Verscheidenheid van gaven (2)
In de nieuwtestamentische gemeenten openbaarde zich eenmaal een veelheid van Geestesgaven. Daar waren, de ambten, waardoor leiding werd gegeven aan het gemeentelijk leven. Maar vele leden van de gemeente deden ook op andere manieren mee aan de opbouw van de kerk. Dat geschiedde in allerlei bedieningen. Er was plaats voor. Zo zagen we het in het vorige artikel over verscheidenheid van gaven.
Kerkelijke werkers in een niet-ambtelijke dienst
Ambten en ambtelijke vergaderingen van de kerk vandaag mogen er wel op toenzien, dat de Geestesgaven, die zich gelukkig ook in onze tijd openbaren, niet weggedrukt of doodgedrukt worden, doordat men geen ruimte geeft aan kerkelijke werkers in een niet-ambtelijke dienst in de gemeente. Gelukkig zijn er, naast de velen, die de lange weg van de theologie-studie volgen, ook anderen (en hun getal is zeker ook niet gering), die er behoefte aan hebben om na een langere of kortere opleiding mee te mogen arbeiden in één of andere vorm van gemeentearbeid. Ik denk hier vooral aan het pastoraat, de katechese, het schoolonderwijs, de evangelisatiearbeid. Dat is een verblijdend teken. Er wordt veel geklaagd over ongezondheid in het geestelijk en kerkelijk leven. En ik zou dat niet willen ontkennen. Toch zullen we niet over het hoofd mogen zien, dat de heilige Geest kennelijk ook nu velen aanvuurt om de gemeentelijke arbeid mee te dragen. Er is vooral de laatste tien jaren heel veel vraag naar Bijbelonderricht. Velen bezochten o.a. de katechetenopleidingen om wat steviger in de schoenen te staan bij de vervulling van taken, die ze (al of niet ambtelijk) in de gemeente vervulden. Velen kwamen daar ook, omdat zij gekaderd willen worden voor een stuk gemeentelijke arbeid, dat zij in de toekomst dachten te gaan doen. De Kerkorde van onze Nederlandse Hervormde Kerk opent immers mogelijkheden aan lidmaten der gemeente om bezig te zijn in een bediening. Artikel 7 luidt: 'Met het oog op de dienst der kerk in de wereld, waarin de ambten tezamen met de gemeenten hebben werkzaam te zijn, worden bedieningen ingesteld. Tot de vervulling van deze bedieningen worden lidmaten geroepen om naast de ambtsdragers werkzaam te zijn in het apostolaat, de geestelijke vorming van de jeugd, de katechese, het pastoraat, het diakonaat of waar de orde der Kerk dit verder aangeeft…'
Is er plaats voor?
Niet zo lang geleden is er door de kursusleiding van de katechetenopleiding te Zeist en Harderwijk een onderzoek ingesteld onder degenen, die vanaf 1975 het katechetenexamen hebben afgelegd. Het is een soort behoeftepeiling geworden. Wat stelde men zich voor van de kursus? Wat wilde men ermee bereiken? Heeft men op basis van het behaalde diploma (testimonium) al of niet als vrijgestelde, in de kerk een werkterrein gevonden?
En… hebben de gemeenten en kerkeraden gebruik weten te maken van katecheten en hulppredikers, zodat de opleiding metterdaad ten bate kwam van de verdere toerusting van de gemeente? Met andere woorden: is een katechetenopleiding ook dienstbaar aan de opbouw van het lichaam van Christus, doordat zij 'begaafde' lidmaten opleidt om in een bediening naast de ambten bezig te zijn? Of nog weer anders gezegd: Is het kerkorde-artikel over de bedieningen praktisch gerealiseerd? Zijn er werkelijk van diegenen, die klaar kwamen en beschikbaar waren voor één of andere vorm van kerkewerk, zo velen in een bediening gesteld en praktisch aan de slag gekomen?
