Van de zeventiger naar de tachtiger jaren
Terugblikkend op het jaar, dat voorbij ging kan men denken aan grote politieke gebeurtenissen in wereldverband. Dan denken we ongetwijfeld aan de ayatolla's in Iran en de zinspelingen op een heilige oorlog, die we uit die kringen vernamen.
In de eigen nationale politiek stond de kernwapenproblematiek centraal; het kabinet is er maar ternauwernood door gekomen. Ook in kerkelijk verband stond de kernwapenproblematiek hoog genoteerd. In eigen kerk speelde, kerkelijk gezien, verder de kwestie Samen-op-Weg, doordat het kerkelijk eenheidsstreven tussen de hervormden en gereformeerden op de gecombineerde synodevergadering kennelijk in een stroomversnelling kwam.
Denken we aan eigen kring, de Gereformeerde Bond, dan kreeg ook dáár 'Samen-op-Weg' sterke aandacht. Verder stonden 'onder ons' enkelen van de oudere generatie, wat betreft het hoofdbestuur, even in het zonnetje. Ds. Jac. Vermaas: 50 jaar predikant. Ds. W. L. Tukker: 40 jaar predikant. En dezer dagen herdenkt dr. H. Bout, dat hij vijftig jaar predikant is. Ook in dit alles worden we herinnerd aan het voortsnellen van de tijd. Een generatie, die déze jubilea viert, is een voorbijgaande generatie. En wat vandaag voor die generatie geldt, geldt morgen voor de volgende.
De zeventiger jaren
We staan, bij de nu komende jaarwisseling ook, opnieuw aan het eind van een decennium, van een tijdvak van tien jaren. De zeventigerjaren liggen áchter ons. En de tachtiger jaren liggen vóór ons. Ook op de voorbije tien jaren valt terug te blikken in verscheidenheid. We kunnen deze periode bezien in het verband van de wereldpolitiek, van de nationale politiek, van de kerk in wereldverband of van de kerk in eigen land. Zouden we alles nog eens op een rijtje zien dan zouden we bemerken hoe dynamisch ook deze jaren zijn geweest.
Hier thans echter één facet van de zeventiger jaren, dat niet geheel ten onrechte door de heer A. J. Klei in het dagblad Trouw naar voren is gehaald. De zeventiger jaren waren gekenmerkt door een opbloei van 'rechtse' organisaties, uit twee geheel verschillende kringen, namelijk de evangelische kringen en de gereformeerde kringen (in-engere-zin).
Er ontstonden evangelische, reformatorische en (nieuwe) gereformeerde organen en organisaties.
Wat het evangelische betreft: de Evangelische Omroep, de Evangelische Hogeschool, de Evangelische Alliantie (dit jaar opgericht).
Wat het reformatorische betreft: het Reformatorisch Dagblad, de Reformatorische Bijbelschool, de Reformatorische Hulpactie Woord en Daad, (tal van) reformatorische scholen voor basis en voortgezet onderwijs. En wat het gereformeerde betreft: de Gereformeerde Sociale Academies (te Ede en te Zwolle).
Dr. G. Dekker – godsdienstsocioloog aan de Vrije Universiteit te Amsterdam – die, blijkens genoemd artikel in Trouw, zegt dat godsdienstsociologen zich op dit verschijnsel van de zeventiger jaren hebben verkeken (men had dit kennelijk niet verwacht), zegt dat het hem niet zal verbazen 'indien (ook) in de jaren tachtig rechts in omvang zal toenemen'.
Reden genoeg om op dit verschijnsel ook in ons blad kort in te gaan, in dit laatste nummer, dat nog in de zeventiger jaren verschijnt. We gaan hierbij nu niet nader in op de benamingen reformatorisch, evangelisch en gereformeerd als zodanig. We schreven eerder, dat het woord reformatorisch nogal eens oneigenlijk gebruikt wordt (ten koste van het woord gereformeerd) en dat ook het woord evangelisch ten onrechte exclusief door bepaalde kringep wordt opgeëist. Reformatorisch, gereformeerd en evangelisch moesten eigenlijk verschillende aanduidingen zijn voor eenzelfde – op de Schrift teruggaande – levenshouding en levensbeginsel.
In dit artikeltje ook geen aandacht voor de achtergrond waartegen allerlei nieuwe organisaties zijn opgekomen, namelijk de saecularisatie en de deconfessionalisering van oorspronkelijk confessioneel gefundeerde organisaties.
In het nu volgende gaat het mij om twee facetten, die aan het op gang gekomen en nog steeds voortgaande organisatiestreven in zogeheten bijbelgetrouwe kringen, of ze nu kerkelijk zijn of buitenkerkelijk (in de zin van de vrije groepen), vast zitten.
