De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gezinsvorming, dominees en dokters

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gezinsvorming, dominees en dokters

Vanuit de huisartsenpraktijk

8 minuten leestijd

Gedurende vele jaren zijn vragen rondom sexualiteit en 'family-planning' binnen kerkelijke kringen en media onbesproken gebleven. Dit had ongetwijfeld zijn positieve kanten. Al te openlijk spreken kan leiden tot al te 'open-en-bloot' publiceren met alle mentaliteitsveranderingen van dien. Dat heeft intussen de praktijk geleerd. De taal van de meest gangbare damesbladen (Margriet, Libelle enz.), zoals die heden ten dage klinkt, zou 10 jaar geleden een ongehoord geluid geweest zijn. Het damesblad bleef inmiddels het damesblad, de abonnee de abonnee, en zo kwamen allerlei progressieve geluiden stiekum aan in de meest (goed-)gelovige gezinnen. Het stiekeme is inmiddels ook verdwenen en zo leven we in een tijd dat alles openlijk besproken wordt. Allerlei problemen (meestal van sexuele aard, opmerkelijk!) worden in ingezonden brieven behandeld. Voor het abonnement bestaat intussen geen leeftijdsgrens!

Vanuit de huisartsenpraktijk
Gedurende vele jaren zijn vragen rondom sexualiteit en 'family-planning' binnen kerkelijke kringen en media onbesproken gebleven. Dit had ongetwijfeld zijn positieve kanten. Al te openlijk spreken kan leiden tot al te 'open-en-bloot' publiceren met alle mentaliteitsveranderingen van dien. Dat heeft intussen de praktijk geleerd. De taal van de meest gangbare damesbladen (Margriet, Libelle enz.), zoals die heden ten dage klinkt, zou 10 jaar geleden een ongehoord geluid geweest zijn. Het damesblad bleef inmiddels het damesblad, de abonnee de abonnee, en zo kwamen allerlei progressieve geluiden stiekum aan in de meest (goed-)gelovige gezinnen. Het stiekeme is inmiddels ook verdwenen en zo leven we in een tijd dat alles openlijk besproken wordt. Allerlei problemen (meestal van sexuele aard, opmerkelijk!) worden in ingezonden brieven behandeld. Voor het abonnement bestaat intussen geen leeftijdsgrens!

Dat betekent dat ook onze jeugd, rijp of groen, wekelijks in alle toonaarden kennis neemt van het sexuele wel en wee van de mensheid. Of ze dit wel kan verwerken, daar wordt niet naar gevraagd. Juist op een leeftijd met vele identiteitscrises, de puberteit, staat de jeugd bloot aan alle wind van leer. Tegelijk krijgen ze op vele scholen voorlichting over de voortplanting van de mens, hetgeen vaak niet meer inhoudt dan onderwijs over de anatomie van man en vrouw, over sexualiteit als handeling en over de middelen om de 'nare' gevolgen van de sexuele gemeenschap te voorkomen. Er is gewoon een golf van voorlichting, die ons en onze jeugd overspoelt. Velen worden meegesleept en hebben geen weerstand. Vragen inzake huwelijk en sexualiteit, gezinsvorming worden op een wereldgelijkvormige wijze opgelost. Gemak dient de mens en er is geen haan die er naar kraait. De tijden zijn lang voorbij dat de pastoor kwam navragen of het volgende kind al op komst was.

Nu hoeft dat voor mij ook niet, maar het is toch wel zo dat ook binnen kerkelijke kring uit louter egoïstische, materialistische motieven het kindertal bewust laag wordt gehouden, zonder dat dit in het pastoraat als zonde wordt aangemerkt. Soms nog wel eens over de hoofden heen vanaf de kansel, doch zelden in een persoonlijk gesprek.

