De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De zielzorg rondom het sterven (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De zielzorg rondom het sterven (2)

10 minuten leestijd

Wij gaan over naar de zielzorg tijdens het sterven. Het sterfbed van een mens is niet altijd zo vredig als wel eens wordt gedacht. Ook van een christen niet.

Tijdens het sterven

Wij gaan over naar de zielzorg tijdens het sterven. Het sterfbed van een mens is niet altijd zo vredig als wel eens wordt gedacht. Ook van een christen niet. Wat kan de dood een geweldige strijd veroorzaken! De wereldgeschiedenis geeft ons laatste woorden van grote denkers, dichters en kunstenaars, die als in één punt samenpersen de bittere nood van een mislukt leven. Het gehele leven draait voor de ogen van de zieke als een filmrol voorbij. De zonden komen voor ons te staan, de ijdelheid van veel plannen en ontwerpen. Van alle kanten rijzen de aanklachten op, geheel ons leven komt ons soms vóór een aanklacht, een mislukking te zijn. Men gevoelt zich als voor Gods gericht gesteld. Wij kunnen voor Hem niet bestaan. De tomeloze angst valt over de ziel. Wij hebben de indruk, dat zulke sterfbedden thans betrekkelijk zeldzaam zijn. Doorgaans komt tegenwoordig het einde in het geroezemoes van een ziekenhuis, maar hoeveel gelegenheid is daar om vertrouwelijk op te biechten en te spreken? Zeldzaam zal het zijn - maar wanneer een benauwde ziel behoefte heeft bij u op te biechten, schuld te belijden, neem er dan behoorlijk de tijd voor. Het is goed om dan ook bepaalde woorden, gebeden en bijbelgedeelten bij de hand te hebben, die ons wijzen op de volkomen vergeving der zonden door Christus' bloed voor ieder, die met ootmoed smekend komt. Juist in deze kritieke momenten behoeven wij niet een gereduceerd Evangelie, maar wel een geconcentreerd Evangelie. Dan komt de catechismus voor het voetlicht en vooral ook de belijdenis. Deze geschriften geven de hoofdzaken van het Evangelie in gedrongen vorm. Wanneer er soms onvrede is, omdat er nog iets niet in orde is, laat de zaak opgeklaard worden. Een verzoening moet soms nog tot stand worden gebracht, een ordening vastgesteld voor familiepapieren of waardevol huisraad. Ik denk ook aan het maken van een testament. Er is soms nog zoveel te corrigeren, dat jarenlang is verwaarloosd geweest. En bovendien - wie een weinig in het leven heeft rondgekeken weet hoeveel daar blijft kraken en rommelen. Sterven vraagt ook orde.

Een enkele maal is er een bovennatuurlijke aanvechting van de satan vanwege de naderende dood. De duivel kan, het een kind van God aan het einde zo bitter benauwd maken. Lichamelijk is er uitputting, maar nu juist naderen de helse kwellingen. Het gaat er dan om de aandacht van zulk een aangevochten zieke op Christus' kruis te richten. Dan wijkt de Boze en vallen de vertroostingen van Christus als een balsem over de moegestreden zielen. De satan geeft evenwel dan ook niet gemakkelijk terrein prijs. Het komt er op aan sterke wederstand te bieden tegen de duivel in het gebed en door het klare Woord van God. Er is dan soms een lichamelijke worsteling aan de gang tussen de Heiland en de Boze in en om die ene ziel. Vraag bij die gelegenheid stil om het juiste woord uit de Schrift en Gods Geest zal u verlichten. Juist het einde van het leven verklaart het begin en het beginsel. Dat geldt voor de stervende zelf, maar het geldt ook voor de omstanders. Wat brengt de dood ook in nauwe familiekringen een vreselijk onderscheid aan de dag! Mijlen diep is soms de kloof tussen de kinderen van een gezin bij de dood van vader of moeder.