Het lijkt me goed om, heel summier overigens, een aantal zaken uit dat onderzoek aan de publiciteit prijs te geven. Het zal, hoop ik, de kerkeraden helpen om zich te bezinnen op de vraag, wat wij aan moeten met de zogenaamde bedieningen. Is er eigenlijk wel zo veel plaats voor in onze Kerk en gemeenten? Hebben wij alle mogelijkheden, die hier liggen benut? Of behoren katecheten en hulppredikers misschien bij een vergeten kategorie? Binnen korte tijd zal er in elk geval in de ambtelijke vergaderingen van onze kerk weer een discussie op gang moeten komen over de toekomstige status van de katecheet en hulpprediker, in verband met een nieuwe opzet van de katechetenopleiding en het stopzetten van de oude hulppredikersopleiding. Van onze kerkeraden zal dan worden gevraagd om een oordeel via de klassikale vergaderingen.
Katecheten en hulppredikers
Nu dan eerst iets over het genoemde onderzoek. Het waren ongeveer 125 personen, die het diploma katecheet behaalden in de jaren 1975 tot 1979 in Zeist (ook de examenkandidaten van 1979 zijn in het onderzoek betrokken). Van deze 125 personen hebben er 91 gereageerd op het hun toegezonden enquête formulier. Van hen waren er 80 mannen en 11 vrouwen. (Van de 91 behoorden 11 personen niet tot de N.H. Kerk). 10 personen behaalden na de katechetenopleiding ook het hulppredikersdiploma, van wie 2 predikant zijn geworden. 17 mensen zijn op dit moment nog bezig met de voorbereiding op het hulppredikersexamen (laatste mogelijkheid in 1980). 6 van de 91 zijn doorgegaan met een theologie-studie. 42 personen spraken de behoefte uit om op de een of andere manier na de katechetenopleiding door te gaan met een vervolgopleiding (in welke vorm ook). Uit deze gegevens blijkt, dat een groot aantal mensen een katechetenopleiding bezoekt om daardoor getraind te worden i.v.m. kerkelijk vrijwilligerswerk. Velen zijn ambtsdrager, kringleid(st)er, evangelisatiewerker(-ster)b.v. Men zoekt wat ruggesteun voor een stuk arbeid in de gemeente. Daarnaast echter is er een niet gering aantal mensen, dat geheel of gedeeltelijk als vrijgestelde in het kerkewerk betrokken wil worden. 36% van die reageerden (die het hulppredikersdiploma behaalden of wensen te behalen en die theologie gingen studeren) begeren duidelijk hun krachten en tijd beschikbaar te stellen voor een stuk gemeentearbeid in één of andere bediening. Met andere woorden: de behoefte daaraan is onder de kursisten heel sterk aanwezig.
Maar hoe zit het nu met 'de werkgelegenheid'? Is er zo veel vraag naar deze gekaderde mensen? Zijn ze aan de slag gekomen? In welke mate is er een beroep op deze hulpkrachten gedaan? Het onderzoek wijst uit, dat zij, die werkzaam zijn geworden (al of niet in hun vrije tijd) het meer in de katechese en het pastoraat hebben gezocht en gevonden dan bij het onderwijs. Wat het laatste betreft: 8 personen zijn werkzaam geworden in het godsdienstonderwijs op lagere scholen, 7 bij het Mavo-onderwijs (derde graads bevoegdheid). In de katechese hebben 20 personen in eigen gemeente meegewerkt (bij predikantsvakature, ziekte van de predikant of als hulp voor de soms overbezette plaatselijke predikant). 17 personen hielpen in de katechese in een andere dan hun woongemeente (vaak als invaller). En ongeveer 20 vakante gemeenten deden een beroep op katecheten voor de katechisatie. In het pastoraat waren 14 mensen (half-time of in hun vrije tijd) werkzaam (als rechterhand van de predikant of in een vakante gemeente). 5 personen gingen zelfstandig als pastoraal werker of evangelist aan het werk in een gemeente. En 3 personen kregen een aanstelling als hulpprediker/predikant. Het onderzoek levert tenslotte ook 47 namen en adressen op van mensen, die het katechetendiploma bezitten en in hun vrije tijd gaarne twee of meer dagdelen (avonden en middagen) beschikbaar stellen voor gemeentearbeid, als daarom zou worden gevraagd.
