Dr. H. Bout vijftig jaar predikant
Studie en gemeenten
Dr. H. Bout, geboren in Huizen (N.-H.) in 1905, studeerde theologie aan de Rijksuniversiteit in Utrecht, waar hèm, vanwege zijn bijzondere belangstelling voor de talen - hij studeerde drie jaar assyrisch, begon ook een keer aan het arabisch maar heeft dat toch gestaakt - bijzonder boeide de hoogleraar Obbink. Een bijzondere plaats heeft echter ingenomen prof. dr. H. Visscher. Dr. Bout weet ervan mee te praten dat hij geen gemakkelijk man was, maar hij bracht de studenten bij de Schrift en ook bij de Schrifttheoloog Calvijn. En als 't preken ging dan wist Visscher ervan, dat het gehoor van de prediker uit mensen bestond, die in de week hard voor hun dagelijkse brood moesten werken en daarom 's zondags niet graag met een praatje werden afgescheept. Het moest wat vóórstellen! Ook professor dr. M. (Maarten) van Rijn noemt dr. Bout altijd met ere. Bij hem heeft hij ook zijn proefpreek gedaan over Efeze 2 : 4, 5: 'Maar God die rijk is in barmhartigheid door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden).' Paranymfen bij de proefpreek waren ds. Jac. Vermaas en ds. Bakker, predikant te Wemeldinge-Biezelinge.
Eén van de eerste preken was in Nieuwpoort, handelend over de onvruchtbare vijgeboom. De eerste gemeente van ds. H. Bout was Leerbroek. Hij werd er bevestigd door ds. H. A. de Geus, de dominee in Huizen, die ook het huwelijk bevestigd had. De intredetekst in Leerbroek was: 'Geeft gij hun te eten...'
Na Leerbroek (1930-1932) volgde Genemuiden (1932-1936), Delfshaven (1936-1947), een jaar onderbroken door verblijf in Schotland wegens aanstelling als geestelijk verzorger voor de militairen die daar voor Indië werden opgeleid, en tenslotte Utrecht (1951 tot aan het emeritaat in 1970), na overigens drie en een halfjaar werkzaam geweest te zijn in 'Zon en Schild' te Amersfoort (1947-1951). In Delfshaven heeft hij de oorlogsjaren meegemaakt. Hij vertoefde toen, terwijl de stad werd gebombardeerd, bij de militairen in de omgeving van de Grebbelinie. Naar huis terugkerend wist hij niet hoe hij zijn gezin zou aantreffen.
Huizen
Wie dr. Bout kent ontdekt hoezeer hij verweven is met het geestelijke leven in zijn geboorteplaats Huizen en hoe hij vandaaruit ook hervormd kerkelijk denken heeft meegekregen. Hij haalt nogal eens opmerkingen van vroeger op. Bijvoorbeeld van zijn moeder, die - als ze over een arme sprak - wel eens zei 'die kan zich ook niet meer redden'. Zulke opmerkingen zijn goede aanknopingspunten voor de preek, bijvoorbeeld met kerst.
Veel heeft hij te danken gehad aan twee predikanten in zijn jeugd. Ds. Van Voorthuizen met zijn altijd afgeronde en keurige preken, die bovendien een persoonlijke vroomheid had (hij was 'een voorbidder voor de gemeente'), waarvoor ieder grote eerbied had. Bij ds. Van Voorthuizen werd de openbare belijdenis afgelegd na een preek over de Thomas-belijdenis: 'Mijn Heere en mijn God.' De tweede predikant was ds. C. B. Holland: een kohlbruggiaanse dominee met sterke nadruk in de prediking op de gerechtigheid. Maar een dominee die vooral in zijn kracht was - zo vindt dr. Bout - in zijn catechismusprediking.
Promotie
Toen dr. Bout in Utrecht bij prof. dr. A. H. Edelkoort promoveerde op een proefschrift, getiteld 'Het zondebesef in de Psalmen', waren liefst 700 personen aanwezig, voor een groot deel uit Huizen, voor een groot deel van buiten Huizen. Bij die promotie waren de twee broers van de promovendus paranymf, t.w. mr. T. Bout te Groningen en de heer G. Bout, jarenlang wethouder in de gemeente Huizen. Voor dr. Bout is deze promotie ongetwijfeld een hoogetepunt in zijn ambtelijke loopbaan en een afronding van zijn theologische scholing geweest.
