Evangelie van Jezus Christus uit te leggen, zo zagen we. En dan legt hij er de nadruk op, 'dat er een Messias beloofd was, die door het offer van Zijn dood de zonden der wereld zou verzoenen, die God met de mensen zou herenigen, die een eeuwige gerechtigheid zou verwerven, die de mensen, wedergeboren door Zijn Geest, naar Gods beeld zou herscheppen, kortom, die de gelovigen met Zich erfgenamen zou maken van het leven in de hemel; en dat dit alles vervuld was in de Persoon van de gekruiste Jezus Christus'. Zó schrijft Calvijn hierover. En wat was het gevolg van deze prediking? Door het gepredikte Woord wordt de vijandschap, tot dan toe verborgen, openbaar en trekt een scheur, dwars door de Joodse gemeenschap heen: 'Sommigen geloofden wél, maar sommigen geloofden niet'. Het gevolg van de kwaadwilligheid en hardnekkigheid van de ongelovigen is, – en dat is vandaag nóg zo –, 'dat Christus, Die onze vrede en de enige band der heilige gemeenschap is, de aanleiding wordt tot verdeeldheid, en hen, die eerst door onderlinge vriendschap verbonden waren, tot twist verwekt' (Calvijn). Al twistende onder elkaar gaan de Joden weg, maar niet, dan nadat de apostel de hardnekkigen voor de rechterstoel van God gedaagd heeft.
Niemand van hen, noch van óns, zal zich kunnen verontschuldigen, die zich niet bekeert, maar het zal zijn naar wat de Heilige Geest gezegd heeft, dat eigen ongeloof en verharding de oren en ogen heeft toegesloten en het hart heeft dik gemaakt, zodat het Woord des levens er niet kan binnendringen. Zó, als Christus Zich vrijmaakte van het bloed van hen, die Hem verwierpen, zó betuigt ook Paulus, dat hij rein is van het bloed van allen, die het Evangelie van de gekruiste Christus willens en wetens verwerpen. Het verzet tegen de loop van het Evangelie van de gekruiste Christus willens en wetens verwerpen.
Het verzet tegen de loop van het Evangelie lijkt in onze tijd heftiger te worden dan ooit, en wat is onze wijsvinger daarbij telkens bestraffend en beschuldigend uitgestoken naar anderen! Maar geen dienaar des Woords, geen ouderling of diaken, geen vader of moeder, geen onderwijzer of wie dan ook, want ieder van ons heeft 'zijns broeders hoeder' te zijn, – kan zeggen rein te zijn van het bloed van de op zijn weg geplaatsten, die niet kan zeggen met Paulus: 'Want ik heb niet achtergehouden, dat ik u niet zou verkondigd hebben al de raad Gods.'
Ik las ergens: 'Als je met iemand praat, moet je zó spreken, alsof het de laatste keer is, dat je met hem kunt spreken', en: 'Je moet spreken als stervende tot een stervende. Natuurlijk kan niet ieder gesprek diepzinnig zijn en leert de Bijbel zelf ons, dat de wijze tijd en plaats weet…' Bovendien, – zo dacht ik, toen ik dit las –, kunnen woorden heel degelijk en diepgeestelijk klinken zonder echter gedompeld te zijn in de liefde en gedrevenheid van Christus. Maar ach, onze gesprekken zijn doorgaans zo verschrikkelijk oppervlakkig, óf vol van termen zonder een greintje leven! Moet dát ons allen dan niet op de knieën brengen met de oprechte en ootmoedige bede:
Gedenk niet meer aan 't kwaad, dat wij bedreven;
Onz' euveldaad word' ons uit gunst vergeven;
Verzoen de zware schuld,
Die ons met schrik vervult;
Bewijs ons eens genade.
Diezelfde psalmdichter vraagt echter óók:
Hélp ons, barmhartig HEER',
Uw grote naam ter eer;
Uw trouw koom' ons te stade.
Zie, dáárin ligt nu de enige oorzaak en grond voor de voortgang, de glorierijke voortgang, ondanks alles, van het Evangelie van vrije genade. Dan mogen dienstknechten gebonden worden, zelfs wegvallen, het is niet belangrijk.
Het Woord is niet gebonden en gaat overwinnend voort. Het zal tot het einde der dagen harten verbrijzelen én innemen voor Koning Jezus. Paulus bleef twee hele jaren in zijn eigen gehuurde woning en ontving allen, die tot hem kwamen, zo lezen we. Als dan de meesten van de Joden zich verhardden, de heidenen zullen horen. Zij komen aan, door Godd'lijk licht geleid. Als Palus niet kan uitgaan, brengt de Heere er tot hém. De dienstknecht moet er geheel tussenuit vallen; het is de opgestane Christus en het is Zijn verworven en gezonden Geest, Die tot het Woord trekken, al ontslaat dat óns nooit van de Opdracht, waar we ook maar kunnen, uit te gaan in de heggen en stegen!
