Terugblik op de predikantenvergadering
'Samen-op-Weg'
Met dankbaarheid mag worden teruggeblikt op de vorige week in Woudschoten gehouden predikantenvergadering, waar aan de hand van het referaat van ds. C. den Boer, dat vorige week gehéél in ons blad stond afgedrukt, gesproken is over 'Samen-op-Weg'. Veel is daarover de laatste maanden geschreven en gesproken. Er is onder ons, als Hervormd-Gereformeerden, ook in verscheidenheid over gesproken. Hoe kan het anders als we bedenken, dat we allen in de stroomversnelling, waarvan terzake van 'Samen-op-Weg' sprake is, worden 'meegenomen', om dit woord uit de situatieschets van het hoofdbestuur, die we enkele weken geleden publiceerden, nog eens aan te halen. Waar gaat het heen, naar welke kerk gaat het toe? Openliggende vragen, waarover we samen worstelen en waarbij de vraag ook op ons afkomt: wat is onze roeping vóór en in de kerk van de toekomst en hoe geven we daaraan gestalte?
De buitengewoon grote opkomst op de predikantenvergadering liet zien hoe brandend actueel de kwestie is. Gezegd mag worden dat, bij alle verscheidenheid die er in vraagstelling en waardering van de zaak te constateren was, sprake was van grote saamhorigheid en eensgezindheid, wat niet behoeft te betekenen dat kant en klare oplossingen werden gegeven.
Wel moet men de worsteling om deze vragen van binnenuit kennen en meemaken om te kunnen taxeren wat de waarde, is van een vergadering als deze. Er was sterke behoefte aan gezamenlijke bezinning. Dan behoeft men de vragen niet uit de weg te gaan en kunnen de verschillende accenten onderling bespreekbaar worden gemaakt. De hele problematiek, waarin we ons met 'Samen-op-Weg' bevinden, is daarbij één onderdeer van ons hervormd-zijn als zodanig. We spreken er met elkaar over als in-siders en niet als buitenstaanders. We spreken er met elkaar over als mensen, die immer het beginsel van afscheiding hebben afgewezen én daarin ook immer niet zijn begrepen door hen, die dit beginsel van afscheiding wél huldigen. 'Samen-op-Weg' stelt ons in dit opzicht voor nieuwe vragen en voor nieuwe uitdagingen. Maar kant en klare oplossingen zijn er nog niet. De weg ligt voor ons en de vraag voor ons is hoe de Heerè Zijn kerk ook in deze venrder leiden zal.
De predikantenvergaderingen, evenals al onze andere vergaderingen, staan vrijelijk open voor de pers. Bij allerlei kerken en kerkelijke groeperingen, met name in de Gereformeerde Gezindte, is dit niet het geval. Daar houdt men alles binnenskainers en brengt men naar buiten wat men zelf naar buiten brengen wil.
Openheid in deze, naar de kant van de media, is een zaak, die enerzijds kwetsbaar maakt. Niet alle media brengen even goed over wat aan de orde is. Dat bemerkt men ook in verslaggevingen met soms waardeoordelen van deze predikantenvergadering in de pers. Anderzijds is het winst, dat de media erbij zijn. De lezers mogen en moeten weten wat er aan de orde is en worden zo gedwongen zelf mee te denken, ook in de moeilijke zaken die ten aanzien van 'Samen-op-Weg' aan de orde zijn.
Uit de groeps-discussie
In het nuvolgende geven we een greep uit de discussie. Na het referaat gingen de conferentiegangers in groepen uiteen om daar de zaak te bespreken. Vervolgens gaven vanuit elke groep rapporteurs een kort overzicht van wat in de groepen aan de orde was geweest. Uit de rapportage bleek, dat het in de groepen gegaan was om de ontwikkelingen in de Gereformeerde Kerken, ook om de ontwikkelingen in eigen kerk, ook over de situatie in eigen kring en dit alles met het oog op het in toenemende mate samengaan van de kerken.
In één van de groepen was ook ds. A.C. Hofland, praeses van de synode der Gereformeerde Kerken (als gast) aanwezig. Deze had gesteld, dat de leer van de veronderstelde wedergeboorte velen in de Gereformeerde Kerken niets meer zegt.
