‘Kerk en Wereld’ in de synode als schepen in de nacht
Vorige week wezen we op de fundamentele verschillen, die momenteel in de kerk(en) aan het licht treden inzake de vragen van zending en evangelisatie. Op de laatstgehouden synode bleek dat met name bij de bespreking van het jaarverslag van Kerk en Wereld en de daarbijgevoegde 'beleidsnotitie', alsook bij de bespreking van het project 'Zending in Nederland' van het Hervormd Evangelisatorisch Beraad.
In de genoemde beleidsnotitie van Kerk en Wereld wordt gezegd, dat men (in Kerk en Wereld) het woord apostolaat (inwendige zending) niet de 'verengde betekenis' kan geven, die in sommige kerkelijke publicaties functioneert. Die verengde betekenis is dan: 'die activiteiten, waarbij gemeenteleden 'ongelovigen' door woorden tot geloof proberen te brengen of – nog enger – de aanduiding voor alle pogingen om buitenkerkelijken af en toe weer eens in een kerkdienst te krijgen.'
De 'bredere visie' op apostolaat bij 'Kerk en Wereld' is dan, dat het – zoals wordt uitgedrukt – 'wereldgericht' is. De missionaire gemeente – in wat voor institutionele vorm ook – weet zich geroepen dienstbaar te zijn aan de doorwerking van de Geest in mens en samenleving. Zij doet dat evenzeer door acht te geven op signalen van Gods beweging, ook buiten de kerken (cursivering van mij, v. d. G.) en zich in die beweging te laten betrekken tot heil van mens en samenleving.
Ds. G. Kaastra (Amerongen) reageerde als eerste kritisch op deze uitgangspunten. Hij vond dat wat over apostolaat in 'verengde betekenis' was gezegd een vertekening. Het gaat toch om het brengen van mensen tot het geloof in Christus? Opdat een ieder die in Hem gelooft niet verderve maar het eeuwige leven hebbe! Ds. Kaastra vroeg of op de wijze, waarop 'Kerk en Wereld' over apostolaat spreekt nog wel rekening wordt gehouden met de zondigheid van het menselijk geslacht. Kritisch ging hij ook in op een opmerking, dat we in dialoog moeten zijn mèt het Woord Gods. Het gaat erom dat we luisteren náár het Woord Gods. Met een uitspraak van Luther typeerde hij heel scherp: 'we zijn van een verschillend geloof!'
Mevrouw A. Mulder (Middenmeer) vroeg waarom het evangelisatieblad 'De Open Deur' van 'Kerk en Wereld' in allerlei gemeenten niet meer wordt gebruikt.
Ds. H. C. Nortier (Heerlen) wilde niet zo'n tegenstelling gemaakt zien tussen apostolaat, gericht op het hart en apostolaat, gericht op de wereld. Wereld en hart staan niet tegenover elkaar. De wereld is niet een verzameling van individuele zielen, zodat 'naar verre stranden' zou moeten worden gegaan. De wereld en het hart zijn beide creatie, schepping en de wereld is niet een donkere plaats waar je niet komen moet.
Oud. J. Haeck (Hoevelaken) herinnerde aan artikel VIII van de Kerkorde, waar over het apostolaat gehandeld wordt en waarin gesproken wordt over 'de kerstening van het volksleven in de zin der Reformatie'. In het derde en vierde lid van dit artikel wordt gezegd:
‘De Kerk richt zich in het werk der zending, in gehoorzaamheid aan het bevel van Christus, onder uitoefening van de dienst der barmhartigheid in de geestelijke en lichamelijke noden, met het Evangelie des Koninkrijks tot de volkeren in de niet-gekerstende wereld;
zij vervult de dienst der barmhartigheid in de geestelijke en lichamelijke noden van deze volkeren;
zij brengt hen, die zijn gekomen tot geloof en de Heilige Doop hebben ontvangen, bij de bediening van Woord en sacramenten tezamen in gemeenten;
zij dient deze gemeente bij de inrichting en opbouw van een eigen kerkelijk leven;
zij arbeidt bij dit alles ook aan de kerstening der samenleving.
