De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Jezus temidden der leraren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jezus temidden der leraren

12 minuten leestijd

… Zittende in het midden der leraren, hen horende, en hen ondervragende.Lucas 2 : 45

De geschiedenis van de twaalfjarige Jezus in de tempel heeft onderscheiden aspecten. Wij kunnen deze in een kort artikel als dit onmogelijk aan de orde stellen, maar er zijn toch wel enkele punten hoogst opmerkelijk. Eerst in de avond, tegen de tijd dat de verschillende families bij elkaar kwamen, om ieder in zijn tent ter ruste te gaan, bemerkten Jozef en Maria, dat Jezus was achtergebleven. Daarom keerden zij de volgende morgen naar Jeruzalem terug. Eerst de dag daarna vonden zij Hem. Daar zat Hij in het midden van Israëls leraren. Om dat te begrijpen, moeten wij weten, dat de leden van het zogenaamde sanhedrin van de tempel, die op gewone dagen in het heiligdom zich tussen het morgen- en avondoffer tot het gericht verenigden, op de sabbatten en feestdagen op diezelfde plaats onderricht plachten te geven. Bij dit onderricht stond het de toehoorders vrij om vragen te doen en antwoorden te geven. Hieruit verklaart zich de houding van Jezus. Niet als leraar trad Hij op, maar als leerling. Hij mengde zich onder de toehoorders, maakte uit oprechte belangstelling en heilige weetgierigheid gebruik van het recht om vragen tot de leraren te richten en beantwoordde de vragen die dezen op hun beurt hem deden, om zijn kennis te beproeven. In beide, vragen en antwoorden, verried Jezus zulk een rijke kennis, zulk een zuiver oordeel, zulk een ongewone weetgierigheid, dat Hij onwillekeurig het middelpunt werd, waarom de leraren in een kring vergaderden. Zo zat Hij in hun midden; in de gaanderijen op het terras van de tempel. Toch waren banken geplaatst, zodat er voor de toehoorders gelegenheid was om zittende het onderricht aan te horen. Aller ogen waren vol verwondering op Hem gevestigd; zulk een jonge man had niemand ooit ontmoet, zo verstandig en bescheiden als Hij. Deze leerling wordt als vanzelf een ongekroonde leraar.


Leerling
Merkt u hier intussen wel op, dat de leraar en volmaakte profeet tevoren leerling moest zijn? Jezus is in alles ons gelijk geworden, uitgenomen de zonde en daarom voegt het de Vader zijn Zoon eerst de gewone scholing in het Woord van ieder ander kind onder het volk te laten doorlopen. Jezus gaat niet in het buitengewone spoor, maar in het gewone. Dat is de heilige orde van God. Wie leraar voor anderen zijn wil, die moet tevoren ook toehoorder zijn; liever zeg ik: die moet tevoren ook goed kunnen luisteren. Wij leven nu eenmaal niet van hetgeen uit ons brein aan overrompelende gedachten is opgekomen. Wij komen tot kennis en tot inzicht door een eeuwenlange overdracht van verworvenheden. Vooral in Israël vormde het vragen van de kant van de leerlingen een wezenlijk moment in de methode van onderricht. Het moest niet alleen de belangstelling van de leerlingen opwekken, maar men zag er ook een uitstekend middel in onhelderheden van de zijde van de toehoorders op te klaren en verkeerde opvattingen recht te zetten. Wanneer de een of andere leerling een vraag stelde, werden ook de andere leerlingen wel geprikkeld tegenvragen te stellen, bezwaren aan te voeren en juist deze discussies stelde men op hoge prijs; men hield ze bijzonder hoog en geschikt om het bevattingsvermogen te bevorderen en de geest op te scherpen. Zo werd Christus reeds op jonge leeftijd gevormd in het onderwijs van de vaderen. Zo leerde Hij reeds vroeg welk een kronkelingen en listen de menselijke geest vindt, om de goddelijke aanspraak van de heilige wet te ontgaan. Ja, Hij ondervond toen al smartelijk welk een beuzelingen en onbelangrijkheden zich als een net hadden uitgebreid over de voornaamste eisen van de wet. Want – dat was toch de klemmende zaak: het klare woord van God was langzamerhand van kracht beroofd door de bijvoegsels en bedenkingen van de Schriftgeleerden en de Rabbijnen. Hier huivert Hij reeds over de vervaging van Gods eis door de sluipwegen van de mensen. Maar Hij moet ook nu reeds deze lijdensweg zo vroeg ondervinden om als onze hoogste profeet de raad der verlossing volkomen aan ons te openbaren.