De hervormde predikanten in die groep hadden de typering van ds. den Boer van de Gereformeerde Kerken herkend. Ds. Hofland zette bij aanduidingen over de verschuivingen in de Gereformeerde Kerken vraagtekens, met name ten aanzien van het 'verbondsautomatisme' in de Gereformeerde Kerken, ten aanzien van de kerkelijke tucht ('leertuchtprocedure blijft er, maar meer in het kerkelijk leven ingebed; de zaak Wiersinga leeft nog'). Ds. Hofland meende dat de typering van ds. den Boer ten aanzien van het gezicht van de nieuwe kerk nog teveel uit de lucht gegrepen was. Juist om dat gezicht te bepalen is de inbreng van de Gereformeerde Bond nodig.
Ir die groep was ook de vraag aan de orde geweest of de prediking in de Gereformeerde Bond niet te tijdloos was en of er intussen ook niet een verschuiving merkbaar was naar minder tijdloze prediking, meer naar prediking anno 1980.
In een andere groep was aan de orde geweest de geestelijke achtergrond van afscheiding en doleantie. Wat verder aan de orde kwam was de vraag of 'Samen-op-Weg' de situatie voor de G.B. wezenlijk zou doen veranderen als het gaat om de verbreiding en verdediging van de waarheid. Ook de noodzaak van ootmoedig belijden van schuld en geesteloosheid in eigen kring kwam aan de orde en verder de noodzaak van het levend houden van de maranatha-roep voor de kerk van de toekomst.
In wéér een andere groep was de vraag aan de orde of de Gereformeerde Kerken inderdaad nog gereformeerd zijn. Er zijn daar grote verschillen, zoals trouwens in de Hervormde Kerk, maar er is onder het gereformeerde kerkvolk toch ook nog veel weerstand tegen de moderne stromingen in de Gereformeerde Kerken. Men kan - zo werd gesteld - de Gereformeerde Kerken ook in hun gereformeerd zijn aanspreken vanwege het feit, dat ook zij de Drie Formulieren nog hebben. Juist dat laatste maakt samensprekingen geboden en vraagt van de G.B. mee te doen in de bezinning. De vraag werd daar ook gesteld of wij het trouwens zouden kunnen tegenhouden. Gesproken werd ook over het vaak massieve denken in de Gereformeerde Kerken, waardoor het voor de G.B. in een toekomstige geünieerde kerk wel eens veel moeilijker zou kunnen worden om zichzelf te zijn.
Ook in een andere groep was gesteld, dat we vanuit Schrift en Belijdenis met gesprekken onderling moeten starten en dan zullen kunnen constateren of we samen (al een beetje of nóg een beetje) op weg zijn of kunnen gaan. De vraag werd ook gesteld of wij niet het vraagstuk van de deelgemeenten in eigen kerk (waarmee de gemeenten in de Gereformeerde Kerken vaak meer contact hebben) onder ogen moeten zien om geloofwaardig over te komen. Een volgende rapporteur bracht de notie van de relatie, die er moet zijn met de historische kerk en niet het belijden van de kerk der eeuwen, ter sprake. We moeten ons in het huidige gebeuren niet allereerst afvragen waar het allemaal op uitloopt maar in het geloof in de kracht van het Woord Gods gesprekken durven aangaan. Ook hier was intussen, alsook in andere groepen, de nadruk op ootmoedig belijden van wat niet goed is in eigen kring, alsook de vraag, gericht aan het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, om gespreksmateriaal ten behoeve van de kerkeraden wanneer zij op het plaatselijk vlak gesprekken aangaan.
In een andere groep werd de vraag gesteld of alle kerkeraden wel gesprekken zouden aankunnen. Het zal wel om de centrale vragen moeten gaan, waarbij niet allerlei shibbolets vooral de aandacht krijgen. In deze groep werd ook de opmerking gemaakt, dat er tussen enerzijds Kuitert en anderzijds de verontrusten in de Gereformeerde Kerken ook nog wel wat anders ligt en dat er in gesprekken toch ontwikkelingen zouden kunnen komen, die in prognoses niet van te voren zijn te voorzien. Bovendien zijn de plaatselijke situaties 'hopeloos verschillend', hetgeen algemene uitspraken vrij moeilijk maakt. In deze groep werd de mening uitgesproken, dat het aangaan van gesprekken niet alleen zal moeten omdat het nu eenmaal niet anders kan maar ook vanwege de historische banden.
