Ir. G.B. Smit overleden
Op dinsdag 31 januari ll. is op zevenenzestigjarige leeftijd overleden ir. Gerrit Bastiaan Smit. Hij maakte na de Tweede Wereldoorlog verscheidene jaren deel uit van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond. In die jaren had hij een actief aandeel in de redactiewerkzaamheden voor de Waarheidsvriend. Menigmaal heeft hij in ons blad toen artikelen geschreven. Ook in andere oplichten heeft hij gepubliceerd. In 1959 b.v. schreef hij, samen met dr. J.C. de Vos, een artikel voor Theologia Reformata over de atoombewapening. Ook schreef hij een boekje over het zingen van gezangen in de eredienst ('Gezangen-102 gezangen-Schriftgezangen').
Ook nadat de heer Smit zijn functie als Hoofdbestuurslid had neergelegd is hij met grote betrokkenheid blijven meeleven met het werk van de Gereformeerde Bond. Jarenlang is hij als redactiesecretaris betrokken geweest bij de arbeid voor Theologia Reformata, het driemaandelijks tijdschrift van de Gereformeerde Bond. Hij heeft dit werk mogen doen tot zijn krachten het hem begaven en hij het enkele weken geleden uit handen moest geven. Het uitgeven van een theologisch wetenschappelijk orgaan als Theologia Reformata vraagt grote precisie. Voor dit werk was niemand meer geschikt dan de heer Smit. Zijn taalgevoel en grote nauwkeurigheid waren de eerste vereisten voor de regelmatige verzorging van dit blad. Hij maakte het daarbij anderen niet gemakkelijk. Zulke hoge eisen hij aan zijn eigen werk stelde, stelde hij ook aan dat van anderen. Onkreukbaar, eerlijk en bescheiden was hij in dit alles in zijn omgaan met de mensen, waarmee hij ook wat dit werk betreft in contact kwam. We verliezen in de heer Smit dan ook een man aan wie we met respect en dankbaarheid mogen terugdenken; met dankbaarheid vooral jegens God, die ons hem gaf met zijn eigen begaafdheden.
Grote liefde had de heer Smit voor de kerk, waarin hij om zo te zeggen geboren en getogen was. Ook als het gemeentelijk niet eenvoudig lag, ook als hij niet die prediking vond, die zijn hart begeerde, bleek toch zijn grote trouw en zag hij eerst de kerk, alvorens hij de Gereformeerde Bond zag, waar hij toch zo met hart en ziel aan was verbonden. Altijd weer ging zijn hart uit naar de doorwerking van de gereformeerde prediking in het geheel van onze kerk. Zag hij daarvan tekenen dan gaf hem dat grote vreugde.
Door de prediking, die hij reeds in zijn jeugd hoorde, was enerzijds een diep gereformeerde levensovertuiging gegroeid en anderzijds die liefde voor de kerk, waarin hij die prediking horen mocht. Grote betekenis heeft in zijn leven gehad de prediking van ds. F. Kijftenbelt, die jarenlang predikant was in Rotterdam-Feyenoord, waar de heer Smit geboren is. In de laatste fase van zijn leven kwam alles onweerstaanbaar terug. De preek b.v. over 'en Jezus zich omkerende zag Petrus aan'. Vanaf het moment dat de ziekte zich meldde, die voor hem het einde zou betekenen van dit leven, heeft hij zich met grote ernst en ook met grote eerlijkheid op dit sterven voorbereid. Ook hierin was zijn einde zoals zijn leven was. Tóén bleek wat diep verankerd was in de ziel.
Ds. Kijftenbelt sprak altijd aan het eind van elke preek een door hem zelf gemaakt gedicht uit. Met grote ontroering hoorde hij ooit een gedicht over de tijdelijkheid van ons bestaan, dat hij in 1962 in ons blad opnam. Dit gedicht, getiteld 'Maar...' luidt als volgt:
Er is een 'maar' aan schoonheid hier beneden, Van bloem en beemd, van alles wat men ziet. Zij streelt slechts even 't oog; zinkt dan in 't niet. De doodsnacht spreidt zijn schaduw over 't heden.
Er kleeft een 'maar' aan alle mensenmacht. Zijn strijdbaarheid en roem gaat al te gronde; Want achter alles ligt de bitterheid der zonde.
Zij trekt een streep door al zijn schone kracht.
Ik zie een kruis op enen heuvel staan. De Koning in Zijn schoonheid hangt daaraan; Nam in Zich op het 'maar' van mijne zonden.
Dat maakt het bittre van mijn sterven zoet. Waar is mijn 'maar'? 't Is daar, in Zijne wonden! 't Is doodgebloed.
De laatste twee strofen van dit vers kwamen herhaaldelijk bij hem boven. In de allerlaatste uren gingen nog de woorden 'waar is mijn maar, 't is daar...' mee.
In vertrouwen op de beloften Gods, met het zicht op psalm 86 : 3, is hij heengegaan. Het stervensproces was voor hem een gang door de woestijn. In die woestijn is geen mens meer die hulp biedt maar - zo zei hij - 'er staan voetstappen in het zand'.
Er was reeds een Ander geweest.
Hij had - dat mag gezegd - een kring van vrienden rondom zich. Vriendschappen betekenden voor hem ontzaglijk veel. Toch moesten ook vrienden hem loslaten en konden vrienden hem niet over de laatste drempel helpen. In die woestijn was niemand, maar er waren wèl die voetstappen. En daarom mocht dit leven worden beëindigd in het uitzeggen van de goedheid Gods met het zicht op het avondmaal van de bruiloft des Lams. Gerard Smit is onder ons niet meer. We weten hem in goede handen. In de handen van Hem, die hem genadig deed delen in de schuldvergeving.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 1980
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 1980
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's