Toch komt het ons voor, dat zulk een aanvechting bij de dood in volle bewustzijn een uitzondering is. Verreweg de meesten gaan van ons heen in volkomen bewusteloosheid in het ziekenhuis. Dagenlang liggen ze soms neer, onbereikbaar voor uw woorden en gebeden. Het is een ware marteling voor de omstanders. Dat moeten wij de zieken ook vertellen. Daarom dienen wij de vraag of het goed met hen is te stellen, wanneer het nog kan. Niet iedereen is voor zo'n gesprek geschikt. Maar het komt er wel op aan, dat er iemand is die de laatste dingen eenvoudig kan bespreken.

De manier van het heengaan is immers zo verscheiden. Er is een langzaam sterven, na jaren van afbraak. Er is ook een plotseling sterven oud of jong. Vooral tegenwoordig moeten wij daar allemaal rekening mee houden. Niet een ieder ontvangt immers een tijd van voorbereiding door middel van een lang ziekbed. Het is immers aan de orde van de dag: een acute dood bij een auto-ongeluk, een hartinfarct, of een bedrijfsongeval. Dit stelt predikanten, ouderlingen, maar ook soms politieagenten, die door hun beroep vaak met deze dingen worden geconfronteerd, voor een zware taak. En toch is het alsof het, achteraf beoordeeld, wel mee is gevallen. Aan de trekken van uw gezicht, aan de toon van uw stem bemerken ze dadelijk al, dat er iets ernstigs is gebeurd. Het is precies alsof ze dan dadelijk voorvoelen wie het aangaat en wat er met de verongelukte is gebeurd.

Voorheen hebben wij wel eens gemeend zulk een tijding met een gehele omhaal van woorden te moeten overbrengen. Later zagen wij, dat het beter is met een enkel woord aan te duiden, dat wij een ernstige boodschap moeten komen brengen. Van geval tot geval mogen wij dan om wijsheid vragen om het juiste woord te kunnen kiezen. De Heere heeft ook in deze situaties beloofd ons bij te zullen staan. Wij kunnen dan geen zielzorg meer oefenen aan de overledene. Vol aandacht moeten wij ons nu wijden aan de nabestaanden. In weinig woorden en stille aandacht is, meen ik, dan het ambt het beste op zijn plaats. Wij komen daarmee tot het laatste deel van deze kring.

Na het sterven
De zielzorg rondom het sterven voltrekt zich voor het sterven, tijdens en na het sterven. Terstond bij het heengaan treedt voor de nabestaanden het leven van alledag weer binnen. De vraag doet zich nu aan ons voor: hoe nu verder? Uit een oogpunt van beperking laten wij de crematie nu buiten beschouwing. Maar u begrijpt: juist de gekomen dood, brengt onmiddellijk de drukte met zich mee voor de voorbereiding van de begrafenis. De ambtsdragers bemerken dan pas goed de eigenlijke levenssfeer van de familie. Het is zaak om dit terdege op u te laten inwerken. Maak er eventueel een aantekening van. Het kan u van pas komen voor de toename van mensenkennis, wereldkennis en doorgronding van een gemeente. Het valt ons altijd weer op hoe we juist vóór de begrafenis en daarna de leegte, de voze conversatie van veel kerkelijke mensen ontwaren. Er is zoveel gewichtigdoenerij in de wereld, zoveel poppenspel - maar rondom de dood valt dat voor een deel van ons af, ook al weten wij heel goed dat op dit punt ook nog een listigheid in ons standhoudt, het alles mooier voor te doen komen dan het in Wezen is. Gode zij dank, hier bewaren de bestaande zeden en gewoonten ons voor een volledige verwildering en ontaarding, maar wanneer die eens wegvielen, o dan kwam een volkomen verbastering aan de dag. Het doet pijn, wanneer u de verwereldlijking van leven en denken opmerkt, die heerst onder trouwe kerkmensen. Ook onder hen wordt de dood als een zuivere natuurwet gezien. Je hoort het, op de begrafenis en op het kerkhof zelfs: het is maar beter zo, het ging toch niet meer met hem of haar! Wat valt er ook anders aan te doen? Dat is een vorm van het pragmatisch-biologisch denken van onze tijd. Tevens ook een bewijs, dat het marxistische denken ver in de gemeente is doorgedrongen. Bij Marx nu bepaalt de stoffelijke omstandigheid het geestelijk effect. Voor het grootste deel kunnen wij aan deze situatie weinig veranderen. Alleen geduldig bijbels onderwijs kan hier op vrucht hopen.

