Boekbespreking
A. J. Rasker: Op de bres voor vrede en gerechtigheid, uitg. J. H. Kok, Kampen, 131 pagina's, ƒ 15,90.
Naar prof. Rasker zelf in zijn inleiding zegt, gaat het hem in dit boek om twee complexe hoofdonderwerpen: ontwapening en vredferzijds, coëxistentie en dialoog anderzijds. En Rasker vindt dat die twee bij elkaar horen. Het is een bundel opstellen, die op één na al enkele jaren oud zijn. Dat is overigens geen bezwaar. Hij begint met een lezing onder de titel 'Christelijk geloof en Marxisme, banvloek of dialoog?'. Conclusie: christenen en marxisten hebben samen te werken, om samen toekomst te hebben, dus: dialoog en geen banvloek. In de daarop volgende inleiding gaat Rasker daar nader op in onder de titel 'Ontmoeting tussen Christendom en communisme in deze tijd'. Er is op wat er in 1917 in Rusland is gebeurd geen weg terug. En wij mogen daar als christenen ook niet ons best voor doen. We hebben te erkennen dat wij als het christelijke Westen mede schuldig staan aan de opkomst van het communisme. Rasker vat het communisme op als een christelijke heresie. 'Het oorspronkelijk marxisdsch en communistisch profetisme blijft een aanklacht tegen het ontbreken van elk sociaal georiënteerd profetisme in het empirisch christendom' (Banning). Het communisme is tegen ons, tegen onze christelijkheid, niet zozeer omdat het tegen Christus is, maar veeleer, omdat wij zulke slechte christenen geweest zijn. De halve eeuw van het communistisch experiment is een antwoord op vele eeuwen van christelijke schuld (pag. 30). Rasker doet voortdurend zijn uiterste best om de vele vooroordelen, die er naar zijn mening in het Westen over het communisme leven, weg te nemen. Hij doet dat steeds in confrontatie met de politieke en sociale werkelijkheid onder ons. Hij vindt dat er in het Westen meer een 'propagandisdsche fiktie' leeft en in stand gehouden wordt over het communisme dan dat er 'werkelijke informatie' wordt gegeven. Rasker vindt het kwalijk dat de christenheid in het theoretisch atheïsme van de revolude van 1789 (de Franse) en die van 1917 (de Russische) een versterkt argument of een alibi vindt voor haar eigen kontrarevlutionaire gezindheid. De christenheid vergat en vergeet daarbij dat deze bewegingen tegenbewegingen waren tegen vaak onmenselijke hardheden, het prakdsche atheïsme dat de armen van deze wereld eeuwenlang van de christenheid hadden ondervonden. Rasker voert, zoals bekend, een bewogen pleidooi voor ontwapening. Zo nodig: eenzijdige ontwapening. Ja maar, de Russen dan? Wel, zegt Rasker dan: we moeten het wagen, de ander te aanvaarden in zijn anders-zijn, ook als dat anders-zijn voor ons bevreemdend en verontrustend is. Christenen zijn lang genoeg militaristisch en kontrarevolutionair geweest, het is eindelijk tijd dat ze het wagen kontramilitaristisch en revolutionair te zijn. We moeten ermee ophouden oorlogen te rechtvaardigen. Het boek wordt afgesloten met een geschiedenis van het pacifisme, verleden, heden en toekomst. Er valt veel te leren uit dit boek. Zeker doof mensen die het altijd maar van één kant plegen te horen, ik bedoel van de politieke en maatschappelijke 'rechtse' kant. Ik zeg niet dat die informatie onjuist zou zijn, maar het is op z'n minst gezond eigen meningsvorming kritisch te laten doorlichten. Onder ons is soms een conservatisme dat alleen maar door egoïstische motieven gevoed wordt. En wat betreft de angstaanjagende bewapening, daar zijn we ook niet klaar mee door de Vredeskrant van het IKV zondermeer van de hand, te wijzen en ons verder nauwelijks te bezinnen op de vraag hoe we dan wel de bewapening hebben terug te dringen. Het kan voor hen die God als Schepper belijden nooit te verantwoorden zijn dat die schepping elk ogenblik fataal verwoest kan worden, ook al belijden we dat God die schepping in Zijn voorzienigheid in de hand heeft en houdt. Dat heft onze verantwoordelijkheid niet op. Anderzijds zijn er naast Raskers beweringen nogal kritische noten te plaatsen. Het is hem kennelijk al eerder gezegd, maar ik vind toch dat hij het communisme wel wat naïef en al te lief benadert. Zeker zoals het zich praktisch manifesteert en niet wat het op papier wil zijn. Hij pint de christenheid vast op haar onchristelijke daden (veelal terecht overigens), maar dan mogen we dat het communisme ook doen, wat Raster trouwens ook wel doet. Maar toch blijft hij mild in zijn beoordeling van het communisme. Waarom willen er dan zoveel mensen weg uit Rusland, de DDR etc.? En dat de kerk de uiterlijke vrijheden niet nodig zou hebben, die ze dan wel in het Westen en veelal niet in het Oosten heeft, dat zal waar zijn. Maar is dat niet makkelijk gezegd als je zelf al die vrijheden wel hebt. Onze broedersen zusters snakken naar meer vrijheid. En bijvoorbeeld de niet-geregistreerde Baptisten in de Sowjet-Unie zouden alleen al blij zijn als ze gewoon bij elkaar mochten komen om hun geloof te beleven en het Evangelie te horen. Maar dat mag nog niet eens. Hoe weet Rasker zo zeker dat Rusland geen agressieve bedoelingen heeft? Nog meer kritische vragen zouden te stellen zijn. We doen het niet. Er is veel wat aan het denken zet in dit boek. En de kritiek die Rasker heeft op het leef- en denkklimaat in het zgn. 'vrije Westen' hebben we ons zeer aan te trekken. Zoals deze kritiek: 'ons geestesgoed en ons christelijk ethos zijn uitgehold en niets is beter in staat dat te bewijzen, dan ons ekonomisch egoïsme en onze toevlucht tot onbeperkte machtsmiddelen. Waar geestelijke kracht ontbreekt moet de vette welvaart en het cynisch geweld de lacune opvullen. Dat betekent dat in ons christendom nu de heidense komponent het sterkste is geworden…' (pag. 91). Zeer ontdekkend en terecht.
J. M., Barneveld
P. Fagel: Het lijntje naar boven, Boekencentrum, 's Gravenhage 1979, 380 blz., ƒ 28,50.
Dit is een bijbels dagboek van een predikant die o.a. in Enschede, Brussel en Veere stond. Een dagboek, dat bepaald wel origineel van stijl, is – misschien wat gewild origineel, wat te lyrisch, wat de doorzichtigheid van de taal niet altijd bevordert. Maar de stukjes zijn zo wel boeiend. Men vindt er veel in wat treffend is. Wildgroei van sociale of politieke aspecten blijft beperkt.
Toch: soms theologische vrijheden die verontrusten. Bepaalde dimensies, het aanduiden waarvan naar gereformeerde smaak wel erg voor de hand lag, ontbreken wel eens. Wat luchthartige opmerkingen over liturgie. Wereldraad et tout ça – en dat alles.
Neemt men zo een en ander voor lief dan vindt men er toch ook waardevolle en mooie dingen in. En dat verrijkt altijd. De uitvoering laat niets te wensen over.
G. B. Smit, Ah.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's