De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

12 minuten leestijd

Oeganda na de storm

Ook ditmaal wil ik u weer een gedeelte uit een artikel van dr. J. v. d. Linden (Centraal Weekblad, 26/1/'80) doorgeven, en wel over de situatie in Oeganda, door Churchill eens genoemd 'de parel van Afrika', maar voor velen een naam met een dreigende klank, gezien het schrikbewind van Amin en de onzekere situatie na diens verwijdering. Stanley, een van de grote uitvoerders van Livingstone's idealen, heeft daar in de vorige eeuw het Evangelie gebracht. De kerk groeide er onder de druk van weerstanden en verzet. Tegelijk bleven ook intern de problemen niet uit. Hoe is het er nu, nu Amin verdreven is?

Heel de wereld ademde op na de val van deze bloedhond. Toch is het wel nu duidelijk dat Amin's verdrijving nog lang niet alle problemen in het land oploste. Oude en nieuwe tegenstellingen laten het land nog niet tot rust komen. Tot overmaat van ramp is er een nieuwe tegenstelling bijgekomen: de kloof tussen hen die met Obote in ballingschap gingen en hen die in het land bleven. De tegenwoordige regering van Oeganda zal alle Afrikaanse wijsheid nodig hebben om de tegenstellingen te verzoenen.

Want er zijn op z'n minst vier partijen die de weg naar elkaar nog niet vonden. Daar zijn zowaar nog enkelen die Amin niet kunnen vergeten. Vooral in het noordoosten en noordwesten van het land onder zijn eigen stamgenoten; die ondanks alles instemden met Amin's afrikanisering van Oeganda. Na Amin's val hebben de, ballingen die de toevlucht vonden in Tanzania, professor Luie tot president weten uitgeroepen te krijgen. Hij was een wijs man die mogelijk in staat zou zijn geweest de vijandige partijen te verzoenen. Vooral onder de Buganda had hij veel aanhang.

De jongere generatie echter zag in hem een reactionair. Ze zagen kans G.L. Binaïsa tot president te laten uitroepen. Zijn regering verloor dan ook de steun van de Buganda, die in Binaïsa een helper zagen van Obote die eens hun vorst had afgezet. Zij vreesden dat Binaïsa niets anders was dan een voorloper van Obote.

Tenslotte zijn er overtuigde aanhangers van Obote zelf, die niets liever zouden zien dan dat hij weer in het zadel kwam om met krachtige hand het land te leiden. Julius Nyerere van Tanzania, een buurland van Oeganda, was een van Obote's beste vrienden. Het was dan ook geen toeval dat het Tanzaniaanse leger mee vocht bij de verdrijving van Idi Amin. Een van de nieuwe problemen is nu ook nog dat er een scherpe tegenstelling is ontstaan tussen hen die in ballingschap gingen en zij die bleven. De ballingen beschuldigen de blijvers van collaboratie met Amin en deze op hun beurt verwijten de vluchtelingen dat ze het zinkende schip hebben verlaten en zich aan hun verantwoordelijkheid ten opzichte van Oeganda hebben onttrokken.

Van der Linden ziet als het grootste probleem voor Oeganda en voor Afrika het denken vanuit de stamverbondenheid, een ellendig gevolg van de westerse politiek die stammen dwong binnen de door westerse diplomaten getrokken grenzen te leven. Vandaar de vele onderlinge tegenstellingen die zomaar tot bloedige conflicten kunnen leiden. Wie zal deze tegenstellingen kunnen overwinnen? En het zal duidelijk zijn, dat de christelijke kerk in dit land voor de uitdaging staat in deze situatie de  boodschap te brengen van Hem die onze vrede is.

Veranderende normen
Wat is de oorzaak van de verschuivingen in het normbesef van de hedendaagse mens. Dat is de vraag die drs. W. Steenbergen aan de orde stelt in De Wekker (25-1-80). Een van de bronnen is het huidige mondigheidsideaal.

