Verscheidenheid en pluraliteit
De reformatoren hebben het aangedurfd – en laten we ons deze revolutionaire ontwikkeling niet te licht voorstellen – om aan het volk de Bijbel weer in handen te geven, nadat deze jaren, zeg eeuwen bewaard was onder de stolp van de kerkelijke hiërarchie De Bijbel mocht en moest voor persoonlijk gebruik beschikbaar zijn. De Bijbel was niet langer alleen toegankelijk voor de geestelijkheid en, wat de geestelijkheid betreft, was de uitleg van de Bijbel niet louter, in de eerste plaats aan de paus op diens stoel van Stedehouder Christi voorbehouden.
Sindsdien hebben we, ondanks het Sola Scriptura, het alléén de Schrift, dat in de Reformatie weer tot gelding kwam als gezaghebbend yoor ieder, de merkwaardige ontwikkeling gehad dat de kerk der Reformatie scheurde en scheurde en dat de kerk van Rome één bleef, als we tenminste even afzien van de alternatieve Paus Lefèvre, die thans in Frankrijk de wettige voortzetting van het oude Rome pretendeert te vertegenwoordigen. Niet dat Rome verder geen binnenbrandjes heeft. Er is bepaald moeite met de Nederlandse kerkprovincie. De theoloog Schillebeeckx moet zich verantwoorden over de van Rome afwijkende leer omtrent de twee naturen van Christus. Maar globaal genomen bleef Rome één. De Reformatie evenwel viel uiteen in vele brokstukken. De Schrift kwam in handen van allen en ieder kon er een eigen kant mee uit. We staan dan ook voor het feitelijke gegeven, dat vele kerken de erfenis van de Reformatie heten te bewaren en dat binnen die vele kerken zelf ook weer vaak grote verdeeldheid heerst.
In het kader van 'Samen op Weg' valt thans de uitdrukking 'plurale kerk'; aanduiding voor een kerk in meervoud, een kerk, waarin verscheidenheid zijn mag (en zelfs moet). We erkennen, dat er in de Schrift zélf verscheidenheid is onder de profeten en de apostelen, maar we kunnen ons intussen niet aan de indruk onttrekken, dat het er nu om gaat om uiteenlopende visies, zo niet elkaar uitsluitende inzichten, samen te brengen onder de koepel van die éne plurale kerk. De plurale kerk wordt de belichaming, naar het schijnt, van een nood, die zo intussen tot een deugd wordt.
Waar niet?
Boven dit artikel staat: Verscheidenheid en pluraliteit. Feit is, dat in vrijwel elke kerk de spanning van de verscheidenheid, met vaak ook de gescheidenheid, voelbaar en tastbaar is. Ik zet op een rijtje wat in op éénzelfde dag verschijnende periodieken te signaleren was.
‘Ook remonstranten hebben verontrusten', meldde het Nederlands Dagblad. Op Hervormingsdag 1979 is de werkgroep 'Waakt en Weegt' opgericht, bedoeld om de 'handhaving en versterking van onze geloofsgemeenschap in de Remonstrantse Broederschap op grondslag van haar beginselverklaring' te bevorderen. Knelpunt is kennelijk ook daar (geweest) de gift aan het Patriottisch Front vanwege de Wereldraad van Kerken, waarbij de broederschap is aangesloten.
In Kerknieuws van Scheps stond een interview met ds. R. M. van den Berg, voorzitter van het Confessioneel Beraad in de Gereformeerde Kerken. Handelend over de vraag van de ontwikkeling binden de Gereformeerde Kerken kwam (ook hier) het richtingenvraagstuk aan de orde. We laten ds. Van den Berg en zijn interviewer maar even aan het woord:
‘Acht u het mogelijk dat er een tijd komt dat u met de Gereformeerde Kerken zult moeten breken?
Dat zie ik niet. Al zou de situatie nog moeilijker worden, dan zouden wij de Gereformeerde Kerken niet verlaten. We blijven. We geven het advies om te blijven ook aan mensen die ons vragen of ze nog gereformeerd kunnen blijven. We willen elkaar vasthouden tot het uiterste. Er komen wel eens mensen bij ons die als het ware zitten te springen om lid van een andere kerk te worden. Maar wij zeggen dan tegen hen dat ze moeten blijven. Desnoods moeten ze het gastlidmaatschap van een genabuurde kerk aanvragen. De Gereformeerde Kerken zijn nog steeds belijdende kerken en dus blijven we in die kerken. Zou er dan weer een kerk bij moeten komen?
