De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zending op twee sporen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zending op twee sporen

9 minuten leestijd

Op de hervormde synode, die deze week weer is gehouden, had de zending een grote plaats op de agenda. Het eindverslag van 'Zending in Nederland', dat het Hervormd Evangelisatorisch Beraad en de Hervormde Bond voor Inwendige zending op g.g. zozéér verdeelde, was aan de orde evenals het jaarverslag van de Raad voor de Zending (1978) en dat van de Gereformeerde Zendings Bond (1977). Volgende week hopen we in de verslaggeving daarop nader terug te komen.


We staan ook in de zending voor zeer fundamentele ontwikkelingen, waarin een gaan op verschillende sporen zich steeds duidelijker aftekent, én in eigen land én naar buiten toe. De Gereformeerde Zendings Bond merkt in zijn jaarverslag al direct op, dat de GZB zich steeds heeft te bezinnen en moet verantwoorden ten aanzien van de vraag waarom de verantwoordelijkheid voor dit stuk zendingswerk nog steeds berust bij de bond zelf en niet bij de synode. Er is intussen kennelijk eerder méér afstand met de Raad voor de Zending aan het groeien dan er toenadering te bespeuren valt. We lezen in het verslag van de GZB namelijk, dat in 1977 niet langer met de Raad voor de Zending een gemeenschappelijke folder is uitgegeven. Redenen zijn: ongenoegen over de inhoud, te summiere aandacht voor het werk van de GZB en… toenemende polarisatie.
Bij de Raad voor de Zending is intussen een geheel andere ontwikkeling gaande. In het kader van Samen op Weg komt er steeds intensiever samenwerking met het Centraal Orgaan van de Zending van de Gereformeerde Kerken. De beide organen hebben, élk voor zich, hun synode een intentieverklaring ter ondertekening voorgelegd, waarin verklaard wordt, dat men accoord gaat met volledige integratie van de hervormde en gereformeerde zending. In eerste instantie zal er dan gestreefd worden naar volledig samengaan voor wat betreft het werk in Indonesië.
Wanneer aan de GZB steeds rekening en verantwoording wordt gevraagd over zijn zelfstandig optreden, zal dat dunkt me in de toekomst binnen dit kader van 'Samen op Weg' worden gevraagd. De vraag zal zijn of de probleemstelling veel anders komt te liggen. Er is een toenemende tweesporigheid inzake zendingsvragen. Op bijzonder eerlijke wijze is die tweesporigheid onder woorden gebracht door ds. R. J. van der Veen, predikant van de Gereformeerde Kerken, thans secretaris van de Nederlandse Zendings Raad (niet te verwarren met de hervormde Raad voor de Zending overigens). Ds. Van der Veen deed dit in een artikel in het blad Voorlopig en wel zo eerlijk en duidelijk dat, als dit de stand van zaken wordt (is) ten aanzien van de zendingsarbeid, van géén van beide zijden meer verklaringen of verantwoordigen nodig zijn voor gescheiden optrekken. We laten hieronder de essentie van het artikel van ds. Van der Veen eerst volgen.

‘Eeuwige verschrikking’
Ds. Van der Veen begint met te zeggen dat het in 'de kring van de Gereformeerde Bond en de evangelische christenen' zó ligt dat nodig is 'geloofsovergave aan Jezus Christus als volstrekte voorwaarde tot behoud'. Hij citeert ds. C. Snoei, die inzake 'Zending in Nederland' gezegd heeft dat de situatie in ontkerstenend Nederland bijzonder ernstig is: 'Waarom ernstig? Omdat wij geloven dat al wie niet in Jezus Christus gelooft. Hem niet ingeplant is, buiten het heil staat.'
De volstrekte ernst van deze overtuiging – aldus ds. Van der Veen – brengt mee, dat bij alle vragen, die zich thans in de zending voordoen, de allesoverheersende voorvraag is: 'wordt vóór alles de zondaar geroepen tot bekering en geloof en zo tot eeuwig behoud?'


Ik citeer nu voor recht verstaan ds. Van der Veen uitvoerig:

‘Het ingrijpende is dat de aanhangers van genoemde visie zich – bij een bepaald soort bijbelgebruik – op nogal wat uit de bijbel kunnen beroepen. Ds. Snoei zet dan ook een aantal teksten keurig op een rij:
‘Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die de Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op Hem.' (Joh. 3 : 36).
‘Wij dan wetende de schrik des Heren, bewegen de mensen tot het geloof…' (2 Kor. 5 : 11).
'Wee mij, indien ik het Evangelie niet verkondig…' (1 Kor. 9 : 16).
‘Allen ben ik alles geworden, opdat ik immers enigen behouden zou' (1 Kor. 9 : 22).
De hierboven geschreven woorden 'bij een bepaald soort bijbelgebruik' maken geen gemakkelijke ontsnapping mogelijk. Want precies dat soort bijbelgebruik is goeddeels het bijbelgebruik van de confessie en van een groot deel van de gemeenteleden ook buiten de kringen van de Bonders en de evangelische christenen. Het is ook ongeveer het bijbelgebruik van veel bijbelse dagboeken. En, niet te vergeten, het bijbelgebruik van een heel aantal 'klassieke' gezangen waarop ook de samenstellers van het nieuwe liedboek ons tradidegetrouw weer hebben vergast. Dat alles betekent dat bijvoorbeeld de Geref. Bond zich op grond van een nog zeer breed verspreide manier van omgaan met de bijbel voor bovengenoemde positiekeuze kan beroepen op Schrift en confessie. En op de kerkorde, die zegt: 'De kerk weert wat haar belijden weerspreekt'.
Alle praten over 'het belijden van de belijdenis' of over 'de religie van de belijdenis' en niet de tijdbepaalde formulering, helpt hier maar weinig, omdat het immers om een centraal punt gaat. Alleen de Dordtse Leerregels maken dat al duidelijk.
Wie dus, op die manier, via een bijbelgebruik dat door liederen van het nieuwe liedboek nog altijd wordt bevestigd, Schrift, confessie en kerkorde lijkt mee te hebben, ervaart het afglijden van die zo ernstige vraag over 'het ingeplant worden in Christus, of verloren gaan' als oneerlijk. Zo ontstaat dan mijns inziens het wantrouwen.'


