Uit de pers
Het vijfde gebod in het jaar van het kind
Over dat onderwerp schreef dr. W. Aalders een artikel in het órgaan van de vrienden van Kohlbrugge, het Kerkblaadje. Aalders wijst op de morele en geestelijke gevaren die het kind in de westerse wereld bedreigen. Daar ligt onze taak en verantwoordelijkheid. In het klassieke doopformulier wordt de situatie van ons en onze kinderen tot op de bodem gepeild: Kinderen des toorns, die in Gods Rijk niet kunnen komen tenzij zij opnieuw geboren worden. Tegelijk spreekt het doopformulier over de rijkdom van Gods verbondsbeloften en noemt de kinderen 'in Christus geheiligd'. Hoe leven we met onze kinderen in deze aan de vloek onderworpen wereld? Aalders acht het taak van de ouders om voor hun kinderen een gaardenier, een hovenier te zijn. Ouders, onderwijzers en leraars hebben die gaardeniersroeping. In dat licht plaatst de schrijver dan het vijfde gebod. Het eren van de ouders is verbonden met gezag.
Zonder gezag is de gaardenierstaak niet te vervullen. Zonder autoriteit moet een kind in deze wereld geestelijk en moreel te gronde gaan. Gezag houdt immers in, dat er een wijze, inzichtige en liefdevolle macht is, die er zich voor inzet, dat het kind niet als alle andere kinderen door de stempelmachine van deze wereld gestempeld wordt, maar bewaard wordt voor de ondergang in de grauwe, geestloze massa. Gezag is met zorg om het kind vervuld, omdat het weet van zijn adelstand, maar ook weet van de bedreigingen en verleidingen. Van een ander gezag dan zùlk een gezag weet de Bijbel niet. En zó hebben wij daarom ook het vijfde gebod te verstaan.
Ik meen, dat het nuttig is om dat met enige nadruk te zeggen, waar wij leven in een uitgesproken anti-autoritaire en anarchistische tijd. De literatuur, de politiek, de maatschappij en niet in het minst ook de pedagogie (– opvoedkunde) en het onderwijs zijn er sterk door beïnvloed en gestempeld. Juist die anti-autoritaire instelling kan fatale gevolgen hebben voor het kind, namelijk dat de ouders en opvoeders niet meer een wijze, inzichtige en liefdevolle macht zijn, die het kind apart zet van de morele en geestelijke gevaren; dus dat zij geen gaardeniersroeping meer vervullen. En een kind, dat zulk een instantie van liefdevolle macht mist, staat verloren in de wereld. De voorbeelden daarvan zien wij in steeds groter getal om ons heen. Wrakhout van de geestloze, normloze, gezagsloze welvaartsmaatschappij! Zij zijn een mengsel van angst, eenzaamheid, opstandigheid, slapheid, zinnelijkheid en agressiviteit.
In het jaar van het kind en tegen de achtergrond van de gevaren, die het kind in deze gevloekte wereld bedreigen, pleit ik dus voor gezag. Ik meen, dat het woordje 'eren' in het vijfde gebod ons daartoe opvordert. De huidige anti-autoritaire en anarchistische tendenzen in pedagogie en onderwijs hebben wij tegen te staan terwille van het kind. Zonder gezag is er geen gaardeniersdienst aan het kind mogelijk.
Dat betekent echter geenszins, dat wij nu een pleidooi voeren voor de euvele stelling: gezag is gezag. Wie het vijfde gebod zó leest en uitlegt, heeft van de gaardeniersroeping van ouders en opvoeders nog bitter weinig begrepen! En helaas moeten wij vaststellen, dat in het verleden, en niet zelden ook bij christenouders en opvoeders, het gezag zó verstaan en toegepast is. Gezag dus als pure macht, zonder liefde, wijsheid en inzicht. Zulk gezag is uit den boze. Het bouwt niet op, maar breekt af. Het is geweldpleging aan de ziel van het kind. Gezag als pure macht kweekt verzet en opstandigheid. Het kweekt revolutie!
Het is dan ook niet onwaarschijnlijk, dat de huidige anti-autoritaire en anarchistische tendenzen een voedingsbodem hebben gehad in een geestloze, liefdeloze uitoefening van gezag als macht op scholen en in gezinnen. Wie de boeken leest van schrijvers als Jan Wolkers, Hugo Claus en Maarten 't Hart moet daartoe haast wel besluiten. Vooral in gereformeerd-orthodoxe kring is er veel gezondigd tegen de geest van het vijfde gebod.
In deze anti-autoritaire en anarchistische tijd pleiten wij dus wèl met enige hartstocht en terwille van het kind voor gezag, maar dan voor geestelijk, liefdevol en wijs gezag. Gezag dus, dat geheel in het teken staat van de gaardenierstaak ten opzichte van het kind. Want van een ander gezag dan zulk een gezag, weet de Bijbel niet. Zó hebben wij dus het vijfde gebod te verstaan.