Ik plaats het woord 'mondig' hier tussen aanhalingstekens, omdat het hier m.i. gaat om een scheefgetrokken en verkeerd gehanteerde mondigheid. Mondigheid is op zichzelf een bijbelse zaak. God wil geen mensen die Hem dienen in slaafse onderworpenheid, maar mensen met een eigen wil, een eigen verantwoordelijkheid, een eigen keuze. Maar dan wel zó dat ze met die eigen wil en keuze zich blijven gedragen als schepselen van God, die alleen in de relatie met hun God echt als mensen kunnen functioneren.

Maar de 'mondigheid' waar het hier over gaat is er juist één waarbij de mens de relatie tot zijn Schepper verbreekt en 'voor zichzelf' gaat beginnen. Déze 'mondigheid' nu is bepalend voor het tijdperk van de geschiedenis waar wij in leven.

Het is bekend dat in de middeleeuwen aan de top van de samenleving de kerk, beter gezegd: de geestelijkheid (de lerende kerk) stond. Deze onderwierp de samenleving geheel aan haar gezag. De kerk stond letterlijk en figuurlijk in het midden. Samenhangend met maatschappelijke ontwikkelingen, komt er tegen het einde van de middeleeuwen verzet tegen de leidende positie van de kerk: de mondig-wordende mens begint zich aan haar gezag te ontworstelen. Maar deze ontwikkeling voltrekt zich langs twee wegen.

1. De bijbelse weg; die van de reformatie. Daarin wordt van het gezag van de kerk teruggegrepen op het gezag van God en van de Schrift. Wij moeten terug naar de levende God die in Christus zijn Woord tot ons spreekt.

2. De humanistische weg; daarin keert men niet terug tot de bronnen die God in Israël heeft geopend, maar tot de bronnen van de Grieks-Romeinse cultuur. Dan is niet meer God, maar de mens de maat van alle dingen. Nu kan dit gepaard gaan met aanvaarding van bijbelse waarheden en normen. Er is - tot in onze tijd - ook een bijbels humanisme. Maar deze waarheden en normen worden dan aanvaard omdat (en dus ook: voor zover!) de mens ze aanvaardbaar acht. Maar zodra men de beslissing over de aanvaarding legt in handen van de mens, kan deze beslissing natuurlijk zo maar omslaan naar de andere kant. Dat is dan ook gebeurd; en wij kennen in onze tijd een vorm van humanisme, waarbij de normen van de Bijbel, of zoals men het dan liever zegt: uit de joods-christelijke traditie, met kracht verworpen worden omdat ze een knechting van het echte mens-zijn zouden betekenen.

Deze normen vormen a.h.w. een kooi die de mens belemmert in z'n vrijheid om zich naar eigen natuur te ontplooien; en het is nu tijd om de tralies van die kooi te breken en zo te werken aan de bevrijding tot het werkelijk mens-zijn: niet meer onderworpen aan normen die van buiten af worden gesteld. Er is immers geen hoger wezen dan de mens!

Het gevolg is dat we in aanraking komen met een veelheid van opvattingen en visies. Kerk en geloof zijn naar de rand van de samenleving verdrongen. Hoe moeten we als christenen op de huidige situatie reageren? Wat betekent dit voor ons handelen in de politiek? Het is een feit dat een beroep op bijbelse normen of genegeerd wordt of als uiting van onverdraagzaamheid wordt bestempeld, zoals Steenbergen terecht schrijft. We willen daarmee niet zeggen dat christenen op alle vragen pasklare antwoorden hebben. We hebben biddend te trachten de wil van God te verstaan. Ik denk dat juist op dit punt de Nieuwtestamentische gemeente, zoals we die in de brieven getekend vinden, ons veel te zeggen heeft. Ook daar zien we de worsteling om het Evangelie en Gods geboden gestalte te geven in het handelen. Maar tegelijk zien we hoe er van een waarlijk christelijk leven, een leven uit Christus, ook werfkracht uitgaat. Komt het daar in onze tijd niet op aan? Of de geloofsverbondenheid met Christus, Die ook in een tijd van verschuivingen Dezelfde is en blijft.

