De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ondeugdelijk instrumentarium

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ondeugdelijk instrumentarium

7 minuten leestijd

Alle instrument, dat tegen u bereid wordt, zal niet gelukken en alle tong, die in het gericht tegen u opstaat zult gij verdoemen; dit is de erve van de knechten des Heeren en hun gerechtigheid is uit mij, spreekt de Heere. Jesaja 54 : 17

Jesaja 54 is als een parelsnoer. Het vormt een eenheid, maar tegelijkertijd is ieder tekstwoord op zichzelf een parel.

Het parelsnoer wordt door de Bruidegom aan de Bruid overhandigd. Of liever: de sinds lange tijd gehuwde schenkt dit snoer aan zijn vrouw, opdat hij daardoor zijn grote liefde, die hij koestert voor haar, opnieuw zou verklaren. Daarom is dit hoofdstuk een aangrijpende boodschap. Velen van Gods kerk door de eeuwen heen hebben zich door deze woorden aangesproken en versterkt gevoeld. Immers: de Bruidegom is de Heere, en de bruid is het volk, dat Hij heeft uitverkoren, Israël. Sinds lange tijd wonen zij niet meer samen. Want Juda is in ballingschap in Babel. De band tussen de Heere en Zijn volk, uitgedrukt in de tempeldienst in Jeruzalem, is verbroken. Dit alles is door eigen schuld van dat volk geschied. De bruid des Heeren heeft zich met zo veel andere, in haar ogen mooie mannen ingelaten, dat zij de Heere heeft verlaten en de rug toegekeerd. Vele malen heeft de Heere Zijn volk gewaarschuwd. Maar het volk ging verder op de weg van afval, ontrouw, onreinheid. Totdat de maat vol is. Eerst gaat Israël in ballingschap in Assyrië, en ongeveer 150 jaar later Juda in Babel. Er is weinig hoop meer te koesteren. Het verbond tussen de Heere en Zijn volk is verbroken.

In die situatie mag Jesaja profeteren. Al lijkt de weg terug voorgoed geblokkeerd, al hebben zich zonden op ongerechtigheden gestapeld tot een onoverkomelijke bergketen, die ligt tussen God en Zijn volk, al zijn de grootmachten, die als instrumenten om het oordeel uit te oefenen door de Heere zijn gebruikt, nog zo onoverwinnelijk sterk, toch zendt de Heere door de profeet Jesaja een nieuwe boodschap van uitkomst, van verzoening, verlossing, wederkeer tot de Heere en tot het beloofde land, en tevens ook van neerwerping, verbrijzeling van de grootmachten. Dit alles zal met name door de Knecht des Heeren, de Messias ten volle worden bewerkstelligd. De schuld van de overtredingen neemt Hij op Zich, en de straf wil Hij dragen. Dat leren wij met name in het voorafgaande hoofdstuk. En in dit hoofdstuk wordt een toepassing van dat heil in de Knecht des Heeren in de noodsituatie van het volk uiteengezet. Dit troosteloze volk wordt omgeven, overstroomd welhaast door Gods goede beloften, die alle sombere gedachten van dit volk kunnen verdrijven. Het volk mag denken: de Heere heeft ons verlaten. De Heere zegt: met eeuwige goedertierenheid zal Ik mij over u ontfermen. Het volk mag denken: het verbond is voorgoed verbroken. De Heere zegt: het verbond Mijns vredes zal niet wankelen. Het volk mag denken: verdrukking en verschrikking, dat zijn de instrumenten van de verderver om ons te vernielen. De Heere zegt: alle instrument, dat tegen u bereid wordt, zal niet gelukken.

