Het gebod van de keizer en de boodschap van de koning
En het geschiedde in die dagen dat er een gebod uitging van de keizer Augustus dat de gehele wereld beschreven zou worden…Ziet, ik verkondig u grote blijdschap die al den volke wezen zal, namelijk dat u heden geboren is de Zaligmaker, Welke is Christus de Heere, in de stad van David.(Luk. 2 : 1, 10, 11)
De kribbe en de politiek
'De kribbe van Bethlehem staat midden in de wereldpolitiek' (prof. G. Wisse). Dat is een opvallend gegeven: Lukas begint na de geboortegeschiedenis van Johannes de Doper zijn verhaal over de geboorte van Christus niet in Bethlehem, maar in Jeruzalem. 'En het geschiedde in die dagen dat er een gebod uitging van de keizer Augustus dat de gehele wereld beschreven zou worden.'
Waarom neemt Lukas ons maar niet meteen mee naar de stal van Bethlehem? Wat heeft de keizer in Rome te maken met de vleeswording van het Woord? Waarom de politieke verwikkelingen van die dagen maar niet buiten beschouwing gelaten?
Lukas is geschiedschrijver. Hij vermeldt maar niet wat oncontroleerbare volksverhaIen, maar feiten, dingen die navraag kunnen lijden. Zoals een goed historicus betaamt, heeft hij 'alles van voren aan naarstig onderzocht' (hfdst. 1 : 3). Hij geeft heilsgeschiedenis, maar die voltrekt zich midden in de wereldgeschiedenis. De volheid des tijds is aangebroken en de keizer in Rome zal eraan moeten meewerken dat Gods belofte heerlijk wordt vervuld.
Lukas is niet alleen geschiedschrijver, Lukas is ook schilder. Hij vertelt niet alleen, hij beeldt uit! Hij schildert het Licht der wereld dat reddend is verschenen. Maar dat doet hij tegen de donkere achtergrond van de tijd, tegen de duisternis van de God van deze eeuw. Net als Rembrandt, die de lichtende figuren op zijn schilderijen nog méér doet afsteken tegen de schaduw en de duisternis.
In die dagen
Het geschiedde in die dagen… Welke dagen zijn dat? De dagen van koning Herodes (1 : 5). Op de troon van vader David zit een Edomiet… Als het er ooit vèr vandaan is geweest dat Gods belofte zou worden vervuld, dan nú wel.
Toch zijn er juist in die dagen van Herodes wonderlijke dingen gebeurd. Een bejaard priester-echtpaar is vader en moeder geworden van een zoon. De mensen hebben zich afgevraagd: 'Wat zal toch dit kindeke wezen?' De geboorte van dit wonderkind was onderwerp van de gesprekken. En de oude vader Zacharias heeft gezongen: 'Geloofd zij de Heere, de God van Israël, want Hij heeft bezocht en verlossing teweeg gebracht voor Zijn volk.'
Het zijn dus niet alleen de dagen van Herodes, het zijn ook de dagen van God. Op Zijn klok heeft het uur der verlossing geslagen. De Koning is op komst. Hij heeft Zijn heraut, Zijn wegbereider, vooruit gezonden. Bereidt de weg des Heeren, maakt recht in de wildernis een baan voor onze God! (Jes. 40 : 3).
Het zijn de dagen van Herodes, maar het is ook de volheid des tijds.
Keizer Augustus
En het geschiedde in die dagen dat er een gebod uitging van de keizer Augustus… Andere evangelisten spreken slechts over de keizer, maar Lukas noemt hem bij name: keizer Augustus!
De dagen van koning Herodes zijn ook de dagen van keizer Augustus. Dat zegt ons nog iets méér. Want deze keizer is de wereldheerser. Er is in deze dagen eigenlijk maar één rijk: het keizerrijk van Rome. De rest van de volken zijn 'barbaren'. En over dat éne rijk regeert keizer Augustus.
Augustus – zo heet hij feitelijk niet. Zijn naam is Gajus Julius Caesar Octavianus. Oorspronkelijk regeerde hij in een driemanschap, later met zijn tweeën, maar toen hij ook zijn rivaal Antonius uit de weg had geruimd, was hij alléénheerser.
Met zijn sterke arm heerst hij over zijn uitgestrekte rijk, dat vrijwel heel Europa omvat en nog méér. Hij legt wegen aan, bevordert de handel en de landbouw, maakt korte metten met de roversbenden die zijn rijk onveilig maken, bindt de strijd aan tegen de ontucht en onderwerpt de overwonnen volken aan zijn machtige gezag.
De Senaat geeft hem uit dankbaarheid de titel 'Augustus', dat wil zeggen: de Verhevene. Later wordt Hij genoemd 'Divus', de Goddelijke. Soms gaat het volk zo ver dat het hem de naam Sootèr geeft. Redder, Verlosser, Zaligmaker.
Zo is 'die keizer in het machtige wereld-Rome een hoogtepunt in het proces der zelfverlossing, ondernomen door een gevallen wereld; verlossing tegenover verlossing; kwasi-verlossing tegenover de ware verlossing door Israëls God' (G. Wisse).
Het gebod
Er gaat een gebod uit. In het Grieks staat het woord 'dogma'. Dat heeft iets onweersprekelijks, iets waarover niet te discussiëren valt, waaraan alleen maar gehoorzaamd kan worden. Een dogma van de keizer. Roma lucuta, res finita. Rome heeft gesproken en de zaak is beslist.
