Ook ons is het evangelie verkondigd… (2)
Want ook ons is het Evangelie verkondigd, gelijk als hun; maar het woord der prediking deed hen geen nut, dewijl het met het geloof niet gemengd was in degenen, die het gehoord hebben. Want wij, die geloofd hebben, gaan in de rust…Hebreeën 4 : 2, 3
Want ook ons is het Evangelie verkondigd gelijk als hun, maar het woord der prediking deed hen geen nut… Dat is de huiveringwekkende mogelijkheid van allen die onder de prediking van het Woord verkeren, onder Gods trouwe gunstbewijzen en het aanbod van Zijn genade. En dan is daar de vraag: wat was toch de oorzaak dat het verkondigde Woord hen geen nut deed en ze niet konden ingaan in het land van de rust. Omdat, zegt de schrijver van de Hebreeënbrief, omdat het met het geloof niet gemengd was in hen die het gehoord hebben. Daar hebt u het dan. Het hoge woord is er uit. Dat was dus de oorzaak. De schuld van het horen zonder 'nut' lag zeker niet in het Evangelie, dat zij hoorden en wat ook onder ons verkondigd mocht worden. Wij hebben vorige keer gehoord wat de inhoud van het Evangelie is. Dat Evangelie hetwelk zij en wij hoorden belooft vrijheid voor gevangenen, die van huis uit gebonden zijn aan de machten van satan, zonde en dood. Dat Evangelie belooft leven, voor hen die alles verbeurd en verzondigd hebben. In de Heere Jezus Christus, de hemelse Hogepriester is alles wat we nodig hebben in leven en sterven, en juist Hij wordt in het Evangelie gepredikt. In Hem zijn alle beloften Gods ja en amen, vast en betrouwbaar en alle aanneming waardig.
De oorzaak van het horen zonder 'nut' lag ook niet bij Mozes, die de woorden Gods moest spreken. Hoewel hij een mens was van gelijke beweging als wij, vatbaar voor alle menselijke zwakheden, verkeerdheden en zonden, ijverde hij met grote bewogenheid voor God en het heil voor Israël. Hij wilde de mens niet in het oordeel preken, maar integendeel hen van onder het oordeel Gods vandaan halen en in God, in het land van de rust, in Zijn Koninkrijk preken.
En als het gaat over onze bediening onder u als dienaren des Woords, dan kunnen wij niet anders spreken dan dat zij in veel zwakheid en met veel tekortkoming bevlekt is. Maar daar is nog meer. Want ook wij zijn zondaren. Wat in uw hart is, is ook in ons hart. Wij liggen krachtens onze geboorte net zo veraf van God als u. Wij hebben van huis uit dezelfde vijandschap tegen het Evangelie en worden alleen door overmachtige genade gered. Er is geen aparte Ingang in het land van de rust, in het Koninkrijk Gods voor dienaren des Woords. Wij leven van dezelfde genade, worden gerechtvaardigd door hetzelfde geloof, met God verzoend door hetzelfde bloed van Christus, geleid door dezelfde Geest.
Maar één ding moet u weten: dat de boodschap van de Heere, het aanbod van Zijn genade welgemeend is, voor u die het hoort en wij die het horen en prediken. Nogmaals wat was de oorzaak dat het verkondigde Woord hen geen nut deed? Omdat het met het geloof niet gemengd was in hen, die het gehoord hebben! Dus wat houdt ons buiten het Konunkrijk Gods, wat houdt ons buiten het land van de rust, de rust die er overblijft voor het volk van God? Onze zonden, waar we het zo kwaad mee hebben? Nee, die houden ons er niet buiten, hoewel de heilige en rechtvaardige God ze niet kan luchten of zien. Wat houdt ons buiten het Koninkrijk Gods, het land van de rust? Ons ongeloof! Dat is onze grootste zonde. Dat is geestelijke zelfmoord. Zijn we daaraan ontdekt? Een mens die daaraan ontdekt is, houdt geen enkele verontschuldiging meer over. Juist zulken weten, dat niemand iets kan aannemen, tenzij het hem door God gegeven wordt. Maar dan worden we ook werkzaam met het Woord van God. Dan vertrouwen we God op Zijn Naam, dan vertrouwen we God op Zijn Woord, dan vertrouwen we God op Zijn beloften. Dat is een grote zaak, maar het mag, om God de Heere te vertrouwen en Hem aan Zijn Naam, aan Zijn Woord, aan Zijn belofte te houden. Dan moeten wij er tussen uit met ons kennen en kunnen en willen, om God alleen in ons leven te bedoelen en Hem alleen over te houden, om het te mogen geloven met dat vertrouwende geloof, dat de Heere goed is voor slechte mensen, die hun slechtheid tot hun smart belijden. Dan is alle roem van mijn komt uitgesloten en kan ik roemen in Gods genade alleen!
