De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

Boeddha en Marx in Tibet

Onder deze titel schrijft dr. J.v.d. Linden in het Centraal Weekblad van 24 november een, zoals we dat van hem gewend zijn, zeer lezenswaard artikel over Tibet en het Chinese communisme. Enkele tientallen jaren geleden drongen Chinezen dit voor velen mysterieuze land binnen en verdreven er de Dalai Lama, het geestelijk hoofd van de zes miljoen Tibetanen. De daaropvolgende culturele revolutie heeft ook fel tegen de - in dit geval boeddhistische - religie gewoed.

China wil gaarne dit strategisch belangrijke gebied beheersen. Toch blijkt de boeddhistische religie door de communistische ideologie niet verdreven te kunnen worden. Velen in Tibet blijven in de Dalai Lama de echte leider zien.

Intussen blijft het een kwestie van leven en dood voor het Tibetaanse volk. Het heeft zich eeuwenlang geborgen geweten in de schoot van het boeddhisme en bleef door deze godsdienst als volk hecht aaneen gesmeed. Tot op vandaag heeft het zijn eigen identiteit weten te bewaren door alle stormen heen.

Ondanks alle pogingen van de communistische overheerser heeft de Dalai Lama nog niets van z'n gezag ingeboet. Als balling heeft hij meer beslag op de harten van zijn volgelingen dan een figuur die in het land zelf zou moeten dansen naar de pijpen van de bezetter.

De Chinese machthebbers weten nu hoe sterk het boeddhisme in de harten van het Tibetaanse volk wortel schoot. Ze hebben alle registers van hun communistische propaganda uitgetrokken om dit volk los te weken van zijn religieuze overtuiging. Had Marx niet gezegd dat waar zijn heilsleer kwam, de religie het zou afleggen en haar natuurlijke dood zou sterven? De Chinezen hebben daarop vast vertrouwd.

Twee jaar geleden nog schreef Han Suijin, een grote vereerster van Mao haar boek over de hoofdstad Tibet 'Lhasa de open stad'. Zij vertelt daarin dat zij in heel de stad geen teken van religie meer heeft ontdekt. Ze zou maar één mens ontmoet hebben die nog draaide aan z'n gebedsmolen, een van de typische trekjes van het Tibetaanse boeddhisme, maar bij haar was kennelijk de wens de vader van de gedachte.

Eén van de Amerikaanse journalisten die onlangs Tibet in mochten, bericht precies het tegenovergestelde. Hij zag in Lhasa overal gebedsmolens en typische gebedskralen en op drie morgens in de week stroomden de mensen naar hun tempels-. Onder de menigte waren velen onder 40 jaar. In naam zijn de tempels culturele oudheden en men moet dan ook entreegeld betalen. Maar eenmaal binnen vierde de massa een boeddhistische dienst met eeuwenoude gebedsliturgieën.

De religie wint het van de communistische ideologie ook in Tibet. De kruisjes en T-shirts met de naam Jezus irriteren in Moskou de communisdsche machtshebbers. Het zijn allemaal tekenen daarvan dat in de harten van de mensen Marx is gewogen en te licht bevonden in het leven van alledag.

Ook andere godsdiensten blijken het communisme te sterk te zijn. De islam en het boeddhisme in het hart van Azië, in Afghanistan en Tibet, laten de stormloop van het Russische en het Chinese communisme doodlopen.

Het wordt tijd, acht ik, dat de marxistische ideologen de leer van hun grote meester op dit punt op de helling zetten, zoals ook op andere punten de menselijke natuur in vrijheidszin blijft rukken aan de ketenen die de bevolking in communistische landen met zich mee moet slepen. Zouden ook zij, die vandaag zo gemakkelijk met Marx flirten niet moeten toezien uit welke bronnen zij putten? Wie vanuit de verte de worsteling in Tibet volgt zal weten dat wij in het westen hier onze ogen open moeten houden voor wat zich daar in het hart van Azië afspeelt.

De marxistische religiekritiek blijkt toch niet opgewassen tegen het religieus besef. Verkuyl betoogt in zijn boek over het marxisme dat de drang tot religie als bron heeft de relatie tot de levende God die zich aan geen enkel mens onbetuigd laat. Zeker, in zijn religie kan de mens deze openbaring verdringen often onder houden, zoals Rom. 1 ons leert, maar het religieus besef is maar geen projektie van het mensenhart. Ook in Tibet loopt het marxisme daarop vast. Voor ons als christenen komt daarbij dat we deze volkerenbewegingen moeten zien in het licht van Hem Die voortwerkt tot aan de voleinding. Hij roept ons toe waakzaam te zijn en te letten op de tekenen der tijden, ook in het volkeren gebeuren.

