Uit de pers
Eén anti-autoritaire huiskamer
In Hervormd Nederland van 22 december geeft Jan Goossenen een beschouwing ten beste over de jaren zeventig. Die zijn naar zijn mening beslist niet mat geweest, integendeel, de jaren zeventig zijn interessant geweest door allerlei vernieuwingen. De schrijver keert zich daarmee tegen hen die van oordeel zijn dat op de revolutionaire jaren zestig de matte zeventigerjaren gevolgd zijn. In dit verband schrijft hij onder meer:
Zijn de jaren zeventig niet de jaren van de milieubeweging geworden? Er was het natuurbeschermingsjaar N70, waarin de Kabouters van Oranje Vrijstaat voor het eerst meer geld voor milieuzaken eisten, via hun actiegroep 'Wandelende Tak'. De Club van Rome presenteerde haar studie Grenzen aan de groei, we kregen de autoloze zondag met daarna een gestrand pleidooi voor een maandelijkse 'zonderdag', de Oosterschelde mocht open blijven, en de Nederlandse boot van Greenpeace vaart nog steeds het land door met een zeehondenaffiche voor de patrijspoorten: Canadezen, uw bevrijders, onze moordenaars. Het verzet tegen kernenergie werd georganiseerd. De brede maatschappelijke discussie is al volop bezig. Wie herinnert zich niet het protest tegen de hogere stroomrekening om de kweekreactor in Kalkar te betalen? De tegengehouden levering van reactorvaten aan Zuid-Afrika? De voorlopige bouwstop van kerncentrales in ons land? Elke betoging in binnen-of buitenland was tegelijk een lesje aardrijkskunde. We weten nu waar Ahaus, Mol, Gorleben, Brokdorf, Whyl, Grohnde, Borssele en Kalkar liggen. Al had niet elk protest resultaat (uraniumleverantie vanuit Almelo aan Brazilië), de vanzelfsprekendheid die vroeger schering en inslag was, is nu verdwenen. De gevestigde milieu-instanties (Natuurmonumenten) kregen gezelschap van de vereniging Milieudefensie, die als een spin in het web zit. Er lopen draden naar het Landelijk Energie Komitee, het nieuwe blad Arbeid en Milieu, het Centrum voor Energiebesparing van de vakbeweging, de stichting Reinwater, en WISE, de World Information Service on Energy, die een maandelijks nieuwsbulletin in verscheidene talen uitgeeft. Het verzet tegen kernenergie is zo stevig geworteld, wijd vertakt en geprofessionaliseerd, dat de kernenergielobby steeds zwaarder geschut in stelling moet brengen om zich nog enigszins te handhaven. Wouter van Dieren, verbonden aan de stichting toegepaste ecologie, ziet het zo: 'Het positieve is, dat we erin zijn geslaagd de wetenschap en techniek twee dreunen te verkopen. Er is een heroriëntatie op gang gekomen. Niemand gelooft meer in de toepassing van kernenergie. Het geloof in de deskundigen is er niet meer. Nederland is één grote anti-autoritaire huiskamer geworden. De glorie van wetenschap en techniek is in de vruchtbare aarde van ongeloof gevallen.
Een grote anti-autoritaire huiskamer?! Dat zinnetje haakt bij mij in. Ongetwijfeld heeft de schrijver gelijk als hij het geloof in wetenschap en techniek op de korrel neemt. Wetenschap en techniek zijn geen goden, voor wiens gezag we ons hebben te buigen. De ontmaskering van dit vooruitgangsgeloof in een almachtige technocratie is een geboden zaak. Maar zijn we er daarmee? Als de glorie van de techniek en de wetenschap wordt aangetast, wat komt er dan voor in de plaats?
Is het ook in een andere zin niet maar al te waar dat Nederland een anti-autoritaire huiskamer geworden is, omdat steeds meerderen zich onttrekken aan het gezag van de levende God en ieder autonoom, eigen baas wil zijn. Dan zal het protest tegen milieuvervuiling, kernbewapening, wetenschapsgeloof ons niet baten. Nog afgezien van de vraag of er over de toepassing van kernenergie nog niet andere dingen te zeggen zijn, dan de schrijver zegt. Het kwaad schuilt toch niet in de techniek of de wetenschap op zich.