Het gebod is uitgegaan en het doet de mensen gaan! 'De keizerlijke koeriers staan op, springen te paard en rennen langs de geplaveide heirwegen. Uit de haven glijden de schepen, door riemslag of wind in de feilen gestuwd. Vanaf het eerste ogenblik dat het woord gebod wordt, brengt het actie. De éne actie wekt de ander op, gelijk de golven der zee. Het dogma rust niet vóór het komt tot zijn doel: volmaking van het rijk, welksheerlijkheid is kracht en rust!' (B. Wielinga)
Wat is de inhoud van het keizerlijk dogma? De hele wereld moet beschreven worden. De hele wereld – dat is uiteraard de hele bekende wereld, de hele bewoonde wereld. De keizer wil weten hoe groot zijn rijk is, op hoeveel mensen hij rekenen kan, hoeveel belasting hij heffen kan.
Beschrijven – dat betekent: inlijven, nog vaster verbinden aan Rome. De onderworpen volken zullen bloeden, want Rome moet bloeien…
Zelfverlossing of Gods verlossing
Deed Augustus 't volk vergaren,
Hij doorgrondde 't Godsplan niet.
't Heilgeheim moest zich verklaren,
Onder 't woord van zijn gebied.
Het streven van de gevallen mens naar macht en rust, naar een paradijs op deze aarde, heeft z'n hoogtepunt bereikt; Wanneer keizer Augustus geklommen is op de hoogste trede van zijn ladder naar de hemel en vereerd wordt als de Verhevene, de Goddelijke, dan is God Zelf afgedaald, van boven naar beneden.
Hier is dan, 'na veertig eeuwen worsteling en voorbereiding, het einde van de lijn der zelfverlossing: keizer Augustus, en het einde der openbaring van verlost-wòrden: Koning Jezus. Als de mens in Augustus tot een God is geworden, is God, in de Zone Gods, Mens geworden'. (G. Wisse)
In de wereld heeft geklonken het gebod van de keizer: héél de wereld moet beschreven worden. In de velden van Efratha klinkt de boodschap van de Koning: 'Ik verkondig u grote blijdschap die al den volke wezen zal, namelijk dat u heden geboren is de Zaligmaker, Welke is Christus de Heere, in de stad van David.'
Gebod tegenover Evangelie
Er is een gebod uitgegaan van de keizer. Een gebod dat alleen maar gehoorzaamd kan worden. Waartegen niemand zich kan en durft verzetten. Maar er gaat ook een boodschap uit van de Koning. Een boodschap die geloofd mag worden, die vèrder verteld mag worden: alzo lief heeft God de wereld gehad.
De keizer is alleen maar uit op zelfhandhaving en zelfverlossing. Hij laat zich vereren als de Verhevene, de Goddelijke, de Redder. De boodschap van de Koning luidt: dè Redder, dè Zaligmaker is geboren. U hoeft uzelf niet te verlossen, Hij komt redden, Hij komt verlossen.
De keizer zit in Rome, het middelpunt van de wereld. De Koning is geboren in Bethlehem, in de stad van David. En gij, Bethlehem-Efratha, zijt gij klein om te wezen onder de duizenden van Juda? Uit u zal Mij voorkomen Die een Heerser zal zijn in Israël en Wiens uitgangen zijn vanouds, van de dagen der eeuwigheid.
Kust de Zoon!
'Er is niet veel veranderd, Heer, sinds Betiilehem', zong een dichter… Ze staan nog steeds tegenover elkaar: de mens die als god wil wezen en uit is op de verlossing van zichzelf. De torenbouwer van Babel, die een toren wil bouwen waarvan het opperste tot aan de hemel reikt. De Uebermensch die alles alleen van zichzelf verwacht. En – de God Die mens geworden is om verloren mensen in een verloren wereld te redden en te verlossen.
Steeds luider klinken in onze wereld de stemmen van de vorsten en de volken die zich verheffen tegen de Heere en Zijn Gezalfde: Laat ons hun banden verscheuren en hun touwen van ons werpen. Maar door deze stemmen heen en boven deze stemmen uit klinkt het Evangelie van de Koning: Kust de Zoon, vanouds u toegezeid… Welgelukzalig zijn allen die op Hem betrouwen.
De keizer heeft bevolen dat heel de wereld beschreven moet worden. Niemand van zijn onderdanen komt er onderuit. De Koning heeft een boodschap die 'al den volke' aangaat. Niemand die het hoort kan het voor kennisgeving aannemen.
Het gebod van de keizer brengt duizenden en nog eens duizenden mensen op de been. Héél het grote Romeinse rijk komt in beweging. Maar het woord van de Koning brengt een legioen van heilige engelen op de aarde.
Wat de keizer bevolen heeft, dat wekt vrees en angst. Wat zal ons nu weer boven het hoofd hangen? De boodschap van de Koning veroorzaakt grote blijdschap. Zij die deze boodschap gehoord hebben gaan straks heen, verheerlijkende en prijzende God. Zo staan ze tegenover elkaar: een mens die zich God waant en alleen maar behagen heeft in zichzelf, en de God Die Mens werd en een welbehagen heeft in mensen. Zelfverlossing tegenover Gods verlossing.
W. van Gorsel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's