Gevaar
Allereerst valt te wijzen op een gevaar. Ook nu kan, als in het verleden, het organiseren in rechtse kringen doel in zichzelf worden. Is zo'n beweging van evangelische, reformatorische of (nieuwe) gereformeerde verbanden eenmaal op gang, dan moet het opeens overál en op alle terreinen, ook dáár, waar het gehéél niet, nóg niet of nog niet dringend nodig is. Op het terrein van de reformatorische scholen zien we dat, dunkt me, zich al aftekenen. Maar zoals in het verleden de befaamde 'christelijke geitenfokvereniging' een karikatuur was van een op bepaalde terreinen noodzakelijk streven tot christelijke organisatie, zo staat ditzelfde gevaar thans reëel voor ons, nu andere kringen dan de kerkelijk-gereformeerde aan het organiseren zijn geslagen. In het 'Sallands Volksblad' stond ooit van de (vrijgemaakt-)gereformeerde ds. F. A. den Boeft te Helpman: 'Daarom is er voortgaande reformatie, die zich ook moet uitstrekken over de terreinen van politiek, maatschappij, en onderwijs. Zelfs de geitenfokvereniging valt hieronder, want een geit wordt door God geschapen en het fokken van geiten valt onder zijn ordening…'
Mogen we nu wat glimlachen om zulk een opvatting (in vrijgemaakt-gereformeerde kring heeft men overigens zéér consequent eigen organisaties gevormd), het is dunkt me toch tot waarschuwing het nieuwe organisatiestreven, dat vaak ook afsplitsing betekent, of het nu onder de naam evangelisch of reformatorisch is, niet te ver door te voeren. Ook zulke nieuwe organisaties kunnen immers doel in zichzelf gaan worden, terwijl dan verbrokkeling ook verzwakking voor het geheel van het volksleven kan betekenen. Daar komt bij, dat de benaming evangelisch nú eens van toepassing is voor louter buitenkerkelijke kringen, terwijl het dán weer een brede parapluie is om kerkdijken en niet-kerkelijken onder samen te brengen; en dat de benaming reformatorisch ook door verschillende groeperingen wordt gehanteerd, die met elkaar nauwelijks of geen gemeenschap hebben. De verwarring van de kerkelijke verdeeldheid werkt ook hier door en dreigt ook in het organisatiestreven tot een repeterende breuk te worden.
Problemen
Er is ook een andere kant, waarbij ik mij nu verder beperk tot de zogeheten evangelische verbanden. Problemen zouden zich, dunkt me, in toenemende mate kunnen gaan voordoen in het meer samengaan van gereformeerd-gezinden en de zogeheten vrije groepen. We erkennen gaarne, dat er een gemeenschappelijk fundament is in het aanvaarden van de Schrift als het onfeilbare Woord van God. Maar de omgang mét, het hanteren ván de Schrift is daarbij ook van essentiële betekenis. Me dunkt dat, als het wáár is, dat 'rechts' – evangelisch én gereformeerd – ook in de tachtiger jaren aan invloed zal winnen ook de problemen groter zullen worden. Na de eerste roes van het in bepaalde verbanden elkaar herkennen in het aanvaarden van de Schrift als enige bron en norm voor het leven in alle verbanden is de kans groot, dat de nuchtere bezinning op gang zal komen ten aanzien van de vraag wat dieper is: de binding of wat scheiding maakt. Het is namelijk nu al wél duidelijk, dat wie zich evangelisch noemen zich niet laten schikken in gereformeerde of reformatorische verbanden (waar namelijk ook de belijdenis een plaats heeft), terwijl anderzijds zij, die gereformeerd heten, wél betrokken schijnen te moeten kunnen worden in evangelische verbanden. Ik zeg niet bij voorbaat dat dit laatste niet kan, maar het lijkt mij toe, dat hier in de (nabije) toekomst toch een groot probleem ligt. Op twee punten zullen namelijk, dunkt me, de verschillen duidelijker worden. In de eerste plaats is het gereformeerde in zijn wortels dieper dan het evangelische van allerlei vrije groepen en in de tweede plaats in zijn uitwerking breder.
Het gereformeerde is dieper: zowel in het besef, dat de mens zondaar is, van God afgevallen, verdoemelijk voor God; als ook in de beleving van de genade voor totaal verlorenen, in de bevinding van het rechtvaardig zijn voor God (als goddeloze) door het geloof.
Het gereformeerde is ook breder: meer zicht op de samenleving(svragen), mét artikel 36 van de Nederlandse Geloofs Belijdenis. Het gereformeerde denken is namelijk zeker niet a-politiek en a-maatschappelijk, iets wat voor bepaalde vrije groepen wel kenmerkend is. Het gereformeerde denken is óók gekenmerkt door het theocratische, door het besef dat God de Heere is over het hele leven en dat dit consequenties heeft voor het politieke en maatschappelijke handelen. Dit bredere van het gereformeerd-zijn zou daarom intussen ook wel eens kunnen betekenen, dat gereformeerd-gezmden soms minder bereid zijn tot apárt organiseren dan evangelisch-gezmden.
De tachtiger jaren in
Intussen gaan we de tachtiger jaren in. Weer een decennium (het voorlaatste) dichter bij het jaar 2000. Dat is een jaar, dat voor velen een magische klank heeft. Tegen het jaar 1000 waren er allerlei mensen en stromingen, die meenden dat toen het laatst der dagen was aangebroken. Het is geheel niet onmogelijk, dat een zekere overspannenheid ten deze ook de komende jaren meer en meer zal gaan kenmerken. Men bespeurt er thans al symptomen van. De Bijbel geeft voor zulk een bijzondere waardering van bepaalde jaartallen geen aanleiding. Van die dag en die ure weet niemand. Maar wel zal de gemeente zo moeten leven alsof Christus iedere dag kan wederkomen. Die gespannen verwachting is intussen vaak ver te zoeken. Maar ook al is die verwachting levend dan nog kan en zal gearbeid worden in de dienst des Heeren tot de laatste dag. Daaraan mogen ook organisaties dienstbaar zijn. Maar meer dan steigerwerk is het niet. Dat relativeert élk organisatiestreven en élke organisatie als zodanig.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1979
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's