Wat dan wel? (2)
Vanuit de huisartsenpraktijk
Wie de vraag stelt: Wat dan wel? , gaat er vanuit, zo sloten we het vorige artikel af, dat er wél wat moet gebeuren. Er zijn misschien enkele echtparen, die zonder maatregelen druppelsgewijs de kinderzegen ontvangen, echtparen met een 'verminderde' vruchtbaarheid dus, maar dat zijn echt uitzonderingen. De meeste echtparen nemen maatregelen. De onvruchtbaren zullen proberen vruchtbaarheidsherstel te vinden bij de gynaecoloog of uroloog. De vruchtbaren, die bij een goede gezondheid a.h.w. elk jaar een kind kunnen verwachten, laten we eerlijk zijn, die nemen gewoon beperkende maatregelen. Zo is de praktijk.
In het vorige artikel heb ik een pleidooi gehouden voor de zgn. natuurlijke methode, de door Billings sterk verbeterde periodieke onthouding, d.w.z. niet een methode waarbij een vrouw tot aan de overgang veroordeeld is tot de thermometer, maar waarbij ook gewezen wordt op andere symptomen die meestal optreden rondom de eisprong bij de vrouw. Dit alles tegen de achtergrond van vele ethische, medische, psychologische bezwaren, die aan de meeste kunstmatige methoden kleven. De vorige keer hebben we ook gezien, dat het een positieve uitwerking heeft op ons menszijn en zeker op ons christen-zijn als we onszelf kunnen beheersen. We zullen dat alleen leren, zo zijn we nu eenmaal, als we daartoe gedwongen worden. Hierin ligt in de praktijk het grote psychologische verschil tussen de periodieke onthouding en de andere (kunstmatige) methoden. Het 'met verstand bij haar wonen' wordt niemand op zijn bruiloft meegegeven, dat moet aangeleerd worden. Lukt dat, dan kan men als echtpaar tot de overgangsjaren van de vrouw zonder hulpmiddelen uit de voeten. Lukt dat niet, dan zal men tijdelijk of blijvend aangewezen zijn op 'kunstmiddelen', dat leert de praktijk. We hebben elkaar daarin niet te veroordelen, zolang er geen ethische grenzen worden overschreden, de één heeft tien talenten in deze, de ander misschien maar één. De één heeft een goed huwelijk, de ander misschien niet. De ene vrouw heeft een regelmatige cyclus, de ander misschien niet (volgens Billings hoeft dat niet altijd een bezwaar te zijn voor p.o.!). Allemaal factoren die iemands beslissingen kunnen beïnvloeden, dat weten we niet van elkaar.
We kunnen echter nog zoveel verstand en zelfbeheersing hebben, als we niet weten hoe de vruchtbaarheidscyclus in elkaar zit (en die zijn er wat!) dan blijven we 'knoeien' en 'ongelukjes' hebben. Logisch, een groot verstand op zich betekent nog geen kennis van zaken op alle gebied, zoals de vruchtbaarheidscyclus bij de vrouw. Ik kan niet genoeg zeggen hoe belangrijk het is dat men zich daarin verdiept. Koop en lees toch vooral de boekjes die ik de vorige keer heb aanbevolen.
Wie de vraag stelt: Wat dan wel? , gaat er vanuit, zo sloten we het vorige artikel af, dat er wél wat moet gebeuren. Er zijn misschien enkele echtparen, die zonder maatregelen druppelsgewijs de kinderzegen ontvangen, echtparen met een 'verminderde' vruchtbaarheid dus, maar dat zijn echt uitzonderingen. De meeste echtparen nemen maatregelen. De onvruchtbaren zullen proberen vruchtbaarheidsherstel te vinden bij de gynaecoloog of uroloog. De vruchtbaren, die bij een goede gezondheid a.h.w. elk jaar een kind kunnen verwachten, laten we eerlijk zijn, die nemen gewoon beperkende maatregelen. Zo is de praktijk.
