Enige vragen over het huwelijksformulier
Pastorale overwegingen
De wederzijdse vragen en de rechterhand
Nadat de predikant het bruidspaar gevraagd heeft of het begeert te leven, zoals te voren is uiteengezet, en hun huwelijkse staat bevestigd te zien, en nadat hij heeft vastgesteld, dat er geen wettig bezwaar is ingebracht, volgen de wederzijdse vragen aan de bruidegom en aan de bruid. In de verschillende uitgaven van het kerkboek lezen we, dat voor de vragen bruid en bruidegom elkaar de rechterhand geven. Nu heeft de vragensteller in de brief opgemerkt, dat hij ook gezien heeft, dat de omgekeerde volgorde voorkomt, eerst de vragen, dan pas het geven, van de rechterhand. Voorzover ik kan nagaan, is dit laatste inderdaad volgens de officiële tekst. De gedachte, die daarachter ligt, is ondermeer deze, dat de zegen, waarbij gebeden God, dat God hen verbinde in oprechte liefde en trouw, op een bijzondere wijze gestalte krijgt op het ineenstrengelen van de handen, mooier zelfs, dan dat de handen ineengestrengeld zijn reeds voor de vragen. Mij is gebleken, dat dr. Rutgers echter een ander gevoelen heeft en in de uitgave van het kerkboek de orde volgt, die wij algemeen kennen.
De vragen, die over en weer gesteld worden, zijn wel heel bijzonder teer en bijbels gesteld met telkens de zinsnede 'naar uitwijzen van het heilig Evangelie'. Hoe verschillend ook de plaats en taak van de man en de vrouw zijn, het gaat om een dienen van elkander in de liefde.
De huwelijkspsalm
Een volgende vraag richt zich op het al of niet voorkomen van psalm 128 aan het einde van het huwelijksformulier. Er blijkt verschil te zijn in de uitgaven ook op dit punt. In de uitgave van 1611 staat deze psalm namelijk niet. Toch is het een schoon besluit van de inzetting van het huwelijk als Gods scheppingsordening, dat met de onderwijzing en de belofte uit deze psalm wordt geëindigd. Het ligt geheel in de lijn van de belijdenis der vaderen, waarin huwelijk en huisgezin zulk een grote plaats kregen en hadden. Stellig is ook hierin te zien een doorwerking van de belijdenis der reformatie, die aan het gezinsleven de bijbelse plaats en functie toekende. De reformatoren Luther en Calvijn hebben beiden ook de vreugden en zegen met alle zorgen en verdriet erbij van de huwelijkse staat ervaren. Tegenover de rooms-katholieke opvatting over celibaat en kloosterheiligheid en anderzijds de veelwijverij van de wederdopers in sexuele ontaarding en ontucht hielden zij de heiligheid van de scheppingsordening hoog. En een weerklank daarvan beluisteren we in het op dit getuigenis geënte formulier.
Het slot van het dankgebed
Evenals in de andere formulieren en in oude uitgaven staat aan het einde van de dankzegging het allervolmaakste gebed, ingeleid met de woorden 'in Wiens naam we onze gebeden aldus besluiten'. In dat gebed leerde de Heere Zijn kinderen al wat nodig is naar lichaam en ziel en het is een goed ding, dat het grondpatroon van al het waarachtig gebed ook zo meegaat in de verschillende formulieren voor de ordening van het tijdelijk en geestelijk leven der gemeente. Opmerkelijk is, dat in de uitgave van 1611 de afsluiting staat 'die met u en de Heilige Geest leeft en regeert, een waarachtig eeuwig God, altijd geprezen. Amen'. In hoeverre beïnvloeding hier vanuit het dankgebed van het doopformulier is terug te vinden is een onbeantwoorde vraag. Het zou kunnen, omdat de formulieren alle in dezelfde tijd zijn ontstaan.
De slotwens:
Aan het bruidspaar worden ten laatste de wensen meegegeven, dat de Heere hen vervulle met Zijn genade vooreerst. Wat is er meer nodig en meer genoegzaam ook in het huwelijk, waarin de zonde en gevolgen zo ondermijnend kunnen werken? Het tweede is dat toegewenst wordt een leven in godzaligheid, in de vreze Gods in de praktijk dus. Deze is tot alles nut met de belofte van het tijdelijke en eeuwige leven. Tenslotte is daar de wens van een lang leven, teken van Gods goedheid, vooral reeds onder het Oude Verbond, van een heilig leven, waarin de wederzijdse trouw opbloeit uit het leven voor Gods aangezicht, dat Zijn instellingen acht. Dat dit ook een leven in liefde en enigheid is, zal ons dan niet verbazen. Met deze korte opmerkingen sluit ik graag de artikeltjes af, want er liggen vooreerst drie brieven te wachten op antwoord, over andere onderwerpen.
W. Chr. Hovius, Apeldoorn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's