Christus’ geboorte en onze geboorte
Zeven overwegingen
1. In deze gevallen wereld wilde de Heere Jezus geboren worden. Hij heeft daar zelf voor gekozen. Hij kwam op een dieptepunt van de geschiedenis, in het holst van de nacht, onder de erbarmelijkste omstandigheden. De Vader heeft niet gezegd: Ik zie er maar van af Mijn Zoon geboren te doen worden, de wereld is daar nu te donker voor. Zijn toekomst zal er te bedreigd zijn. Integendeel – het was naar Zijn raad dat de kribbe reeds stond in de slagschaduw van het kruis. We horen in onze tijd geruchten van mensen, van echtparen die vrijwillig kinderloos zijn. Zelfs wordt er openlijk propaganda voor gemaakt dat echtparen zelf een principiële en definitieve scheiding zullen aanbrengen tussen samenleving en de mogelijkheid van bevruchting – en dat van het begin van het huwelijk af aan, zonder ook maar te denken aan gezinsvorming. Wat zijn de argumenten? Er worden velerlei redenen aangevoerd waarom de geboorte van kinderen ongewenst wordt geacht. Zo wordt er gewezen op de overbevolking van de aarde, de uitputting van de energiebronnen, de sinistere dreiging van een kernoorlog. Er zijn ook minder verheven overwegingen. Bijvoorbeeld het opzettelijk willen doorbreken van vaste verwachtingspatronen, alles nu eens anders doen dan 'men' normaal acht, of ook gewoon gemakzucht en egocentrisme. Het is de vraag in hoeverre ook binnen de christelijke gemeenten het levensgevoel mede bepaald wordt door een ondergangsstemming. Wie durft er nog kinderen te krijgen, de angst grijpt een mens toch naar de keel wanneer hij er aan denkt waar de kinderen eigenlijk voor gróót gebracht worden? Het wordt ouders van grotere gezinnen meer dan eens toegevoegd: hoe durven jullie eigenlijk? Alsof het dan in principe nog zou uitmaken of de durf er is om één kind te krijgen of om zéven kinderen te krijgen. Wie de verantwoordelijkheid voor dat laatste niet durft te nemen met het oog op de dreigende toekomst, die kan het in feite evenmin voor het ouderschap over één kind. Hier geldt vanuit het heilsfeit van Christus' geboorte binnen de gemeente: 'maar gij geheel anders!' Hét Kind is geboren. Er is in Hem een tegenwicht geboden tegen de val van Adam. De zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen, de zon des heils is hoog aan de hemel gerezen. Daarom is er een geweldig toekomstperspektief opengebroken. Niet alleen de hel zal bevolkt worden, ook de hemel zal vol komen. De toekomstverwachting binnen het ondermaanse is niet het één en het al, zeker niet het laatste en het hoogste. Alle dreiging en donkerheid neemt niet weg dat God doorgaat met het toebrengen van de schare die niemand tellen kan uit álle generaties, ook uit de jongste generatie. Die wetenschap is beslissend voor de houding van de gelovigen ten aanzien van de kinderzegen.
2. Wat moet het schrijnend zijn voor mensen die vruchteloos hebben uitgezien in hun huwelijk naar de geboorte van een kindje dat dergelijke geluiden als hierboven vermeld steeds meer gehoord worden. 'Wij nemen geen kinderen' of 'wij nemen er 1 of 2', dat wordt tegenwoordig schaamteloos uitgegalmd. Het is de taal van de menselijke autonomie, de zelfbepaling van de mondige mens die leeft bij de leuze 'geen god en geen meester'. Er zijn er echter tallozen die het heel goed geleerd hebben dat God de baarmoeder opent én toesluit. Daarmee is hun stil verdriet aangeduid, hun worsteling ook om het met de HEERE eens te mogen worden in de weg die Hij met hen gaat. Maar nu klinkt daar het kerstevangelie. Een Kind is geboren. Zing maar onvruchtbare en verheug u, u die nooit gebaard hebt. Deze Jezus is u meer dan zeven zonen en zeven dochters. Waar u door het geloof het evangelie omhelst daar omhelst u… neen, niet úw kind, maar toch: het Kind voor ú. U bent om uw kinderloosheid geen dorre boom. Uw kinderloze huwelijksweg behoeft geen doodlopende weg te zijn. U hebt de hoge roeping anderen – die wél kinderen ontvingen – voor te leven dat er een hogere bestemming is dan 'ik leef voor mijn kinderen'. Dat immers riekt naar afgoderij. Leven voor hét Kind – dat is de zaak waar het om gaat. Dan blijft u ook niet zonder geestelijke zonen en dochters!
