Lange broeken en gedekte hoofden (4)
Pastorale overwegingen
Uit de vorige artikeltjes is u, naar ik hoop, duidelijk geworden, dat ook bij dit onderwerp twee dingen belangrijk zijn. Het eerste is: waarvan gaan we uit, waar komt ook de manier van ons-te-kleden uit voort? En het tweede is: wat hebben we ermee op het oog?
Basis en doel
Uit de vorige artikeltjes is u, naar ik hoop, duidelijk geworden, dat ook bij dit onderwerp twee dingen belangrijk zijn. Het eerste is: waarvan gaan we uit, waar komt ook de manier van ons-te-kleden uit voort? En het tweede is: wat hebben we ermee op het oog? Over wat u en ik mooi vinden, zullen we maar niet twisten. Smaken verschillen. Maar laat een meisje of vrouw als vrouw gekleed gaan. Dat maakt haar ook bekoorlijk. Het wegwerken van het onderscheid van man en vrouw, wat betreft de kleding, druist duidelijk in tegen Gods bedoelingen, die Hij al bij de schepping toont. Staat de kleding in dienst van de (moderne) emancipatiegedachte, dan dient deze een oneigenlijk doel. Trouwens, emancipatiestreven is niet anders dan een moderne vorm van oude slavernij. Een vrouw moet beslist dit doen en moet absoluut dat niet. Daarbij verspeelt ze de plaats, die de Heere haar gaf en wees.
Schaamte en schaamteloos
We mogen nooit vergeten, dat de kleding volgens Gods Woord in de eerste plaats dient ter bedekking van onze schaamte. Door de zonde is de ongereptheid ook tegenover elkander weg. Maar dat neemt niet Weg, dat we in de kleding ons eerbaar mogen tonen, dat we er zelfs ook verzorgd mogen uitzien. Er is een kleding, die ik als schaamteloos zou willen betitelen, erger dan naaktheid, inspelend op gemene gevoelens en lage hartstochten. Een meisje of vrouw dient te veel zelfrespect te hebben om haar lichaam als artikel te laten behandelen. In dit verband meen ik ook te mogen stellen, dat slordigheid en slonzigheid niet bepaald als deugden zijn te waarderen. Nogmaals, over verschil van smaak valt niet te twisten, maar wellevendheid tegenover elkaar hebben we uit respect voor elkaar te tonen. En daar komt dan nog bij, dat zeker de vreze des Heeren onze houding, onze kleding, ons gehele voorkomen stempelt. En als er liefde in ons hart tegenover de Heere is, is het dan echt zo moeilijk te verstaan, hoe we Hem welbehagelijk zullen zijn en van daar uit ook aangenaam de mensen? Ook in deze tijd zal een vrouw, die de Heere vreest, geprezen worden. Anderzijds, laten we, als we bedenken, dat principieel de kleding dient ter bedekking van onze schaamte, daarop ook niet schaamteloos trots zijn. Opschik, pronkzucht, aanstellerij zijn minstens even grote gevaren, die dreigen.
En nu verder?!
Men kan zeggen, dat, als de zaak er zo bij staat, het ook verder niets meer uitmaakt, hoe men zich kleedt. Calvijn, zo zagen we, merkt al op, dat, hoe men gekleed is, niet een zaak van groot gewicht is. Er zijn dingen om meer mee bezig te zijn dan de kwestie van de kleding, toegespitst op de lange broeken. Maar we behoeven niet onverschillig te zijn. Die waarlijk wijs is, kent tijd en plaats. De rustdag is een andere dag dan de overige. De kerk en het catechisatielokaal is een andere plaats dan waar we ons elders ophouden. Daarmee ga ik het leven niet in stukjes knippen. Maar hebben we onze kinderen bij de opvoeding ook geen gevoel voor stijl en wellevendheid en eerbied bij te brengen? Met liefde is veel te bereiken.
Het scheelt zoveel of we iets moeten dan wel mogen zeggen. Zelf heb ik nimmer de vrijmoedigheid gehad een meisje met een lange broek aan botweg heen te zenden. Sturen we hen zonder pardon weg, onder het Woord uit, waar gaan ze dan naar toe? En daar zijn we verantwoordelijk voor. Ze hadden onder de boodschap kunnen zijn, mede onder ons toezicht. De ouders vertrouwden ze ons toe. En als zo'n kind nu eens inderdaad uit een puur werelds gezin kwam, meegenomen door een vriendin of vriend, heeft het Woord dan geen werfkracht? Ik bedenk er nog twee dingen bij. Wat wij van onze kinderen en leerlingen kunnen maken, zijn vrome farizeeërtjes. En wat God hen kan doen worden voor Zich zijn schuldenaars, die bedelen om genade. Omgekeerd heb ik ook wel eens gezegd: jongens en meisjes, onder een, en ook mijn, zwart pak en onder een zwarte jurk zit een heel zwart hart, en ik hoop dat die mensen en ook wij er veel last van hebben. Overigens, ik vroeg eens aan een vrouw, waarom zij sedert kort in het zwart ging, daar ze vroeger niet die gewoonte had.
Eerlijk, ietewat verlegen, zei ze 'dat heeft mijn dominee zo graag'. Dat antwoord hield een vonnis in, dacht ik. Mensen, die een zwart hart hebben leren kennen bij zich, zien uit naar een sneeuwwit kleed, geweven aan het weefgetouw van het borgwerk van de Heere Jezus, Wiens rode bloed reinigt van de grootste vuilheid.
Ik wilde nog twee dingen zeggen
Er mag best onderscheid zijn tussen de kerk en de wereld ook op het punt van de kleding, of... moet er dat ook niet zijn? Zonder God levend zijn we er op uit om de wereld en onszelf te behagen, en doen we wat wij willen. Dat is dan tevens een stuk slavernij aan de duivel. Maar is het om de Heere te doen, dan zoeken we Hem te behagen. En al zouden we dan als meisje of vrouw zichtbaar onderscheiden zijn van jongens en mannen en bijkans de enige op school, op catechisatie, als we op straat komen, wat dan nog? Het tweede is, dat we als gezinnen en gemeenteleden elkaar ook meer zouden moeten steunen. Merkwaardig, als predikantsgezinnen of die van ambtsdragers het voorbeeld geven, zonder woorden of drukte, werkt dat vaak ter navolging. Dan zeggen we niet: 'ik heb met anderen niets te maken'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's