In de verschillende groepen waren uiteraard ook andere punten, die overal de aandacht kregen, zoals de onopgeefbaarheid van de gereformeerde belijdenis en (soms ook) de noodzaak om met andere kerken binnen de Gereformeerde Gezindte contact te zoeken. In nog een groep was de vraag aan de orde gesteld of 'Samen-op-Weg' roeping was vanuit Johannes 17. Een inventarisatie in die groep leverde op, dat de contacten tussen hervormd en gereformeerd in de gemeenten van de deelnemers van de groep zeer spaarzamelijk waren. In deze groep was ook gesteld dat 'Samen-op-Weg' vaak niet een kwestie van roeping maar van armoede was.
Tenslotte: in één groep was gesteld, dat de vraag naar het functioneren van de belijdenis in eigen kring een vraag is vanuit het concretiseren van de verootmoediging. Bij 'Samenop-Weg' zal het zich samen verootmoedigen niet mogen ontbreken. Bovendien mag de notie van de gemeente als lichaam van Christus niet ontbreken (ds. Den Boer was in zijn referaat uitgegaan van de gemeente als 'bruid' en als 'stad'). Denken we aan de kerk als lichaam van Christus dan is er ook sprake van verscheidenheid onder het éne Hoofd van het lichaam, n.l. Christus.
Ds. A. C. Hofland
In de avondvergadering vond de plenaire discussie plaats. Vooraf kreeg ds. A.C. Hofland, praeses van de gereformeerde synode, gelegenheid iets tot de aanwezigen te zeggen. Het had hem - zo begon hij - weinig moeite gekost om met zijn plaatselijke hervormde collega, ds. G.H. van Kooten, samen op weg te gaan van Delft naar Zeist. Hij toonde zich verblijd met de geest en de sfeer van de vergadering. Het had hem ontroerd, naast de voorzitter van de Gereformeerde Bond staande te zingen hoé goed en liefelijk het is als broeders van hetzelfde huis samenwonen. Ds. Hofland zette een groot vraagteken achter de vraag, die gesteld was of we elkaar in de nieuwe kerk wel zullen 'kunnen aanspreken op de belijdenis'. 'Hoe kun je op zo'n vraag komen als je samen spreekt met een Gereformeerde Kerk, die nog wel de belijdenis wil handhaven.' Vervolgens stelde ds. Hofland dat het onjuist is te vragen: stel dat 'Samen-op-Weg' doorgaat maar het lukt plaatselijk niet, wat dan? 'Samen-op-Weg' is juist bedoeld om op het plaatselijk vlak te beginnen. Het moet niet van bovenaf maar juist van onderop. Van bovenaf worden alleen maar aanzetten (confessioneel, kerkordelijk, kerkvoogdelijk) aangereikt. Hij vond dat 'Samen-op-Weg' uit roeping geboren is en niet uit armoede. Over de veranderingen in de Gereformeerde Kerken wilde hij niet stiekum doen. De tijd verandert en daarom verandert er wat bij mensen, die luisteren naar het Woord van God. Vanuit de Gereformeerde Kerken wil men 'Samen-op-Weg' juist alleen maar als de leertucht gehandhaafd blijft, als blijft staan wat de Hervormde Kerkorde zegt: de kerk weert wat haar belijden weerspreekt.
Maar hoe is dan de nadruk op leertucht in de Gereformeerde Kerken te rijmen met de behandeling van de zaak Wiersinga in de Gereformeerde Kerken terzake van de verzoening? Uitgesproken is, dat van elke predikant mag worden verwacht, dat hij het wezenlijke van de verzoening niet zal weerspreken. Maar met de behandeling van de kwestie Schilder in 1944 in het achterhoofd (die een kerkscheurende zaak werd) heeft men in de Gereformeerde Kerken geleerd. Nu het bij Wiersinga over zo'n wézenlijke zaak gaat (wezenlijker dan in de kwestie Schilder) moet de zaak op reformatorische wijze worden aangepakt, namelijk dat de gemeenten erop toezien dat predikanten het wezenlijke van de verzoening niet weerspreken. Zo komt er een procedure van onderaf. Geen gereformeerde classis zal dan de zaak erbij laten zitten.
Ds. Hofland achtte het tenslotte dringend gewenst dat datgene wat ds. C. den Boer in zijn inleiding over het (samen-)kerk-zijn gezegd had zou worden ingebracht in de gesprekken over het samen zoeken naar de kerk van morgen. Kenmerk van het gereformeerde zal daarbij moeten zijn het leven uit de genade van God en daarom ook de bereidheid onze eigen meningen ootmoedig ter discussie te stellen.
