De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geestelijke vrijheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geestelijke vrijheid

7 minuten leestijd

Het zal duidelijk zijn dat in alle verbanden, waartoe mensen behoren of waarbij zij aangesloten zijn afspraken, regels, bepalingen en, vooral, ook inzichten gelden, waaraan degenen, die tot zulk een verband behoren, zich min of meer verplichten. Staan onze gedachten en inzichten haaks op het algemeen aanvaarde binnen een bepaalde kring dan mogen we ons afvragen of ons blijven behoren tot het betreffende verband nog langer verantwoord is. Moet men dan heen gaan of ijveren voor het baanbreken van die inzichten in de kring waartoe men behoort?

De aanleiding voor het schrijven van dit stuk is tweeërlei. Allereerst een vraag van een lezer over het zich vrij voelen (van mensen) bij het spreken in het publiek, b.v. voor de communicatie media.

Kennelijk kan er gebondenheid zijn. Wat zullen de mensen er van denken. Wat zullen de 'eigen mensen' ervan denken. De tweede aanleiding is een brief, waarin het ging over inperking van geestelijke vrijheid door de kring waartoe men behoort en het verwachtingspatroon dat dienaangaande geldt.

In alle verbanden
Het zal duidelijk zijn dat in alle verbanden, waartoe mensen behoren of waarbij zij aangesloten zijn afspraken, regels, bepalingen en, vooral, ook inzichten gelden, waaraan degenen, die tot zulk een verband behoren, zich min of meer verplichten. Staan onze gedachten en inzichten haaks op het algemeen aanvaarde binnen een bepaalde kring dan mogen we ons afvragen of ons blijven behoren tot het betreffende verband nog langer verantwoord is. Moet men dan heen gaan of ijveren voor het baanbreken van die inzichten in de kring waartoe men behoort?

Vrijheid is altijd aan beperkingen onderhevig. Men voegt zich in een bepaald verband aan welks uitgangspunten men zich verbonden voelt. Dat behoeft geen beperking van de christelijke vrijheid te zijn. Men beleeft zijn christelijke vrijheid door helemaal deel te nemen aan de activiteiten van de eigen kring. En toch kunnen hier wel problemen liggen.

Groot goed
Geestelijke vrijheid is namelijk een groot goed. Wanneer die gaat ontbreken lopen we het gevaar niet meer vrijuit van ons geloof en de daarmee verband houdende inzichten te kunnen spreken. Romeinen 8 spreekt van de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods. In 1 Cor. 10 vraagt Paulus waarom zijn vrijheid geoordeeld wordt van eenander geweten en in 2 Cor. 3 zegt hij dat, waar de Geest des Heeren is vrijheid is. Galaten 5 spreekt over het staan in de vrijheid, waarmee ons Christus heeft vrijgemaakt, waaraan overigens in één adem wordt toegevoegd, dat die vrijheid niet gebruikt mag worden tot een oorzaak voor het vlees.

Christelijke vrijheid is, blijkens het laatst genoemde, iets anders dan ongebondenheid, willekeur, alles-kan-en-mag. Christelijke vrijheid is vrijheid in gebondenheid aan de normen van Gods Woord en wet.

Als Calvijn spreekt over de tekst uit 2 Cor. 3: 'waar de Geest des Heeren is daar is vrijheid' dan zegt hij dat wij, die van nature dienstknechten der zonde zijn, vrij worden door de genade van de wedergeboorte. Dat brengt met zich mee zegt hij 'vrijlating van de dienstbaarheid der zonde en van het vlees en vrijmoedigheid die we hebben uit onze aanneming tot kinderen'.

Zulke christelijke vrijheid, die uit de 'genade van de wedergeboorte' voortkomt, is overigens dan ook gekenmerkt door wat 1 Cor. 10 verder opmerkt: 'Gij kunt niet de drinkbeker des Heeren drinken en de drinkbeker der duivelen: gij kunt niet de tafel des Heeren deelachtig zijn en de tafel der duivelen.'

En even verder heet het 'alle dingen zijn mij geoorloofd maar alle dingen stichten niet'. Dat was het dunkt me wat Luther bedoelde toen hij zei: 'vrees God en doe wat je wil'. Wie God vreest is een vrij mens maar weet zich zó gebonden aan de normen van Gods Woord en wet, dat hij niet alles meer kan en wil. Paulus vervolgt in 1 Cor. 10: 'eet al wat in het vleeshuis verkocht wordt niets ondervragende, om des gewetens wil, want de aarde is des Heeren en de volheid ervan.' Calvijn concludeert uit dit alles, dat er enerzijds 'vrijheid en macht in de middelmatige dingen is' en anderzijds 'matiging van de vrijheid opdat het gebruik met de regel der liefde gemeten worde'. Wat die matiging der vrijheid betreft noemt Calvijn dan ook de zorg voor de ander 'opdat de zwakke consciëntiën niet gewond worden'. Ook dit laatste is bijbels. Stelt immers Paulus niet in Rom. 14, dat de één gelooft dat men alles eten mag, terwijl de ander moeskruiden eet; en zegt hij niet in 1 Cor. 8 dat 'indien de spijs mijn broeder ergert, zo zal ik in eeuwigheid geen vlees eten? '

Christelijke vrijheid is kennelijk in de Schrift gekenmerkt door gebondenheid aan God en voorzichtigheid ten opzichte van de naaste. Maar dan ook intussen niet omgekeerd, niet door gebondenheid aan de mensen en voorzichtigheid tegenover God.

