De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Arm geworden daar hij rijk was

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Arm geworden daar hij rijk was

Rijken en armen ontmoeten elkander

7 minuten leestijd

Franciscus, de minderbroeder van Assisi, is een bekende figuur uit de middeleeuwen. Stammend uit een vermogende familie, leefde hij er met zijn vrienden in zijn jeugd vrolijk op los. Tot hij ziek werd en hij het holle en lege van zijn eerdere leven inzag. De verandering voltrok zich langzaam en, herstellend van zijn ziekte, zwierf hij dromend door de omgeving van Assisi.

Op een dag ontmoette hij een melaatse. Zijn hart gaf hem in de melaatse – waar hij voordien van walgde – te kussen. Ook dat was een nieuw begin voor hem. Toen hij weer op een feest van zijn vrienden was uitgenodigd werd hij steeds zwijgzamer. Iemand merkte spottend op: 'Franciscus denkt over zijn bruid'. Franciscus stond op en zei: 'Inderdaad: hij heeft het bij het rechte eind, ik sta op het punt mij te verloven; ik kies Vrouwe Armoede tot mijn bruid.'
Mét en vóór de armen, voor de armsten der armen leefde hij sindsdien verder.


Zulke mensen zijn er in de geschiedenis telkens weer geweest, mensen die hun leven delen met de armen, de melaatsen, de bewoners van de krotten in de slums van de grote steden of in de arme landen van de wereld. Vandaag is het moeder Teresa, die sinds 1948 onder de armsten der armen in Calcutta arbeidt. Ze heeft sinds dat jaar in tientallen landen in de wereld tehuizen geopend voor wezen, leprozen, verschoppelingen. Ze heeft dezer dagen de Nobelprijs in Oslo gekregen, waarbij ze intussen van de gelegenheid gebruik maakte om, ten aanhore van koning Olav en de regering van Zweden, zich publiekelijk te keren tegen het kwaad van de abortus provocatus: 'men is wel onder de indruk van de vele rampen waarin mensen, die kunnen roepen, worden gehoord, maar de kreet van miljoenen onschuldigen, die helemaal zijn aangewezen op de liefde van hun moeders wordt niet gehoord, maar u moet weten dat ze ontvangen zijn en begiftigd met hetzelfde leven als u en ik, met het leven van God.'


Het is niet ieder gegeven of opgedragen om zó, zoals zulke bekende figuren van vroeger en nu en in hun spoor zovele minder bekenden, met de armsten der armen, ver weg of dicht bij, te leven; om bij hen te zijn met woord en daad. Maar ze zijn wél voorbeelden, lichtende voorbeelden van een levenshouding, die ons vanuit het Woord, van God als roeping wordt voorgeschreven.
Het is opvallend hoe veel malen in de Bijbel de verhouding van rijken en armen aan de orde komt, en dan in de concrete maatschappelijke zin van het woord. Me dunkt, dat we met name in orthodoxe kring óf al deze bijbelplaatsen te weinig aan de orde laten komen (ook in de prediking), óf, wannéér we ze aan de orde laten komen, al te snel aan het vergeestelijken toe zijn. Maar wat de Schrift letterlijk, concreet bedoelt, moet door ons niet krachteloos gemaakt worden door het te verspiritualiseren.

Rijken en armen
'Rijken en armen ontmoeten elkander, de Heere heeft ze beiden gemaakt', zegt de Schrift in Spreuken 22 vers 2. Matthew Poole zegt in zijn commentaar op deze tekst, dat deze vaak zó is uitgelegd, dat rijken en armen – omdat God het nu eenmaal zó gewild heeft – tegenóver elkaar moeten staan: de rijken verdrukken de armen en de armen benijden of bestelen de rijken. Maar het gaat in deze tekst om een wederzijds met elkaar omgaan. En wel vanwege het feit, dat God hen beiden heeft gemaakt, geschapen. God is Schepper en Heere van beiden. Ze hebben voor elkander, als schepselen van God, hun verantwoordelijkheid.