En als er een vereniging komt met de Nederlandse Hervormde Kerk die zeer consequente en principiële vrijzinnigen kent? Vindt u het reëel te verwachten dat de Hervormde Kerk die leden zal verloochenen?
We zouden het erg betreuren, wanneer de vrijzinnige stroming als legitiem werd erkend. Maar dan zouden we de Gereformeerde Kerken nog niet verlaten. We zouden van onze stichting misschien een vereniging maken. Een vereniging heeft een duidelijker gezicht. Maar als je een vereniging opricht, ben je een station verder. Een vereniging wordt spoedig een eigen richting. We zijn echter toch al een richtingenkerk. Dat kan ik niet ontkennen. Op synodaal en kerkrechtelijk niveau zijn er echter nog geen modaliteiten of richtingen. We hebben overigens eens een aparte vergadering besteed aan de vraag of de stichting een vereniging moest worden. Een stichting is ondemocratisch en het grondvlak raakt niet zo makkelijk bij de zaken betrokken. Maar je kunt wel snel besluiten nemen. Een vereniging leidt vooral op plaatselijk niveau spoedig tot groepsvorming. Het gevolg is vaak dat dingen die niets met de ontwikkeling te maken hebben, een grote rol gaan spelen. Er zouden wel eens fanatieke leden in het bestuur kunnen komen.
Zelfs als de vrijzinnigheid een legitieme plaats in uw kerken krijgt, acht u een breuk nog niet gerechtvaardigd. Verloochent u dan niet Afscheiding en Doleantie? Heeft de Gereformeerde Bond dan geen gelijk gehad met zijn verwijt aan afgescheidenen en dolerenden dat ze zich ten onrechte van de Hervormde Kerk hebben afgescheiden?
Zeker niet. De Afscheiding en de Doleantie zijn in de negentiende eeuw een zegen geweest. Maar de situatie was toen geheel anders dan nu.'
Ook in de kerk van Abraham Kuyper is binnen een korte spanne tijds het richtingenvraagstuk – zo blijkt ook uit dit stuk – actueel geworden, waarbij het belijden der kerk gehéél in het geding is. Ook de Gereformeerde Kerken zijn pluraal geworden. Daarom kan een hereniging met een Hervormde Kerk, die al zó láng pluraal is, van hun kant geen belemmering meer vormen. Ténzij men zegt – en zo willen wij het toch graag zeggen – dat het ook bij een hereniging, bij een samengaan, gaat om een samen belijden, en dan wel vanuit de belijdenis, die ons van de vaderen is overgeleverd.
Dan hebben we tenslotte de Christelijke Gereformeerde Kerken. De Wekker, het officiële orgaan van deze kerken (objectiever kan het dus niet) berichtte ons uitvoerig en eerlijk over een ambtsdragersconferentie in Amersfoort, waar gesproken is over 'de verschillen die er in onze kerken zijn' (de derde conferentie over de verschillen al overigens). Ds. J. H. Velema neemt een groot deel van het openingswoord van de voorzitter van de conferentie, de heer D. Koole over. We nemen dat stuk ook hier integraal op, zodat de lezers oordelen kunnen over wat er in de Christelijke Gereformeerde Kerken gaande is.
‘Als Christelijke Gereformeerden hebben we ons een zekere behendigheid eigen gemaakt om dit naar buiten wat toe te dekken, maar dat heft de werkelijkheid niet op. Voor bepaalde predikanten blijven sommige kansels gesloten, in sommige gemeenten wordt voor bepaalde doelen niet gecollecteerd, heel wat kerkeraden zitten met de problematiek van mensen die het in een gemeente van een bepaalde signatuur niet kunnen uithouden. En op een of andere manier hangt dat allemaal samen met het onderwerp dat ons ook vandaag weer bezighoudt.