In het vijfde gebod staan de ouders vooraan in de gaardenierstaak ten opzichte van het kind. Maar na hen komen de onderwijzers en leraren en allen die op één of andere wijze staan in het opvoedingswerk. Zij vervullen hun gaardenierstaak van Godswege. Hun gezag is gezag 'in Gods naam'. Want de eigenlijke gaardenier is God zelf! Dat betuigt en verzegelt ons de Doop.
Ik meen dat hier over gezag en zeggenschap zeer fundamentele dingen gezegd worden. De kritiek die Aalders uit op allerlei liefdeloze vormen van gezagsuitoefening moet ons diep raken. Tegelijk helpen we de opgroeiende generatie niet door mee te zingen in het koor van hen die de secularisering van het gezag toejuichen. Echt gezag, genormeerd door het Woord Gods is dienend en zegenrijk. God geve ons zulke gezagsdragers. Ik bedoel dat niet als een goedkope verzuchting. Integendeel, de krisis van onze tijd is dat zij die geroepen zijn tot gezagsuitoefening soms zelf hun taak ondermijnen. De wijze waarop polideke figuren nu en dan in de schijnwerper van de publiciteit treden, omdat ze de openbare orde verstoord hebben, is niet bevorderlijk om respekt te kweken voor overheidsgezag.
De argeloze manier waarop een woord als 'mondigheid' – op zich een belangrijke zaak – soms wordt ingevuld en een humanistische lading krijgt, is evenmin dienstig om op de rechte wijze gezag uit te oefenen. Daarom is een bijbelse vulling van deze woorden broodnodig. Juist in bezinning op onderwijs en opvoeding.
Manipulatie door ideologieën
De twee moeilijke woorden nodigen niet tot lezing. Toch hoop ik dat u na lezing van dit 'kopje' het blad niet terzijde legt. Want de zaak is belangrijk genoeg.
In het woord 'manipulade' zit het latijnse woord voor 'hand'. We weten allemaal wat het betekent mensen naar je hand te zetten. Een 'be-handeling' is lang niet altijd een onschuldige zaak. Nu, onder manipulade verstaan we een vorm van beïnvloeding, die min of meer onbewust geschiedt, zodat degene op wie invloed wordt uitgeoefend het nauwelijks merkt. Invloed uitoefenen doet ieder die in kon takt treedt met anderen en b.v. bepaalde ideeën of gedachten wil overbrengen. Op zich behoeft dat geen verwerpelijke zaak te zijn, integendeel. Mensen worden gevormd door invloeden die uitgeoefend worden. Maar dat is geen manipulatie in de kwalijke zin van het woord. Dat wordt het wel, als er een onbewuste beïnvloeding is door middel van bepaalde middelen. Propaganda, reclame, vlagvertoon, kunnen vormen van manipulatie zijn. En er zijn vele voorbeelden te geven ook uit de geschiedenis van volksmenners en demagogen die door hun optreden hele volksmassa's gemanipuleerd hebben. Men denke slechts aan het optreden van de Nazi-propagandamachinerie.
Niet alleen mensen, ook denksystemen kunnen ons manipuleren. Ideologieën zijn denksystemen. Er zit het woord 'idee' in. Ideologieën zijn, zo zegt drs. J. A. E. Vermaat in Koers van 16 november: maatschappij-filosofieën bedoeld om basis te geven en vorm aan bepaalde maatschappijvormen. Vaak is dat een totalitaire vorm. We citeren uit zijn artikel.
Ideologieën manifesteren zich vooral openlijk, maar hun indirekte werking gebeurt onder de oppervlakte. Ze kunnen heel geraffineerd grote groepen mensen beïnvloeden en hele revoludes modveren. De Franse Revolutie gebeurde in naam der vrijheid, gelijkheid en broederschap en onder die leus werd zij openlijk geproklameerd. Maar er was geen groter onvrijheid, geen groter gevoelen van haat jegens de naaste en geen grotere ongelijkheid dan juist tijdens die Franse revolutie.
Een Nederlands staatsman uit de 19e eeuw, Guillaume Groen van Prinsterer schreef eens naar aanleiding van deze revolude, die tegen het eind van de 18e eeuw plaatsvond: 'Allen zijn vrij, en de meerderheid beslist. De meerderheid te verkrijgen, dat is de kunst, en daarvoor gebruikt men list en geweld. Men maakt dan uitzonderingen; bijv. allen zijn stemgerechdgd, behalve die andere gevoelens aankleven dan wij. In 1795 en later zeiden vele patriotten: 'Een ieder heeft stemrecht, behalve die geen patriot, geen goed patriot, geen patriot van onze beginselen, van onze denkwijs, van onze kleur is. Of men geeft een vrije stem; vrij – om goed te keuren wat voorgelegd wordt. Vrij zijt ge, maar wee u, zo ge uwe vrijheid niet naar mijne voorschriften en wenken gebruikt.'
