De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verdraagzaamheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verdraagzaamheid

Medemenselijkheid

8 minuten leestijd

Hoe ver moet de verdraagzaamheid, de tolerantie, ten opzichte van de ander gaan. Betekent 'liefhebben' dat ik alles maar van de ander accepteer en verdraag? Kan ik respect opbrengen voor iemand, wiens overtuigingen ik niet alleen niet deel, maar die ik op grond van wat in mijn ogen de waarheid is, of wat ik als dé waarheid belijd moet verwerpen?

Een veelomvattend vraagstuk

Wij stuiten in alle relaties tot de medemens telkens weer op woorden als getuigenis, naastenliefde, barmhartigheid, vergeving, dialoog, hulpbetoon, enz. En we hebben gezien hoezeer daarin allerlei spanningsvelden optreden. Onder andere hangt dat samen met het feit dat we de ander ontmoeten in een zeer geschakeerde maatschappij waarin allerlei levensbeschouwingen en levensvisies op elkaar botsen. Dat is de eeuwen door het geval geweest. Vandaar dat ook in elke tijd de vraag aan de orde is geweest: Hoe ver moet de verdraagzaamheid, de tolerantie, ten opzichte van de ander gaan. Betekent 'liefhebben' dat ik alles maar van de ander accepteer en verdraag? Kan ik respect opbrengen voor iemand, wiens overtuigingen ik niet alleen niet deel, maar die ik op grond van wat in mijn ogen de waarheid is, of wat ik als dé waarheid belijd moet verwerpen?

Je zou tolerantie (afgeleid van het Latijnse woord 'tolero' - ik verdraag) kunnen omschrijven als: het dulden van een mening, visie of praxis die afwijkt van de binnen een bepaalde kring gangbare of geijkte opvatting. Enerzijds wil men er ruimte voor scheppen, anderzijds wordt de getolereerde opvatting niet als volstrekt wettig of juist erkend. U begrijpt: hier bevinden we ons in een geweldig spanningsveld. Hoe groot is die ruimte die ik de ander toesta? Is respecteren en dulden hetzelfde als accepteren? Wat zijn de grenzen die aan de verdraagzaamheid gesteld worden?

In allerlei levenskringen komen we er mee in aanraking. Er is een gezin waar ouders en kinderen elkaar ontmoeten. De ouders begeren hun kinderen op te voeden bij Gods geboden en beloften. Kinderen houden er soms afwijkende meningen en visies op na, en brengen die ook in praktijk. Soms beroepen beide partijen zich op de Bijbel! De generaties kunnen op elkaar botsen. Welke ruimte is toelaatbaar? Moeten ouders alles accepteren? Moeten ze hun kinderen vrijlaten? En wie die vragen ontkennend beantwoordt, stuit op de vraag naar de wederzijdse verdraagzaamheid bij afwijkende meningen. Of neem de kerk die een bepaalde leer als bijbels belijdt en aanvaardt? Welke verscheidenheid kan getolereerd worden in leer, liturgie, kerkorde? Hoe moet gehandeld worden met de dwalende broeder of zuster, met ambtsdragers die van de Schrift en het kerkelijk belijden afwijkende meningen verkondigen?