En - waar nu het onmiddellijk resultaat van de prediking der kerk voorshands spaarzamelijk is, daar moet alle gewicht worden gelegd op de presentatie van de kerk in haar ambtsdragers vooral in rouwbezoek en begrafenisleiding. Zo eenvoudig en zo sober en waardig mogelijk. Dat ligt niet in een overvloed van tijd, maar veeleer in correctheid. Het zij in het voorbijgaan opgemerkt: eindeloze bezoeken, in de zin van eindeloos gerekte bezoeken, verlopen steeds weer in huisbakkenheid. Een zekere zelftucht in deze loont tenslotte altijd weer. Laten wij ook bedacht zijn op valse troostgronden: het was toch zo'n net mens; hij heeft zo veel gepresteerd; hij is voor veel leed gespaard. Dat kan allemaal waar zijn. Het staat ook een passende nagedachtenis en herdenking niet in de weg, maar allicht gaat het Evangelie teloor in bloed en bodem.

De bijbelse motieven ten aanzien van de dood zijn toch geheel anders. Ze kunnen tot een zevental worden gereduceerd. De dood legt het accent op de kortheid van dit leven, waarin alles maar ten dele is. Het gevaar van dit motief is, dat het eenzijdig kan worden uitgebuit door melancholie en meewarigheid en niet als straf op de zonde. Daarnaast geeft de dood ook aandacht voor de overwinning van Christus. Hij overwon graf en dood en hel. Voorts zie ik in de doodsgedachte ook de les eens willend met God door Christus te worden. Vervolgens schenkt de dood oog voor Christus' voorbereidend werk in de hemel. Dan is er door de dood aandacht gekomen voor de rust, die overblijft voor het volk van God, de wederopstanding des vleses, terwijl niet het minste van al het genoemde is: de dood is één immense oproep tot geloof en bekering! Al deze motieven kunnen beurtelings aan de orde komen. Ze geven ernst aan de gebeurtenis zelf!

Tenslotte - na de begrafenis kome de nazorg. Hier is een taak voor de diakenen in de jonge gezinnen bij de weduwen en de weduwnaren. Vooral de laatsten zitten soms nameloos onthand, wanneer hun vrouw is weggenomen. Deze nood is dubbel schrijnend en er wordt maar weinig aan gedaan. Geheel direct is er de nood van de financiën en de huishoudelijke zorg. Bovendien kan het ook geestelijk zwaar worden, wanneer het geweten ons onrustig houdt ten aanzien van verzuinde gelegenheden en verzuimde taken bij het leven van de dode. Er kan een weemoed ontstaan in het leven die wurgend werkt.

Steeds past hier het woord van Christus om toch in zijn naam de taak weer aan te pakken. Misschien is het juist in dit punt weer de roeping van de kerk opnieuw te denken aan het woord van 1 Timotheus 5 : 9, waar Paulus spreekt over weduwen van niet minder dan zestig jaren. De diakonessenarbeid waarvoor fijne tact is vereist. De kerk heeft nooit teveel mensen beschikbaar om met kiesheid en teer gevoel deze en gene van dienst te zijn. Het vraagt opmerkzaam handelen en scherpe visie om personen te zoeken, die in de gemeente kunnen dienstbaar zijn. Het gaat in dit punt om vrouwen met een aangeboren beschaving, een praktische zin voor verhoudingen en een ontembare energie - eigenschappen die wij nu bepaald niet elke dag in een persoon verenigd vinden. Deze vrouwen moeten nu controle houden daar, waar een mannenoog niets ziet. Zo kan een vrouwenhand en een vrouwenoog van nut zijn, waar moeder ontbreekt.

Wij zouden nog veel meer kunnen gaan zeggen over herdenking van onze doden, over medeleven in moeite en verdriet. Maar voor heden is dit genoeg. De zielzorg rondom het sterven vraagt al overvloedig het werk des geloofs, de arbeid der liefde en de verdraagzaamheid der hoop op onze Heere Jezus Christus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 1980

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De zielzorg rondom het sterven (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 1980

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's