Leerling-leraarschap
Jezus treedt hier dus als leerling op – maar toch flonkert het toekomstige leraarschap reeds tussen de kieren door van zijn simpele jongensgestalte. Hij bleek een jongen van geheel bijzondere aanleg. Dat is een profetie van wat eens over dit kind was voorzegd. Wij hebben hier het zegel op het engelwoord uit Lucas: deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden. Het is alsof de Heere het sanhedrin een wenk geeft, reeds lang van te voren, om op de ontwikkeling van dit vernuft te letten. Ja, hier zien wij het begin van wat eens een worsteling worden zal tussen de leer der vaderen en de leer van God de Vader. Voorts lette men er op, dat hier een aanduiding in ligt voor geheel Israël dit kind niet voorbij te gaan. Het zal de toekomstige leidsman van het volk worden in geheel enige zin. Al wat oud is en der verdwijning nabij wordt door hem definitief ter zijde gesteld. Het is bij deze geschiedenis alsof des Vaders stem reeds onhoorbaar spreekt: hoort hem! En tenslotte – het Woord van dit kind, van deze kleine jongen, dat Hij straks spreekt tot zijn moeder: wat is het, dat gij mij gezocht hebt? Wist gij niet, dat Ik moet zijn in de dingen mijns Vaders, is het niet een voorspel van wat komen gaat? Het is het programma, de teneur van zijn toekomstige, aardse en hemelse leven. Zijn bewustzijn als Zoon van God, zijn gehoorzaamheid, zijn zelfverloochening, zijn welsprekendheid als nooit tevoren een mens heeft gesproken – het is hier alles reeds in een notedop voorhanden, en wel om straks uit te stralen, naar alle kanten. Wat Jezus zeggen wil, komt hierop neer: er was geen reden om mij zolang en overal te zoeken; het spreekt toch vanzelf dat men een kind moet zoeken in het huis van zijn vader. Gij wist dat mijn natuurlijke plaats daar is, waar Gods naam is gezet en zijn dienst wordt waargenomen; waarom zocht gij mij dan elders, buiten de dingen Mijns Vaders? Dit woord glanst breed uit over het gehele leven van Christus. De lust in de dingen van de Vader te zijn, dat komt op hoogtepunten van zijn aardse omwandeling openbaar. Het klinkt ook nog door, wanneer de schaduw van het kruis opdoemt in het hogepriesterlijk gebed. Ik heb U verheerlijkt op de aarde; Ik heb voleindigd het werk dat Gij mij gegeven hebt om te doen. Ja zelfs daarboven is de Zoon, aan de rechterhand van de hemelse Vader nog bezig aan dit werk, het huis des Vaders vol te maken door allen te trekken, die hem van de Vader gegeven zijn.


De leermeesters overtroffen
Wat kunnen wij beter doen dan door in de geest ons neer te zetten in de rabbijnenschool in Jeruzalem? Wanneer u weten wilt, moet u tevoren horende zijn. Dit kind beschaamde en overtrof in wezen de leermeesters in kennis en inzicht. Hij zat in hun midden. Hij was het middelpunt, waarom de leraren in een brede cirkel vergaderden. In die tijd was Hij nog een kind. Het staat uitdrukkelijk vermeld. Daar ligt een schone vingerwijzing in verborgen. Echt leren, echt wijs worden, echt vorderen in de geheimen aan Gods Woord – dat gebeurt niet door uw geest als een vijl te slijpen in de stelsels van de schriftgeleerden. Het geschiedt niet door uw intellect op te vijzelen in de systemen van de stoutste godgeleerde denkers. In de wolkenvlucht van hun brein stijgen ze menigmaal omhoog – wel koen, maar ook koud. Neen – er is nodig naar het Kind te luisteren, ootmoedig, eenvoudig, verbrijzeld van hart. Ge wordt niet wijs door uw vragen aan dat kind te stellen, maar door zijn vragen aan u te beantwoorden. Dan weet u geen raad meer met uw vernuftige meningen, met uw listen en lagen om aan de greep van het Woord te ontkomen, neen, dan kunt ge u alleen maar buigen, buigen – u gaat uit het praathuis en leerhuis van de tempel naar de werkplaats van het leven, de oefenschool in de grote deugd van zelfverloochening, zonder welke wij ons christenambt onmogelijk kunnen vervullen.


De antwoorden
Christus' antwoorden en vragen flitsten daar in de tempel op als vonken spattende uit het haardvuur. In feite legde Hij de leraren vragen voor, die Hij zelf beantwoordde. Zo zit Hij daar als de profeet, in wie alle schatten der wijsheid en der kennis verborgen zijn. Het kind stijgt ver in bevatting en licht boven de mannen uit. Zo gaat het nog steeds. Hoe meer wij Hem leren kennen, hoe hoger en heerlijker Hij ons wordt. In de oude legende van Christophorus is dit kostelijk onder woorden gebracht. Dat was een sterke man in de kracht van zijn leven. Hij zocht rusteloos naar de allermachtigste op de aarde. Hij reisde daarvoor overal heen, maar vond het nergens. Op een dag trof hij een kind aan bij een beek en dat kind vroeg hem het naar de andere oever te dragen, want dat deed hij daar: mensen over het water dragen. Hij gaf gewillig antwoord op het verzoek van dat kind, het was een kleinigheid dit over het water te dragen. Tenminste zo dacht hij. Hij zette het dus blijmoedig op zijn schouders, stapte het water in, de stok in de hand. Maar dat kind begon snel zwaarder en zwaarder te worden, zo zwaar weldra, dat hij nauwelijks verder kon en dat het zweet hem uit alle poriën drong, uit angst dat ze samen zouden verzinken. 'Kind', klaagde hij, toen hij het tenslotte toch op de andere oever neerzette, 'wat heb je me in angst gebracht! Het leek waarlijk wel, of ik de gehele wereld op mijn schouders droeg!' Het kind lachte zacht. 'Niet alleen de gehele wereld heb je gedragen, Christophorus, maar hem die de wereld gemaakt heeft!' Toen wist Christophorus, dat hij werkelijk de Machtigste gevonden had en hij diende hem, tot hij de marteldood stierf onder de heidenen.