Maar, vraagt iemand, die met deze 'afloop' niet tevreden is, hoe is het dan met Paulus gegaan ná die twee jaren…? Hoe is zijn verdere levensgang geweest? Hoe is het proces tegen hem verlopen en welk oordeel werd tenslotte over hem uitgesproken en aan hem voltrokken? Werd Paulus ter dood veroordeeld? Kwam hij vrij?
Lezer, Lucas betoont zich ook hierin een goede leerling van Paulus, ja, meer nog, van de Heilige Geest, door alleen maar te laten horen, dat, wát er verder ook met de apóstel gebeurd is, 'meer tot bevordering van het Evangelie gekomen is.'
Dáár gaat het om, en al is het zeer waarschijnlijk, dat Paulus na die twee jaren nog weer vrij is gekomen, alle antwoorden op onze nieuwsgierige vragen zijn dan verder van geen enkel belang. Onze onvrede met het slot van de Handelingen der Apostelen is dus alleen maar een teken van onze onbijbelse en verkeerde instelling.
Paulus, de gevangene, had twee volle jaren de gelegenheid, allen, die tot hem kwamen, in zijn huis te ontvangen. En hij, de gezant van Christuswege, zal zeker in de gesprekken, die hij met die allen hield, géén koffiepraatje gehouden hebben.
Wat dat voor mensen geweest zijn, die hem opzochten? Mogelijk uit die Joden, die geloofden in zijn boodschap van Godswege; in ieder geval uit de heidenen, zoals Paulus in het 28e vers gezegd heeft. Eén kunnen we met name noemen, nl. Onesimus, de weggelopen slaaf van Filémon, uit Kolosse. Bij zijn meester, die Paulus een 'medearbeider' noemt, een vooraanstaand lid van de gemeente te Kolosse dus. Bij deze gelovige meester kon Onesimus het blijkbaar niet uithouden; hij gaf er de brui aan en zocht zijn toevlucht in de wereldstad Rome, in de veronderstelling, dat hij dáár niet zou ontdekt worden, want dan wachtte hem zeker de dood. Maar de Heilige Geest weet hem ook daar te vinden. Dat geldt ook ons, lezers. 'Waar zou ik heengaan voor Uw Geest en waar zou ik heenvlieden voor Uw aangezicht? Zo ik opvoer ten hemel. Gij zijt daar; of bedde ik mij in de hel, zie. Gij zijt daar. Nam ik vleugelen van de dageraad, woonde ik aan het uiterste der zee; ook dáár zou Uw hand mij geleiden, en Uw rechterhand zou mij houden' (Ps. 139 : 7-10).
Ja, zó heeft Gods hand Onesimus geleid. In dat immens grote Rome werd zijn weg geleid naar dat éne huis, waar Paulus verbleef. Onesimus ging een weg ten kwade, maar de Heere heeft ten goede gekeerd. Hij zócht bevrijding van de slavenbanden en hij vond verlossing van de banden van de zonde! Wat hem dan ook naar Paulus mag gedreven hebben, deze heeft hem zijn schuld bekend gemaakt, niet slechts tegenover zijn meester Filemon, maar allereerst tegenover de Gód van Filemon en Paulus, Die óók zijn God wilde zijn. Zó werd hij gevangen in het net van het Evangelie, dat hij juist in Kolosse ontlopen had! En hij is Paulus zeer nut geweest. Al zou de apostel nu alleen maar voor Onésimus het middel tot behoud zijn geweest, zou dat niet van onschatbare waarde geweest zijn? De engelen in de hemel, hebben er in ieder geval grote vreugde aan beleefd! Bovenal de Heere heeft hierin Zijn lust gezien.
En nóg kunt u of kan jij niet zóver zijn weggezworven van de Heere, Zijn Woord en dienst, of Hij wil u/jou opzoeken, en… daarvoor kan een gebondene zelfs door Hem gebruikt worden.
Het zal de apostel niet altijd gemakkelijk gevallen zijn gedurende die twee jaar dag en nacht een Romeins soldaat met ketenen aan zich gebonden te gevoelen. Wij zouden zeggen: 'Hij kon niet vrijuit praten, nog veel minder de verborgen omgang met zijn God zoeken'. Het heeft Paulus niet in de weg gestaan om 'het Koninkrijk Gods te prediken, lerende van de Heere Jezus Christus met alle vrijmoedigheid, onverhinderd'!
Mogelijk is hij daarin ook nog een instrument voor deze of gene soldaat geweest om deze tot kennis van God, van zichzelf, en van de zaligheid in Christus Jezus te brengen!
J. H. Vlijm, Woudenberg
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1979
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1979
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's