De Kerk richt zich in de verbreiding van het Evangelie tot hen, die daarvan zijn vervreemd, om hen terug te brengen tot de gemeenschap met Christus en Zijn Kerk, blijft in al haar geledingen strijden voor het reformatorisch karakter van staat en volk en wendt zich in de verwachting van het Koninkrijk Gods, in de arbeid der kerstening tot overheid en volk, om het leven naar Gods beloften en geboden te richten.'
Beantwoordt de huidige doelstelling van Kerk en Wereld, zo vroeg de heer Haeck, nog wel aan dit uitgangspunt in de kerkorde? Wordt nog beseft, dat alleen wie geloofd zal hebben behouden zal worden? Is het evangelie nog wel de enige norm of is er sprake van een synthese, een samenvoegen van de Schrift en onze menselijke creativiteit, met de nadruk op het laatste? Concreet vroeg de heer Haeck nog of 'Kerk en Wereld' ook nog contacten heeft met groepen als de Navigators en Youth for Christ; en waarom ook de IZB met het blad Echo nergens aan de orde komt.
Oud. R. A. van Oosten (Zelhem) signaleerde verlegenheid over wat geloven is. Is er daarom een 'vlucht naar de samenlevingsvragen'?
Ook ds. J. Vroegindeweij (Emmeloord) wees naar artikel VIII van de kerkorde en sprak van een karikatuur, die was gemaakt van apostolaat-oude-stijl. Vindt u het nu ècht niet meer nodig, vroeg hij, om mensen voor de beslissing te plaatsen? Hij kritiseerde ook de in de stukken voorkomende uitdrukking, dat de gemeente bemiddelt tussen God en de mensen. Neemt zó de gemeente niet de plaats in van Christus? Verder signaleerde ds. Vroegindewey, dat de opstelling van 'Kerk en Wereld' tot gevolg heeft, dat steeds meer gemeenten het blad Echo van de IZB gebruiken voor hun evangelisatiearbeid. Hij achtte het tijd om de IZB kerkelijk te gaan erkennen naast 'Kerk en Wereld' en er een plaats aan te geven in de kerkorde.
Oud. J. Kuiken (Maassluis) wilde apostolaat van de kerk graag zien met beide benen op de grond en de hand aan de vlieger (het hogere).
Dr. L. G. Zwanenburg (Huizen) merkte op, dat hem in zijn werk als visitator gebleken was dat in de zogeheten middenorthodoxe gemeenten heel weinig aan evangelisatie werd gedaan. Hij merkte ook op, dat hij bang werd als zó het gezicht van de kerk naar buiten zou zijn, zoals het in de stukken van 'Kerk en Wereld' wordt voorgesteld. Nergens is iets terug te vinden in de stukken van noties bij Paulus als het 'alle dingen schade en drek achten om Christus te mogen gewinnen'. Als in de stukken gesproken wordt over een rechtvaardige samenleving dan zou het een openbaring zijn als dan gezegd zou worden dat het gaat om dié rechtvaardige samenleving, waarin mensen wonen die het waarachtig geloof in Christus kennen en daaruit leven. Is het verder – zo vroeg hij – een misplaatst verlangen om in stukken als deze ook herinnerd te worden aan de wederkomst van Christus?
Geen antwoord
Al deze nogal forse kritiek schampte kennelijk af op de vertegenwoordigers van 'Kerk en Wereld'. De later terugkomende kritiek in de synode was één en ander maal, dat de moeite niet was genomen om serieus op de bezwaren, die bij veel synodeleden leefden, in te gaan. Ds. F. N. M. Nijssen, voor het laatst namens 'Kerk en Wereld' op de synode aanwezig, heeft kort geleden een kerkelijke boedelscheiding bepleit. Zo is het ook geen leven, was zijn vertwijfelde uitroep. In deze discussie werd inderdaad duidelijk, dat men elkaar passeerde als schepen in de nacht. De één kan niet meer lezen wat er staat (commentaar van ds. Nijssen op de geleverde kritiek), de ander hoort kennelijk niet meer wat is gezegd. Al met al een overduidelijk voorbeeld over een gestagneerde communicatie. Toch wél vanwege de tweesporigheid als het over zendingsvragen gaat. We schreven daarover vorige week. Volgende week hoopt ds. J. Vroegindewey dat nog nader te belichten vanuit de discussie, die op dezelfde synodedag over 'Zending in Nederland' heeft plaats gevonden.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's