Het kwaad schuilt in de mens. Daarom moet er een grondige en radikale bekering komen, de erkenning van het heilzame gezag van Jezus Christus. 'De glorie van de wetenschap is in de aarde van het ongeloof gevallen.' Dat doet me denken aan dat andere woord over 'glorie': Ere zij God, Gloria in excelsis Deo.
Koortsachtig zoeken we vrede, welzijn, heelmaking. Milieu en maatschappij moeten vernieuwd worden. Maar hoe is het gesteld met het geloof in de glorie van God? Wat hebben de jaren zeventig op dat punt te zien gegeven? Ik vrees, dat de analyse van Goossenen en Van Dieren op het beslissende punt verstek laat gaan.
Ik geef toe: Er is veel misbruik van autoriteit, brutaal machtsstreven. Maar zullen we echt toekomst hebben, ook nu we de tachtiger jaren in gaan, dan is er maar een weg: De erkenning van het gezag van Jezus Christus.
De christelijke gemeente moge in woord en wandel ervan getuigen hoe heilzaam het is te leven onder zijn scepter.
Ere zij God
In aansluiting aan het bovenstaande geven we een gedeelte aan u door van een artikel van prof. dr. H. Jonker in het Kerkblaadje van 28 december waarin ook Jonker ingaat op de betekenis van het 'Ere zij God'.
Gaat het nog om God of gaat het alleen maar om de mens? Dat is het probleem waarmee Kerk en Theologie, christen en niet-christen zich heden ten dage bezighouden. Vele eeuwen was dit geen dilemma: het ging om God èn om de mens: 'Ere zij God in den hoge, en vrede op aarde bij mensen des welbehagens!' Zó klonk het loflied der engelen in de velden van Bethlehem. Zó beleed het de Kerk vele eeuwen lang. Zó beleefden eenvoudigen hun geloof. Het kwam van God, het daalde neer op de aarde, het werd door mensen ontvangen en zij waren gelukkig: 'En de herders keerden terug. God lovende en prijzende om alles wat zij hadden gehoord en gezien, gelijk het hun gezegd was' (Lukas 2 : 20).
Wat was dat 'het'? Wat anders dan Gods bewogenheid met de geestelijke misère van het mensdom? Wat anders dan de weg der zaligheid, der verlossing, der uitredding, die Hij in Jezus Christus heeft gegeven? Wat anders dan een niéuwe mensontplooiing, een nieuwe gemeenschap, een nieuwe blijdschap, een nieuwe verwachting, die Hij door de zending van Zijn Zoon aan de mens heeft geopenbaard?
Ook nu wil men: een nieuwe mensheid, een nieuwe gemeenschap, verzoening tussen personen en volkeren en volkerengroepen. Ook nu werkt men aan de nieuwe mensontplooiing in de socialisering der verhoudingen en de humanisering der situaties. Maar zonder God, op eigen gezag, naar eigen inzichten, vanuit eigen verworvenheden. Men is verlegen met de Naam Gods, het 'Ere zij God!' wordt steeds zwakker gezongen en de bron van alle leven en licht steeds minder erkend. (...)
Daarom is het een waan te menen, dat de hedendaagse levenssituade ons noopt tot een omzetting van de Godsgedachte, die door de Kerk vele eeuwen werd beleden. Het is het begin van een proces dat zal eindigen in een radicaal humanisme. Het slot is 'God is dood' en derhalve 'ere zij de mens!' Het Kerstevangelie begint met God: 'Ere zij God!' Het Kerstevangelie eindigt bij God: 'en zij loofden en prezen God'.
Hij is de bron van licht en leven. Hij is de grond van ons bestaan. Hij is de mogelijkheid van onze machtige natuurwetenschappelijke kennis, Hij is de zin van ons bestaan, de uitredding uit onze nood, de verzoening onzer zonden, de verwachting der eeuwen.