Rechtvaardiging van de goddeloze
Uit de verdere discussie noemen we verder enkele hoofdmomenten. Nadat ds. den Boer reagerend op wat uit de groepen was aangereikt en op wat ds. Hofland had gezegd, had opgemerkt, dat hij blij was met de gemaakte opmerking, dat 'Samen-op-Weg' van onderop moest beginnen (daarom vond hij de gesprekken op kerkeraadsniveau nodig), stelde drs. R. H. Kieskamp de vraag of het juist was, dat dr. L.G. Zwanenburg zich op de gecombineerde synode daarom nogal positief ten opzichte van 'Samen-op-Weg' had opgesteld, omdat de rechtvaardiging van de goddeloze zo duidelijk aan de orde geweest was in de voorbereidende stukken, de zogeheten 'kernen van belijden'. Hij koppelde daaraan de vraag hoe dan een gereformeerde synode daarna ruimte kon geven voor homofielen om aan het Heilig Avondmaal deel te nemen en ambten te bekleden. Dr. L.G. Zwanenburg gaf toen een uiteenzetting van wat hij op de synode had gezegd. Hij was door de synode aangezocht om deel te nemen in de commissie van rapport, die de vijf nota's over het belijden moest beoordelen. Hij was daarvan geschrokken en had daar geen zin in 'want het gaat niet zo best met de samenwerking tussen hervormden en gereformeerden in Huizen'; 'de beruchte ontwikkelingen zijn ook niet aan Huizen voorbij gegaan'. De nota's is hij toch met toenemende belangstelling gaan lezen. 'We hebben heel wat tegen de gereformeerden, zijn daar zelf ook een beetje bij opgekweekt. Dat geldt ook voor eigen kerk. Het is zo vaak alles of niets, daar zit nooit iets tussen. Maar intussen hebben we boekenkasten vol staan met 'niet-bonders.' Intussen - zo vervolgde dr. Zwanenburg - moeten we als bonders ontzaglijk zuinig zijn op onze gemeenten. We hebben verder niets. We hebben geen school, geen universiteit ('een wonder dat daar nog zoveel bonders vandaan komen, ze kunnen wel wat hebben blijkbaar'). Uit oogpunt van eerlijkheid - aldus nog steeds dr. Zwanenburg - moeten we echter de gesprekken aangaan. Bij de aangereikte nota's (de kernen van belijden) zijn namelijk dwingende stukken als het gaat om gehoorzaamheid aan de Schrift. Met name de rechtvaardiging van de goddeloze (een diepe notie bij Kohlbrugge vanuit Paulus) wordt duidelijk beleden. Lees je later dan berichten van de gereformeerde synode dan schrik je en denk je: stond dat er toen eigenlijk óók al zo? Uit onze vaderlandse, dat is de gereformeerde kerk dragen we een erfenis mee, waarom wij een geweldige taak hebben in de bezinning, die op gang is gekomen. Juist ook de verwantschap met de Nadere Reformatie (méér dan bij de Gereformeerden) geeft ons een eigen inbreng. Als er nu gelegenheid is om samen te spreken over het wezenlijke van het belijden aangaande enkeling en gemeenschap dan mogen we ons aan die roeping niet onttrekken. In dat verband heb ik - aldus dr. Zwanenburg gezegd - hierin de stem des Heeren te horen. De reactie daarop is intussen sterk overtrokken geweest. Maar gebleken is daaruit óók, dat er kennelijk een open deur is. En het zou best eens kunnen zijn dat als wij erin gaan staan, men bemerken zal een leeuw te hebben binnengehaald.
Daarna ging de discussie verder over de rechtvaardiging van de goddeloze en de besluitvorming op de laatstgehouden gereformeerde synode over Samen-op-Weg. Drs. K. Exalto merkte op geschokt te zijn door wat hij gelezen had over de laatste gereformeerde synode. Romeinen 1 is over deze zaken duidelijk. Het stuk over homofilie op de gereformeerde synode was opgesteld met weglating van de Schriftgegevens. Daarom gaat het bij dit alles om het gezag van de Heilige Schrift. Drs. Exalto reageerde dan ook kritisch op de opmerking van ds. Hofland, dat we onze interpretaties van de Schrift ter discussie moeten stellen. Al te vaak zijn al de woorden van Paulus in Romeinen 1 zo geïnterpreteerd, dat ze precies het tegenovergestelde zeiden van wat er staat. Gelukkig heeft de hervormde synode nog niet een stuk, als nu op de gereformeerde synode diende, aangenomen. 'Het heeft mij nog meer beducht gemaakt voor 'Samen-op-Weg'" aldus ds. Exalto.