Hoezeer deze studie voor de dissertatie dienstbaar is geweest aan het werk van predikant is door de jaren heen duidelijk tot uitdrukking gekomen in de prediking van dr. Bout. Hij was op de preekstoel, dunkt me, nooit beter in zijn element dan wanneer hij over de Psalmen preekte. Dr. Bout zei eens: 'als je 4 jaar niets dan de Psalmen gelezen hebt dan doet je dat wat.' Het hart van de Schriften ligt bij de Psalmen, vindt hij en overigens bij de profeten. Daarin ligt het messiaanse geheim.
Ik weet overigens dat dr. Bout ooit een keer de preekstoel opging met de gedachte het niet te zullen halen, omdat hij de preek niet had kunnen maken. Op de preekstoel werd de preek - over Psalm 42: 'mijn Steenrots, waarom vergeet Gij mij? ' - toen geboren, gegeven, zodat hij hem daarna heeft opgeschreven. Het zijn van die hoogst persoonlijke ervaringen, die elke dienaar des Woords wel zal hebben. Maar hoe het zij, dr. Bout heeft door de jaren heen op de preekstoel de rijkdom van de Schrift, met name ook uit de Psalmen doorgegeven en duidelijk gemaakt dat men in de Psalmen Gods heiligen in het hart ziet. In het dagboek 'Geest en Leven' handelen alle door hem geschreven meditaties over de Psalmen. Hij schreef een keer zelf over de Psalmen:
'Als wij zo gaarne Psalmen zingen, dan weten we ons daarmee één mét de Kerk des Heeren van alle eeuwen. Het is éénzelfde leven der genade, dat de Heere alle eeuw door in de harten van mensen werkt.Van Christus is het boek der Psalmen vol. Luther had gelijk als hij schreef: En daarom alleen moet het Psalmboek ons lief zijn en dierbaar, dat het van Christus' sterven en opstanding zo klaar spreekt, en Zijn rijk ons afbeeldt en de stand en het wezen van de gehele christenheid. Het mocht wel een kleine Bijbel heten, waarin alles, wat in de Bijbel staat, zeer kort en zeer schoon is samengevat.'
Dr. Bout schreef zijn dissertatie over de Psalmen in de tijd dat hij als pastor verbonden was aan de psychiatrische inrichting 'Zon en Schild' te Amersfoort; een tijd waarin ook een visie op de mens kon doorbreken waar men nauwelijks besef van heeft, zei hij.
Theologie
Dr. Bout heeft zich gedurende zijn vijftig-jarige ambtelijke loopbaan immer intensief met de theologie bezig gehouden en één en ander ook productief gemaakt. In de jaren '55-'65 gaf hij colleges Oude Testament aan de Faculté de Theologie in Aix en Provence in Frankrijk. Drie maal per jaar ging hij er tien dagen heen om deze colleges te geven. Enkele doctoraalscripties van studenten over het Oude Testament waren er mede de neerslag van. Verder is dr. Bout van meet af betrokken geweest bij Theologia Reformata, het theologisch tijdschrift vanwege de Gereformeerde Bond, dat reeds meer dan 25 jaar mét vier nummers per jaar verschijnt. Men mag gerust zeggen, dat dit orgaan op initiatief van dr. Bout tot stand is gekomen. Hierdoor is het mogelijk geweest een lange reeks van theologische bijdragen uit hervormd-gereformeerde kring (de laatste jaren in samenwerking met de Christelijke Gereformeerden) bijeen te brengen en een stuk theologiebeoefening te stimuleren en vast te leggen.
Naast Theologia Reformata noemen we de catechetencursus in Zeist en de laatste jaren ook in Harderwijk. Deze cursus, waarvan dr. Bout de hoofddocent is en waaraan hij van meet af aan verbonden is geweest, heeft een warme plaats in zijn hart. Zelfs op de zaterdag van zijn ambtsjubileum gaat de cursus gewoon door. Ook op deze wijze is aan honderden door de jaren heen iets doorgegeven van het Woord en van de schatten uit de kerk (der eeuwen). Enkele honderden per jaar krijgen op de cursus een stuk geestelijke vorming, waarmee ze als ambtsdragers of als gewoon gemeentelid hun winst kunnen doen en waarmee verschillenden, na het behalen van het diploma voor catecheet, ook werkzaam kunnen zijn in de gemeente in catechese en pastoraat.