Ik ben aan de vraag: Gezinsvorming, mag dat? voorbijgegaan, omdat ik vanuit de huisartsenpraktijk schrijf en daar is gezinsvorming een vanzelfsprekende zaak.
Ds. en mevrouw Hoek hebben al eerder in de Waarheidsvriend aangegeven, wat de verantwoordelijkheid van de mens in dezen is. Ze zijn zo eerlijk geweest om de vraag: mag het? ' met 'ja' te beantwoorden, mijns inziens volledig terecht. Prof. Douma zegt in zijn Capita Selecta 1: Wij grijpen op veel manieren op de natuur in. En waarlijk niet alleen in ziektegevallen. God heeft in het paradijs de mens de taak gegeven de aarde te beheersen. Gen. 1 : 28. Dan mag hij, tot en met zijn eigen lichamelijke condities regulerend optreden. Aan de belijdenis dat de HEERE onze Heelmeester is (Ex. 15 : 26) wordt niet tekort gedaan als wij de dokter inschakelen. Aan de belijdenis, dat de HEERE de baarmoeder opent en toesluit. Gen. 20 : 18; 29 : 31; 1 Sam 1 : 5, 6, wordt niet getornd als door kleinere of grotere operaties wegen voor conceptie worden geopend.
Even verder zegt hij: Gezinsvorming heeft niet alleen met de verantwoordelijkheid voor het vormen van een gezin, maar ook met het bepalen van de omvang daarvan te maken. Het woord 'regeling' met betrekking tot het kindertal hoeft niet uit ons woordenboek geschrapt te worden. Terecht is opgemerkt dat God in Gen. 1 : 28 tot man en vrouw sprak en niet over hen (zoals bij de dieren) zijn zegen en bevel gaf. Geen conceptie behoeft ons te overvallen en elke geboorte vraagt om voorbereiding, die niet pas na de zwangerschap, maar ook daarvoor mag beginnen. Wij hebben niet slechts de opdracht kinderen voort te brengen, maar gezinnen te vormen. Dat bredere kader moet telkens voor de ontvangst van het volgende kind in rekening gebracht worden. Vandaar de aandacht voor de moeder, de vader, de ontplooiingsmogelijkheden. Het krijgen van kinderen isoleren we niet tot het grootbrengen van die kinderen.
Klare taal, dunkt me. Er wordt in dezen onder ons ontzettend gehuicheld. Ik herinner me van vele jaren geleden een verhitte discussie in onze kringen rondom de pil en wat dies meer zij. Streng afkeurende geluiden kwamen van mensen, soms predikanten, wier gezinnen werkelijk niet een maximale omvang kenden. Mensen fixeren zich op uitspraken. God ziet echter het hart aan. Laten we wel wezen, er wordt teveel om de hete brij heengedraaid. Daarom vinden te weinig mensen de weg naar de dominee, ze lopen met vooroordelen, misschien terecht, misschien ten onrechte. Al te veel mensen verwachten een 'anti'-standpunt. Zij denken het antwoord al te weten, alvorens ze één vraag gesteld hebben.
Mijn eigen standpunt is kort en goed: gezinsvorming is een opdracht. Gen. 1 : 28 spreekt van beheersen van de aarde. Ik zou eraan willen toevoegen: beheers de wereld (opdracht voor de hele mensheid), begin bij jezelf, bij je eigen huwelijk, je eigen gezin (opdracht voor ieder individu). God opent en sluit de baarmoeder, maar niet willekeurig. Kennis brengt verantwoordelijkheid met zich mee. Billings heeft aangetoond dat het openen en sluiten van de baarmoeder een maandelijks terugkerende gebeurtenis is (de slijmprop in de baarmoedermond is alleen doorgankelijk rondom de ovulatie, de eisprong), en wij mogen daar rekening mee houden. Sterker nog: als we kennis van deze zaken hebben, móeten we er rekening mee houden. Kennis mogen we niet begraven, ook niet egoïstisch misbruiken. Volgende keer: gezinsvorming, een taak voor dominee of dokter?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1980
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1980
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's