Hoewel ds. Van der Veen hier in feite zegt, dat de zendingsvisie in de orthodoxe kringen de Schrift, de belijdenis en óók nog 'de kerkorde' mee heeft, zegt hij intussen in het vervolg, dat 'velen, die zich met diepe ernst Christusgelovigen noemen heel anders zijn gaan denken over dat 'voor eeuwig verloren gaan' dan de traditie die door de Bond en de evangelische christenen getrouw (cursief van mij, v. d. G.) wordt vertolkt'. En dan komt bij ds. Van der Veen in feite de algemene verzoening 'vanuit het grootdenken over de barmhartigheid Gods' weer ter tafel. Vanuit die barmhartigheid moet de gemeente thans missionaire gemeente zijn, maar we moeten Gods 'barmhartige nabijheid' uitdrukken als mensen van onze 'eigen tijd' en 'eigen omgeving'. En dan: degenen die deze visie op zending aanhangen – en eerlijker en duidelijker kan het dunkt me niet – 'wijzen erop dat wij door het werk van de Heilige Geest het aan mogen durven om nu voor eigen verantwoordelijkheid te belijden in daad en in woord, voorbij of verder dan de getuigenissen in de Schrift'. En dan nog een keer een letterlijk citaat:

‘Precies zo hebben immers de vaderen van de Drie Formulieren van Enigheid beleden, voorbij of verder dan Paulus. Dit belijden is onvermijdelijk riskant en mensenwerk. En is onopgeefbaar onze missionaire roeping in woord en daad, winnend en bevrijdend.
Vanuit deze visie, en met de resultaten van de bijbelwetenschap als hulpmiddel, zeggen deze medechristenen ons: vanuit de alles overheersende boodschap van de barmhardgheid Gods in Jezus Christus kun je vandaag de expressiemiddelen of waarschuwingen van vroeger zoals hel en eeuwige verdoemenis niet meer de plaats geven die de Bond en de evangelische christenen daaraan nog geven of lijken te geven. Omdat zo toch nog niet genoeg recht wordt gedaan aan aard en inhoud van de bijbelse getuigenissen. Toch nog niet genoeg recht is gedaan aan het evangelie.'

Een grote kloof
Het zal duidelijk zijn dat, als dit de moderne visie op zending is, er een onoverbrugbare kloof gaapt tussen hen, die 'getrouw' aan Schrift en belijdenis vasthouden willen en hen, die vinden dat we verder mogen dan de getuigenissen van de Schrift of er aan voorbij mogen en die dan ook zeker met de belijdenis hebben afgerekend.
Er blijft slechts één vraag open biji het lezen van het betoog van ds. Van der Veen, namelijk dat hij geen enkele motivatie geeft van zijn boude formulering, dat de vaderen van de Drie Formulieren óók 'voorbij of verder dan Paulus' waren. Hij zal dit dunkt me ook niet kúnnen motiveren.
Intussen signaleert ds. Van der Veen nog wél, dat het nog wel 'het meest beroerde' is, dat een groot deel van de gemeente 'van de resultaten van (dit) voortgeschreden bijbelonderzoek verre is gebleven'. Met andere woorden: er gaapt óók een kloof tussen de gemeente en de voortrekkers van de nieuwe zendingsgedachte, waarin de bijbelse prediking van de twee wegen niet meer centraal staat. We mogen hopen en bidden, dat de gemeente aan de resultaten van dit nieuwe bijbelonderzoek nimmer toe zal komen. Maar het zal wél zaak van eerlijkheid zijn om de gemeente in den brede – en niet alleen in een tamelijk elitair blad als Voorlopig – in te lichten over het spoor dat thans gegaan wordt. Het lijkt mij ook een zaak van eerlijkheid, dat in het kader van 'Samen op Weg’, nu de Hervormde Raad voof de Zending en het Centraal Orgaan voor de zending van de Gereformeerde Kerken tot integratie willen komen, en nu we voor de concrete situatie van zo'n duidelijke tweesporigheid staan, ook eerlijk positie wordt gekozen. Ds. Van der Veen schreef niet namens de Hervormde Raad voor de Zending. Hij schreef wel als secretaris van een Raad voor de Zending waarbij de Hervormde Raad en het genoemde Centraal Orgaan van de Gereformeerde Kerken zijn aangesloten.


Wordt dit de stand van zaken ten aanzien van de zending, dan hebben we elkaar niets (nieuws) meer te zeggen. Maar intussen zal er ook nu die missionaire gemeente blijven, die getuigen zal van de ene Naam tot zaligheid gegeven, de Naam van Hem die gezet is tot een val, en opstanding van velen in Israël. De Steen, die de bouwlieden verworpen hebben, is geworden tot 'een hoofd des hoeks'. Een ieder, die op die steen valt zal verpletterd worden en op wie hij valt, die zal hij vermorzelen.

Daarom zal er een gemeente blijven die van die Ene Naam, gegeven tot behoud, niet zwijgen kán.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Zending op twee sporen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's