3. En als het leven zich eenmaal aandient? Wat een bedreigingen zijn er niet – juist ook in onze tijd – voor het meest weerloze, het nog ongeboren leven. Wat vallen er vaak donkere slagschaduwen over dat tere wonder. De HEERE beschikte in Zijn wijsheid zo'n veilige, zo'n verborgen plaats voor het borduursel van Zijn vingers. In het hebreeuws zijn de woorden voor moederschoot en barmhartigheid verstrengeld als twee loten van een zelfde stam. De moederschoot mag dus gelden als hét symbool van barmhartigheid. Hoe ver zijn we heen nu zelfs dit niet meer op blijkt te gaan. Wanneer de Heere Jezus eens in ónze dagen ontvangen en geboren was geweest, voor Maria en Jozef toch op zo ongelegen tijdstip, voor Jozef aanvankelijk toch zo onbegrepen en zo ongewenst – zou er dan geen boze tong zijn geweest die de 'oplossing' van abortus provocatus had gesuggereerd? Satan zou graag ook die pijl op zijn boog genomen hebben om het verlossingswerk te ondermijnen. Maar we kunnen in het Mattheüsevangelie lezen hoe God het ongeboren Kind Jezus in bescherming nam door middel van een droom die Jozef werd gezonden. Jezus mocht niet geboren worden als een ongewenst Kind. Niet alleen in het hart van Maria, maar ook in dat van Jozef moest blijde verwachting worden gelegd. Van hier uit is er een lijn te trekken naar de ethische frontlinie rond de abortus provocatus. Elk menselijk leven heeft vanaf de bevruchting recht op gerechtigheid en barmhartigheid. Dat recht is genáderecht, gefundeerd in Christus. Die negen maanden lang in Maria's moederschoot verbleef. Ongewenste kinderen, verschoppelingen van deze aarde, moeten om Christus' wil geopende vaderharten en moederharten vinden.
4. Christus werd negen maanden lang gedragen onder Maria's moederhart. We belijden dat de verdorvenheid van onze menselijke natuur inzet bij en reikt tot aan de conceptie. Versmelten eicel en zaadcel dan wordt opnieuw bevestigd de ijzeren grondwet 'wie zal een reine geven uit een onreine?' Mijn zonde maakt mij het voorwerp van Uw toorn – reeds van het uur van mijn ontvangenis af. Maar nu Christus heilig en rein ontvangen is door de overschaduwing van de Heilige Geest, nu klinkt de prediking dat ook Gods genade reikt tot aan het prilst begin. Een aanstaande moeder mag zodra zij weet dat ze in verwachting is tot de HEERE gaan in het gebed – om haar kind op Hém te werpen. De wedergeboorte kan reeds in de moederschoot plaatsvinden. Ook wanneer een miskraam plaatsvindt geldt de troost van Dordtse Leerregels 1-17 '… zo moeten de Godzalige ouders niet twijfelen aan de verkiezing en zaligheid hunner kinderen, welke God in hun kindsheid uit dit leven wegneemt.'
Wat krijgt het heilsfeit van Christus' geboorte rijke waarde voor de mens die door de Heilige Geest wordt teruggeleid van de stróóm van ongerechtigheden naar de brón van alle wanbedrijven, die moet leren dat hij niet alleen zonde doét maar zonde is. Voor hem of haar is déze Zaligmaker nodig die onze onreine ontvangenis en geboorte met Zijn volkomen reinheid bedekt.
5. Ik heb mijn geboorte aan Zijn geboorte te danken. Dat ik het levenslicht mocht aanschouwen vloeit daaruit voort dat Hij uit het lichtend Vaderhuis afdaalde in de duisternis van deze wereld. Te mogen leven is genade van God. De oprechte christen viert z'n verjaardag, herdenkt z'n geboortedag. Hij vervloekt de dag van zijn geboorte niet. Een gevoel van levensmoeheid kan hem soms bespringen. Maar dat kan en mag toch het laatste woord niet zijn. En dan zeker niet levensverachting, dan zeker niet een eigenmachtig afleggen van het door de HEERE geschonken leven. Het besef leeft immers diep in het hart – alle levenstijd is nog genadetijd, verbeurd vanwege het ontzettende gebeuren van Genesis 3, maar nochtans geschonken door het heerlijke gebeuren van Lukas 2.
6. Eenmaal geboren is gewis verloren, tweemaal geboren is gewis verkoren. Wie eenmaal geboren is zal tweemaal sterven (de eeuwige dood), wie tweemaal geboren is behoeft slechts éénmaal te sterven (de dood als poort tot eeuwig leven). Met deze oude zegswijzen wordt de noodzakelijkheid van de wedergeboorte aangegeven – het is voor ons allen zo onmisbaar het stenen hart kwijt te raken en een hart van vlees te ontvangen. Er is er echter Eén geweest Die niet wederom geboren behoefde te worden: Christus! Zijn geboorte in Bethlehem was immers al een geboorte van Boven! Maar omdat Hij geboren is, kunnen wij wederom geboren worden. Nu zijn we wel passief in de wedergeboorte (het is een eenzijdig Godswerk), maar we mogen niet passief staan tegenover de wedergeboorte. Ons smeekgebed om de genade van de wedergeboorte vindt pleit-grond in het heilsfeit van Christus' geboorte.
7. De geboorte van de Zaligmaker was geen doel in zichzelf. Hoe groot dat gebeuren op zichzelf ook is, het wijst boven zichzelf uit. De Heere Jezus is geboren om te gaan lijden en sterven. Hij is ook geboren om de wet Gods te volbrengen en alle gerechtigheid te vervullen. Hij is geboren om de eer van God te doen opklimmen uit het stof. En ónze geboorte? Staat die op zichzelf? Leven we om maar te leven? Zijn we er maar om er te zijn? Of wijst ons hele bestaan boven zichzelf uit? Ja, het gaat om de eer van God. We zijn op aarde om bekeerd te worden. We zijn in dit leven om de HEERE te leren kennen, om Hem dan ook te dienen en te eren. Vergeet dat nooit. Maar wanhoop er ook nooit aan. Want dit is een getrouw woord en aller aanneming waardig dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaren zalig te maken.
J. Hoek, V.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1979
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's