De kerk in China
In het blad Vandaar geven mevr. en dr. Van Minnen (werkzaam onder de Chinezen in Rotterdam) een verslag van hun bezoek aan China. Het Chinese volk worstelt op allerlei terrein met geweldige problemen. In deze wereld bestaat de kerk van China. Zijn er op dat punt perspectieven te zien? De schrijvers laten zich wat voorzichtig uit:

Onze indruk is dat de werkelijkheid nog wat achterblijft bij al deze mooie berichten. Maar misschien zijn het wel beloften voor de toekomst. De eerste kerk die we zagen was nog altijd in gebruik als regeringsbureau. Ergens anders liepen we een imposante rooms-katholieke kerk binnen. Op zondagmorgen was een handjevol mensen bezig het volledig ontmantelde gebouw weer wat op te kalefateren. Ze waren al begonnen met de bouw van een altaar (in negentiende-eeuwse stijl) en hoopten over enige tijd weer diensten te kunnen houden. De aanwezige broeders vertelden ons dat er in die stad nog geen rooms-katholieke diensten werden gehouden. Maar ze verwezen ons wel naar een protestants kerkgebouw. We gingen erheen en vonden een gebouw met zo'n zeven-a achthonderd zitplaatsen. Een typisch engels-methodistische kerk. Ontroerend detail: Achter de achterste banken van de grote galerij was nog een extra rij stoelen bijgezet. Dat was blijkbaar eens nodig. En nu... De kennelijk verlaten kerk was aan weerszijden van de kansel en tot op de kansel toe voorzien van enorme spreuken van Mao: 'Voorwaarts naar een nieuwe tijd onder leiding van de communistische partij' was er een van.
We vonden een koster die bijzonder vriendelijk was. Toen we hem vroegen of er ook een dienst gehouden zou worden, hield hij even ruggespraak met een ongeziene en onduidelijke figuur en kwam ons toen vertellen dat er geen dienst was.
Ongetwijfeld komen in China nog kleine groepen christenen in huisgemeenten bijeen. Er gaan buiten China allerlei geruchten over. Er wordt soms beweerd dat grote aantallen christenen zo bijeen komen. Maar het blijven geruchten die volkomen oncontroleerbaar zijn.

Welke toekomst heeft de zending? Dat is geen eenvoudige vraag. De schrijvers geven als hun overtuiging dat mochten er ooit weer relaties aangeknoopt worden tussen de kerken hier en de kerk in China, elke schijn vermeden moet worden dat er westerse belangen mee gemoeid zijn, en dat de kerk een westers import artikel zou zijn. We zullen bescheiden moeten wachten tot men uit China zelf om hulp aanklopt bij ons.
Het is al met al geen bemoedigend beeld wat uit dit verslag naar voren komt. De kerk in China is, - dat is toch wel de indruk die over­ blijft - ondergrondse kerk. Dat hoeft niet te betekenen dat deze in huisgemeenten bijeenkomende christenen geen levende gemeente zouden vormen.
Inderdaad is het goed bescheiden te zijn en te wachten. Maar wachten betekent voor een christen ook verwachten, biddend verwachten. De relaties mogen verbroken zijn. In de voorbede mogen we ook met de kerk in China een wereldwijde gemeenschap vormen.

Te veel politiek
In de rubriek Van week tot week in het Geref. Weekblad van 11 januari gaat prof . Plomp in op de discussie rondom de modernisering van de kernwapenen. Hij vindt bij de tien dissidenten in CDA kring, alsmede bij de A.R.-leden die hun werk in de programcommissie hebben neergelegd te weinig politiek en acht hun reaktie, hoe respektabel op zich, toch van weinig realiteitszin getuigen, en eigenlijk overtrokken.
Maar bij iemand als prof. Berkhof ziet Plomp teveel politiek. Hij schrijft hierover het volgende:

Ik heb de indruk dat prof. Berkhof er te veel aan gedaan heeft, in een bepaalde zin althans. Hij zei in zijn toespraak tijdens de demonstratie tegen de plannen van de NAVO de kernwapens in Europa te moderniseren (Utrecht, zaterdag 24 november) dat de C in de naam CDA zegt dat het CDA alles wil doen om de structuren van deze wereld naar die van het Koninkrijk Gods toe te buigen. Maar wanneer straks het CDA in de Kamer zou 'vluchten voor het gebod', waarmee bedoeld werd: stemmen voor de genoemde plannen, zou het tot een DA worden. Want dan zou het bewijs zijn geleverd dat de C geen kracht meer heeft.

Een duidelijke praktisch-politieke stellingname met daaraan verbonden een conclusie omtrent het CDA die er ook niet om liegt. Op de zakelijke inhoud van beide ga ik nu niet in, ik wil aandacht vragen voor iets anders. Prof. Berkhof zei een en ander nadat hij zich aan de demonstranten voorgesteld had als voorzitter van de Raad van Kerken en 'tot op zekere hoogte' ook als adviseur van de hervormde synode. Zij mochten hem dus, althans 'tot op zekere hoogte', beschouwen als vertegenwoordiger van de Hervormde Kerk en van de Nederlandse kerken in het algemeen. Of dit terecht was blijve hier rusten, ik ga uit van het feit.