En wat dan de rechtvaardiging van de goddeloze betreft: Jezus had omgang met hoeren en tollenaren maar Hij liet hen géén hoeren en tollenaren. De rechtvaardiging van de goddeloze brengt altijd met zich mee een waarachtige bekering tot God en een trachten te leven naar de wil van God, in een jagen naar levensheiliging.
Ds. G. Spilt merkte op, dat we wel moeten spreken van de rechtvaardiging van de goddeloze maar niet van de ex-goddeloze. Breken met de zonde is niet vóórwaarde voor de rechtvaardiging maar gevolg ervan. Ds. Spilt had intussen uit de stukken van de gereformeerde synode niet opgemaakt, dat daar gesproken was over homofiel gedrag maar slechts om homofiele geaardheid.
Ook hij waardeerde positief, dat in de stukken van Samen-op-weg duidelijk gesproken was over de rechtvaardiging van de goddeloze als 'het te bewaken hart der prediking'. In het boekje 'Een mens hoeft niet alleen te blijven' trof ds. Spilt ook inderdaad een exegese van Romeinen 1 aan, die de Schriftgegevens in hun tegendeel verkeert. Ten aanzien van dit punt merkte ds. L. Trouwborst nog op, dat Johannes aan Jezus voorafgaat en stelde later in zijn slotwoord ds. L. J. Geluk, dat de rechtvaardiging van de goddeloze vandaag vaak een interpretatie krijgt van rechtvaardiging van de goddeloosheid.
Vaderlandse kerk
Nadat enkele predikanten (Trouwborst, Vlaardingen - Kolijn, Krimpen a. d. IJssel - van Kooten, Rotterdam en Vroegindewey, Emmeloord) hun deels negatieve ervaringen hadden genoemd ten aanzien van samengaan met de gereformeerden als het gaat om het behoud van eigen identiteit, b.v. met betrekking tot liturgie, vrouw in het ambt (alleen ds. J. Vroegindewey kon uit positiever ervaring spreken) kwam aan de orde het begrip vaderlandse kerk.
Drs. C. Blenk (Oudewater) miste in de discussie de (andere) gescheiden kerken. Is het niet Gods roeping om ook daaraan te denken? Als het om de historische kerk gaat, gaat het ook en allereerst om die kerken. Ze zijn wezenlijk onderdeel van de vaderlandse kerk (voor 1834 gehéél, na 1834 gedeeld, om met Groen van Prinsterer te spreken). 'Als wij er straks Kuitert bij krijgen zou ik er graag ook prof. Velema bij hebben.'
In dat verband vroeg ds. H. J. Smit (denkend vanuit de jongeren) ook bezinning omtrent het vraagstuk van de vrije groepen.
Ds. C .den Boer antwoordde ds. Blenk door te wijzen op het Contact Orgaan voor de Gereformeerde Gezindte en merkte daarbij op wèl de roeping te zien om elkaar als hervormden en gereformeerden te ontmoeten maar niet om zó, zoals het nu gaat, één kerk te vormen ('de gereformeerden komen langs een andere deur binnen dan de deur waardoor ze naar buiten zijn gegaan'); maar, omdat wij tot de kerk der vaderen behoren moeten we in de ontwikkelingen van nu meegaan, omdat dat een verkieselijker weg is boven andere (niet-meegaan). Pas achteraf, als inderdaad de belijdenis een plaats zou hebben in de nieuwe kerk, zou dan gezegd kunnen worden: dit was een roeping van God!