En Hij heeft dit bewezen door het Kind in de kribbe, de Man aan het kruis, de Vorst der opstanding. Slechts door het geloof in Zijn barmhartigheid over de mens is er hoop voor de mens. Zonder dat geloof loopt de mens in zichzelf vast.
En daarom zingen wij 'Ere zij God!' Ook nu!
Waar Mozes de wet ontving
In het maandblad Israel (november 1979) geeft dr. W. S. Duvekot wat reisindrukken weer van een bezoek aan de Dschebel Musa, de Mozesberg op het Sinaï-schiereiland.
Vanuit de verte is hij duidelijk herkenbaar, ook al is hij niet de hoogste top in dit gebied. Dat is namelijk de berg gewijd aan de heilige Catharina, naar wie ook het klooster genoemd is, dat aan de voet van dit massief gebouwd is in de zesde eeuw, op last van keizer Justinianus. De Catharina top is 2.600 meter hoog en de Mozesberg 2.260 meter. Sinds de derde eeuw na Christus zijn kluizenaars naar dit gebied getrokken om hier vrede, stilte, eenzaamheid en heiligheid te zoeken. Het was ten behoeve van deze monniken dat later het klooster werd gebouwd. De traditie wijst sinds eeuwen deze ene top aan als de plaats waar God aan Mozes de twee stenen tafelen gegeven zou hebben. Natuurlijk is dit nooit te bewijzen. Er kan in wezen niet meer gezegd worden dan dat het inderdaad op deze berg heel goed zou hebben kunnen plaats vinden. Het is trouwens niet belangrijk of het precies op deze top of ergens anders is gebeurd. Het feit, dat de wet door God aan Mozes is gegeven is de basis van het geloof van Jood en Christen. Daar gaat het om en een nauwkeurige plaatsbepaling is wel interessant, maar niet van wezenlijke betekenis. Omdat de Mozesberg uit de hoogvlakte van het Sinaï-massief oprijst, dat reeds ongeveer 1500 meter boven de zeespiegel ligt, betekent de beklimming het overwinnen van een hoogteverschil van ongeveer 800 meter.
Het is duidelijk merkbaar aan de temperatuur dat de Sinaï-hoogvlakte zich zo vele meters boven de zeespiegel verheft. Overdag is het er warm ofschoon minder heet dan in de laagvlakte, maar 's nachts is het er uitgesproken koud.
Om vier uur begint de bestijging. Men wil vanaf de top de zon zien opkomen en bovendien een klimpartij wanneer het heet is, voorkomen.
De zon is al boven de horizon verschenen als we vlak onderaan de top staan en vandaar de laatste meters naar boven klimmen. Een prachtig uitzicht ontrolt zich voor onze ogen: overal de roodbruine en grijze granieten rotsen van de omringende bergen, zover als we kunnen zien.
Het is bijna adembenemend deze woestheid en grootsheid van de natuur. De top van de Mozesberg is maar klein. Toch staan er twee gebouwen op: een nu verlaten moskee en een kapel. De laatste is in 1934 gebouwd uit het materiaal waarmee reeds in 532 door keizer Justinianus op deze plaats een aan de heilige Drieëenheid gewijde kerk werd neergezet. Dit gebouw was verschillende keren verwoest en weer hersteld totdat men uit de resten dit nieuwe heiligdom oprichtte. Deze kapel, gebouw uit dezelfde grijze granieten steen waaruit de Mozesberg is samengesteld, past, naar mijn idee, goed in dit landschap. Ze is bescheiden tegen het hoogste rotsblok op de bergtop aangezet. De deur is afgesloten, maar ik slaag erin om door het sleutelgat naar binnen te kijken en krijg op deze wijze toch een goede indruk van het inwendige. Dat is zeer sober uitgevoerd. De ikonenwand, die men in elke oosters-orthodoxe kerk aantreft, met enkele mooie ikonen (schilderingen op hout van bijbelse figuren of latere heiligen) is de enige versiering. Er staan geen stoelen of banken in, want men neemt staande aan de kerkdienst deel. Het altaar is onzichtbaar, omdat zich dat bevindt achter de ikonenwand. Naast deze kapel wordt een ruimte getoond onder een groot rotsblok, waar Mozes zich verborgen zou hebben, toen God zich aan hem vertoonde. 'De Heer zeide: Wanneer mijn heerlijkheid voorbijgaat, zal Ik u in de rotsholte zetten en u met mijn hand bedekken, totdat Ik ben voorbijgegaan.' (Ex. 33 : 22) Het is de mens niet mogelijk, zegt de Bijbel, om God te zien van aangezicht tot aangezicht, want de mens zou door zijn Heiligheid verteerd worden.