Een jong gezin verhuist, verlaat een wat ik dan maar een meer moderne gemeente zal noemen en komt terecht in een gemeente van meer behoudende signatuur. Men neemt daar de avondmaalsviering waar. Huisbezoek volgt met een indringend onderzoek naar de motieven die naar de tafel des Heeren voerden. Gevolg: kortsluiting en distantie. In de vorige gemeente was men dat zo niet gewend. Een behoudende broeder heeft zich door verhuizing bij een gemeente van meer vooruitstrevende signatuur te voegen. De voorbereidingspreek had hem al de nodige twijfels bezorgd maar bij de eerste avondmaalsviering rijzen zijn haren ten berge vanwege de grote toeloop die hij niet anders kan taxeren dan als resultaat van een veel te optimistische beschouwing van de gemeente. Gevolg: kortsluiting en distantie.
In wat we dan maar het behoudende deel van onze kerken zullen noemen wordt veelvuldig de klacht gehoord dat de prediking hier en daar verarmt en verschraalt. De preken van veel jonge predikanten, kandidaten en studenten vindt men meer hebben van geslaagde bijbelse opstellen dan vangespierd Woordverkondiging. Men vindt dat er weinig ontvouwing is waarvan geestelijke leiding uitgaat. Geloofsbegrippen als schuldbesef, zondekennis, wedergeboorte en bekering, zo zij nog voluit aan de orde komen, krijgen naar het oordeel van onze behoudend denkende broeders een vulling die de eigenlijke, dat is de bijbelsbevindelijke dimensie mist. De verlossing door Christus wordt ruim gepredikt maar de vraag waarvan de zondaar moet worden verlost krijgt te weinig aandacht. Hangt dat ergens samen met de kijk die men op de gemeente heeft?
En hoe is het oordeel naar de andere kant? Hoe wordt gedacht en gesproken over de prediking in de behoudende vleugel in onze kerken? Weinig eigentijds, tamelijk terughoudend in de aanbieding van het heil, met meer accent op de zonden dan op de mogelijkheid tot verlossing in Christus, onherkenbaar voor de mens van deze tijd vanwege een verouderde terminologie, weinig bevrijdend, vaak akelig indringend als het aankomt op de steeds weer terugkerende vraag naar de aanwezigheid van echt geestelijk leven bij het individu, met weinig oog voor de vragen van deze tijd.
Laten we ons niet vergissen broeders, maar zo zijn de wederzijdse taxaties en zo komt het dat er van Zeist naar Utrecht reizen en van Zoetermeer naar Scheveningen en omgekeerd. Er gaapt een kloof en die manifesteert zich telkens weer. Óp allerlei manieren en bij allerlei gelegenheden. We hadden dit jaar een Schooldag die op menig punt geslaagd mag heten. Een dag om dankbaar op terug te zien. Maar ook die dag was de kloof voelbaar en zichtbaar, namelijk in de wijze waarop door de beide sprekers van die dag het onderwerp 'heiliging' werd benaderd. De benadering in de morgentoespraak deed ter enerzijde hoofden misprijzend omlaag gaan; de aanpak in de middagtoespraak, waarin een heel duidelijk stukje gemeentebeschouwing ten beste werd gegeven, leverde een afkeurend hoofdschudden ter andere zijde op en de oplettende luisteraar zal het niet zijn ontgaan dat in het slotwoord, in de opmerking dat aan heiliging wedergeboorte en bekering vooraf moeten zijn gegaan, een duidelijke correctie of zo u wilt aanvulling op de middagtoespraak opgenomen was.
In wezen ging het ook toen om een stukje gemeentebeschouwing.'
Ongetwijfeld gaat het hier, bij wat in de Christelijke Gereformeerde Kerken aan de orde is, niet om die pluraliteit die in het kader van 'Samen op Weg' wordt bepleit. Hier gaat het om verscheidenheid in overigens niet onbelangrijke zaken maar die toch gevoegd wil zijn binnen het kader van de ene zelfde belijdenis. De vraag is hoe ver binnen dat kader die verscheidenheid gaan kan, zonder te komen in de sfeer van die pluraliteit, dat kerk-in-meervoud zijn, dat zich met het belijden der kerk niet meer verdraagt.