Binnen de schoolwereld rijzen weer andere vragen. Ik herinner slechts aan de discussie zoals die in mei-juni 1979 gevoerd is: Kan aan een christelijke school met een duidelijk christelijke grondslag en doelstelling een docent die lid is van de C.P.N, als docent gehandhaafd worden, wanneer de betrokken docent enerzijds met volle overtuiging lid is binnen de communistische partij en anderzijds actief christen wil zijn en de doelstellingen van genoemde school aanvaardt? Zijn die twee zaken te verenigen? En als een schoolbestuur, zich beroepend op de grondslag van de school een lidmaatschap van een partij als de CPN onverenigbaar acht met een docentschap binnen de christelijke school, moet zo'n docent dan ontslagen worden of moet hij desnoods binnen bepaalde grenzen getolereerd worden? In Nederland anno 1979 staan allerlei ruimdenkende lieden direct klaar met woorden als 'onverdraagzaamheid, gebrek aan respect, discriminatie' enz., enz. aan het adres van schoolbesturen die pal staan voor de christelijke identiteit, maar wie dieper doordenkt zal er geen behoefte aan hebben dergelijke woorden te gebruiken. Hoe vallen verdraagzaamheid en verantwoordelijkheid voor mensen die aan je zorg zijn toevertrouwd, met elkaar te rijmen? Binnen een democratische samenleving ziet de probleemstelling er weer anders uit. Op burgerlijk terrein kan bijvoorbeeld een dwaling getolereerd worden die de kerk niet dulden mag. De kerk weert haar belijden weerspreekt, staat er in de Hervormde kerkorde. Maar een ambtsdrager die geschorst is binnen een bepaalde kerkgemeenschap, verliest daarmee niet zijn democratische rechten binnen een samenleving. Voorts hanteert de overheid andere maatstaven dan de kerk.

En bezien we het veld van de hulpverlening dan stuiten we ook daar op dit probleem: Hoe ver moet een hulpverlener met een cliënt als van hem iets gevraagd wordt waar hij principieel de grootste moeite mee heeft? Wat moet hij respecteren? Waar moet hij nee zeggen?

Enkele illustraties uit de geschiedenis
Om u te laten zien hoe ingewikkeld dit vraagstuk ligt, geven we u enkele illustraties door uit de geschiedenis. Ik maak daarbij gebruik van een overzicht uit de Christelijke Encyclopedie onder het trefwoord 'tolerantie'. Het zijn slechts illustraties. Er is niet gestreefd naar een volledige behandeling.

De klassieke oudheid was tot op zekere hoogte geweldig verdraagzaam. In het oude Rome trof men allerlei godsdienstige overtuigingen en praktijken aan, in een bont mengelmoes. Maar de verdraagzaamheid bestond tot op zekere hoogte. Je mocht geloven wat je wilde, mits je maar niet in botsing kwam met de staatscultus ter ere van de staat Rome en de keizer. De christenen die de verering van de keizer afwezen kwamen in botsing met een op dit punt intolerante staat. Vandaar dat kerkvaders pleitten voor godsdienstvrijheid als zaak van geweten en vrije beslissing.

Toen het christendom staatsgodsdienst werd lieten de christen geworden keizers aanvankelijk wel ruimte voor het heidendom, maar zij waren minder tolerant tegen dwalende christenen.

Het is bekend hoe het woord uit Lucas 14 : 23: 'Dwingt ze om in te komen' letterlijk werd uitgelegd en daardoor op allerlei wijze misbruikt is. Ook in de Middeleeuwen golden ketters als majesteitsschenners en staatsmisdadigers die door de sterke arm van de overheid bestraft moesten worden. En met name de joden hadden op vreselijke wijze te lijden van de onverdraagzaamheid van christenen. Wanneer in de zestiende eeuw het humanisme opkomt, komt er meer ruimte voor de gedachte aan de verdraagzaamheid. De reformatoren waren enerzijs kinderen van hun tijd - denk aan de kwestie Servet in Geneve - anderzijds bevatte hun visie op het onderscheid tussen geestelijke en wereldlijke regering vruchtbare aanzetten voor een positieve ontwikkeling van de gedachte aan verdraagzaamheid in de samenleving. Vooral sinds de tijd van de Verlichting met zijn grote aandacht voor het redelijk denken en de menselijke waardigheid wint de tolerantiegedachte veld. Men was verdraagzaam, omdat men er eigenlijk van uitging dat alle godsdiensten en overtuigingen deel hadden aan de waarheid.

