De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

6 minuten leestijd

W. Lutjeharms: De Vlaamse Opleidingsschool van Nicolaas de Jonge en zijn opvolgers (1875-1926), in de serie Vereniging voor de Geschiedenis van het Belgisch Protestantisme no. 6, ing. 126 blz., ƒ 18,–.
De emeritus-hoogleraar kerkgeschiedenis van de Protestantse Theologische Faculteit te Brussel heeft ons in dit boekje een kostelijk overzicht gegeven van wat er aan opleiding voor kolporteurs en evangelisten in België is gedaan in de periode waarin een groot deel van de protestantse invloed in dat land zich langs evangelisatorische lijnen bewoog. Hij schildert niet alleen de drie fasen van de in de titel aangeduide school, maar geeft bovendien aan het geheel reliëf door biografische overzichten van docenten en leerlingen-kwekelingen, terwijl ook allerlei bestuurlijk bij de zaak betrokkenen voor het voetlicht komen. In de bijlagen vindt de historicus wat voor verificatie van de makkelijk leesbare tekst dient. Prof. Lutjeharms heeft het verhaal over de school omlijst met zijn afscheidsrede te Brussel, waarin vluchtig de doorluchtige school te Gent uit 1578 en haar betekenis voor de opleiding van dienaren des Woords aan de orde komt, en iets uitvoeriger de ontwikkeling van de huidige faculteit te Brussel, met nog enkele andere opleidingsmogelijkheden, vooral in deze eeuw.
Het zou op z'n plaats geweest zijn, wanneer de geloofsmotieven die Nicolaas de Jonge, Laan en Dallinga met name geleid hebben, wat meer uit de verf gekomen waren. Zoals ook de kontakten met Nederland, vooral in de tweede fase van het bestaan van de school, m.i. wat meer uitwerking verdienden, ook om te illustreren welke houding hervormde en vooral dolerende kringen t.a.v. dit werk innamen.
Is sedert de Eerste Wereldoorlog de verhouding tussen rooms-katholicisme en protestantisme in België sterk gewijzigd (blz. 63)? Of duurt de strijd van Rome tegen bepaalde sektoren van dat protestantisme, met name de missionair gerichte, nog altijd voort?
Prof. Lutjeharms' studie verdient onze aandacht, juist omdat aan de periode van het protestantisme in België, waar hij zich mee bezig heeft gehouden, in ons land betrekkelijk weinig aandacht geschonken is.
C. A. Tukker

Drs. J. Faber: Preken voor de vrede, Kamper Cahiers no. 37, Kok Kampen 1979, 30 blz., ƒ 9,90.
De schrijver is studentenpredikant in Kampen vanwege de Geref. Kerk. In de inleiding op deze preken schrijft prof. Rothuizen dat men gezien het onderwerp van de preken graag een uitzondering gemaakt heeft op de regel dat in de serie Kamper Cahiers doorgaans alleen wetenschappelijke verhandelingen gepubliceerd worden.
De schrijver is nauw betrokken bij het IKV. Misschien dat sommige lezers van deze beoordeling het dan al voor gezien houden. Toch zou dat jammer zijn. Want welke bedenkingen men ook kan hebben tegen het IKV, niet te ontkennen valt dat de problematiek van oorlog en vrede een zwaarwegende problematiek is. Faber behandelt in deze bundel de volgende teksten: Ezech. 37 : 11; 1 Cor. 15 : 16; Openb. 6 : 15-17; Matth. 5 : 43; Ps. 82; Rom. 13 : 1-7; Jes. 45 : 18-19; Jes. 32 : 1-8; Pred. 9 : 13-16.
Soms zegt de schrijver aangrijpende dingen. Ik denk aan de preek over Openb. 6. Aan de wijze waarop hij het Paasgetuigenis verbindt met Ezech. 37. Te waarderen valt ook de wijze waarop hij Rom. 13 verbindt met de omgeving van deze brief. Maar ik heb toch ook vele vraagtekens gezet. O.a. bij de preek over Matth. 5 : 43: polideke vijandsliefde. Niet alleen heb ik theologisch nogal bezwaar tegen de wijze waarop de schrijver hier Jezus' woorden toepast op de politieke verhoudingen, maar historisch valt er ook nog wel het een en ander op af te dingen. De schrijver noemt wel het Russische verzoek om een front te vormen tegen Hitler en meent Frankrijk en Engeland in gebreke te kunnen stellen, maar hij zwijgt over het bondgenootschap tussen Hider en Stalin. Hij zwijgt ook over Tsjecho-Slowakije en Hongarije. Het is me allemaal te simplistisch. Zit er toch niet een heilsuniversalistische visie achter als de schrijver in deze verbanden de vijandsliefde aanwijst? Veelbetekenend is de opmerking: 'Zijn (nl. Jezus') dood was een offer van verzoening voor alle mensen, in alle landen en maatschappijen.' Waar is hier nog sprake van het geloof als de weg om in die verzoening te delen?
Ook de exegese van Rom. 13 is niet van eenzijdigheden vrij te pleiten. Zeker, Paulus prikt door alle goddelijke aanspraken heen. Dat is waar. De overheid is Gods dienares. Meer niet. Maar ik zou er bij willen zeggen: ook niet minder.
Het betoog van de auteur voor de vrede doet sympatiek aan. Maar wel rijst de vraag of drs. Faber de gebrokenheid van deze bedeling en het anti-christelijk karakter van de ideologie en praktijken van het communisme voldoende ernstig neemt.
A. N., Ede

F. N. M. Nijssen: Op zoek naar medewerkers – over de werving van vrijwilligers voor kerkelijk werk, Boekencentrum, 's Gravenhage 1979, 56 blz., ƒ 5,90.
Van dit geschrift is nu een tweede druk verschenen die van de eerste druk verschilt doordat reacties op die eerste druk erin zijn verwerkt.
Er worden veel behartigenswaardige opmerkingen in gemaakt, die ordelijk zijn gegroepeerd – wat met deze stof, die gemakkelijk in losse notities uiteenvalt, verdienstelijk mag worden genoemd.
Schr. noemt een aantal verklaringen voor de moeilijkheden bij het aantrekken van medewerkers, niet- en wel-reële. Zijn commentaar geeft blijk van grote nuchterheid, zodat ook zijn bespreking van enige situaties waarin problemen hadden kunnen worden voorkomen tot luisteren dringt.
De beschouwing van voorwaarden voor bereidheid van adspirant-medewerkers, van de werving zelf, en van hun introductie en instructie in hun werk besluit dit praktische en waardevolle geschrift.
‘Wervers’ in gemeenten van gereformeerde signatuur zouden vast wel graag nog een en ander meer hebben vernomen over de specifieke moeilijkheden die voortkomen uit geestelijk anders gelegerde import. Schr. schijnt aan het slot van paragraaf 6. 1 hierover wat défaitistisch te denken; zijn geruchtmakende ideeën over een soort boedelscheiding lijken zich hier al wat te gaan aftekenen. Zij sluiten te nadrukkelijk aan bij de kerk als geloofsgemeenschap. Dat maakt het probleem wel gemakkelijker, maar verwaarloost dat de kerk óók verbondsgemeenschap is.
Dat beter of verder te doordenken is misschien iets voor de IZB, welke uw recensent tot zijn grote verbazing zag ingedeeld (in paragraaf 4.6) bij de 'meer fundamentalistische evangelisatie-organisaties' die 'sectarische trekken gaan aannemen'. Niettemin kunnen wij spreken van een praktisch en waardevol boekje.
G. B. Smit, Ah.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's