Christelijke telefonische hulpdienst
In Zeeland is sinds enkele jaren een telefonische hulpdienst werkzaam. De stichting is ontstaan vanuit partikulier initiatief. Men wil werken vanuit een bijbelse visie op hulpverlening. Vijftig vrijwilligers zijn daarin bezig. Aldus een verslag van dit werk in Daniël (34e jaargang, 2, 25-l-'80) door C.G. Bouwan. Deze geeft de volgende impressie:

Als iemand in nood ons opbelt is een eerste vereiste: luisteren. We moeten ons openstellen voor wat hij te zeggen of te vragen heeft. Dat luisteren is een kunst waarin we nooit volleerd worden. Al luisterend wordt steeds meer ervaring verkregen in het onderscheiden van oorzaken en gevolgen. Dit helpt ons bij het verder steun geven aan de mens in nood.

Vervolgens proberen we de mens in nood licht te geven, heen te wijzen naar een doelbewust leven, uiteraard gebaseerd op bijbelse normen. Dit kan bij zo iemand leiden tot eigen levensinzicht. We kunnen namelijk enkel maar doelbewust leven als we de stuurloosheid van ons eigen leven hebben ingezien.

Voel je hier hoe belangrijk het is, geleid door Gods Woord en Geest de naaste te helpen? Dan komt ook het nieuwe gebod op de voorgrond, dat de Heere Jezus ons gaf in Joh. 13 : 34: 'Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt'. Dit geldt niet alleen voor degene die hulp verleent, maar ook voor de mens in nood ten opzichte van zijn omgeving. Het gebrek aan liefde is de wortel van vele tekortkomingen. De kommunikatiestoringen nemen daaronder een belangrijke plaats in. Deze zijn op hun beurt weer de oorzaak van onnoemelijk veel nood. Door zo, met een biddend hart, naast de mens in nood te staan, die anoniem, aan de andere kant van de telefoonlijn met je praat, mogen we ons brood uitwerpen op het water (Prediker 11 : 1).

Het aantrekkelijke van de telefonische hulpdienst is, dat men anoniem kan blijven. Men kan zich uitspreken over dikwijls heel tere, intieme zaken, waarmee men in de knoop is geraakt. Veel voorkomende problemen, waarover we gebeld worden, zijn huwelijksmoeilijkheden en verslavingen (vooral alkohol). Opvallend veel jonge mensen bellen; jonge mensen, die door hun omgeving niet begrepen worden of door misdragingen in de moeilijkheden gekomen zijn. We trachten hen met raad en daad bij te staan.

Al luisterend blijken vele mensen, bewust of onbewust, gebukt te gaan onder obsessies. Ik wil een obsessies omschrijven als een misvorming van het zieleleven, waardoor men op een bepaald punt niet meer openstaat voor redelijke argumenten (obsessio is het latijnse woord voor bezetting). Een obsessie kan zelfs in een enkel geval tot zelfmoord leiden.

Een obsessie ontstaat dikwijls door een verkeerde gewoonte of door moedwillig dingen te doen, die in strijd zijn met het geweten. Zo kunnen ze voortkomen uit het gebruik van alkohol en drugs en uit langdurig gebruik van verdovende medicijnen, zonder dat daar organische redenen voor zijn. Ook hoogmoed, haat en wrok kunnen tot een obsessie worden.

Gelukkig kan een obsessie doorbroken worden, maar bijna niemand kan er zonder hulp van een ander uitkomen. Door het gebed en door het gesprek met een ander kan men met Gods hulp tot inzicht komen op welke heilloze weg men ook gaat. Als men tot een belijden van schuld komt, ontstaat een bevrijding van spanningen en frustrades.

