De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Aanbidding het einde!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Aanbidding het einde!

6 minuten leestijd

Dit weet ik, dat God met mij is. In God zal ik het woord prijzen, in de Heere zal ik het woord prijzen.Psalm 56 : 10b, 11

Ieder Oudjaar geeft zijn spanningen. Ook al zijn wij bepaald niet emotioneel ingesteld, al denken wij dat we nuchter, berekenend en zakelijk in deze tijd staan, een laatste dag van het jaar doet ons wat. Op die dag word je tot bewustheid gedrongen. Hoe verliep dat afgelopen jaar? Welke herinneringen blijven hangen? Met welke vooruitzichten ga ik het nieuwe jaar in? Bovendien is daar de onverbiddelijkheid van de tijd, die voortschrijdt en mij in zijn greep houdt. ledere ademtocht, iedere seconde brengt mij dichter bij de overwinning van de tijd, dat is de dood. De tijdelijkheid is immers de grote macht van de tijd. Alles is vergankelijk, verderfelijk, hoe massief en stabiel het zich in het hier en nu mag voordoen. De slijtageslag wordt door ieder mens, ieder ding verloren.


Toch zijn dit slechts algemene waarheden. Voor de Christen is de tijd geen algemeenheid. De dagen zijn door God geschapen. In de dagen van deze tijd heeft God Zijn woord gesproken. Zijn daden gesteld. En de Schepper heeft na iedere dag, na iedere daad door Zijn woord gesteld, gesproken: het is goed, zeer goed. Gods dagen, Gods daden, Zijn schepping, de mens, ze zijn goed met God, in God.


Hoe ver is onze werkelijkheid daar van verwijderd! De dagen zijn broos. De tijden brengen lijden. Wanneer u het nieuws van de dag bewaard hebt, leest u niet veel meer dan dood, onderdrukking, verslaving, vijandschap, wetteloosheid, terreur. En dat in een hoogbeschaafde wereld. En wie het licht van Gods Woord laat vallen op deze tijd, ontdekt de ontwrichting van de zonde, het verlaten van God en Zijn dienst, op alle levensterreinen.


In Psalm 56 is David ook zo'n mens, temidden van de machten. Hij is ontheemd, door de vijanden van zijn volk, de Filistijnen, gevangen genomen. David is zeer bevreesd. Hij stelt zich als een dwaas aan bij Achis, de koning van Gath. Bovendien, Saul, de koning van Israël, staat hem naar het leven. Zijn vrouw Michal wordt aan een ander gegeven. De vriendschap met Jonathan moet verbroken worden. Daar zijn in zijn leven geen zekerheden meer. Hij heeft slechts een zekere dood voor ogen.


In deze psalm legt David al zijn zorgen, zijn angsten en bekommernissen voor de Heere neer. Hij kent een weg, als er geen enkele weg meer open is, als hij wil vluchten maar nergens heen kan. Midden in de nood weet David dat boven dit alles en in dit alles de Heere aanwezig is. Dat heeft hij niet te danken aan zichzelf. Dat is genade, die moet voeren tot verwondering, verootmoediging. Toch weet hij het zeker: God is met mij. In al mijn nood, in al mijn omzwerven, in al mijn tranen is God aanwezig als degene die mijn ziel redt van de dood.


Oudjaar brengt de bewustheid. Wat weet ik aan het einde van het jaar voor mijzelf, over mijn leven. Het kan zijn dat de situatie van David u niet vreemd voorkomt. Daar is ook in onze tijd veel levensleed, waarin we de vijandschap tegen God ervaren. En wat kunnen we ons machteloos gevoelen. Ook in onze eigen zonden. Lijden moet altijd leiden tot verootmoediging en belijdenis van schuld. Maar zelfs dat brengt ons niet tot de opluchting, de bevrijding. Zo kunnen we ons gevoelen als een vis in een glazen kom. We stoten ons overal tegen harde wanden. Ik ben ingesloten, ik kom er niet uit.


Dit weet ik, dat God met mij is. Hoe ontvang je dat vertrouwen, waar komt die moed uit op? Uit het Woord en de daden van God. Welk woord? Het Woord van de Schrift, van de bijbel. Dat Woord is de waarheid. Alle menselijke redeneringen, verwachtingspatronen vallen ineen, als los en onbetrouwbaar, bij het waarachtigheids gehalte van het Woord van God. Daarom zullen we altijd naar dat Woord moeten grijpen. Daarin alleen wordt ons verklaard, wie God wil zijn voor een mens. En nu is dat Woord een document van Gods liefde­ voor zondaren, omdat Hij, in Christus hun zonden vergeeft en hen vrijspreekt van al hun schuld. Dat Woord getuigt van Zijn vaderlijke goedheid over alle aspecten van ons leven, zodat geen haar van mijn hoofd zonder de wil van mijn hemelse vader van mijn hoofd kan vallen. Dat Woord spreekt mij ook van Gods gerechtigheid, ook over Zijn en mijn vijanden, die mij weer kunnen benauwen.
Gods Woord is vol van Zijn daden. Want Zijn woorden zijn niet loos. Zij zijn voor de volle honderd procent gevuld met Zijn welbehagen, met Zijn deugden. Die daadkracht van Gods Woord is het meest openbaar gekomen in Christus. In Hem geeft de Heere God vervulling aan al Zijn beloften. In Hem is Hij God met ons, omdat Christus voor goddelozen, mensen zoals wij. Zijn leven gegeven heeft. In Christus is Hij met mij in alle facetten van mijn bestaan. Mijn verdriet, mijn tranen, mijn aanvechtingen. Hij is daarmee ten volle bekend. Het lijden onder de machten, mijn gang onder het kruis houdt Hij terdege bij. Niets ontgaat Hem. Opdat Hij mij in Christus de erfenis der heerlijkheid zou schenken, na de erfenis van lijden en kruisdragen. Ja, God is met mij en dat is geen vals optimisme, geen wissel trekken op een eeuwigheid. In het hier en nu ben ik daar, levend voor Gods aangezicht, temidden van vijanden, diep van overtuigd. Het is de levenskracht van mijn bestaan.


En daarom blijft het prijzen over. Wanneer ik aan het einde van het jaar dat hoor en beleef, dan is er de diepe blijdschap van het ambt. Je hoort ongeneeslijk zieken belijden: Gij hebt mijn ziel beveiligd voor de dood. Gij richt mijn voet, dat hij zich nimmer stoot. Ik hoor zwaar getroffenen, kruisdragers bij uitstek. zingen: Maar word ik ooit door bange vrees belaân, dan zal op U mijn vast betrouwen staan, ik roem in God Zijn Woord. Ik hoor vaders en moeders in de strijd van deze tijd getuigen: dit weet ik vast. God zal mij nooit begeven, niets maakt mijn ziel vervaard. Ik hoor jongeren in de gemeente, door God Zelf geroepen, God loven: 'k zal voor Gods oog naar Zijn bevelen leven, zo word' door mij Zijn naam altoos verheven, zo word' Zijn lof vergroot.
Deze psalm leeft èn klopt in de harten van al Gods kinderen. De God van het Verbond, de Heere, staat garant voor Zijn eigen werk.


Wat weet u? Hebt u in Gods Woord, in Zijn daden God ontmoet? Wie uit die ontmoeting leeft, zal, in welke omstandigheden hij ook verkeert, de aanbidding en dankzegging overhouden.

J. L. W. Koppenhol, Huizen N.H.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Aanbidding het einde!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's