Aankondigingen
Het Joodsche Weekblad, deel I en II, Uitgave Omniboek, Den Haag (postadres Postbus 130, Kampen), prijs compleet ƒ 158,–.
De volledige uitgave van alle nummers van het Joodsche Weekblad, die verschenen zijn vanaf 11 april 1941 tot en met 28 sept. 1943 ligt in twee lijvige banden voor ons. Het geheel bevat een 'ten geleide' van Dick Houwaart, die betoogt dat het blad eigenlijk niet had mógen verschijnen in die jaren. Mr. Abel J. Herzberg gaat daar in een aparte, losse bijlage, getiteld 'Een andere visie', zeer kritisch tegenin. Men leze het begin van de ontboezemingen van Herzberg:
'Het Joodse Weekblad is een geschiedenisboek, zoals er geen tweede in de Nederlandse historie is verschenen. Het is compleet, het slaat geen week, ja zelfs geen dag in twee oorlogsjaren over. Het is een geschiedenisboek, dat met niets ontziende kracht en nauwkeurigheid het Duitse regime beschrijft.'
Dit is een citaat, voorkomende op pag. 8 van de Inleiding, die door Dick Houwaart, de samensteller van het boek, geschreven is. Men weet, dat het een volledige herdruk bevat van alle nummers van het blad, die van 11 april 1941 tot 28 december 1943 in joodse kring in Nederland wekelijks verschenen zijn.
Je zou zo zeggen, als je de geciteerde woorden leest, dat je je niet gelukkig genoeg kunt prijzen met het feit, dat het blad heeft bestaan. Op het eerste gezicht rechtvaardigen zij immers dat bestaan volledig. Wat zouden we daarzonder niet missen? Een bron van kennis omtrent een zeer belangrijk deel van het gebeurde tijdens de bezetting zou ons ontgaan. En al is het blad zeker niet geschreven teneinde ons aan documentatie over het gebeurde te helpen, een woord van dank ware stellig niet misplaatst.
Niets echter daarvan! In de Verantwoording, die de samensteller en de uitgever aan de genoemde inleiding vooraf doen gaan, wordt ons, na enkele zinnen, waarin het niet ontbreekt aan loftuitingen voor datgene wat in het Joodse Weekblad voorkomt over 'Joodse Geschiedenis en religie', voorgehouden, dat de zedelijke vraag of het blad ooit had mogen verschijnen met een overtuigd neen (moet) worden beantwoord. En dat is de opvatting, die in Houwaarts inleiding met steeds sterker nadruk doorklinkt.,
Ik begrijp zulk een zinsnede niet. Ik kan haar zelfs moeilijk verkroppen. Ligt het waarlijk op de weg van buitenstaanders (en de samensteller en uitgever van het boek zijn dat, al zijn zij de enigen niet) zich aan een zedelijk oordeel te wagen omtrent het doen en laten binnen een bevolkingsgroep, die in zulke benarde omstandigheden verkeerde als de joodse? Omstandigheden nog wel als nog nooit in de geschiedenis waren voorgekomen, met een benardheid, waarover nimmer een gedragsregel was of had kunnen worden opgesteld. Was het niet enigszins eleganter geweest, het zedelijk oordeel aan die groep zelf over te laten, een groep, die – wat haar fouten en tekortkomingen ook mogen zijn geweest – toch ook elementen genoeg bevatte, die niet minder wisten te onderscheiden tussen het zedelijk geoorloofde en het verbodene, dan zij, die na veertig jaren in volle vrijheid en zonder enige bedreiging van leven en veiligheid het onschatbare voorrecht hebben om tot een van niemand en niets afhankelijk oordeel te komen?'
Het is duidelijk dat Herzberg en Houwaart fundamenteel verschillend oordelen. Intussen geven deze boeken een waardevol stuk documentatie uit de jaren '40-'45.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's