De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Lange broeken en gedekte hoofden (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Lange broeken en gedekte hoofden (3)

Pastorale overwegingen

5 minuten leestijd

Voorzichtigheid geboden!
Nog eens ga ik met u naar het Woord. Tegenstanders van lange broeken voor het vrouwelijk geslacht menen sterk te staan in de Schrift, op grond van Deuteronomium 22. Ik denk, dat als men het Woord ernstig neemt, men ook graag het hele Woord wil laten spreken, en er niet maar een stukje uit neemt, dat ons van pas komt. Want we zitten wel met een moeilijkheid. In datzelfde hoofdstuk lees ik in vers 11 'gij zult geen kleed van gemengde stof aantrekken, wollen en linnen tegelijk'. Zonder wol en linnen te noemen klinkt het nog uitdrukkelijker in Leviticus 19 : 19 'en een kleed van tweeërlei stof dooreengemengd, zal aan u niet komen'. Schertsend zou ik willen zeggen: 'kijken de tegenstanders van lange broeken even hun klerenkast er op na? Hebt u geen kledingstuk van zoveel procent wol en zoveel procent synthetische stof?' Of moet ik wat anders schrijven? Ik heb er geen verstand van, maar merk het terloops op. En niemand zal zeggen 'ja, maar het is nu een andere tijd, dat geldt niet meer. Je kunt in de winkels niets anders meer krijgen'. Dan zou ik zeggen 'gaat u zelf eens aan het werk met spinnen, weven en naaien. Voor het beginsel moet men toch het er voor over hebben om de weg van de Schrift te gaan'. Ik wil maar zeggen, dat we voorzichtig moeten zijn met een beroep op de Bijbel, en wie het ene serieus neemt, moet ook het andere voor zijn of voor haar rekening nemen. We moeten niet knoeien, zeker niet met de Schrift!

Dus geen bezwaar?
Mogelijk denkt iemand nu 'dus het mag gerust, want als we ons om de stof van onze kleren niet meer bekommeren, behoeven we ons ook niet zo druk te maken om het andere, of een lange broek nu wel of niet mag'. En een ander zegt: 'vroeger droeg men dus zonder onderscheid mantels, nu mogen de lange broeken voor beide geslachten. En onderscheid is er, een herenbroek ziet er duidelijk anders uit dan een damespantalon. En een herencostuum is beslist geen damesbroekpak. Mode verandert nu eenmaal. We zijn geen Oudtestamentische joden en we leven ook in een ander klimaat'. En heel misschien denkt er een meisje, die dit leest, triumfantelijk 'zie je wel, ik mag in een lange broek, de dominee zegt het zelf'. Maar dat heeft niemand mij tot nog toe horen zeggen of zien schrijven. Eerst wilde ik de vraag aan de orde stellen: waar is het om te doen?

Waar gaat het om?
Bij de tekst uit Deuteronomium 22 : 5 over de kleding laat ik eerst wijlen prof. Hulst aan het woord, mijn vroegere leermeester Oude Testament. Wat was hij bij de uitleg der Schrift altijd voorzichtig, evenwichtig, bevreesd om te snel te concluderen, om eigen inzichten in te dragen. 'Een man mag zich niet als een vrouw kleden en tooien en omgekeerd. De mens moet de in de geschapenheid gelegen verschillen eerbiedigen, en de ordening van de verschillen tussen de geslachten niet op uiterlijke wijze verstoren. In de heidense eredienst kwamen verkleedpartijen blijkbaar voor. Achter dit verbod moet dus wel verzet schuilen tegen de natuur-godsdienst.' Daar ligt mogelijk een veel dieper motief dus achter dit verbod, dan dat alleen maar naar de kleding op zichzelf gekeken wordt. Een treffende verklaring vond ik een verklaring van P. C. Craigie: 'dit korte vers verwijst niet alleen maar naar mode of stijl van kleding. Bij eerste lezing verwijst dit woord naar de praktijk van verkleedpartijen. Om te beginnen gaat het in de tekst om dingen die typisch bij de man behoren, want niet alleen wordt op kleding gedoeld, ook versieringen, wapens, kortom alles wat bij de man behoort. In het tweede versdeel gaat het wel uitdrukkelijk alleen om wat vrouwen dragen, kleding dus. Verschillende kanten zitten er aan deze zaak. Verkleedpartijen kunnen verbonden worden met bepaalde vormen van homo-sexualiteit, en waarschijnlijk waren in het oude oosten verkleedpartijen ook gebruikelijk met erediensten van zekere godheden. Beide, homosexueel gedrag, Lev. 18 : 22 en 20 : 13, en de praktijken van vreemde religies, Deuteron. 7 : 25 en 18 : 12, waren de Heere een gruwel.

En dat geen stoffen, zoals wol en linnen, door elkaar gemengd, gedragen mogen worden, ziet ook hierop, dat de Heere al wat van origine niet bij elkaar hoort, ook niet bij elkaar wil brengen. Wol komt uit de dierenwereld, linnen uit het plantenrijk. De Heere heeft ook stellig zijn volk een stuk eenvoud willen bijbrengen. Er zijn wel allerlei 'toepassingen' daarbij gemaakt, zoals 'niet half paaps en niet half evangelisch'. 'Geen ongelijke huwelijken.' 'Niet de mantel der gerechtigheid en de rok van het vlees bevlekt bij elkaar.' Voor de curiositeit vermeld ik er een paar. Maar dit artikeltje biedt, al weer genoeg stof. Volgende keer maak ik enige pastorale opmerkingen. En dan wachten nog de vragen over 'de gedekte hoofden'.

W. Chr. Hovius, Apeldoorn

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Lange broeken en gedekte hoofden (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's