Globaal bekeken
Onze oud-voorzitter, ds. W. L. Tukker, maakte jaren deel uit van het college van visitatoren-generaal in de Nederlandse Hervormde Kerk, waarvan in die tijd ds. M. Groenenberg voorzitter was. In zijn rubriek 'Groen Bekeken' in Hervormd Nederland schenkt ds. Groenenberg aandacht aan ds. Tukker in verband met diens recente veertig-jarig ambtsjubileum. Hij doet dit op de hem bekende mild-geestige en lichtvoetige wijze. Voor ons alle reden om wat ds. Groenenberg 'groen' bekeek hier 'globaal' te bekijken.
'Mijn vriend Tukker
Zo begon ik mijn brief toen ik hem onlangs gelukwenste met zijn veertigjarige jubileum als predikant. Hij was er wat later bij dan een ander. Hij was al dertig toen hij als dominee begon in Hei-en Boei kop. Met de regelmaat van een klok wisselde hij vervolgens na vijf, zes jaar van gemeente, van een dorp naar een stad, van een stad naar een dorp.
Hij is een aparte figuur in de kerk geworden. Ook door zijn functies, maar vooral door zijn persoon. Niet alleen omdat hij altijd in het zwart gekleed is en zijn hoofd dekt met een zwarte hoed. Ook dat. Het staat hem goed ook. Niet iedereen kan zwart dragen zonder er als een aanspreker uit te zien, die de dood aankondigt. Nee, Tukker draagt het zwart zoals men vroeger zwart droeg op zijn trouwdag. Feestelijk, maar dan van een waardige feestelijkheid.
Het zou me spijten als hij het zwart aflegde, al was het maar dat hij in het donkergrijs verscheen. Het zou een ontluistering zijn. Hij heeft ook door zijn manier van lopen al iets stichtelijks. Indertijd schreef ik van een Amsterdamse collega, dat het zelfs stichtelijk was om hem te zien fietsen. Hij bleek dat niet positief te ervaren al was dat wel zo bedoeld. Hetzelfde zou je van Tukker kunnen zeggen, al fietst hij niet, maar rijdt hij in een fraaie Mercedes. Roep nu niet dadelijk: wat een kapitalistische allures, want dat hoort bij Tukker. Hij zou een 'displaced person' zijn in een 'lelijk eendje'. Ik heb horen vertellen dat de dienst al goed was als hij de stampvolle kerken in Rotterdam en Delft binnenkwam. Er ging van dat gaan al wijding uit.
We hebben elkaar leren kennen in de generale visitatie van de kerk. Op een dag van vele zaken schoten we snel een restaurant binnen in Kampen om tussen de bedrijven door gauw een uitsmijter te gebruiken. Alle drie waren we predikant. Toen we vertrokken hield de ober eerbiedig de deur voor ons open en zei beleefd: Dag dominee, dag heren. Het maakte de dag tot een dag van vrolijkheid. Als we samen groepen of kerkeraden van zijn kleur bezochten, dan was alle eerbied voor hem. Moesten we een gesprek voeren in een huiskamer, dan werd hij geleid naar de fraaiste stoel. Maar dan keerde hij zich waardig om en zei, op mij wijzend: Nee, dit is onze praeses, waarop men vervolgens met enige verbazing de blik wierp op mijn veel minder indrukwekkende verschijning in zo-maar-een-pakje.
Het lijkt misschien onvoorstelbaar, maar we vonden elkaar ook in de humor. Nee, je hoeft niet naar Tukker in een dienst te gaan met de verwachting dat er gelachten zal worden, al moet u er wel heengaan om genezen te worden van de gedachte dat in die kringen hel en verdoemenis wordt gepreekt. Er zit veel blijdschap in zijn preken, maar lachen is er niet bij. Hij is ook met onverwoestbare trouw verbonden aan de hervormde kerk en heeft ondanks de geruchten nooit in de verleiding gestaan met deze kerk te breken. Dat verwachten alleen maar mensen die er vlot of vlotter toe bereid zijn. Hij hoopt (en wie kan hem dat kwalijk nemen? ) altijd hardnekkig op een sterke herleving van het gereformeerde leven in deze kerk.
Er waren wel ontmoetingen met kerkeraden van zijn kleur, als het ging om minderheden in die gemeente, die om ruimte vroegen. Hij pleitte daarvoor. Hij had niet voor niets in Delft en Rotterdam gestaan en daar hele middagen huisbezoek gedaan. Dan kon hij met zijn plechtige stem, waarnaar je wel moest luisteren, zeggen: och broeders (zusters waren er niet en van de vrouw in het ambt moest hij niets hebben), ik heb in Rotterdam huisbezoekgedaan, middagen lang, en altijd hoorde ik weer: nee, we gaan niet meer naar de kerk, ook bij mensen uit uw gemeente of uw eiland, die hier twee keer per zondag in uw kerk zaten. Begrijpt u, dat ik dan blij was, als ik ergens kwam waar men zei: we gaan wel naar de kerk, maar niet bij u, maar bij dominee Stam en dat was een ethische barthiaan. Dan knikten de broeders vol begrip, maar hun standpunt wijzigen deden ze niet.
Niet altijd was er overigens begrip. Ik herinner me een gesprek met een kerkeraad van zijn kerkelijke kleur. We zaten in de consistoriekamer van een prachtig gerestaureerde kerk. Aan de wand hingen twee grote portretten van Luther en Calvijn. Als praeses begreep ik dat ik goed deed alleen maar wat licht voorwerk te geven, maar het eigenlijke en zwaardere werk voor rekening van Tukker te laten. Ik gaf hem dus snel het woord en Tukker zei: Ik zie daar aan de wand de portretten van Luther en Calvijn hangen. Dat kon niemand die de waarheid liefhad ontkennen. Ze hingen er. Tukker vervolgde: Ik kijk naar Luther. Hij zong gezangen. Hij maakte zelfs gezangen. Dat vermoedden de kerkeraadsleden al, want ze kenden het Lutherlied wel. Toen kwam de treffer en Tukker zei: Luther zou hier niet op de preekstoel mogen staan. Je zag de broeders denken: Nee, dat is uitgesloten. Maar Tukker was nog niet waar hij wilde wezen en hij zei: ik zie ook Calvijn hangen. Hij zou natuurlijk wel op uw preekstoel mogen. Dit was nog maar een inleidende opmerking tot de volgende treffer, maar die kon niet meer komen, want één van de broeders zei: Nee, dominee, ik heb juist vanmiddag nog in de preken van Calvijn zitten lezen, maar deze man hoort niet hier op de kansel.
Ineens ging de rest van Tukkers betoog volkomen de mist in. Ik ben nou eenmaal die ik ben en zag de humor van het geval in, maar hield mijn gezicht strak. Noordmans heeft gezegd dat Calvijn de paus schaakmat heeft gezet met de ouderling. Dat is nog licht werk vergeleken bij wat deze ouderling deed: hij zette Tukker schaakmat.
Dit zijn zomaar een paar opmerkingen bij het jubileum van een man, die dit blad niet leest en aan wie de kerk toch veel heeft te danken. De hervormde kerk is toch een verrukkelijke kerk, denk ik soms. Al denk ik ook wel eens wat anders.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1980
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1980
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's