De mensen die bellen zitten met een brok nood, waar ze geen raad mee weten of omdat ze de gekregen raad niet begrijpen. Ze bellen, ongeacht hun maatschappelijke positie, leeftijd of kerkelijke gezindte. Het is opvallend dat velen in moeilijkheden gekomen zijn, die met de Bijbel opgevoed zijn, maar die alles vaarwel hebben gezegd. De ervaring leert, dat we het boek des levens niet dicht kunnen doen, zonder het boek van verwoesting te openen. Het is één handeling. We kunnen daar niet jong genoeg van doordrongen zijn!

In een aantal gevallen wordt doorverwezen naar instanties van wie men weet dat ook deze van bijbelse uitgangspunten uit willen handelen. Ook de nazorg is belangrijk. Er is in het centrum een gesprekstherapie in het leven, geroepen voor alkoholverslaafden en voor degenen die met deze mensen leven.

In de nazorg zedepreken en veroordelen we niet, onverschillig welke omstandigheden er zijn. We proberen duidelijk te maken, dat er uitkomst is als men geholpen wil worden. Velen gaan gebogen onder gemotiveerde en ongemotiveerde schuldgevoelens met een instelling van: 'Dat zal nooit iemand weten, dat gaat mee mijn graf in'.

Door een taktvol optreden moet de hulpverlener vertrouwen winnen, waardoor degene die in nood is, zijn gevoelens, spanningen en frustraties gaat uitspreken, of anders gezegd: gaat belijden. Menigmaal hebben we daarin een wonderlijke bevrijding uit de gebondenheid meegemaakt.

Hierbij gaan we er vanuit dat intellektuele kennis niet genoeg is voor mensen met een alkoholprobleem. De ervaring leert, dat zo iemand geen wetenschappelijke vragen heeft, maar innerlijke gevoelsvragen. Hij wordt meestal niet begrepen. Hem wordt gezegd wat hij moet doen, maar weinigen weten dat hij dat niet kan opbrengen. Zijn wilskracht helpt hem niet; hij zit gevangen, gebonden aan de alkohol. Het is een dwangvoorstelling geworden.

Wilskracht en intellektuele kennis kunnen de volgende drie vragen niet beantwoorden:

1) Waarom begon ik met drinken?
2) Waarom zou ik ophouden met drinken?
3) Hoe kan ik voorgoed ophouden met drinken?

De meesten zullen de eerste vraag beantwoorden als volgt: 'Na een paar glazen voelde ik me beter of vrijer'. En dat is waar, want door alkohol te nemen voelt men zich vlug ontspannen. Voor iemand echter die er afhankelijk van wordt, is het een valse ontspanning; het wordt een gebondenheid met een zee van ellende!

De tweede vraag is van iemand die voelt en ontdekt, dat hij een gebondene is, dat zijn drinken problemen veroorzaakt. Je begrijpt dat we dan hem niet meer lasten op gaan leggen met wat 'moet', want dan maken we zijn gevangenis nog erger. We proberen hem ervan te overtuigen dat alleen door het ophouden met drinken de bevrijding van alkohol verworven kan worden.

Op de derde vraag proberen we een antwoord te vinden door hem er op te wijzen dat hij in alkohol een kompensatie voor liefde zocht. Wanneer hij weer liefde ontvangt en kan geven is bevrijding mogelijk van de symptomen en gevolgen van alkohol, zoals egoïsme, hebzucht, emotionele onzekerheid, leugenachtigheid, onvolwassenheid en eenzaamheid. Natuurlijk gaat dit alles niet zonder het gebed.

Graag geef ik deze indrukken van dit stukje hulpverleningswerk aan u door. Elders in den lande zullen de telefoondiensten weer op andere noden ingaan. Het is een belangrijk facet van de hulpverlening. Het is een goede zaak om gedreven door de liefde van Christus daadwerkelijk in te gaan op de noden van onze medemensen. En dat niet betuttelend of veroordelend, maar in zachtmoedigheid en bewogenheid, vanuit het weten dat we samen zijn aangewezen op de hulp van Hem Die ons bevrijden wil tot de dienst der liefde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 1980

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 1980

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's