Uit deze gegevens blijkt, dat het aanbod van beschikbare krachten als hulp voor het gemeentewerk de vraag vanuit de gemeenten behoorlijk overtreft. Erg veel vraag naar fulltime of half-time werkzaamheden, verricht door katecheten en of hulppredikers is er niet. Dat hangt vooral ook samen met de financiën. De gemeenten hebben vaak de handen vol aan de instandhouding van de predikantsplaatsen. En dat is uiteraard de eerste zorg. Het hangt ook samen met het feit, dat een katecheet of hulpprediker (vaak getrouwd, met een gezin) eerst kan overwegen om zijn baan of betrekking (zijn broodwinning) er aan te geven, als hem een kerkelijke functie kan worden aangeboden, die hem ook de nodige sociale (rechts-)zekerheid geeft.
Niettemin blijkt uit het onderzoek, dat velen, die het katechetendiploma behaalden (en soms ook het hulppredikersdiploma daarna) door kerkeraden en gemeenten gevraagd zijn om te assisteren bij het gemeentewerk (pastoraat en katechese). Zij hebben dat dan meestal in hun vrije tijd gedaan.
Schakel ze in!
Het is op dat laatste, dat ik nog eens nadrukkelijk de aandacht wil vestigen. Als het dan zo is, dat er in een levende gemeente ook plaats moet zijn voor een bezig-zijn in bedieningen en als het dan zo is, dat er thans een grote beschikbaarheid is van mensen, die zich daarvoor willen geven, zou het dan niet goed zijn, als de kerkeraden zich bezonnen op de vraag, waar en hoe een nuttig gebruik kan worden gemaakt van de beschikbare krachten? Hoe veel predikanten met onmogelijk grote (wijk-)gemeenten kunnen het werk (haast) niet aan? Hoeveel terreinen blijven braak liggen, omdat er niet of onvoldoende aandacht aan kan worden besteed? Ik denk aan de evangelisatie-arbeid. Het moet toch mogelijk zijn, dat b.v. een aantal gemeenten in een regio overwegen om voor de instruktie van evangelisatieteams in die gemeenten een man aan te trekken. En als men al niet kan overwegen om daarvoor een geheel of gedeeltelijk vrijgestelde kracht aan te stellen, is het dan niet een overweging waard om mensen, die door hun opleiding wat meer gekwalificeerd zijn voor dat werk, in. hun vrije tijd te vragen om te helpen bij het opzetten van evangelisatiewerk? Ik noem maar enkele dingen. Tot mijn grote vreugde is in elk geval door bemiddeling van de I.Z.B. op vele posten in ons land een evangelist werkzaam geworden, die de gemeenten althans de laatste tijd veel meer evangelisatiebewust heeft gemaakt. Over toerusting gesproken. Bedieningen, zegt onze Kerkorde, zijn er, met het oog op de dienst der kerk in de wereld, waarin de ambten tezamen met de gemeenten hebben bezig te zijn.
Naast dit alles zal er, dunkt mij, in de toekomst meer en meer in de gemeenten plaats moeten zijn voor de kerkelijke vrijwilliger, die mede op basis van een theologische vorming van gemeenteleden, geacht kan worden mee te helpen in de opbouw van de gemeente. En dat zijn dan die gemeenteleden, die óf in het verenigingswerk óf in kringwerk of ook in het evangelisatiewerk de eigen gemeente belangrijke diensten kunnen verlenen. Met het oog op hen, wil ik in een volgend artikel dan nog iets schrijven over de nieuwe kursus voor de theologische vorming van gemeenteleden.
C. den Boer, Woudenberg
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's