Hulpverlening (2)
Medemenselijkheid
Helpen in het laatste en het voorlaatste
Het zal duidelijk zijn dat de vorige maal genoemde gezichtspunten consequenties hebben voor die vorm van hulpverlening die we wel aanduiden als 'helpen als ambacht', het maatschappelijk werk, de sociale dienstverlening. Met name in de bezinning op het christelijk karakter van het maatschappelijk werk zijn er op dit punt allerlei vragen. Maatschappelijk werk als herstel van relaties is toch geen evangelisatiearbeid en toch ook geen pastoraat, zo wordt er gezegd. Het helpend bezig zijn b.v. in huwelijksnoden, gezinsconflicten, arbeidsproblemen, zorg jegens verslaafden is op zich een positieve zaak. Ook daar waar met God en zijn Woord niet gerekend wordt heeft een dergelijk maatschappelijk werk waarde en betekenis. Ook waar mensen die zelf niet met God en zijn heil rekenen, bezig zijn in dit relatieherstellend werk, kan het-voor mens en samenleving toch van grote importantie zijn. Velema spreekt in het boekje 'Met het oog op ons welzijn' (blz. 119) zelfs van een de zonde stuitende en een de verhoudingen herstellende kracht. En hij herinnert dan aan de in ander verband door Bonhoeffer gebezigde onderscheiding tussen het laatste en het voorlaatste. Het laatste is Gods definitieve herstel van onze verhouding tot Hem. Bijbels gezien vindt de hulpverlening in horizontale relaties plaats in dat perspectief. Het kan zijn dat een hulpverlener een cliënt ontmoet die van dat laatste, de relatie tot God, niet weten wil. Dan zal de christen-hulpverlener naar beste weten en kunnen moeten helpen in het voorlaatste. Hij is geen pastor, geen evangelist. En het Evangelie is niet iets wat we de ander op een agressieve manier à la de Jehova's getuigen kunnen opdringen. God neemt de mens zo serieus en stelt hem zo verantwoordelijk dat hij genodigd wordt tot het heil en 'nee' kan zeggen (Vgl. Luc. 14 : 16-24). Soms zal men het Evangelie niet door kunnen geven, eenvoudig omdat er geen antenne is. Toch kan er – hoe vreemd dat ook klinkt – geholpen worden. Geholpen in het voorlaatste. Met het perspectief op het laatste. En soms kunnen er de momenten zijn die dan als een genade geschonken worden, waar de hulpverlener, – zonder het Evangelie op te dringen –, toch de boodschap mag door geven. Voor de verdere uitwerking van deze aspecten verwijs ik u graag naar het hierboven genoemde opstel van prof. Velema.
Duidelijkheid en vrijheid
Ik geef gaarne toe dat aan de onderscheiding tussen het laatste en het voorlaatste ook bezwaren kleven. Je zou er uit op kunnen maken dat het geloof in Christus in de hulpverlening dan toch niet beslissend is. Dat is stellig niet het geval. Evangelische, christelijke hulpverlening heeft recht van bestaan. Het leven dat wij leven, mogen we nooit beperken tot het voorlaatste. Trouwens meer en meer breekt het inzicht baan dat we een bepaalde levensovertuiging altijd meedragen in het werk van welzijnszorg en hulpverlening. Als dat waar is kan aan de christen niet het recht ontzegd worden om in zijn werk ook het geloof te betrekken.
Op welke wijze kan dat dan geschieden? Ik kan dat in het kader van dit artikel slechts summier aanduiden. In navolging van prof. dr. P. J. Roscam Abbing die in de bundel Gottesdienst als Menschendienst (Stuttgart 1971, uitgegeven door H. C. von Hase e.a.) een artikel schreef over 'Gibt es eine Christliche Sozialarbeit', noem ik vier gevallen waarin in de hulpverlening het Evangelie ter sprake kan en soms moet gebracht worden:
1. Het kan geboden zijn een evangelisch bepaald appel tot de ander te richten juist waar ik een broep doe op de verantwoordelijkheid van de ander en hem wil leren zichzelf te helpen.
2. Het kan dienstbaar zijn in situaties van leed en lijden de troost van het Evangelie door te geven. Dat is een legitiem pastoraal element in het maatschappelijk werk.
3. Het kan nodig zijn de kliënt duidelijk te maken dat Gods hulp een bron van kracht is om moeilijke wegen te gaan en offers te brengen.
4. Het kan van betekenis zijn hem een evangelisch gefundeerde visie te geven met betrekking tot de weg die hij gegaan is alsook met betrekking tot de tweesprong waar de kliënt zich nu bevindt en waar hij kiezen moet. Door hem duidelijk te maken wat Gods bedoeling is met huwelijk, gezin, bezit etc. wijzen we hem dan de goede oriëntatie. Ook Roscam Abbing weet van
de gevaren die in de benaderingswijze liggen, zoals b.v. het gevaar dat we opdringerig tot de ander komen, het manipuleren en overvragen. Niettemin spreekt hij van een voorrecht en een unieke kans die het beroepsmatige maatschappelijk werk krijgt om vanuit het Evangelie dienend en helpend aanwezig te zijn. Terecht wijst hij erop dat ook in andere beroepen (b.v. arts, docent) de specifieke evangelische muziek kan klinken.
Het onderwerp verdient een bredere behandeling. In het kader van deze artikelenreeks wilde ik er toch niet helemaal aan voorbijgaan. Maatschappelijk werk als hulpverlening is gericht op het wel-zijn van mensen. Daartoe dienen methoden en technieken. Terecht is steeds weer de zorg uitgesproken dat hulpverlening geen 'koppelverkoop' mag zijn om via de hulp mensen te werven voor de kerk. Omgekeerd lopen we vandaag de dag gevaar de sociale dienstverlening te ontkoppelen van het Evangelie.
Wij zullen de smalle weg moeten gaan van 'duidelijkheid in vrijheid'. Deze trefzekere aanduiding vond ik in het mooie boekje van R. G. H. Boiten, City-pastorie, Oudezijds 100. Terecht wordt daar gezegd op blz. 44: Onze hulp is niet conditioneel (d.w.z. helpen op voorwaarde dat iemand b.v. christen wordt, of naar de kerk komt, A. N.), maar schiet wel wezenlijk te kort indien wij de indruk wekken dat deze hulp op zichzelf zou staan in plaats van teken, getuigenis, sacrament te zijn van die totalitaire, alomvattende hulp die God aan mensen wil bieden, en die in de Bijbel 'heil' wordt genoemd. In de hulpverlening moeten we blijven helpen, ook als de ander het heil afwijst of er blind voor is. Maar in de weg die de hulpverlener met de ander gaat, zal toch ergens aan die ander duidelijk moeten worden dat hij met een christen te maken gehad heeft, die weet van Hem die hulp en heil schenkt in Jezus Christus. Duidelijkheid in vrijheid.
A. N., Ede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's