De zielzorg rondom het sterven (1)
Niet zolang geleden hadden wij een ontmoeting met een gemeentelid op een rouwbezoek. Tijdens het gesprek werd door hem de opmerking gemaakt: het leven en het sterven is een groot geheim. De man, die deze woorden sprak, is een diep nadenkend man. Door de diepe ernst, waarmee deze woorden werden gezegd zijn ze bij ons blijven haken. Het leven en het sterven is een groot geheim - gaan wij na hoe over het geheim van het leven wordt nagedacht buiten het licht van de bijzondere openbaring om, dan geven velerlei filosofieën het antwoord op een ruim geschakeerde manier. De antwoorden daar gegeven gelijken op de bonte hoeveelheid van divers gekleurde lichten in de avond van een grote wereldstad.
Inleiding
Niet zolang geleden hadden wij een ontmoeting met een gemeentelid op een rouwbezoek. Tijdens het gesprek werd door hem de opmerking gemaakt: het leven en het sterven is een groot geheim. De man, die deze woorden sprak, is een diep nadenkend man. Door de diepe ernst, waarmee deze woorden werden gezegd zijn ze bij ons blijven haken. Het leven en het sterven is een groot geheim - gaan wij na hoe over het geheim van het leven wordt nagedacht buiten het licht van de bijzondere openbaring om, dan geven velerlei filosofieën het antwoord op een ruim geschakeerde manier. De antwoorden daar gegeven gelijken op de bonte hoeveelheid van divers gekleurde lichten in de avond van een grote wereldstad.
Maar ook ten aanzien van het sterven is buiten het Woord Gods om het antwoord even veelzijdig. De natuurlijke mens zoekt God wel, hij tast of hij hem kan vinden, maar hij weet niet van het onfeilbare licht van Gods getuigenis. Daarom varieert zijn mening van eeuw tot eeuw. Neen, om het antwoord op het spoor te komen naar het geheim van het leven en het sterven komen wij niet ver buiten het Woord. Maar ook, wanneer het Woord Gods wel onze onfeilbare leermeester is, moeten wij niet menen op alle vragen een volledig antwoord te hebben en alle duisternissen volledig op te kunnen helderen. In Christus zijn wel alle schatten der wijsheid en der kennis verborgen, maar Hij maakt nog aan ons in deze bedeling niet alles bekend. Er blijft wel veel wachten tot aan de overzijde. Wij kunnen dus vandaag geen pasklaar antwoord geven op vele vragen, wij vragen uw aandacht alleen voor ons onderwerp zielzorg rondom het sterven. Wij laten nu wel andere aspecten schieten, om het accent op dit ene punt te leggen. Wij nemen u mee naar zielzorg vóór, tijdens en na het sterven.
Vóór het sterven
Eerst een paar opmerkingen omtrent zielzorg voor het sterven. Over het algemeen gevoelen wij wel aan, wanneer het levenseinde van een zieke in het gezicht komt. De doktoren worden uiterst zwijgzaam, de zieke zelf laat af en toe een merkwaardig woord vallen, de sfeer komt op van vertwijfeling en uitzichtloosheid aangaande de aard en de vooruitgang van de ziekte. Wij worden soms ineens geroepen op het spreekuur van de specialist, kortom: er ontstaat vele een gevoel van kortsluiting, levensvernauwing om zo te zeggen. De vraag die zich voordoet is deze: moeten wij een zieke nu alles vertellen?
Over het algemeen komt het ons juist voor geen verstoppertje te spelen. Het kritieke van de toestand mag en moet gerust aan de zieke onder ogen worden gebracht. Maar het spreekt geheel vanzelf, dat grote voorzichtigheid bij dit alles wel is geboden. Er wordt soms tot u gezegd door een patiënt: ik kan het wel verdragen de waarheid te horen. Met veel betuigingen wordt deze moed u voorgehouden.
Maar het is meestal niet waar. Als hij de waarheid verneemt, kan hij het misschien wel geestelijk dragen, maar lichamelijk breekt veelal de weerstand. Hij zal vlugger inzinken. Het lichaam geeft de tegenweer tegen de ziekte spoedig op. Daarom verbergt de dokter de doodsdreiging heel vaak voor de mensen. Dit geschiedt uit de overweging dat het geloof in het leven het leven verlengt en de tegenweer tegen de dood versterkt. Bovendien verloopt het ziekteproces ook wel eens geheel anders dan de dokter kan voorspellen. Dat de artsen dus altijd een zekere terughoudendheid openbaren ligt voor de hand. Het is ons dikwijls opgevallen, dat menige zieke veel meer met de dood rekent dan de familie durft te vermoeden en de zieke zelf de familie merken laat. Wanneer u deze sporen merkt, kan een open gesprek ontstaan. Een geheimzinnige omgang verbergt en verduistert. Een rustig en open spreken met elkaar heldert op.
