De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Opnieuw ‘Zending in Nederland' in synode

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Opnieuw ‘Zending in Nederland' in synode

5 minuten leestijd

In de najaarsvergadering van de Generale Synode stond, na de bespreking van het jaarverslag 1978 van de stichting: 'Kerk en Wereld', het eindverslag van het oecumenisch beraad 'Zending in Nederland' op de agenda.
Al eerder, vorig najaar, is een gezamenlijke vergadering van de hervormde en de gereformeerde synode gewijd aan een uitvoerige bespreking van 'Zending in Nederland'. Tijdens deze combi-synode kwamen de grote verschillen die er leven in de kerken, als het gaat om de concretisering van de evangelisatie-opdracht, aan het licht. Niet dat dit vóór deze vergadering verborgen was gebleven, maar tijden de toen gehouden forumdiscussie, waaraan ook prof. dr. C. Graafland en ds. A. Noordegraaf uit de I.Z.B.-kring deelnamen, kwam dat door een veelheid van opmerkingen uit de vergadering opnieuw duidelijk tot uiting. Veel tegenstrijdige opmerkingen en vraagtekens markeerden de synodediscussie, zodat zelfs de A.N.P.-nieuwslezer moest melden: de gezamenlijke vergadering der beide synoden ging in grote verwarring uiteen. Hoe lag dat nu op de hervormde synode?
In het eindverslag van het project 'Zending in Nederland' kreeg het verslag van de door het voorbereidingscomité uitgenodigde negen buitenlandse christenen een duideliuke plaats. Als ook Nederland in de zin van het nieuw-missionair denken zendingsgebied genoemd mag worden, waarom ons dan niet laten helpen door zusters en broeders uit andere landen? Zij kijken met andere ogen en kunnen als 'blikopeners' onze ogen openen voor onze eigen zendingsopdracht hier.
Het uitnodigen van buitenlandse bezoekers werd door allen als positief ervaren, maar met de opdracht die zij meekregen lag het anders.
Heeft men hen soms paaseieren laten vinden, vroeg prof. H. Jonker zich terloops af, dus eieren, die er van te voren al waren neergelegd?
Dr. Nijssen, de direkteur van 'Kerk en Wereld' en secretaris van het Hervormd Evangelisatorisch Beraad, op de synode de woordvoerder van het project, bestreed deze gedachte: het bezoek van de buitenlanders heeft wel terdege nieuwe dingen opgeleverd. Dr. A. H. van den Heuvel pakte het paaseierenverhaal positief op en zei: paaseieren zoeken en vinden is toch een goede bezigheid, is echt pastoraat. Degenen die je vinden wilt, worden echt bezocht.
Andere sprekers hadden juist het pastoraat te zeer gemist in het rapport. De grootste aandacht krijgen de maatschappelijke vragen (ds. Kooistra, Menaldum), persoonlijke vragen kunnen de mensen verder van het geloof doen vervreemden dan maatschappelijke vragen, apostolaat en pastoraat zijn nauw met elkaar verweven (ds. Cohen Stuart, Poortugaal), is het, samen met andere, niet kerkelijke, groepen zich inzetten voor humanisering van de samenleving dé taak van de kerk, leven hier de vragen van de mensen aan de kerk, gaat het niet vooral om een woord van de Heere God aan mensen, die komen met vragen over ziekte en lijden, met vragen van geestelijke nood (prof. Jonker). Deze spreker bracht ook het begrip orthognosie in de discussie in, de rechte wijze waarop je komt tot Godskennis. Hoe breng je de mens, die zegt wel gelovig te zijn tot de kennis van de God en Vader van onze Heere Jezus Christus?
Het gaat niet aan het éne vragenveld, laat ik maar zeggen dat van de geestelijke en persoonlijke nood uit te spelen tegen het andere vragenveld, dat van de maatschappelijke lacunes in onze samenleving, maar het gaat ook niet aan het laatste vragenveld zo sterk te benadrukken, dat het eerste daarbij dreigt te verdwijnen.
Het belijden der Kerk is de grondslag van het apostolaat, zo stelde ouderling J. Haeck (Hoevelaken) en belijden, verder dan de Heilige Schrift, is niet geoorloofd. Hij bracht hiermee de beschouwingen van ds. R. J. van der Veen ter sprake, die niet ter synode was, maar wel deel uitmaakt van het voorbereidingscomité 'Zending in Nederland'. (Zie het artikel: Zending op twee sporen in de Waarheidsvriend van 15 nov. jl).
‘Wij dan wetende de schrik des Heeren, bewegen de mensen tot geloof' (2 Kor. 5 : 11) en: 'Wee mij, indien ik het Evangelie niet verkondig' (1 Kor. 9 : 16). Wij zullen deze en andere Schriftplaatsen, die oproepen tot verkondiging en evangelisatie, niet terzijde kunnen leggen.
In de discussie rondom 'Zending in Nederland' blijkt steeds weer dat de fundamentele verschillen in Schriftbeschouwing ons verschillende wegen doen inslaan wat betreft 'Zending en Evangelisatie'. I.Z.B. en H.E.B. zitten op twee sporen, die te herleiden zijn tot een verschil in Schriftgeloof.
Veel vragen blijven dan over, ook al waardeert men het idee de buitenlanders te laten komen, vragen ook naar de bedoeling van zinsrieden als: de kerk is zelf zendingsterrein, en christenen dienen zich te laten bepalen door de agenda van God, om aktief deel te nemen aan de geschiedenis.
Het antwoord op deze en dergelijke vragen bleef uit en ook het gesignaleerde ontbreken van het pastoraat werd niet opgepakt.
Wel zei ds. F. N. M. Nijssen, dat hij niet begreep hoe men in het rapport kon signaleren dat het streven naar een rechtvaardiger samenleving eerste en enige prioriteit zou zijn van 'Zending in Nederland'. Hij was hierover verdrietig, zo zei hij, terwijl zij die kritische vragen gesteld hebben over de Schriftbeschouwing, de verhouding pastoraat-apostolaat en het inspelen op persoonlijke levensnood teleurgesteld waren over het uitblijven van adequate antwoorden.


De vraag of het geen overweging verdiende om de Bond voor Inwendige Zending en haar werk een officiële plaats te geven in Kerk en Kerkorde, gezien ook het zich steeds uitbreidende werk van de I.Z.B., werd vooralsnog niet opgepakt door het moderamen, maar ik meen dat het goed is deze vraag te blijven stellen.
Ik eindig deze impressie van een synodediscussie met een opmerking die verschillende sprekers hebben gemaakt: zijn wij in Nederland wel een werkende, christelijke gemeente? Wat is onze persoonlijke inzet hierin? Met zo'n vraag krijgen we 'Zending in Nederland' bij ons thuis.

J. Vroegindeweij, Emmeloord

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Opnieuw ‘Zending in Nederland' in synode

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's