Door de Geest
Het Kind de Allermachtigste – terecht, want de wereld ziet het volkomen over het hoofd. Ook de geleerde wereld. Maar waar u zich zet aan de voeten van dat kleine kind, daar gaat het u vragen stellen waar u geheel uw leven druk mee zult zijn. Christus is geen gemakkelijke vragensteller. Zie het maar aan de rijke jongeling en aan de Samaritaanse vrouw. Zie het aan Nicodemus en Zacheüs. Het antwoord op zijn vraag zet ons gehele leven in beweging. Uw verstand verliest het, uw wil wordt gebroken, uw redenering is uit. Alleen overgave blijft u over. Capitulatie. En dat alles gaat zo stil, zo onopvallend in zijn werk, dat u het ternauwernood bemerkt. Het geschiedt met kinderhand. Niet door kracht, noch door geweld, maar door de Geest zal het geschieden. Gods gelijk, Gods recht op uw leven wordt erkend. Steeds hoger rijst Christus boven uw leven uit. Hij l^gt zijn hand op u, neemt u mee in zijn vaart. De les der ootmoed wordt door u geleerd, omdat u in de school van het kind bent gekomen. Daar leeft u in de gebrokenheid, de zwakheid van uw menselijk kunnen en willen. Steeds dieper komt u aan de weet, dat uw zaligheid alleen staat in dat Kind, die Koning van Jeruzalem. Zo ondervindt u ook dat het grootste en heerlijkste in deze wereld van Christus u in het verborgene en onaanzienlijke wordt geleerd.


Het Kind de Allermachtigste – ge ziet het de gehele kerkgeschiedenis door. Jezus zit in Jeruzalem in het midden der leraren. Maar veel breder gezien is het nog altijd zo. Het lijkt voor de oppervlakkige beschouwer alsof de groten der eeuwen aan het spreken zijn. Het lijkt zelfs in de Heilige Schrift alsof u de stem van Mattheüs hoort, alleen de stem van Lucas en Johannes, de basstem van Paulus. Het spreekt alles, als discussiërende de eeuwen door. En – zie ik verder dan schijnt het alsof ze allen om het kind Jezus heen zitten. In het amfitheater van de wereldgeschiedenis zie ik de leraren zitten. Op de voorste rij de apostelen, daarachter de kerkvaders Hieronymus, Ambrosius en Augustinus. Nog hogerop de middeleeuwers Anselmus, Abaelardus, Thomas van Aquino, daarachter zowaar de reformatoren Luther, Zwingli en Calvijn. Nog wijder omhoog zit Kohlbrugge, Kierkegaard, en ook Groen van Prinsterer, Da Costa, Wichern en Bodelschwingh. Het lijkt een warreling van stemmen hoog en laag door elkaar. Wie let er nu op het Kind? Het schijnt dat alleen de leraren aan het spreken zijn. Maar vergeet het niet – al wat die leraren zeggen, spreken, schrijven en denken: het is alles geconcentreerd om dit Kind en deze Koning. Jezus is geleerder dan al die leraren tezamen. Daar hebt ge nu de strijd en de overwinning van de kerk in één. Strijd is het, wanneer één van die leraren al maar door zelf aan het Woord blijft en nooit luistert naar Jezus. Zulke leraren worden ketters en kijvers. Maar overwinning is het, wanneer één van die leraren zwijgen gaat en Jezus aan het Woord laat. Zulke leraren trekken en troosten het volk. Op de wijze van Calvijn, wanneer hij schrijft: Het voornaamste is, dat zij die onze leer horen, tot de Zoon van God komen, op welke manier dan ook. Ziedaar, de ganse wijsheid Gods. Het is betrekkelijk gemakkelijk een leraar te worden. Maar de grootste zegen van de leraar is een leerling te worden en te blijven… aan de voeten van het kleine Kind.

A. v. Brummelen, Huizen

[Tekst afbeelding: Nademaal velen ter hand genomen hebben, om in orde te stellen een verhaal van de dingen, die onder ons volkomen zekerheid hebben; Gelijk ons overgeleverd hebben, die van den beginne zelven aanschouwers en dienaars des Woords geweest zijn; – Lukas 1 : 1-2.
Rembrandt Bijbel, uitgave in de Statenvertaling, Boekencentrum, 's-Gravenhage, 1979.]

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Jezus temidden der leraren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1979

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's