Praktisch
Met beroep op de christelijke vrijheid kan het christelijke leven enerzijds ontaarden in losbandigheid. Ook het omgekeerde komt echter voor. Met een beroep op de wet, waaraan de christelijke vrijheid gebonden is, kan deze vrijheid worden ingeperkt door wetticisme. En dan kan het zijn, dat inderdaad gebondenheid aan mensen en menselijke bepalingen de opdracht van Godswege, om in de vrijheid van de Geest in het leven te staan als getuige van de goede woorden Gods, in de weg staat.

De Schrift spreekt van middelmatige dingen waarin vrijheid geboden is. Het kan zijn dat daarin voorzichtigheid vanwege de broeder geboden is. Anderzijds kan een samenstel van bepalingen inzake middelmatige dingen dwingend gaan werken, zodat als het ware een systeem ontstaat, waarin de christelijke vrijheid wordt stuk gedrukt.

Een verbod ten aanzien van het gebruik van preventieve middelen - al of niet officieel vastgelegd - kan als een juk gaan werken en belemmeren in de opdracht om verantwoord met het leven om te gaan. Anderzijds kunnen daarbij ook diegenen, die deze middelen verwerpen, in hun vrijheid worden beknot.

Een verbod op het gebruik van de media - eveneens al of niet officieel vastgelegd - kan belemmerend werken om met het getuigenis tot op de Areopagus te gaan.

Menselijke bepalingen ten aanzien van de zondag kunnen de vreugde van de eerste dag der week belemmeren.

Voorschriften ten aanzien van de vraag welke politieke partij, welke krant, welke omroep bij ons christen-zijn behoort kunnen hindernissen zijn om met onze christelijke overtuiging als mondige mensen in het leven te staan.

In de sfeer van de ontspanning kunnen mensen elkaar belemmeringen opleggen, die strijden met de christelijke vrijheid.

Zélfs kan een bepaald belevingspatroon van de dingen des geloofs en een bepaalde bewoording daarvan belemmerend werken om in de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods vrijmoedig getuigenis te geven van de hoop die in ons is. Wordt op deze wijze niet veel ontluikend geloofsleven in de opbloei belemmerd? En is op deze wijze ook niet verscheidenheid in het leven des geloofs, gegeven met de bijzondere leiding, die God in het leven van mensen geeft, miskend? Een christen is een vrij mens. Maar God is ook en vooral vrij in Zijn gaan met mensen.

De aanleiding van dit artikel was tweeërlei. In de eerste plaats: kan iemand zich in zijn spreken belemmerd voelen door de mensen? Ik denk dat dit voorkomt. Maar dan is dat in strijd met de christelijke vrijheid, die ontspringt aan de wedergeboorte en die de vrijheid van de Geest is.

Als we niet vrijuit van God en Zijn Woord en van het ons gegeven inzicht in de zaken van Gods Koninkrijk kunnen spreken, dan is er iets mis. Wordt onze vrijheid geoordeeld van een ander geweten?

De tweede aanleiding was de vraag of christelijke vrijheid niet kan worden stuk gedrukt door groepsdenken, door wat in een bepaalde kring gemeengoed is. Ook dit is een alleszins reëel gevaar. Het zal ons altijd op onze hoede moeten maken om ook hier menselijke bepalingen niet in de plaats te stellen van wat de Heere van ons vraagt. Anderzijds komt het ook voor dat iemands vrijheid ten aanzien van bepaalde concrete punten niet voluit kan worden beleefd in de kring waartoe men behoort en waar bepaalde zaken naar het inzicht in het

Woord als wezenlijk worden ervaren, terwijl men dat zélf niet als wezenlijk ervaart. Dan zijn ook onze menselijke, ook onze kerkelijke verbanden niet zó heilig in zichzelf, dat een keuze voor andere (kerkelijke) verbanden niet mogelijk zou zijn. De kerk is immers ruimer dan welke kerkelijke kring ook? Als we dat niet erkennen dan lossen we de nood van de kerkelijke versplintering wel heel goedkoop op. Al ons kennen is ten dele. Ook al ons kerkelijke kennen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1980

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Geestelijke vrijheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1980

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's