Diep komt dit alles op ons af als we de kersttekst bij Paulus in 2 Corinthen 8 : 9 lezen: 'want gij weet de genade onzes Heer en Jezus Christus, dat Hij om uwentwil is arm geworden daar Hij rijk was, opdat gij door zijn armoede zoudt rijk worden.' Men leze de niet onduidelijke commentaar van Calvijn op deze tekst, die wij hiernaast hebben afgedrukt. De armoede van Christus betekent onze rijkdom, maar stelt ons direkt in de verantwoordelijkheid om – als Hij – aan onze broeders van onze overvloed te geven.
De genoemde Franciscus zei: 'wie de Armoede ziet, ziet Christus.' Armoede was voor hem een samenvatting van de vleeswording des Woords. Christus heeft de rijkdom, die Hij bij de Vader had, verlaten, om in de kille diepte van deze verzondigde wereld, vol haat en vijandschap tegen God en de naaste, te leven. Als een afglans van dit evangelie mogen de zijnen, vanuit hun rijkdom, leven bij en met de minder bedeelden; leven, om sámen te delen wat God in Zijn Schepping heeft gelegd en wat niet aan enkele 'bevoorrechten' toekomt, maar wat 'rechtelozen' nog mogen ontvangen uit de genadige hand van God.

Schaalvergroting
Franciscus kuste een melaatse en zuster Teresa begeeft zich concreet onder de armen in Calcutta. Maar wat zullen wij, rijke westerlingen, dan? Waar is voor óns de arme? We zien hem of haar immers niet meer. Zelfs de werkeloze – hoezéér hij ook ons meeleven vraagt –, zelfs de meest behoeftige – want die zijn er ook nog onder ons – leeft nog (ver) boven het bestaansminimum, waaraan miljoenen in de landen van de (twee-)derde wereld nog niet eens toekomen.


Natuurlijk kunnen we dan de armoede anders gaan vertalen, om zo b.v. de roeping te benadrukken erbij te zijn waar broeders en zusters in de gemeente, die in ándere nood verkeren (door eenzaamheid, ziekte, diep verdriet), een helpende hand, een bemoedigend woord of een beker koud water te geven. Ook dát is roeping, voortkomend uit de komst van Christus in deze wereld, waar Hij om onzentwil arm werd, daar hij rijk was, en ons zó in de opdracht stelde om van Zijn liefde uit te stralen naar anderen.


Maar de opdracht ligt er ook nú, voor ons christenen in het westen, om de echte, de (sociaal-)armen te ontmoeten. En ontmoeten we hen hier niet, dan ontmoeten we hen ver weg, in de Sahel-landen, waar door droogte honger en ellende was en is; in al die landen van de derde wereld, waar mensen leven zonder helper, zonder brood voor het lichaam; waar vluchtelingen zijn, zwalkend op de zeeën, op de vlucht als ze zijn voor onderdrukkende overheden. Hier ligt tháns een (wereld-)diakonale roeping voor de gemeente. Dáár zullen wij nú de armen ontmoeten, om met hen te delen wat voorhanden is in deze schepping en waar wij – westerlingen – geen 'recht en aanspraak' op hebben en waar zij evenmin dat recht hebben maar waarin wij elkaar dan wel in die rechteloosheid ontmoeten.


Het water van de zee, wist niet af, dat Paulus het zwart op wit gezet heeft, nl. dat Christus arm geworden is daar Hij rijk was. Dat heeft méér en dieper betekenis gehad dan wanneer een rijke in deze wereld afziet van al zijn rijkdom en zijn of haar leven deelt met de allerarmsten.
Hij heeft de rijkdom, die Hij bij God had, prijs gegeven om in onze zondige, vervloekte wereld in te dalen.
Dat is liefde zónder weerga. Dat is liefde, die onnavolgbaar is, ook al worden wij in de navolging gezet.

Dat is liefde voor vijanden, terwijl wij – als rijke westerlingen – in een arme (uit de derde wereld) geen vijand behoeven te zien.
Dat is liefde 'tot het einde', terwijl wij altijd weer eindige, en zo ook beperkte mensen zijn, die slechts kunnen helpen tot-op-zekere-hoogte. Mensen, die slechts bij andere mensen kunnen zijn in beperkte zin.


Maar kerst zegt ons intussen wel, dat Christus dit alles volmaakt heeft gedaan en dat Hij daarom van ons daarvan ook tekenen verwacht en vraagt in een donkere wereld, vol nood en ellende, geestelijk, sociaal, en in het persoonlijke leven met zijn zorgen en vragen van elke dag.


We mogen de naaste veraf en dichtbij niet vergeten. Want Christus is arm geworden, daar Hij rijk was. En rijken en armen zijn allen schepselen Gods. In deze beide momenten ligt de ontmoeting!

v. d. G.

[Tekst afbeelding: Uit 'Gods Tabernakel onder de menschen ende de heerlykheid des Soons Gods' (1701, Amsterdam).]

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Arm geworden daar hij rijk was

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's