Zalig als het horen van het Woord van God met geloof gemengd is, dat wil zeggen, de beloften van het Evangelie in geloof en vertrouwen aangenomen wordt en geschreven in onze harten. Dat hebben we nodig, met minder kunt u niet toe, meer is niet nodig. In die weg zullen we het bevinden dat God een God van Waarheid is en dat Zijn Woord een Woord van Waarheid is.
En dan zegt de schrijver van de brief aan de Hebreeën: 'Want wij, die geloofd hebben, gaan in de rust…' En wat voor een rust! Jozua bracht Israël eens in Kanaän, het land van overvloed en betrekkelijke rust. De Heere Jezus, de ware en meerdere Jozua brengt ons in een beter Kanaän. Hij verliet troon en kroon om zondaren zalig te maken en ze te brengen in het land van de rust. Hij ging in in deze verworden, vijandige wereld vol onrust. De vossen hebben holen en de vogelen des hemels nesten maar de Zoon des mensen heeft niets waar Hij Zijn hoofd kan neerleggen. De vijandschap en de onrust omringden Hem tot aan het kruis, totdat Hij Zijn ziel tot een schuldoffer had gesteld. Op de dag van Zijn opstanding kreeg Hij volkomen rust na heel Zijn volbrachte werk, waarop de Vader ja heeft gezegd. En deze rust deelt Hij nu mee door Zijn Geest en Woord. Ja, die rust is in Hem en daarom wie door het geloof in Christus ingaat, gaat in de rust van Zijn volbrachte werk. Want wij, die geloofd hebben, gaan in de rust… Maar heeft een gelovige dan geen zorgen vraagt u? Vaak vele moeiten, angsten, nood en pijn. Hoeveel kruisen worden niet opgelegd, hoe kan Gods hand zwaar op ons drukken. Wat hebben de gelovigen vaak te strijden en te worstelen om het geloof niet kwijt te raken. Maar wij hebben de dagelijkse bediening uit de volheid van genade voor genade, en hebben ook nodig dagelijks geloof te oefenen en dan mag het onze dagelijkse bede wel zijn: Heere vermeerder ons geloof en leer ons de lijdzaamheid en volharding. Want wij, die geloofd hebben, gaan in de rust. Asaf zegt: Daarna zult Gij mij in heerlijkheid opnemen. Daarna – wat ligt er dan veel achter ons, de kruisen, de verdrukkingen, de afdwalingen, de onbegrepen dingen, de opstandigheid, de moedeloosheid en de traagheid. Wat zal dat een heerlijkheid zijn: Nooit meer traag, nooit meer lusteloos, nooit meer geesteloos.
Want wij, die geloofd hebben, gaan in de rust… Wie zijn dat? Zij die uitgegroeid zijn in de genade van God en daardoor zo klein en arm geworden zijn in zichzelf. Zij die van verre staan en begeren Jezus kleed van achteren aan te raken! Hoort het Woord van Hem: 'Komt allen tot Mij die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven.' Zij die hebben leren betuigen: bij U Heere schuil ik. Zij die de toevlucht hebben genomen onder de schaduw van Zijn vleugelen. Zij die bij de wet zijn doodgelopen en in het Evangelie een opening hebben gevonden, in dat Evangelie, dat ook ons is verkondigd!
L. Schaap, Schoonhoven
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's