Vermaat wijst op manipulerende tendenzen bij diegenen die b.v. in de zestiger jaren zeer verontwaardigd waren over de rol van de Amerikanen in Vietnam, maar die nu in alle talen zwijgen over wat er gebeurt in Cambodja en Laos. Dat heeft te maken met selecdeve verontwaardiging en eenzijdige beïnvloeding. Hoe komt het dat mensen open staan voor deze beïnvloeding?
We hebben het allemaal een beetje in ons, dat verlangen naar geluk, naar welzijn, naar vrede, naar harmonie en vooral naar liefde. Dat verlangen is deels onbewust, maar deels ook bewust in ons aanwezig. Het is dat verlangen dat ons zo vaak vatbaar doet zijn voor degene die met schone beloften komt, de manipulator die met fraaie leuzen en beloften inspeelt op onze bewuste en onbewuste gevoelens, een terugverlangen naar het herstel van datgene wat in de zondeval verloren ging.
Er is geen groter bewijs voor de waarheid van het derde hoofdstuk van het boek Genesis, dan juist dit feit; dat de mens onbewust voelt dat er een breuk loopt door heel de schepping, een breuk die hij niet kan verklaren, maar die door iedere ziel heensnijdt.
Het is de onverklaarbare breuk veroorzaakt door het kwaad, door het leed dat er in deze wereld te vinden is. Eén van de grondleggers van de moderne psychiatrie en psychologie schreef eens op het eind van zijn leven: 'Wij hebben tegenwoordig de psychologie nodig om vitale redenen. Men staat perplex en radeloos voor fenomenen als nationaal-socialisme en bolsjewisme (twee bekende 20e-eeuwse ideologieën, zoals men weet. J. A. E. Vermaat), omdat men niets omtrent de mens weet of slechts een eenzijdig vertekend portret van hem heeft. Hadden wij zelfkennis, dan zou dit niet het geval zijn. Vóór ons staat de vreselijke vraag van het kwaad, en dat weet men niet eens, laat staan dat men een antwoord zou kennen. En al zou men een antwoord kennen, dan zou men niet begrijpen 'hoe het zover heeft kunnen komen'. In geniale naïviteit verklaart een staatsman dat hij 'geen fantasie voor het kwaad' heeft. Dat is juist: Wij hebben geen fantasie voor het kwaad, maar het kwaad heeft ons in zijn greep.' (C. G. Jung, Herinneringen, Dromen, Gedachten, p. 302, 303; Van Logchum Slaterus, Deventer, 1972). Ik ga nu niet in op de overige gedachten van deze psycholoog – waar ik het niet mee eens ben – maar constateer slechts dat er in onze menselijke existentie, ons bestaan, een algemeen erkend raadsel van het kwaad ligt. Waar komt dat kwaad vandaan en belangrijker: hoe komen we van dat kwaad af?
Op onze beide vragen proberen de ideologieën een antwoord te geven. En ze doen dat door de mens bepaalde beloftes voor te spiegelen. Ze doen dat door de mens bepaalde toekomstdromen of utopieën af te schilderen.
Zo wordt in het communisme de wortel van het kwaad gezien in het privébezit en in de klassen- of standenmaatschappij. Hef dat privébezit op en laat er tenslotte één grote klasse overblijven die uiteindelijk ook weer moet worden opgeheven en ziedaar, het paradijs is weer terug.
Dat is, in een notedop geschetst, de kern van de leer van een man als Karl Marx. En miljoenen zijn al dan niet gedwongen achter hem aangegaan. Veelal gedwongen, want het zijn vaak de gedreve nen, de echte ideologen en manipulatoren die de grote massa's dwingen te aanvaarden wat zij zelf geloven, desnoods met geweld en intimidatie. De geschiedenis van de communistische machtsovernamen bewijst het.
Ongetwijfeld is het waar wat Vermaat hier schetst. Ik weet niet hoe de auteur wiens verhaal in het volgend nummer van Koers vervolgd wordt zijn gedachten verder ontwikkelt. Persoonlijk zou ik willen zeggen: Laten we ook niet blind zijn voor de gevaren van manipulatie in de maatschappij van het vrije westen, waar de reclame, sterk op consumptie en genot afgestemd, ons een schijnwereld voortovert en ook inspeelt op dat geluksverlangen waar Vermaat over spreekt. Ook dat kan een invalspoort zijn voor een manipulator. Er mag dan geen geweld in lijfelijke zin gebruikt worden, het gevaar is niet minder groot. Tegen manipulatieve tendenzen zullen we alleen weerbaar zijn als we de wapenrusting van het Woord Gods aandoen en door Zijn Geest de geesten leren onderscheiden. Waakzaam en weerbaar.
A. N., Ede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's