Belangrijk is dat zóvelen door de jaren heen op de cursus een stuk onderwijs mochten ontvangen, dat zij op hun beurt weer dienstbaar mochten maken in het persoonlijk leven en voor de gemeente. Hoe velen hebben ook de laatste jaren niet een aanstelling als catecheet in de gemeente mogen ontvangen of hebben door deze cursus de voorbereiding gehad voor de verdere opleiding tot hulpprediker. En hoeveel hulppredikers heeft de kerk zo ook niet mogen ontvangen, die op de hun door de kerk verleende plaats de kerk mogen dienen.
Van jaar tot jaar is dr. Bout. ook betrokken geweest bij de examens voor de hulppredikers.
Tenslotte moet nog vermeld worden de predikantenconcio van de Gereformeerde Bond, die van jaar tot jaar in Woudschoten wordt gehouden. Door de jaren heen heeft dr. Bout een werkzaam aandeel gehad bij het organiseren daarvan. Ook deze concio, die van jaar tot jaar door vele predikanten wordt bezocht en waar theologische en kerkelijke onderwerpen aan de orde komen, heeft een warm plekje in zijn hart.
De Gereformeerde Bond
Tenslotte de Gereformeerde Bond als zodanig. Jarenlang heeft dr. Bout ook in organisatorisch verband zijn plaats mogen innemen.
Op bijgaande foto ziet men hem op de toogdag van de jongelingsbond in 1951. Vele jaren maakte hij deel uit van het bestuur van de jongelingsbond. In het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond kwam hij na de woelige dertiger jaren. Op 25 mei 1940 werd hij in de vacature ds. M. van Grieken in het hoofdbestuur gekozen en tot 1974 heeft hij van dit bestuur deel uitgemaakt, waarvan de laatste jaren als secretaris. Ook in dit alles mocht hij de kerk dienen, vele jaren lang.
Tenslotte
Ik schreef hierboven over de betrokkenheid van dr. Bout op de Psalmen. Vaak straalde dit ook door in de persoonlijke gesprekken. 'Wat zal ik de Heere vergelden voor al Zijn weldaden aan mij bewezen? '; 'Hoe menigmaal hebt g'ons Uw gunst betoond...' Deze Psalmen zullen in deze dagen van gedenken ongetwijfeld ook leven.
Ik sluit maar het best af, dunkt me, door het citaat over te nemen van Rivet, - diens belijdenis voor Gods Aangezicht uitgesproken - dat dr. Bout aanhaalde ter opening van zijn afscheidsreferaat op de jaarvergadering van 1974:
'Heere Jezus,
Gij weet, dat geen boek mij smaakt, dat niet naar Uwe liefde smaakt. Ik heb veel boeken gelezen, maar slechts daartoe om iets te hebben om aan Uwe voeten neer te leggen. Ik verzamelde goud en zilver en zijde en soms ook geitenhaar, doch alles slechts tot opbouw van Uw tabernakel.'
****
Drie oud-leden van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond mochten betrekkelijk kort na elkaar een ambtsjubileum vieren. Eerst ds. Jac. Vermaas: vijftig jaar predikant. Toen ds. W. L. Tukker: veertig jaar predikant. Vervolgens, op D.V. 5 januari a.s., dr. H. Bout: vijftig jaar predikant; nadat hij met zijn vrouw op 29 december ll. de dag mocht gedenken ook vijftig jaar in het huwelijk verbonden te zijn geweest.
Met ds. Jac. Vermaas en ds. W. L. Tukker hadden we een uitvoerig vraaggesprek, dat we in ons blad publiceerden. Hetzelfde hadden we gewild met dr. H. Bout. We respecteren echter zijn beslissing, dat hij aan deze jubilea geen officiële tint wil geven, al zijn we ervan overtuigd, dat er toch met dr. en mevrouw Bout zal worden meegeleefd, èn ui de gemeenten, die hij dienen mocht, èn vanuit andere verbanden, waarin hij de kerk mocht dienen. Vanwege het jarenlange bestuurslidmaatschap van de Gereformeerde Bond, waarvan een aantal jaren als secretaris, als opvolger van ds. J. J. Timmer, menen we er goed aan te doen in het onderstaande tóch ook wat uitvoeriger stil te staan bij deze gedenkwaardige dagen voor dr. Bout en zijn vrouw en kinderen. We putten daarbij uit de herinnering en hebben ds. Bout enkele feitelijke gegevens gevraagd. . We spreken hier ook gaarne onze dankbaar heid uit over wat de Heere in de vijftig-jarige ambtelijke loopbaan van dr. Bout aan kerk en gemeente gaf en spreken ook hier de wens uit, dat het hem gegeven zij om ook in de avond van het leven nog dienstbaar te zijn op die plaatsen, die hem nog steeds, en van harte gegeven zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's