Drs. Exalto sloot aan bij de opmerkingen van drs. Blenk en stelde dat Groen in zijn visie wel heel erg hervormd-kerkelijk heeft gedacht: hij beschouwde die andere kerken als onderdelen van de Hervormde Kerk. Een visie, die bij deze kerken niet zal aanslaan. Dat zullen de Gereformeerde Kerken zo óók niet zien. De Gereformeerde Kerken komen niet terug, maar er komt een geheel nieuwe kerk. Zal de geünieerde kerk dan nog de vaderlandse kerk zijn? Anderzijds was ds. Exalto bang om separatisme te kweken en hekelde hij, dat er gemeenten onder ons zullen zijn, die zich afzijdig opstellen uit minder geestelijke motieven. 'Als het half kan ga ik ook mee, want die kerk is je lief', aldus drs. Exalto 'die kerk is onze moeder'. Maar er kan een moment komen dat iemand in de crisis komt, temeer daar er een bredere oecumene wenkt (een kerk als spiegelbeeld van de Raad van Kerken, dus óók met Rome). Samen-op-Weg uit roeping betwistte hij ds. Hofland. De aandrang van de jongeren, jaren geleden op de hervormde synode, was meer drammen dan spreken uit roeping. En - zo besloot drs. Exalto - als de bredere oecumene in de nieuwe kerk gestalte krijgt kon er voor velen wel eens een kritiek moment aanbreken.
Ds. L.J. Geluk - al jaren deel uitmakend van het COGG - merkte op dat dit contactorgaan functioneert in enkele doorgaans goede gesprekken, die verder echter geen functie hebben. De deelname is eenzijdig. Alleen de Gereformeerde Kerken en de Christelijke Gereformeerde Kerken zijn er als kerk in vertegenwoordigd. De Hervormde Kerk ontbreekt erin. De deelnemende G.B. predikanten zitten er niet namens de Hervormde Kerk. De vrijgemaakt-gereformeerden (binnen-verband en buiten-verband) zijn ook niet aanwezig. De Gereformeerde Gemeenten hebben een paar waarnemers, die hij er nog nooit heeft ontmoet. 'Voor mij staat het vast - en ik zeg het met verdriet - dat de Gereformeerde Gezindte een heel schimmige zaak is en dat het de Gereformeerde Gezindte niet waarlijk om eenheid is begonnen.'
Al die verschillende kerken, uit de Hervormde Kerk voortgekomen, lijken aan zichzelf genoeg te hebben. Het kan aan mij liggen, maar het is mij nooit gebleken, dat er pijn is in de gescheiden kerken vanwege het niet meer deel uit maken van de vaderlandse kerk. Men volgt het kritisch, soms super-kritisch wat zich al lemaal bij ons afspeelt en meermalen worden ook de fiolen van toorn over óns uitgegoten en wordt gezegd: ga er toch uit; maar niemand heeft ooit gezegd: jullie zijn bij ons hartelijk welkom.
Ds. Geluk vroeg zich intussen ook af of er in het brede midden van de Hervormde Kerk wel zoveel liefde is voor het begrip vaderlandse kerk. Het begrip vaderlandse kerk wordt eigenlijk het liefst door 'ons' gehanteerd, omdat wij de kerk daarmee appelleren op haar afkomst, op haar gereformeerde belijdenis. Als nu de belijdenisgeschriften in de nieuwe kerk een plaats zullen hebben is dat niet alléén beslissend. De vraag zal ook zijn welke functie ze zullen hebben. Zal ook de structuur van de kerk verder een gereformeerde zijn? Ds. Geluk vroeg zich tenslotte af hoe het komt dat, terwijl er in het verleden wel contacten waren tussen de Gereformeerde Kerken en de Christelijke Gereformeerde Kerken - hoe spaarzamelijk ook - tussen de Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Bond en niet met de Hervormde Kerk in het algemeen, thans die coptactenmet de Gereformeerde Bond minder zijn geworden en de contacten zich nu wel voltrekken met de Hervormde Kerk als geheel, liefst met het middendeel daarvan. De contacten tussen de Geref. Kerken en de Chr. Geref. Kerken zijn intussen óók steeds moeilijker geworden.
Ds. G. Spilt, merkte ten aanzien van dit onderwerp op, dat voor de eerste combi-synode ook de kleinere kerken uit de Geref. Gezindte waren uitgenodigd, maar dat aan die uitnodiging geen gehoor was gegeven. De vraag - zo vervolgde hij, n.a.v. de opmerkingen van ds. Geluk - hoe de nieuwe kerk er intussen uit zal zien is te belangrijk om die aan anderen over te laten. 'We zijn geroepen daarover van meet af aan mee te spreken' en niet alleen achteraf te zeggen hoe we erover denken', want 'niemand krijgt ons eruit natuurlijk'. Hopelijk zal het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond - zo vervolgde ds. Spilt - dan ook vrijmoedig commentaar geven op de stukken, die op de combi-synode hebben gediend; dan hebben óók de kerkeraden voldoende gespreksmateriaal.