Deze profetische boodschap heeft in onze tijd volle geldingskracht. De situatie van het volk Israël in ballingschap is vergelijkbaar met ons verblijf op een aarde, waar verdervende machten hun vernielend en ontwrichtend bedrijf uitoefenen. En daarbij komt nog dat we niet vreemd zijn aan de schuld, die ten grondslag ligt aan al deze ellende. Dat geeft een breed spectrum aan het besef van zonde en schuld. Wanneer ik Gods vijanden ontdek in deze wereld, mag ik hen haten en tegelijk bidden: doorgrond mij, o God en ken mijn hart! Het besef dat ik vreemdeling ben op deze aarde is in eerste instantie zelfkennis. Ik ben niet degene, die ik moest zijn. Tegelijkertijd bemerk ik hoe de machten van deze wereld hun instrumentarium, waarmee ze trachten God en Zijn dienst en Zijn gemeente weg te dringen uit deze werkelijkheid, zeer eigentijds ontwerpen en smeden. De wapenrusting van de Boze is niet eenzijdig, maar zeer gecompliceerd. Er zijn listige omleidingen van satan, die moeilijk herkenbaar zijn. Ik denk aan de verglijdende moraal, waardoor niet meer Gods geboden, maar de inzichten van de mens als richtlijnen gelden. En zou het welvaartsbeleven de gemeente niet vadsig en suf maken, omdat we nauwelijks beseffen dat aan wie veel wordt toevertrouwd, van die veel zal worden geëist? Zou het psychologisch instrumentarium van de Boze in onze westerse we­reld niet het meest zijn uitgebreid? Laten we daarbij goed beseffen dat ons goddeloze hart veel meer op de impulsen van dit instrumentarium reageert dan op de instrumenten van God, in Zijn Woord en Geest.

Alle instrument, dat tegen u bereid wordt, zal niet gelukken. Waarom niet? De Heere zegt: wie heeft eigenlijk de verderver geschapen. Dat betekent niet dat de Heere het kwade heeft geschapen. Het houdt wel in dat de Heere boven het kwaad, boven de Boze staat. Niets ontkomt aan Zijn macht. Ja, Hij lacht zelfs om al die dwaze pogingen om onder Zijn heerschappij uit te komen. Dwaze machten, dwaze mensen, verblind door hun eigenwaan. Wat is het van groot belang dat we niet klein denken van de Heere. Bij wie dan zult u Hem vergelijken? De Heere is een heerlijk God. Hij is, die Hij is! In Zijn heiligheid, in Zijn ontferming. In Zijn scheppingsrecht, en in Zijn verbondstrouw. Alles moet Hem eren, ook daarin dat er niets geschiedt dat tenslotte niet zal dienen tot de verheerlijking van Zijn Naam, tot heil van Zijn volk, tot de komst van Zijn Koninkrijk.

Ja, ook al spitst de aanval zich persoonlijk op mij toe, zodat ik voor de rechterstoel word gedaagd om rekenschap te geven, dan nog is er hoop. De aanklacht zal wel scherp zijn geformuleerd. Die aanklacht luidt: U houdt er misschien een mooie overtuiging op na, wat komt er van terecht in deze wereld, in uw eigen leven, in uw gezin? Uw hart is even onrein als al de producten van de Boze. De aanklager spot: Waar is God, op Wie u bouwt en aan Wie u uw hart toevertrouwt? Wie kan zich zelf verdedigen? Vanuit onze eigen inbreng? Wie kan de Boze lik op stuk geven, hem in zijn aanklacht overtroeven?

Gij zult verdoemen, gij zult wederleggen en strafbaar verklaren, gij zult onder het oordeel plaatsen. Hoe kan dat? Omdat in het gericht er Eén is geweest, die Zijn mond niet heeft opengedaan toen onze ongerechtigheid Hem verweten werd. Hij heeft Zich liever naar de dood laten leiden, dan dat Hij ons in onze schuld zou laten omkomen. Hij is gestorven voor ons, toen de lasteraar Hem van onze ontrouw, onze verbondsbreuk, onze onreinheid beschuldigde. Het gaat om het zicht op de verdienste van de Knecht des Heeren, de Heere Jezus Christus. Wie door het geloof weet van dit plaatsbekledend werk, hij kan en mag alle verwijt, alle aanklacht, ja alle macht die zich tegen God verzet onder het oordeel plaatsen. De Knecht des Heeren heeft aan het kruis over hen getriumfeerd. Hij heeft de Boze de kop vermorzeld. Hij heeft zijn werk verbroken.

Dat geloof, dat alle recht put uit Christus, moet beoefend, beleden worden. Wij staan niet voor eigen rekening. Wij hebben onszelf niet te bewijzen. Wij hebben een rijke Oudste Broeder, die onze erfenis in de hemel voor ons bewaart. Wij hebben een Rechter in de hemel, die ons het recht verschaft, dat Hij Zelf voor ons heeft verworven. Onze gerechtigheid is uit de Heere. Dat geeft moed om tegen de vernuftige instrumenten van deze wereld in te vertrouwen op de beloften van het Woord, die door onze Heere stuk voor stuk worden vervuld.

Dat evangelie zet mijn leven in het perspectief van de herschepping. Hij zal de God van de ganse aardbodem genoemd worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Ondeugdelijk instrumentarium

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's