In onze samenleving is de burgerlijke verdraagzaamheid vastgelegd als één van de grondrechten van de mens in een domocratische samenleving. Toch zien we telkens weer hoe dit grondrecht aangetast wordt door een intolerante opstelling ten opzichte van rassen, minderheidsgroepen en - in absolute staten - afwijkende meningen. De moord op zes miljoen joden door de nazi's betekende een huiveringwekkend verbond tussen antisemitisme, racisme en onverdraagzaamheid.

Verschillen
Wij zullen vooreerst de verschillende levenskringen in het oog moeten vatten. Verhoudingen binnen een gezin zijn van andere aard dan die in een schoolwereld. En binnen een school hebben docenten en onderwijskundigen een andere verantwoordelijkheid dan leerlingen of studenten. Het is denkbaar dat dat de mate van verdraagzaamheid en het trekken van grenzen kan bepalen. Het is denkbaar dat een schoolbestuur en een bepaalde leerkracht na eerlijke discussie samen tot de conclusie komen, dat de meningen zo ver uiteenliggen en dat b.v. de visie van een docent zo ver afstaat dat wat het bestuur voor ogen zweeft dat die docent zich binnen een bepaald verband onmogelijk maakt. Terwijl b.v. een leerling die mogelijk dezelfde overtuiging is toegedaan toch niet van school verwijderd wordt. Dan kan men niet een twee drie zeggen: Dit is inconsequent. Nee, de verschillende handelwijzen hangen samen met het verschil in verantwoordelijkheid, wat ieder draagt. Godsdienstvrijheid binnen een volk is een groot goed. De staat is immers de kerk niet. Op burgerlijk terrein kan een dwaling geduld worden waar de kerk nee tegen zegt, via leertucht.

Betekent dat nu dat in een staat of maatschappij absolute verdraagzaamheid kan heersen?

Oppervlakkige lieden zijn geneigd ja te zeggen. Maar wie bedenkt dat de overheid een duidelijke roeping heeft inzake de ordening van de samenleving als een rechtsorde, kan maar één conclusie trekken: Grenzeloze verdraagzaamheid is binnen een staat, een volk, een maatschappij onmogelijk. Grenzeloze verdraagzaamheid leidt tot de chaos. Het leven is meer dan een gesprekscentrum. Er moet gehandeld worden. Kan een staat tolerant zijn ten aanzien van hen die ideeën propageren of praktizeren die een gevaar vormen voor de menselijkheid en een schending van de rechtsorde betekenen? Moet een overheid tolerant zijn tegenover hen die b.v. bezwaar maken tegen het huidige belastingsysteem en op eigen houtje veranderingen aanbrengen? Of ten opzichte van mensen die zelf intolerant zijn tegenover andere geloofsgemeenschappen? Wordt de verdraagzaamheid niet begrensd door de wetten die in een rechtsstaat gelden? Het is vooral Van Ruler geweest die hier indringende vragen gesteld heeft door er ook de theocratie bij te betrekken. Zodra we de overheid zien als dienares van God en haar taak in het licht van het Evangelie stellen, vertoont het vraagstuk van verdraagzaamheid en vrijheid weer nieuwe aspecten. Ik denk aan de houding ten opzichte van Godslastering, aan het onderscheid tussen gewetensvrijheid en propagandavrijheid. Het kan duidelijk zijn dat de aard van de verdraagzaamheid bepaald wordt door twee dingen:

a: Door de eigen aard en verantwoordelijkheid van de levenskringen, waar binnen de vraag speelt.

b: Door de normen en overtuigingen die ik laat gelden.

In het licht van dat laatste moet ik er nog een keer op terugkomen. In hoeverre laat het christelijk geloof tolerantie toe?

En waarop fundeer ik de tolerantie? Wij hoorden reeds van humanistische tolerantieideeën. Ideeën gefundeerd in een bepaalde visie op waarheid. Christenen erkennen het gezag van Gods Woord. Hoe komt in dat licht de bijbelse eis: Verdraagt elkander, er uit te zien?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1980

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's

Verdraagzaamheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1980

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's