Op een tegenwerping: 'ze krijgen er ons toch niet uit, betekent dat, dat anderen er wel in terug komen? ', antwoordde ds. Spilt, dat - als het om de vaderlandse kerk gaat - het bestaan van deelgemeenten in onze gemeenten (ook in Ede) het samengaan met de gereformeerden blokkeert. Als je niet met eigen hervormden kunt leven dan kun je het ook niet met anderen. Hij legde de vraag voor of de weg, die Veenendaal, Ede en Huizen gegaan zijn, verkieselijker is boven de weg die Bodegraven, Ridderkerk, 't Harde en Ermelo zijn gegaan; de weg die ds. Tukker als kerkvisitator heeft aangewezen. 'Moeten we die vaderlandse kerk niet aanvaarden zoals die is?' We zijn blij - aldus ds. Spilt - , dat het aantal predikanten, dat naar de belijdenis wil preken in onze kerk toeneemt. Moeten we dan niet blij zijn, dat het reikgebied toeneemt. In een nieuw te vormen kerk?
Ds. J. Vroegindewey citeerde ten aanzien van de vaderlandse kerk wat prof. dr. C. Graafland in de laatste reflexen van Theologia Reformata heeft geschreven: het is niet alleen een historisch motief en zeker niet een romantisch motief (vrij vertaald, v.d. G.) maar het moet een kerkelijk, geestelijk, bijbels motief, een gereformeerd, inhoudelijk motief zijn, dat wij zo verbonden zijn met die vaderlandse kerk, zodat we er moeite mee zouden hebben om deze kerk in te ruilen voor welke figuur of wat voor nieuwe conceptie ook. Dat maakt het nodig - aldus ds. Vroegindewey - om hier onze inbreng te hebben. Ds. Vroegindewey bepleitte intussen ook een volledig betrekken van de andere gescheiden kerken in de nieuwe ontwikkeling.
Dr. L.G. Zwanenburg merkte op, dat het begrip vaderlandse kerk pas aan het eind van de 18e eeuw opdook. Het is door dr. Vos - de man, op wie dr. Zwanenburg promoveerde - naar voren gehaald door te wijzen op het recht der belijdenis: 'het recht der kerk is het recht der belijdenis'. In Samen-op-weg zal dit een belangrijke notie moeten zijn. Een kerk kan niet zonder belijdenis.
Drs. Exalto ging nog in op de vraag of we de Hervormde Kerk aanvaarden zoals die is; hij vond dat we haar aanvaardden zoals ze wezen moet. Ds. Spilt stelde daartegenover, dat we door ons ja-woord in die kerk te geven deze kerk aanvaarden, niet dat we haar goedkeuren zoals ze is. Bij alles kunnen onze predikanten toch ook in de grote steden functioneren? En de gereformeerde religie is toch niet verloren als de gereformeerden erbij komen? Aldus ds. Spilt.
Tenslotte
Aan het eind van de discussie zei drs. K. Exalto - dit in antwoord op een vrgag van ds. H. de Leede omtrent de grenzen der kerk - dat één van de eerste dingen, die Calvijn in Geneve deed, was het opstellen van een geloofsbelijdenis ('hij liet allen bij handopsteken belijden dat ze dit geloof aanvaarden'); en het tweede was het opstellen van een kerkorde. Gereformeerd-zijn betekent niet alleen preken; gereformeerd zijn heeft directe consequenties voor het totale kerk-zijn. Onze ambtsopvatting en onze kerkorde staan óók in onze belijdenis.
Tenslotte werd nóg eens gevraagd naar gespreksmateriaal vanuit het hoofdbestuur, waarna de voorzitter met een indringend en tegelijk bemoedigend slotwoord afsloot. Het betekende het einde van een bemoedigende ontmoeting van onze predikanten over een zaak, waarvan nog niemand kan zeggen hoe het worden gaat.
Algemeen was de zorg: waar gaat het heen? Algemeen was ook de mening, dat we in de bezinning hebben mee te doen. En het zal de Heere Zelf zijn, die Zijn kerk leidt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1980
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1980
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's