Nu moet ik toegeven dat het veel tact vraagt om deze zaken als pastor en gemeentelid op de juiste wijze te bespreken. Toch zullen de dominees zich moeten gaan bekwamen om dit gesprek te voeren. Daar kunnen ze echt niet meer onderuit, tenzij ze een struisvogelpolitiek willen (blijven) voeren.

Hoe komt het toch dat in een tijd van overmatige voorlichting, een tijd van te openhartige uitzendingen en publicaties op alle fronten, het pastorale gesprek tussen predikant en echtparen inzake gezinsvorming zo moeizaam op gang komt? Dit heeft naar mijn idee twee oorzaken. Beide partijen hebben schuld. In de eerste plaats het echtpaar dat vaak niet met anticonceptieve motieven en praktijken voor de dag wil komen uit vrees voor afwijzing en veroordeling van de kant van de dominee. Die vrees kan gegrond zijn want er zijn uiteraard vele echtparen die drommels goed weten dat hun praktijken onmogelijk het daglicht kunnen verdragen. Dan vormt een stuk schuldgevoel een struikelblok in het gesprek met de dominee.

De vrees voor de dominee kan echter ook ongegrond zijn, want ik moet uit mijn eigen ervaring zeggen dat er een toenemend aantal predikanten is, dat bijzonder goed pastoraal werk verricht in dezen, en een goed begrip heeft voor allerlei omstandigheden.

In de tweede plaats kan de schuld bij de predikant liggen als vragen rondom de gezinsvorming onbesproken blijven. Predikanten hebben vele mogelijkheden om een gesprek in dezen uit te lokken. Vele bijbelteksten lenen zich voor praktische toespitsing op het huwelijks- en gezinsleven van de gemeenteleden, vanaf de kansel mag en kan dat ook gepreekt worden. Verder zijn er de catechisaties, wijkavonden, jonge lidmatenkringen die een uitstekende gelegenheid bieden om het gesprek betreffende de gezinsvorming-problematiek aan te vatten. Gelukkig gebeurt dat ook in toenemende mate, maar er is helaas een groot aantal predikanten, dat meent alleen een taak te hebben in de 'ziel'zorg en derhalve het lichaam laat voor wat het is. Er is ook een groep predikanten die wel over deze materie wil spreken, maar dan vaak in de negatieve zin. Ze veroordelen elke vorm van regulerend optreden (ook voor zichzelf??). En het is voor menig gemeentelid uiteraard erg gewaagd om aan deze 'gij zult niet'-dominees vragen te stellen in de trant van 'wat dan wel?'. Wat betekent dat dan in de praktijk? Ieder gaat zijns weegs. Misschien zijn beide partijen wel opgelucht. De dominee, omdat hij verder gespaard blijft voor moeilijke vragen, het echtpaar, omdat het nu de ruimte krijgt elders te rade te gaan.

Dat betekent dan, dat ze terecht komen bij de dokter. De dominee laat het over aan de dokter. Daar is eigenlijk best begrip voor op te brengen. Het gaat in dezen voor een dominee om dermate 'tere' onderwerpen, dat hem een gevoel van onwennigheid of onbehagen zal bekruipen, zeker in de beginperiode van het pastorale gesprek. Hij is met deze materie niet direkt vertrouwd geraakt tijdens zijn studie in tegenstelling tot de dokter. En daarom zal hij misschien denken dat het eigenlijk een medisch probleem is en derhalve bij de dokter thuishoort.

En daar teken ik protest tegen aan. Gezinsvorming is in de eerste plaats een ethisch probleem, een pastoraal probleem, een geloofsvraagstuk. Eerst moet een persoonlijke beslissing vallen (voor God, met een goed geweten, met een nuchter verstand), en daar is vaak pastorale leiding bij nodig, en dan pas kan men daartoe medische hulpmiddelen wel of niet aanwenden. De dominee en de dokter laten zich hier vergelijken met de chauffeur en de monteur.