Direct tegenover de kapel ligt de voormalige moskee. Die kan nu als een onderkomen gebruikt worden voor een ieder die er verblijven wil. Als wij daar zijn, op zaterdag 7 okt. 1978, woont daar een jonge vrouw, die zegt, dat zij een goddelijke opdracht heeft gekregen om op de top van de Mozesberg te getuigen van de leiding die God wil geven aan Israël en aan de volkeren van de wereld. Zij heeft een verheven blik in haar ogen, die nog geaccentueerd wordt door de witte kleding die zij draagt. Op verschillende plaatsen op de rotsen zijn kruisen getekend, die in de loop der eeuwen door pelgrims daar zijn aangebracht.
Voor de afdaling kiest men een trap die uit 3750 treden bestaat. Een boetetrap, eeuwen geleden door monniken als boetedoening aangelegd. Dit pad voert naar het beroemde Catharinaklooster aan de voet van een bergmassief, gebouwd in de zesde eeuw, op last van keizer Justinianus.
Na een afdaling van ongeveer een halfuur bereiken we een plateau in het bergmassief. Volgens de traditie zouden Aaron, Nadab en Abihoe samen met 70 van de oudsten van Israël tot hier zijn opgeklommen om God te ontmoeten. Mozes ging vandaar verder naar de top van de berg Horeb of Sinaï. (Ex. 24) Op deze plaats werd het verbond tussen God en zijn volk gesloten. Ook zou de profeet Elia hier vertoefd hebben, toen de Heer hem naar deze plek ontboden had om daar nieuwe opdrachten van Hem te ontvangen. (1 Kon. 19) Deze plaats draagt de naam van deze profeet: Elia's plateau. Het is een heerlijk oord om uit te rusten: er is fris, helder water uit een kleine bron en er is schaduw onder de bomen. De hitte van de zon maakt zich namelijk al terdege voelbaar; het is warm en temidden van de rotsen is er praktisch geen verkoeling brengende wind, zoals op de top van de berg wel het geval was. In het midden staat een oude cypres, die bovenaan reeds verdord, maar beneden nog groen is. Iets verderop is een kapel, die gewijd is aan Elia. Twee jonge mannen maken thee boven een klein houtvuurtje. Ze delen die uit aan iedereen die graag van een warme dronk wil genieten. Zonder zich op te dringen spreekt de een met de voorbijgangers over deze plaats van Gods openbaring aan Mozes en aan het volk van Israël. Er ligt een kleine stapel boekjes waarin het gebeuren van de wetgeving wordt beschreven toegepast op onze huidige tijd. Enkele fraaie foto's van het Sinaï-gebied verrijken deze uitgave, die zowel in het Engels als in het Duits voor een ieder gratis is te verkrijgen. De ene man spreekt met kennis van zaken en velen converseren dan ook met hem. Dit is m.i. een juiste en sympathieke manier om van je geloof te getuigen.
Een reis naar Israël en het Sinaï-schiereiland is in vele opzichten een boeiende belevenis. Voor ons allereerst omdat het het gebied is waar de gebeurtenissen, waar de Schrift van spreekt, plaatsgevonden hebben. Ook in kerkhistorisch opzicht is het van eminent belang. Want elke eeuw heeft op dit gebied zijn stempel gedrukt. En tenslotte is er de aktualiteit van het huidige Israël. Ook voor de ontmoeting met het huidige volk en het land biedt een bezoek aan Israël veel wat onze aandacht meer dan waard is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1980
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1980
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's