De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Christenen en andere christenen of niet-christenen?

Bekijk het origineel

Christenen en andere christenen of niet-christenen?

6 minuten leestijd

Prof. ds. Verkuyl, wiens naam in de wereld van de zending en in die van het christelijk onderwijs een begrip is, is als hoogleraar in de zendingswetenschap en evangelistiek aan de Vrije Universiteit opgevolgd door dr. A. Wessels, die na in 1978 zijn ambt aanvaard te hebben, nu op 12 oktober jongstleden zijn inaugurele rede heeft uitgesproken. Het is deze rede die mij aanleiding geeft tot het schrijven van onderstaand artikel.

(1)

Prof. ds. Verkuyl, wiens naam in de wereld van de zending en in die van het christelijk onderwijs een begrip is, is als hoogleraar in de zendingswetenschap en evangelistiek aan de Vrije Universiteit opgevolgd door dr. A. Wessels, die na in 1978 zijn ambt aanvaard te hebben, nu op 12 oktober jongstleden zijn inaugurele rede heeft uitgesproken. Het is deze rede die mij aanleiding geeft tot het schrijven van onderstaand artikel.

In het Nederlands Dagblad is enkele weken geleden aandacht geschonken aan deze rede en speciaal aan het Bijbelgebruik van prof. Wessels. Ik acht me van de taak ontslagen om te herhalen wat daar is gezegd. Mij gaat het zijdelings om de wijze waarop de nieuwe Amsterdamse man van zendingswetenschap en evangelistiek gebruik maakt van de vooral nabijbelse geschiedenis en vooral om zijn spreken over wat theologie van de godsdiensten voor hem inhoudt. Ik heb daartoe gebruik gemaakt van een verkorte weergave van zijn rede, zoals die te vinden is in VU-magazine 3 1979. Een uitgebreide uitgave zal eerstdaags bij Kok verschijnen.

Korte inhoud
De titel geeft al enigszins aan waar deze interessante oratie over gaat. Wessels gaf haar het opschrift mee: 'Gastvriendschap, sleutel tot het verstaan van de verhouding van christenen en mensen van ander geloof.' Hij begint met te stellen, dat er aan een geloof ook altijd een ideologie verbonden is en dat de vraag naar de verhouding van christenen tot mensen van een ander of geen geloof zich afspeelt op een niveau, dat niet verheven is boven of losstaat van politieke, sociale, ekonomische en kulturele werkelijkheden. Dit brengt beperkingen met zich mee, o.a. een Europese begrenzing van de beoefening der theologie en andere wetenschappen, en een sterk westers cultureel superioriteitsgevoel. Wessels is een verklaard tegenstander van deze beperking.

Hoe is deze begrenzing in de wereld gekomen? Aan het eind van de romeinse oudheid maakt keizer Constantijn het christendom tot staatsgodsdienst en bestrijdt hij de oude heidense goden en hun verering. Het ging hierbij om macht en sterkte, ja om de vraag wie de sterkste zou zijn: de christelijke God of de romeinse goden. Maar het is wel de vraag of de overwinning van de God der christenen ook werkelijk een antwoord was op de vragen van de heidense oudheid en in het algemeen op de vragen die ontstaan rond de verhouding tussen christendom en heidendom, wanneer zij elkaar ontmoeten of op elkaar botsen.

In de zestiende eeuw laat zich die zelfde vraag stellen aan de motieven van de ontdekkingsreizen en het kolonialisme, en nog in sterker mate wanneer de laatste anderhalve eeuw het kolonialisme en imperialisme overheersend worden. Wessels haalt in dit verband waarschuwende woorden aan van Karl Barth tegen hen, die mensen van andere godsdiensten en cultuur niet in hun eigenheid serieus weten te nemen, en hij wijst op Paul Tillich e.a., die op het belang van de geschiedenis van andere godsdiensten voor ons theologisch bezig zijn hebben gewezen. Toch wil het christendom (bijv. bij Barth) bij alle respekt voor andere godsdiensten en hun aanhangers het laatste woord hebben.