Maar hoe moeten wij nu over het naderende einde spreken? Bij ons mensen is een terughuiveren voor dat einde. De dood is dan wel een zeer grote vijand. De dood is de ontbinding van alle aardse banden. De dood wekt een grote vrees. En - om nu deze doodsvrees te bestrijden, is het het beste met elkaar te bespreken, wat achter de dood zit en werkt. De zonde is ons de dood geworden. De ernst van de dood is niet primair het uiteenvallen van ziel en lichaam, het erge is die scheiding van God, die voor eeuwig dreigt! Dat is het bijbelse begrip: dood. Sterven is vallen in de handen van de levende God. Sterven is: in het oordeel komen. En dat ergste nu dreigt een gelovige niet. Dat heeft Jezus Christus voor de zijnen gedragen. Hij ging onder het oordeel door. Hij heeft de prikkel aan de dood ontnomen. Het komt er dus op aan het gemeentelid te ondervragen hoe de verhouding is ten aanzien van Jezus Christus. De dood is voor het geloof wel scheiding van lichaam en ziel, maar om nu nauwer dan ooit met Christus verbonden te worden, om door hem naar het vaderhuis te gaan. Dat verzoent Gods kinderen met de gedachte aan de dood. Zij verlangen dan ook niet naar het sterven zelf, maar wel naar wat door het sterven heen hun deel zal wezen. Jezus Christus heeft de dood heerlijk overwonnen. Daarom, hoe groot ook de vrees is voor de dood, voor het geloof is de doodsvrees in principe een onnatuurlijke zaak. In Christus Jezus wordt ook die vrees in beginsel zalig overwonnen. Het is dan ook nooit mooi en goed, wanneer vooral een oude man of vrouw nog zo krampachtig aan dit leven vasthoudt. Het is een blijk van een al te sterke binding aan dit tijdelijke leven, waarin de zonde nog zo sterk is. Een bewijs van zwakheid van geloof en te weinig trekking van de band aan Christus. Sterven is voor de apostel zeer verreweg het beste. Ik dacht, dat wij dit ook duidelijk aan een zieke, met name een oude zieke moeten durven zeggen. Als de levenstaak voltooid is, mag een christenmens niet zo krampachtig het aardse leven blijven beminnen. Een wenk is ons dikwijls nodig om de aandacht op het hemelse te richten en wel menig keer concreet. Onderzoek of de zonde hun een last is, en beproef of het hart niet al nader tot Christus begeert te komen!
Intussen is er ook een onderscheiden zielzorg op dit punt te voeren. Geen enkel mens is dezelfde. Er is soms een verkeerd hemelverlangen te bespeuren. Een begeerte om van de moeite of de strijd af te wezen van dit leven, maar u bemerkt niet dat het hart positief tot Christus uitgaat. Dat blijft vaag en nevelig. In plaats van een geloofsbetrekking op Christus, is er een enkele maal een wat romantisch hemel verlangen, dat zich geen rekenschap geeft van de aard van de hemel. De hemel is geen toevluchtsoord voor onbehuisden, maar de hemel is alleen het vaderhuis der kinderen Gods. Het leven moet Christus zijn, wil het sterven gewin zijn. Met Christus zijn - dat is de rijkdom van het hemelleven. Daarmee moet de zieke vooral ook worden getroost. Moet u iemand voorbereiden op de dood, begin dan vooral met over dit leven te spreken. Wanneer telkens die eeuwigheidstoon in uw gesprekken oplicht, gaat de zieke denken: de dominee of de ouderling schijnt ook te denken, dat het wel eens sterven worden kan. Zo laat u eeuwig licht in het duister van de dood vallen. Het Woord zelf wijst u daarbij goed de weg!
Wij noemen voorts nog een soort van levenswalging, die naar de dood verlangt om van de last van het leven ontdaan te zijn. Dit komt veel voor bij oververzadigde mensen. Ze hebben alles, wat ze kunnen, uit het leven geplukt en weten nu niet meer van verzadiging. Ze slaan plotseling om in het tegendeel. Het leven wordt hun een gruwel. Op weloverwogen manier mag en moet u daar ook de ernst van het oordeel in het midden leggen. Hier staat Ezau tegenover Jacob. Ook daar wijst het Woord zelf de weg. Over het algemeen is er in onze tijd een schrikbarende onverschilligheid omtrent de dood en de eeuwigheid; dit komt voort als vrucht van een oppervlakkig leven. Niets zit zo diep als de oppervlakte in het leven van ons mensen. Geen middel helpt daartegen als zielzorg in oprechte ernst, gewapend met het Woord en het gebed.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1980
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1980
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's