Welnu, sprekend namens de kerken heeft prof. Berkhof naar mijn mening te veel aan politiek gedaan, dwz aan praktische, aan concrete politiek. De kerk kan niet genoeg getuigen tegen de gruwel van de kernbewapening en daarover aan allen die naar haar luisteren willen, niet genoeg kritische vragen stellen, óók aan de politici. Laat ze zo de gewetens maar beïnvloeden. Maar laat ze zolang er in dit land politici zijn die niet alleen hun geweten maar ook hun politieke handelen willen laten normeren door het evangelie, afzien van het bedrijven van praktische politiek, b.v. (zoals in dit geval) van het geven van een bindend stemadvies aan Kamerleden. De kerk heeft ongetwijfeld een roeping tegenover de politici, maar niet de roeping hun het eigen werk en de eigen verantwoordelijkheid uit handen te nemen.

Nog een paar notides in de marge. Prof. Berkhof toonde in Utrecht aan de menigte het hoekje Kernbewapening (handleiding van de generale synode van de Ned. Hervormde Kerk voor een nieuw gesprek over het vraagstuk van de kernwapens). Men moest wel de indruk krijgen dat daarin het officiële standpunt van de Hervormde Kerk, althans van de synode, was neergelegd. Maar blijkens het 'Voorwoord' is dit geschrift nog slechts een 'discussiestuk' dat 'het gesprek in gemeenten en kringen wil dienen', dit om de synode te helpen in het voorjaar van 1980 een definidef standpunt te bepalen; tot 1 april a.s. kan men reacdes inzenden. Zeker, het is óók waar - en prof. Berkhof verzuimde uiteraard niet dit zijn hoorders mee te delen - dat de hervormde synode zich een week eerder al tegen de opstelling van de nieuwe kernwapens verklaard had. Men vraagt zich dan wel af hoe de synode dat in dit stadium van de binnenkerkelijke discussie doen kon. Het synodeverslag in Woord en Dienst (15 dec.) verklaart veel. Wij lezen daar (onder 13 november):

Tot schrik van menig synodelid ('t was al over 24 uur) kwam toen nog op verzoek van een aantal synodeleden een motie aan de orde waarin werd uitgesproken dat de synode zich zou keren tegen de aanmaak en plaatsing van nieuwe kernwapens. Onmiddellijk gaven zich 13 sprekers op! De nacht zou er mee heengaan. Oud. Westerhof stelde met friese nuchterheid en verontwaardiging voor: geen discussie, we weten allemaal langzamerhand wel hoe we er over denken! De synode was het daarmee eens en vervolgens werd de motie aanvaard met 29 tegen 9 stemmen
Bepaald geen model besluitvorming!

Ongetwijfeld is het vraagstuk op zich een vraagstuk dat ons allen moet bezig houden. Wie kan de zorg en verontrusting niet begrijpen. Toch acht ik de reaktie van Plomp gewettigd. Mijnerzijds zou ik er nog enkele vragen aan toe willen voegen:

Had prof. Berkhof inderdaad mandaat van de synode of het breed-moderamen om zichzelf bij die demonstratie aan te kondigen als adviseur van de synode? Voorts rijst de vraag: Welke bevoegdheid heeft de raad van Kerken?
Toch een soort superkerk die bij monde van haar voorzitter gezaghebbende uitspraken doet in de samenleving? In de derde plaats: Wie in een manifestatie als die van 24 november spreekt namens de kerken, moet dan ook doen wat de eerste taak van de kerk is, nl. de mensen oproepen tot geloof en gehoorzaamheid aan Jezus Christus, de Here der wereld. Is dat gebeurd? Ik heb het uit de verslagen niet kunnen merken. Ten vierde: Een kerk die verzet aantekent tegen de demonie van de bewapening moet tegelijk protesteren tegen rechtse en linkse dictaturen, in dit geval ook communistische dictaturen.

Ik kan er inkomen dat men protesteert tegen de verschrikkelijke bewapeningswedloop. Maar juist kerkleiders zullen vanuit het hart van het Evangelie nog iets meer en iets anders moeten zeggen. Zou het applaus er op 24 november ook geweest zijn als vanuit de kerk was opgeroepen tot schuldbelijdenis en bekering, tot terugkeer tot de levende God? En zou de CPN nog zo gaarne met het IKV en anderen binnen de kerken op willen trekken als dit IKV ook krachtig zou protesteren tegen de demonie van een communistische diktatuur! Ik denk dat de antwoorden niet moeilijk te raden zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1980

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1980

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's