Wessels wil hier niet blijven staan, maar komt, o.a. via een exegese van Hand. 10 (de geschiedenis van Petrus en Cornelius), tot de bepaling van een eigen standpunt, waarin de 'geheimnisvolle aanwezigheid' van God en Christus in de wereld sterk benadrukt wordt. Ik citeer hem: 'Het gaat bij het doordenken van de verhouding van christenen tot mensen van ander geloof maar niet alleen om bescheidenheid, tolerantie, niet hoogmoedig of superieur zijn of voelen, om het respect hebben voor aardige normen en waarden of ware woorden of scheppingen, die al of niet aesthetisch, psychologisch en ethisch interessant of imposant zijn. Het gaat om niets minder dan respect hebben voor het geheim van God, voor de geheimnisvolle aanwezigheid van Christus zelf, ...' En nogmaals: 'Het gaat om het respect hebben voor de werkelijke tegenwoordigheid van Christus. Het ontmoeten van mensen van ander geloof, betekent het kunnen staan op heilige grond, waar men zoals Mozes de schoenen van de voeten moet doen.'

Wanneer Wessels nu nogmaals de geschiedenis van Petrus en Cornelius beziet, dan ontdekt hij dat niet Cornelius zich moet bekeren (want die blijkt al bekeerd te zijn, onafhankelijk van mensen) maar Petrus. Petrus moet zich bekeren 'om tot het besef te kornen dat God geen partijdigheid kent...' Daarbij speelt de gastvrijheid een belangrijke rol: Petrus wordt door het vizioen van wat rein en onrein is, beleerd (bekeerd) om zich gastvrij te laten opnemen dóór en - zie Hand. 10 : 23 - gastvrijheid te verlenen aan heidenen.

Om een en ander te illustreren gaat de zendingsman van de V.U. de ontmoeting tussen christenen en joden beschrijven, terwijl hij daarmee in één adem ook de ontmoeting tussen christenen, joden en moslims aan de orde stelt. Mensen hebben mensen nodig; de christen kan niet zeggen dat hij de jood niet nodig heeft, en omgekeerd net zo, terwijl zij beiden de moslims nodig hebben en omgekeerd. Criterium daarbij is Gamaliels uitspraak: Indien het uit God is, zo kunt gij dat niet breken' (Hand. 5 : 39).

De dialektiek tussen Christus Die Zich openbaart, de verkondigde en te verkondigen Christus, en de verborgen aanwezige Christus realiseert zich op bijzondere wijze via de gastvriendschap, welke al tot menige 'bekering' heeft geleid. Deze wederzijdse ontmoeting leidt niet tot een simpel syncretisme, een vermenging van godsdiensten waarbij men alles, inklusief de goden, door elkaar haalt, maar heeft wel tot gevolg dat we principieel niet meer van niet-christenen en een niet-christelijke wereld kunnen spreken. En dat leidt weer tot een nieuwe theologie, waarin de sleutel tot het verstaan van de verhouding tot mensen van ander geloof gelegen is in de gastvriendschap. 'Het gaat om een respect hebben voor die gast, die vreemdeling, die gevangene met wie Jezus zich indentificeert.'

Aan het slot gaat Wessels in op de vraag wat er dan nog overblijft van de christelijke verkondiging. De gastvrijheid komt niet in de plaats van de verkondiging, maar is er de onvoorwaardelijke vooronderstelling van en 'kleurt' die verkondiging, vandaar b.v. 'zwarte theologie'. En de verkondiging wordt dus wel degelijk inhoudelijk bepaald door die gastvrijheid en gastvriendschap. Wanneer we de gastvrijheid overslaan, dan suggereren we al precies te weten wat de echte verkondiging is, maar de verkondiging 'landt' dan niet en komt niet over.

Dit betekent niet dat alles relatief gesteld wordt, 'alsof er geen zekerheid, en geen criterium meer voor de waarheid zou zijn. De Christen belijdt Jezus als de messias die gekomen is. De boodschap van God die medelijdt. Maar achter deze belijdenis mag niet een triomfalistische punt gezet worden. Dan wordt de spanning eruit gehaald, de boog gebroken die dat geloof verbindt met de verrassende komst van de messias'. En zo wordt theologie een inleiding in de verwondering - met een besliste afwijzing van de betweterige, bezittende, de waarheid in pacht hebbende, koloniale, triomfalistische theologie die Christus als Overwinnaar misbruikt heeft voor eigen overwinningen, heerszuchtigheid en uitbuiterij.

Volgende week hopen wij op de inhoud van dit boek nader in te gaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Christenen en andere christenen of niet-christenen?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's