Wat gebeurt er als men 'stuurloos' bij de dokter terechtkomt? Dan wordt er inderdaad op de meest vreemde wijze 'gesleuteld' aan de vruchtbaarheid. Het medische beroep wordt steeds meer een puur technisch beroep. Vroeger (ik spreek over nauwelijks 10 jaar geleden!) stond ethiek hoog in het vaandel van de doktoren. De eed van Hippocrates wordt bij het afstuderen nog steeds afgelegd, maar het is niet meer dan een toverformule geworden, die gehandhaafd blijft omdat hij blijkbaar onder Monumentenzorg valt. We leven in een tijd dat ieders eigen mening als het hoogste goed beschouwd wordt, en dat moeten we van elkaar 'accepteren' in deze 'tolerante' maatschappij.

Daarom wordt het hedentendage niet meer als meineed gezien als enkele weken na het afleggen van de eed van Hippocrates een abortus verricht wordt, een spiraaltje geplaatst wordt, een morning-after-pil verstrekt wordt. Door de overvloed van 'technische' verrichtingen verliest men als dokter blijkbaar de ethiek uit het oog.

Merkwaardigerwijs komen voor deze oude ethiek andere werkhypothesen in de plaats, een vorm van situatie-ethiek. Ik overdrijf niet als ik zeg dat de meeste artsen er vanuit gaan, dat een gezin voltooid is als er twee kinderen geboren zijn, hooguit drie ('één voor reserve'), dat een eventuele volgende zwangerschap sowieso ongewenst is, dat datzelfde geldt voor een zwangerschap op een leeftijd van 35 jaar en ouder. Verder menen vele artsen, de goeden niet te na gesprpken, op prakti­sche gronden dat abortus geen doodzonde is, laat staan het spiraaltje of morning-after-pil. Met sterilisatie moet niet te lang gewacht worden, menen ze.

Als het echtpaar uit de kerkelijke kring aan de moderne dokter wordt overgelaten, begrijpt een ieder wat er gebeurt.

Eventuele gewetensnood wordt totaal niet meer aangevoeld, er worden slechts technische adviezen gegeven. Een spiraaltje is geplaatst, voordat de vrouw beseft wat er gebeurt. Of als er een hier op het spreekuur komt, alleen maar om te laten vaststellen of ze wel of niet in verwachting is, wordt ze bij een positieve uitslag soms opgeschrikt door de vraag of ze er niets aan wil laten doen in verband met haar leeftijd of gezinsgrootte. En ga zo maar door. De meest sterke verhalen doen hierover de ronde.

Kunnen en mogen we als echtparen én als dominees adviezen inzake gezinsvorming uitsluitend over laten aan iedere willekeurige dokter, omdat we er zelf eigenlijk geen raad mee weten? Ik dacht van niet. Hiet ligt duidelijk een nieuwe taak voor de predikanten. Ze hoeven hier echt niet voor naar een bijscholingscursus, de praktijk is de beste leermeester.

Daarnaast zou ik iedere pastor én geïnteresseerd gemeentelid willen wijzen op de gebundelde colleges van prof. J. Douma, die een zeer goed overzicht geven van deze gehele materie (zie literatuur).

Voor de dominee geldt hetzelfde als voor een dokter, hij zal eerst de diagnose moeten stellen, alvorens tot therapie over te gaan. De vinger leggen aan de pols van de gemeente, is absolute noodzaak. Laat als dominee ook merken (in de preek, tijdens catechisaties) dat u onregelmatigheden hebt ontdekt. De Bijbel is dan geen 'paardemiddel' tegen moeilijke vragen, maar een rijke apotheek, waarin een rijke keur van medicijnen aanwezig is.

Literatuur: .

J. Douma, Inleiding in de christelijke ethiek. J. Douma, Christelijke ethiek. Capita Selecta I. J. Douma, Christelijke ethiek. Capita Selecta II. Uitg. Copieerinrichting v. d. Berg, Broederweg 6, Kampen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 1980

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Gezinsvorming, dominees en dokters

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 1980

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's