Wel zal duidelijk zijn dat er ongemerkt grensoverschrijdingen kunnen komen van wettige verscheidenheid naar niet-wettige pluraliteit.
En wij?
Het zou in dit verband goedkoop zijn om alleen de blik te richten naar buiten als het gaat om verscheidenheid of zelfs gescheidenheid. Het is zelfs goedkoop om uit hervormd-gereformeerde kring te zeggen, dat wij in de Hervormde Kerk pluraliteit al zó lang kennen en verder dan zelf buiten schot blijven. Want ook wij, als hervormd-gereformeerden, kennen bepaald verscheidenheid. De tendenzen, die we bij anderen signaleerden, zijn ook ons niet vreemd. Wanneer we als hervormd-gereformeerden een zelfstandig kerkverband zouden vormen, zouden we dunkt me met dezelfde zaken geconfronteerd worden, die anderen nu in eigen huis hebben. Kwesties als verbond en verkiezing, de visie op kerk en verbond en deswege op het concrete kerkelijke vraagstuk geven ook onder ons verschillen te zien, die bij een zelfstandig optrekken spanningen zouden oproepen. 'Samen op Weg' geeft er al een voorspel van te zien.
Het zal immer zaak zijn eerlijk te zijn tegenover anderen en tegenover onszelf. Wat nu vaak opvalt is, dat ieder voor eigen kerk of kring de verscheidenheid en de gescheidenheid bedekt of toemantelt, zelfs als het over fundamentele verschillen gaat, verschillen die het fundament raken. Voor eigen kerk of kring wordt gemakkelijker gesproken over het 'elkaar vasthouden uit liefde tot de kerk' (ik citeer hier de Wekker) dan voor andere kerken of groeperingen. De liefde tot eigen kerk is kennelijk ook ieder aangeboren.
Is er een uitweg?
Het is duidelijk, dat zo langzamerhand iedere kerk stromingen met onderling meer of minder diepgaande verschillen heeft, die al te gemakkelijk leiden kunnen tot geschillen. En dit alles, terwijl we allen voortkomen uit de Reformatie, waarin het Sola Scriptura zo met kracht is geponeerd. Meer dan dit alles constatereh doe ik hier niet. We staan voor het trieste beeld van een verpulverde en verdeelde kerk der Reformatie. Het Sola Scriptura is gemakkelijker uitgesproken dan gerealiseerd in de praktijk van het kerkelijk handelen. Het mag wel zaak zijn van diepe verootmoediging.
Als het intussen gaat om het legitieme van verscheidenheid in de kerk dan gaat het over het scherp van de snede. De Schrift zelf kent enerzijds verscheidenheid onder de apostelen en profeten die elk, gezaghebbend van God uit, zaken aan de orde stellen, die zo de totaliteit van de bijbelse boodschap bepalen. Zulk een verscheidenheid zal er immer in de kerk (mogen) zijn. Geen twee dienaren van het Woord zijn gelijk. Ieder mag met eigen gaven en inzichten de boodschap brengen, waarbij de een tegen de ander niet kan zeggen hem niet nodig te hebben. Als maar gebouwd wordt op het ene fundament van apostelen en profeten. Wat dit betreft zou er binnen de kerken best wat meer gerelativeerd mogen worden. Niemand kan de pretentie hebben de volle boodschap van het Woord alleen te hebben en te brengen.
Maar een plurale kerk, een kerk in meervoud waarin het al bij voorbaat duidelijk is, dat bijvoorbeeld de totaalinhoud van de reformatorische belijdenis, zoals die concreet in de belijdenisgeschriften voor ons ligt, geen gezamenlijk accoord voor het spreken der kerk meer kan zijn, en waarin de meest uiteenlopende stemmen, ook die met de inhoud van de belijdenis vloeken, toelaatbaar zijn is in feite een verdeelde kerk. En een huis dat in zichzelf verdeeld is kan op den duur niet bestaan. De Schrift spreekt ook duidelijk over het weren van de ketterijen. Een plurale kerk met allerlei wind van leer heeft de Schrift niet mee.
We zullen elkaar dan ook voortdurend dringend moeten bevragen over verscheidenheid die wettig is en pluraliteit die buiten-bijbels is. Op het scherp van de snede.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's